100 Beste Duitse boeken aller tijden – Overzicht sinds het jaar 1200

0
62
100 Beste Duitse boeken aller tijden
100 Beste Duitse boeken aller tijden

Beste Duitse boeken aller tijden

Ook onze oosterburen hebben in de loop der jaren prachtige boeken geschreven. Hier zijn de belangrijkste Duitse meesterwerken sinds het jaar 1200 op een rij gezet. Lees meer…


Lees hier ->>> meer over literatuur en hier ->>> meer over Duitsland op deze website.


Top 100 Beste Duitse boeken aller tijden – tot 1700


Parzival (ca. 1200-1210) – Wolfram von Eschenbach

Tristan (ca. 1210) – Gottfried von Straßburg

Till Eulenspiegel (rond 1400)

Das Narrenschiff (1494) – Sebastian Brant


Top 100 Beste Duitse boeken aller tijden – van 1700 tot 1800


Geschichte des Agathon (1766/1767) – Christoph Martin Wieland

Minna von Barnhelm (1767) – Gotthold Ephraim Lessing

Der abenteuerliche Simplicissimus (1768) – Hans Jakob Christoffel von Grimmelshausen

Emilia Galotti (1772) – Gotthold Ephraim Lessing

Der Messias (1773) – Friedrich Gottlieb Klopstock


Götz von Berlichingen (1773) – Johann Wolfgang Goethe

Götz von Berlichingen met de ijzeren hand is een toneelstuk gebaseerd op het leven van de ridder Gottfried ‘Götz’ von Berlichingen (ca. 1480 – 1563). Het stuk behoort nog duidelijk tot de Sturm und Drangstijl. Het is een atektonisch stuk, hetgeen betekent dat het een ongebonden en open stuk is.

Het verhaal gaat over ridder Götz die in conflict raakt met de machthebbers. Zijn tegenstrever is Weislingen, die onbetrouwbaar is en vooral naar geld en macht verlangt. Er is een boerenopstand, Götz kiest de kant van de boeren in de hoop dat hij wat rechtvaardigheid kan brengen in hun bestaan. Maar hij faalt in zijn operatie en Götz wordt vermoord door de keizerlijke troepen onder leiding van Weislingen. Hij sterft terwijl hij het woord ‘vrijheid’ mompelt. Weislingen wordt op zijn beurt vermoord door zijn eerzuchtige vrouw door middel van vergiftiging.

Het werk is een pleidooi voor meer godsdienstvrijheid (Duitsland bestond in die tijd uit zo’n 300 aparte vorstendommen, die bestonden uit protestanten en katholieken en waar aanhangers van een andere richting dan die van de machthebbers vervolgd werden) en voor meer rechten voor de boeren.


Die Leiden des jungen Werther (1774) – Johann Wolfgang Goethe

Der Hofmeister (1774) – Jakob Michael Reinhold Lenz

Geschichte der Abderiten (1774-1780) – Christoph Martin Wieland

Nathan der Weise (1779) – Gotthold Ephraim Lessing


Die Räuber (1781) – Friedrich Schiller

Het toneelstuk De rovers is als grootste werk van Friedrich Schiller sterk te vergelijken met King Lear van William Shakespeare. Het is anoniem gepubliceerd in 1781 en op 13 januari 1782 voor het eerst opgevoerd in Mannheim. Schiller werd er op slag beroemd mee. Het gaat in het stuk om de ‘strijd’ tussen twee broers.

De rationele en begaafde Franz staat tegenover de gevoelige Karl. Franz staat voor het materialisme, scepticisme en despotisme, in tegenstelling tot Karl, die de bezieler is van het sociaal humanisme en de naïviteit.


Kabale und Liebe (1784) – Friedrich Schiller

Abenteuer des Freiherrn von Münchhausen (1786/89) – Gottfried August Bürger

Don Karlos (1787) – Friedrich Schiller

Iphigenie auf Tauris (1787) – Johann Wolfgang Goethe

Torquato Tasso (1790) – Johann Wolfgang Goethe

Wilhelm Meisters Lehrjahre (1795/96) – Johann Wolfgang Goethe

Siebenkäs (1796/97) – Jean Paul

Hyperion (1797/99) – Friedrich Hölderlin

Wallenstein (1799) – Friedrich Schiller


Top 100 Beste Duitse boeken aller tijden – van 1800 tot 1900


Hymnen an die Nacht (1800) – Novalis

Maria Stuart (1800) – Friedrich Schiller

Heinrich von Ofterdingen (1802) – Novalis

Wilhelm Tell (1804) – Friedrich Schiller

Die Nachtwachen des Bonaventura (1804) – August Klingemann

Flegeljahre (1804/05) – Jean Paul

Des Knaben Wunderhorn (1805-08) – Clemens Brentano und Achim von Arnim

Faust – Faust – Der Tragödie erster Teil (1808) – Johann Wolfgang Goethe

Die Marquise von O…. (1808) – Heinrich von Kleist

Die Wahlverwandtschaften (1809) – Johann Wolfgang Goethe

Michael Kohlhaas (1810) – Heinrich von Kleist

Der zerbrochne Krug (1811) – Heinrich von Kleist


Kinder- und Hausmärchen (1812-1850) – Jacob und Wilhelm Grimm

De Kinder- und Hausmärchen is de verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegenden aangelegd door de gebroeders Grimm en uitgegeven vanaf 1812. Zie hier ->>> de volledige lijst met alle sprookjes en legendes. Sinds 2005 staat de sprookjesverzameling op de Werelderfgoedlijst voor documenten van UNESCO.


Peter Schlemihls wundersame Geschichte (1814) – Adelbert von Chamisso

Die Elixiere des Teufels (1815-1816) – E. T. A. Hoffmann

Der Sandmann (1816) – E. T. A. Hoffmann

Die Serapionsbrüder (1819-1821) – E. T. A. Hoffmann

Lebens-Ansichten des Katers Murr (1819/1821) – E. T. A. Hoffmann

West-Östlicher Divan (1819- 1827) – Johann Wolfgang Goethe

Prinz Friedrich von Homburg (1821) – Heinrich von Kleist

Wilhelm Meisters Wanderjahre (1821) – Johann Wolfgang Goethe

Die Harzreise (1826) – Heinrich Heine

Aus dem Leben eines Taugenichts (1826) – Joseph von Eichendorff

Buch der Lieder (1827) – Heinrich Heine

Faust – Der Tragödie zweiter Teil (1832) – Johann Wolfgang Goethe

Lenz (1839) – Georg Büchner

Die Judenbuche (1842) – Annette von Droste-Hülshoff

Deutschland – Ein Wintermärchen (1844) – Heinrich Heine


Parerga und Paralipomena (1851) – Arthur Schopenhauer

‘De man streeft naar een directe beheersing van de dingen, door ze te begrijpen of te onderwerpen. Maar de vrouw is altijd en overal uitsluitend aangewezen op een indirecte beheersing, namelijk via de man, en hij is het die zij moet beheersen. Daarom ligt het in de aard van de vrouw om alle dingen alleen maar te beschouwen als een middel om een man te veroveren, en hun interesse in iets anders is altijd maar geveins, is enkel een omweg, dat wil zeggen loopt uit op koketterie en na-aperij!’

Aldus de auteur van de meest tegendraadse boutade over vrouwen uit de wereldliteratuur, Arthur Schopenhauer.

Parerga und Paralipomena is een verzameling van alle prikkelende uitspraken, aforismen en anekdoten van de beroemde negentiende-eeuwse filosoof over het verschijnsel vrouw die hij in de loop van zijn leven noteerde.

Bron: Boekmeter.nl


Der grüne Heinrich (1854-1855) – Gottfried Keller

Max und Moritz (1865) – Wilhelm Busch

Winnetou (sinds 1878) – Karl May

Woyzeck (1879) – Georg Büchner

Heidis Lehr- und Wanderjahre (1880) – Johanna Spyri

Also sprach Zarathustra (1883-1885) – Friedrich Nietzsche

Der Schimmelreiter (1888) – Theodor Storm

Effi Briest (1896) – Theodor Fontane

Der Stechlin (1898) – Theodor Fontane


Top 100 Beste Duitse boeken aller tijden – van 1900 tot 2000


Buddenbrooks – Verfall einer Familie (1901) – Thomas Mann

Professor Unrat (1904) – Heinrich Mann

Unterm Rad (1906) – Hermann Hesse

Die Verwandlung (1912) – Franz Kafka

Der Tod in Venedig (1913) – Thomas Mann

Der Untertan (1914) – Heinrich Mann

In Stahlgewittern (1920) – Ernst Jünger

Siddhartha – Eine indische Dichtung (1922) – Hermann Hesse

Der Zauberberg (1924) – Thomas Mann

Der Prozess (1925) – Franz Kafka

Das Schloss (1926) – Franz Kafka

Der Steppenwolf (1927) – Hermann Hesse

Die Dreigroschenoper (1928) – Bertolt Brecht

Berlin Alexanderplatz (1929) – Alfred Döblin

Im Westen nichts Neues (1929) – Erich Maria Remarque

Narziß und Goldmund (1930) – Hermann Hesse

Der Mann ohne Eigenschaften (1930-1932) – Robert Musil

Der Hauptmann von Köpenick (1931) – Carl Zuckmayer

Das fliegende Klassenzimmer (1933) – Erich Kästner

Joseph und seine Brüderv(1933-1943) – Thomas Mann

Die Blendung (1936) – Elias Canetti

Mephisto (1936) – Klaus Mann

Leben des Galilei (1938) – Bertolt Brecht

Mutter Courage und ihre Kinder (1938/39) – Bertolt Brecht

Schachnovelle (1942) – Stefan Zweig

Das siebte Kreuz (1942) – Anna Seghers

Der gute Mensch von Sezuan (1943) – Bertolt Brecht

Des Teufels General (1946) – Carl Zuckmayer

Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull (1954) – Thomas Mann

Der Besuch der alten Dame (1956) – Friedrich Dürrenmatt

Homo faber (1957) – Max Frisch

Biedermann und die Brandstifter (1958) – Max Frisch


Die Blechtrommel (1959) – Günter Grass Die Blechtrommel verscheen als eerste deel van de zogenaamde Danziger Trilogi, samen met Katz und Maus (1961) en Hundejahre (1963).

Het verhaal wordt verteld door Oskar Matzerath in de eerste en derde persoon; deze derde persoon komt tot uiting als Oskar de rol van auctoriale verteller inneemt en over zichzelf praat als ‘Oskar’.

De hoofdfiguur van het boek wordt in 1924 in Danzig (Gdańsk) geboren; zijn hersenen zijn op dat moment al volledig ontwikkeld. Doordat hij vanaf zijn derde verjaardag niet meer groeit, kan hij als een eeuwig kind de wereld van de volwassenen aanschouwen, zonder dat hij er deel van uit hoeft te maken. Met behulp van zijn trom kan hij over gebeurtenissen vertellen waar hij zelfs niet bij was, zoals de geboorte van zijn moeder.

Het boek begint met het leven van Oskars oma en de geboorte van zijn moeder. Zelf wordt hij pas geboren in 1924 in Danzig. Een groot deel van het boek bestaat uit min of meer losse verhalen waarin het leven van de Poolse en Duitse burgers van Danzig beschreven wordt.

Later vertrekt Oskar naar het westen van Duitsland, waar hij als kunstenaar aan de slag gaat. Omdat Oskar niet medeplichtig wil worden aan de misstanden in de oorlog, doet hij alsof hij psychisch niet in orde is. Hij keert in zichzelf en wordt opgenomen in een inrichting, waar hij in 1954 uit wordt ontslagen.


Andorra (1961) – Max Frisch

Die Physiker (1962) – Friedrich Dürrenmatt

Deutschstunde (1968) – Siegfried Lenz

Krabat (1971) – Otfried Preußler

Das Boot (1973) – Lothar-Günther Buchheim

Die verlorene Ehre der Katharina Blum (1974) – Heinrich Böll

Der Butt (1977) – Günter Grass

Ein fliehendes Pferd (1978) – Martin Walser

Die unendliche Geschichte (1979) – Michael Ende

Die Klavierspielerin (1983) – Elfriede Jelinek

Die Entdeckung der Langsamkeit (1983) – Sten Nadolny

Das Parfum (1985) – Patrick Süskind

Schlafes Bruder (1992) – Robert Schneider

Der Vorleser (1995) – Bernhard Schlink


Top 100 Beste Duitse boeken aller tijden – na 2000


Austerlitz (2001) – Winfried Georg Sebald

Im Krebsgang (2002) – Günter Grass

Der Schwarm (2004) – Frank Schätzing

Die Vermessung der Welt (2005) – Daniel Kehlmann

Atemschaukel (2009) – Herta Müller

Tschick (2010) – Wolfgang Herrndorf

In Zeiten des abnehmenden Lichts (2011) – Eugen Ruge

Sie kam aus Mariupol (2017) – Natascha Wodin

Tyll (2017) – Daniel Kehlmann


Metropol (2019) – Eugen Ruge

Moskou, 1936. De Duitse communiste Charlotte ontsnapte ternauwernood aan vervolging door de nazi’s. In de laatzomer vertrekt ze met haar man en de jonge Britse Jill voor een reis van meerdere weken door haar nieuwe thuisland, de Sovjet-Unie. De hitte is overweldigend, de stranden van Stalin zijn smal en rotsachtig en reizigers worden al snel beheerst door een spanning die bijna fysiek voelbaar is.

Er is meer dat hen verbindt dan op het eerste gezicht duidelijk is: ze zijn werknemers van de Comintern-inlichtingendienst, waar communisten uit alle landen werkzaam zijn. Het is des te ernstiger dat een van de ‘vijanden van het volk’ die op dat moment in Moskou wordt berecht, iemand is die Lotte beter kent dan ze zou willen.

‘Metropol’ volgt drie mensen op de smalle scheidingslijn tussen overtuiging en kennis, loyaliteit en gehoorzaamheid, achterdocht en verraad. De politieke terreur van de jaren dertig is onvoorstelbaar verschrikkend. Maar de persoonlijke overtuigingen van sommige mensen zijn even schokkend. “De waarschijnlijke details zijn uitgevonden”, schrijft Eugen Ruge, “maar de meest onwaarschijnlijke zijn waar.” En de vrouw met de codenaam Lotte Germaine, die aan het eind van die zomer een onzeker lot tegemoet ging in het beroemde Hotel Metropol, was zijn grootmoeder.

Bron: Boekmeter.nl