Advertentie

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw

In de 20ste eeuw schiet de kunst alle kanten op. Afbeeldingen hoeven bijvoorbeeld geen (bijna) foto’s meer te zijn van het zichtbare leven om ons heen. Om met de filosoof Feyerabend te spreken: ‘Anything goes’. Zijn uitspraak is ook letterlijk van toepassing op de ontwikkeling van kunst in de vorige eeuw. Vanuit de chaos en met anarchistisch genoegen worden de mooiste kunstwerken vervaardigd. Lees en kijk meer…

Advertentie

Lees hier ->>> over kunst op deze website…


"Alle



Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Animisme

Animisme is, binnen de kunstgeschiedenis, een stroming in de Vlaamse schilderkunst van de 20e eeuw.

De animisten in de Vlaamse schilderkunst vormden geen echte school. De min of meer willekeurige benaming is gebruikt door Paul Haesaerts. Hiermee omschrijft hij de houding en de esthetiek van enkele los van elkaar staande kunstenaars. Allen werkten tussen de twee wereldoorlogen.

Voorbeelden in de schilderkunst: Henri-Victor Wolvens, Albert Van Dyck en Jozef Vinck.

Meer informatie: www.kunstbus.nl – Aimisme

Henri Victor Wolvens- Les Baigneuses
Henri Victor Wolvens- Les Baigneuses

Art deco

Art deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939. Deze stijl  heeft invloed op gehad op decoratieve en toegepaste kunst, bij zowel de architectuur, het grafische, industriële en interieurontwerp, als de beeldende kunst en kledingmode.

Belangrijkste kenmerk van art deco is de omarming van technologie in aanvulling op traditionele motieven. Dit is tevens het onderscheid met de meer organische art nouveau. De stijl wordt vaak gekenmerkt door rijke kleuren, geometrische figuren en overdadige versieringen.

Art Deco - Trappenhuis in het Chrysler Building
Art Deco – Trappenhuis in het Chrysler Building

Avant-garde

Avant-garde verwijst in het algemeen naar een generatie jonge kunstenaars die met nieuwe vormen experimenteren. Zij doen dit zowel in de schilderkunst, muziek, literatuur, poëzie, film, theater en moderne dans. Bij uitbreiding heeft het begrip ook betrekking op de vernieuwende stromingen zelf. Zo spreekt men van een avant-gardecomponist en een avant-gardecineast, maar ook van avant-gardemuziek en een avant-gardefilm.

De term avant-gardisme is voor het eerst gebruikt voor een groep controversiële kunstenaars van links-pacifistische signatuur. Zij komen in 1916 bijeen in het Cabaret Voltaire te Zürich om daar de eerste dadaïstische voorstellingen te geven.

Avant-gardisten experimenteerden met nieuwe kunstvormen, door de artistieke procedés van hun voorgangers radicaal af te wijzen. De wil om te vernieuwen was allesbepalend. Tegelijkertijd werden met een metafysische inslag ook elementen uit eerdere perioden, zoals de romantiek en het symbolisme, meegenomen.

Voorbeelden in de schilderkunst: Impressionisme, COBRA, Constructivisme, Dadaïsme, Expressionisme, Fluxus, Futurisme, Happening, Kubisme, Modernisme, Popart, Postmodernisme, Suprematisme en Surrealisme

Nederlandse schrijvers: Theo van Doesburg, Hendrik Marsman, E. du Perron en Paul van Ostaijen


Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Bauhaus

Het Bauhaus was een opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten. Het was gevestigd van 1919 tot 1932 in Weimar, later in Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

In 1919 liet Walter Gropius zijn school, samen met de Grossherzoglich-Sächsische Kunstgewerbeschule opgaan in het nieuwe Staatliches Bauhaus Weimar. Zijn zowel theoretisch als praktisch toegepaste programma was een synthese van plastische kunsten, ambachtelijke techniek en industrie.

The van Van Doesburg had samen met Piet Mondriaan in 1917 de kunstbeweging De Stijl heeft opgericht. Vooral onder invloed van de van Van Doesburg evolueerde Bauhaus van het expressionisme naar het modernisme.

De eigen uitgave van de Bauhausbücher draagt uiteraard bij tot de bekendheid van het Bauhaus. Hier in zijn geschriften te vinden van onder andere Piet Mondriaan, Theo van Doesburg, Wassily Kandinsky, Paul Klee, Kasimir Malevitch en Gropius zelf

In 1928 verliet de stichter Gropius het Bauhau. Hannes Meyer volgt hem op en in 1930 op is deze zijn beurt opgevolgd door Ludwig Mies van der Rohe.


Cobra

De Cobragroep (1948-1951) was van 1948 tot 1951 een avant-gardebeweging van kunstenaars uit Denemarken, België en Nederland. De beweging is op 8 november 1948 opgericht in het Café Notre-Dame in Parijs. De naam CoBrA is een acroniem van de hoofdsteden waar de oprichtende leden vandaan komen: Copenhague, Bruxelles en Amsterdam.

Een aantal van haar schilderende leden verwerven grote internationale bekendheid. Dit zijn bijvoorbeeld de Belg Pierre Alechinsky, de Denen Asger Jorn en Carl-Henning Pedersen en de Nederlanders Karel Appel, Constant en Corneille. De werkwijze en de maatschappelijke ideeën van deze groep ontwikkelen zich na 1951 verder en houden een lange nawerking hebben in vele Europese landen.

De Cobra-kunstenaars wensen in hun werk een vrije, spontane uitdrukkingswijze te bereiken. Hierbij willen zij terug keren naar de bron van het scheppen. Zij laten zich daarbij niet alleen inspireren door tekeningen en schilderijen van kinderen en geesteszieken.  Ook door het eigen handschrift als meest persoonlijke uiting en daarop aansluitend door oosterse kalligrafie zijn hierbij van belang. Daarnaast zagen zij de in het begin van de 20e eeuw werkende schilders Pablo Picasso, Paul Klee, Joan Miró en Wassily Kandinsky als hun grote voorgangers in de moderne kunst.

Met hun spontane werkwijze en beïnvloed door de ideeën van Karl Marx richtten de theoretici van de groep, Jorn, Christian Dotremont en Constant Nieuwenhuys, zich op een nieuwe maatschappij. Hierin is de kunst niet alleen vóór iedereen, maar moet ook dóór iedereen zou worden gemaakt. Wanneer eenmaal de esthetische normen van de klassenmaatschappij  zijn afgeworpen, kan de natuurlijke drang tot expressie los breken. Zo kan een alomvattende volkskunst opbloeien. Kunst en leven zouden één worden.

Karel Appel - Vragende kinderen in een 3-dimensionale versie (1949)
Karel Appel – Vragende kinderen in een 3-dimensionale versie (1949)

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Constructivisme

Constructivisme is een kunstvorm in de periode van 1919 tot 1934, met belangrijke wortels in Rusland.

In de schilderkunst speelt, kort voor de Eerste Wereldoorlog, de Russische avant-garde een opvallend belangrijke rol in de ontwikkeling van de abstracte kunst. Uit het rayonisme van Mikhaïl Larionov en het suprematisme van Kazimir Malevitsj puurde Vladimir Tatlin het bekende constructivisme.

Uitgaand van de collage-techniek van Pablo Picasso brengt hij het reliëf in de onderwerploze kunst. Hij exposeert zelfs zwevende constructies. Volgens quasi mathematisch-technische principes werden door de constructivisten vooral geometrische vormen in compositie gebracht en werd gewild afgezien van enige subjectieve expressie.

Het was vooral hun ontzag voor machines, de architect en de toegepaste technische constructies waardoor de constructivisten werden meegesleept.  Hierin zien zij een houvast voor hun streven naar duidelijkheid en exactheid en tegen subjectief individualisme.

Schilderen was voor de constructivisten in de eerste plaats een objectieve studie. Een halsstarrig doorvoeren van de strengste vereenvoudiging van de schilderkunstige middelen, tot er ten slotte niets meer overblijft dan het bekende vierkante zwarte vlak van Malevitsj.

Van hieruit werd de schilderkunst vanaf de basis opnieuw opgebouwd. Niet naar subjectieve uitingsbehoeften, maar naar de meest basale mogelijkheden.  Deze zijn af te leiden van het zwarte vierkante vlak, de zogenaamde constructivistische of suprematistische elementen.

Voorbeelden van constructivistische elementen

Deze constructivistische elementen zijn bijvoorbeeld: twee zwarte vlakken naast en tegen elkaar: een horizontale verlenging van het zwarte kwadraat. Denk ook aan een zwart vierkant recht boven en tegen een ander, een verticale verlenging van het zwarte kwadraat.

Vervolgens de cirkel, de driehoek, enzovoort. In vele manifesten en avant-gardistische programma’s zijn de ingewikkelde en uiteraard theoretisch filosofische discussies van de constructivisten vastgelegd. Dit gebeurt met name in de periode van 1915 en 1920.

Langs het Bauhaus in Weimar met El Lissitzky en De Stijl van Theo van Doesburg en Piet Mondriaan in Leiden dringt het constructivisme na de oorlog in West-Europa door. Terwijl Mondriaan zijn horizontaal-verticale composities creëerde, brengt Van Doesburg met diagonalen een meer dynamisch constructivisme.


Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Dadaïsme

Het dadaïsme of kortweg dada was een culturele beweging die tijdens de Eerste Wereldoorlog begon in Zürich in het neutrale Zwitserland.

De beweging was ongeveer tussen 1916 en 1920 op haar hoogtepunt. De kunstenaars van dada hielden zich bezig met mengvormen van beeldende kunst, poëzie, theater en grafisch ontwerp. De beweging toont qua geesteshouding verwantschap met het nihilisme door het opzettelijk irrationele en het ondergraven van de algemeen geaccepteerde standaarden.

Hoewel de beweging slechts korte tijd heeft bestaan, is haar invloed zeer groot geweest. Dada is een kunst net onder de realiteit. Kunstenaars hielden zich bezig met het gebruik van voorwerpen die eigenlijk al bestonden. Zij maakten er net iets anders van dan het eigenlijk moest voorstellen.

In Keulen vond de Zürichse groep een sterk dadaïst in Max Ernst, die daar bevriend was met Arp en met Johannes Baargeld. Even verderop werkte Kurt Schwitters in Hannover zijn Merz-collages uit. Hij hield contact met Theo van Doesburg, die in Nederland de dada-vlag hooghield en Wat is Dada? uitgaf. In 1923 voerden zij langs een aantal Nederlandse plaatsen de zgn. ‘Dada-tournee of -veldtocht’ uit.

In Parijs ging men aanvankelijk van de literatuur uit met André Breton, die later een belangrijke rol zal spelen in het surrealisme. Philippe Soupault, Paul Eluard en Louis Aragon waren de medespelers. Het was eerst tussen 1920 en 1922 dat de dada-exposities aan bod kwamen.

In Parijs ook kwam de onenigheid tussen Breton en Tzara aan het licht. Toen Breton, in 1924, zijn Premier manifeste du Surréalisme uitbracht, was het meteen gedaan met het dadaïstische anarchisme.

In België vertoonde dichter Paul van Ostaijen in zijn grotesken en in de bundel Bezette stad dadaïstische trekken, terwijl Paul Joostens het beeldende aspect uitwerkte.

Theo van Doesburg - affiche voor Dada-Soiree in 1922
Theo van Doesburg – affiche voor Dada-Soiree in 1922

Fauvisme

De benaming komt van fauves: wilde dieren en werd door de Franse journalist-criticus Louis Vauxcelles gegeven aan de kunstenaars die zich in 1905 schaarden rond Henri Matisse in het Herfstsalon in Parijs. Dat waren: Raoul Dufy, Albert Marquet, André Derain, Georges Braque, Maurice de Vlaminck en later Kees van Dongen.

Matisse omschrijft het louter picturale karakter als ‘de inspanning om het schilderen uitsluitend te herleiden tot de kleur en enkele fundamentele elementen, voornamelijk lijnen en ritmen’.

Kenmerken van het Fauvisme zijn: de vormen zijn vereenvoudigd, het
kleurgebruik is fel. duidelijke lijnen, nauwelijks plasticiteit, licht-suggestie en ruimte-werking, door de kleur zijn het vrolijke schilderijen.

Alle fauvistische schilderijen zijn allereerst kleur. Henri Matisse was een van de eerste fauvisten en heeft grote invloed op de moderne kunst uitgeoefend.

Henri Matisse - La fenêtre ouverte à Collioure
Henri Matisse – La fenêtre ouverte à Collioure

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Kubisme

Het kubisme is een stroming binnen de moderne kunst van het begin van de 20e eeuw. Het is een van de vier grote schilderstijlen (naast het dadaïsme, het expressionisme en de abstracte kunst) in de Europese schilderkunst van de 20e eeuw. Het kubisme vierde zijn hoogtijdagen als avant-gardekunststroming in de periode van 1906 tot ca. 1920.

Van de 19e-eeuwse schilder Paul Cézanne, een voorloper van het kubisme, is de uitspraak dat alle vormen in de natuur in feite zijn opgebouwd uit een aantal oervormen zoals bol, kegel, cilinder en kubus. In het werk van Paul Cézanne wordt het klassieke perspectief losgelaten en worden kleuren gebruikt om het gevoel van diepte te creëren. Heldere kleuren staan op de voorgrond en donkere kleuren op de achtergrond.

Het belangrijkste – en vernieuwendste – aspect van het kubisme is dat het in eerste instantie om een nieuwe manier van kijken gaat. De oude vragen: ‘Hoe leg ik mijn waarnemingen vast?’ en ‘Hoe geef ik een driedimensionale ruimte weer op een tweedimensionaal vlak?’, die ooit tot de ontdekking van het meetkundig perspectief leidden, werden nu gevolgd door nieuwe vragen: ‘Kan ik volstaan met weer te geven wat ik door één oog zie?’ en ‘Kan ik mijn waarneming vertrouwen?’

Kenmerken van het kubisme zijn: afgevlakt volume, verwarrend perspectief, collage, meerdere standpunten, stilleven, analytisch, synthetisch.

Voorbeelden in de schilderkunst: Pablo Picasso, Georges Braque, Juan Gris, Kazimir Malevitsj, Umberto Boccioni en Piet Mondriaan

Juan Gris - Portret van Pablo Picasso (1912)
Juan Gris – Portret van Pablo Picasso (1912)

Magisch realisme

De term magisch realisme, ook wel fantastisch realisme, wordt zowel in de schilderkunst als de literatuur gebruikt. Het is een richting in de kunst waarin een poging wordt gedaan de werkelijkheid te verbinden met een andere of hogere werkelijkheid, waardoor hallucinerende beelden of droomeffecten ontstaan.

Hierdoor is het magisch realisme verwant aan het surrealisme dat ook vervreemdende effecten beoogt door min of meer realistische voorstellingen in ongewone verbanden en omgevingen te plaatsen.

Voorbeelden van Nederlandse schilders: Escher, Carel Willink (die zijn werk liever imaginair realisme noemde), Pyke Koch, en Dick Ket

Voorbeelden in de Nederlandse literatuur: Hubert Lampo voorbeelden zijn ‘De zwanen van Stonehenge’ en De Komst van Joachim Stiller, Johan Daisne vooral in ‘De trein der traagheid’, Simon Vestdijk met ‘De kellner en de levenden’ en Ferdinand Bordewijk vooral in de vroege verhalen

Carel Willink - Zeppelin Medium
Carel Willink – Zeppelin Medium

Minimal Art

Minimal Art ontwikkelde zich in de Amerikaanse beeldende kunst jaren zestig van de 20ste eeuw. De term heeft betrekking op de eenvoudige vormen van de veelal driedimensionale objecten. Zo wordt gebruik gemaakt van kubussen, rechthoeken en vierkanten en dikwijls van de herhaling van een aantal identieke vormen binnen één project. Bij sommige minimal-kunstenaars vallen de grote objecten op.

Aan de minimal art verwante stromingen zijn Colourfield painting en Hard-edge.

Voorbeelden van kunstenaars in de stijl van Minimal Art zijn Sol LeWitt, Donald Judd en Robert Morris

Sol LeWitt - Minimal Art
Sol LeWitt – Minimal Art

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Nervia

De kunstenaarsgroep Nervia ontstond in 1928 tijdens een bijeenkomst van initiatiefnemers bij de Waalse schilder Louis Buisseret, die het jaar nadien directeur van de kunstacademie te Mons zou worden. Die andere initiatiefnemers waren de Waalse schilder Anto Carte en de niet-schilder Lon Eeckman.

Nervia werd geen vernieuwersbeweging. Men keerde zich eerder af van de al te excessieve avant-gardebewegingen en opteerde voor een herwaardering van het classicisme met hooguit licht kubistische trekken.

Louis Buisseret - La voix du silence
Louis Buisseret – La voix du silence

Nieuwe zakelijkheid

De nieuwe zakelijkheid (Duits: Neue Sachlichkeit) (1918-1933) was een stilistische reactie binnen de kunsten op het expressionisme dat eraan vooraf was gegaan.

De stroming vond haar oorsprong in de jaren 20 in en rondom het Bauhaus in Duitsland, dat daarmee van zeer grote betekenis is geweest voor allerlei zaken die tegenwoordig zeer alledaags zijn, zoals stalen meubels, roestvrijstalen bestek en hoogbouw met veel glaswerk aan de buitenkant.

De nieuwe zakelijkheid binnen de schilderswereld werd het bekendst, met namen als Otto Dix en George Grosz. Binnen de schilderkunst van de nieuwe zakelijkheid zijn drie onderstromingen te onderscheiden (die soms aansluiten bij al eerder bestaande stromingen): verisme, classicisme en magisch realisme.

Een prominente Duitstalige auteur binnen deze stroming is bijvoorbeeld Bertolt Brecht.


Popart

Popart is een kunststroming die tegelijkertijd, maar los van elkaar, is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika in het midden van de jaren vijftig en haar hoogtijdagen beleefde in de jaren zestig van de 20e eeuw.

De naam is een afkorting, geïntroduceerd door de Britse criticus Lawrence Alloway, die deel uitmaakte van een groep kunstenaars, architecten en critici, the Independent Group, die elkaar ontmoetten in het ​​Institute of Contemporary Art in Londen.

Alloway gebruikte de term in 1949 als afkorting van het begrip popular mass culture, dit is alles wat tot geïndustrialiseerde massacultuur behoort. Het kunstwerk van de Engelsman Richard Hamilton “Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different, So Appealing?”, een collage uit 1956, wordt algemeen beschouwd als het begin van de popart.

Popart was een kunststroming die voortkwam uit een bepaalde tijdgeest, namelijk die van de vrijheid, seksuele revolutie en vrouwenemancipatie. De popart zette zich gedeeltelijk af tegen het Amerikaanse abstract expressionisme.

Het hyperserieuze en -conceptuele karakter van deze kunststroming was de ideale voedingsbodem voor een reactionaire beweging als de popart. Omdat kunstenaars van het abstract expressionisme het museum zagen als de ideale elitaire plek voor hun kunstwerken was de logische reactie dat de popart de kunst naar de mensen wilde brengen. Veel popartwerken zijn op de eerste plaats decoratief en hebben nauwelijks een diepere boodschap.

Bekende kunstenaars van Popart: Andy Warhol, George Segal, Roy Lichtenstein, Claes Oldenburg en David Hockney

Roy Lichtenstein - Whaam! (1963)
Roy Lichtenstein – Whaam! (1963)

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Sociaal realisme

Onder het realisme, een kunst- en cultuurstroming reagerend op de symboliserende allegorische verstarring van het classicisme, sinds het midden van de 19e eeuw, erkent men het sociaal realisme, zowel in de schilderkunst als in de beeldhouwkunst.

Bij het realistisch uitbeelden van de natuur en het leven van mens, dier en plant erin, creëert men het accentueren van een aanklacht tegen sociaal schrijnende omstandigheden, waaraan het onderwerp het hoofd dient te bieden. Deze emotionele geladenheid wordt de wegbereidster tot het latere expressionisme, zowel het figuratieve als het lyrisch abstracte, uit de 20e eeuw.

Voorbeelden: Gustave Courbet (1819 – 1877), de visserstypes van Jozef Israëls (1824 – 1911), Ilja Repin (1844 – 1930), de boerenfiguren van Vincent Van Gogh (1853 – 1890) en in de literatuur bijvoorbeeld de Fransen Pierre-Joseph Proudhon (1809 – 1865) en Émile Zola (1840 – 1902)

Ilja Repin - Vissersmeisje (1874)
Ilja Repin – Vissersmeisje (1874)

Surrealisme

Het surrealisme is een kunststroming in de moderne kunst ontstaan als literaire stroming in het begin van 1920. Het hoogtepunt van het surrealisme ligt in de periode tussen 1925 en 1940. Ook vandaag de dag is het surrealisme nog steeds aanwezig en actief. Het is te zien in zowel schilderkunst, beeldhouwkunst en in de literatuur,

Het is de Franse schrijver en essayist André Breton, die in 1924 zijn opvattingen omtrent het surrealisme in de kunst te boek stelt. Hij doet vooral in de schilderkunst en de literatuur,  in het Manifest van het Surrealisme, in het Frans Manifeste du surréalisme. Over de relatie tussen het surrealisme en de schilderkunst publiceert hij in 1928 Le surréalisme et la peinture. Dit werk is in 1965 met vele nieuwe toevoegingen nogmaals uitgegeven.

Het surrealisme is een van oorsprong literaire stroming.  Het is in 1924 in het manifest van André Breton gedefinieerd als:

‘Automatische spontaneïteit in zijn meest pure vorm, waarin men probeert – verbaal, door het geschreven woord, of in welke vorm dan ook – de manier van denken te laten zien, geleid door fantasie, zonder enige controleerde ratio en los van morele waarden.’

Er zijn slechts enkele films die door André Breton als surrealistisch zijn betiteld. Dat zijn Un chien andalou en L’âge d’or van Luis Buñuel.

https://youtu.be/054OIVlmjUM

Daarnaast is er het controversiële L’imitation du cinéma van de Belg Marcel Mariën dat een invloed had op Jan Bucquoy met de film Camping Cosmos. Regisseur David Lynch maakt eveneens surrealistische films zoals Lost Highway, Mulholland Drive en Inland Empire.

De Nederlandse variant van het surrealisme

Een Nederlandse variant is te typeren als rationeel of gecontroleerd surrealisme. Voorbeelden van dit type surrealisme zijn verhalen in de bundels De wingerdrank (1937), Vertellingen van generzijds (1950) en Studiën in volksstructuur (1951) van F. Bordewijk. Ook de droomverhalen van W.F. Hermans in de bundels Moedwil en misverstand (1948), Paranoia (1953) en Een landingspoging op Newfoundland (1957) behoren tot dit gecontroleerd surrealisme.

Voorbeelden van belangrijke surrealistische werken zijn: Het kleden van de bruid (1940) van Max Ernst, Vrouw met doorgesneden keel (1932) van Alberto Giacometti, De rode toren (1913) van Giorgio de Chirico, De stem van de ruimte (1931) van René Magritte, De volharding der herinnering (1930) en De geboorte van de vloeibare begeerten (1931-1932) van Salvador Dalí.

Salvador Dali - De volharding der herinnering / La persistència de la memòria - Salvador Dali - 1931
Salvador Dali – De volharding der herinnering / La persistència de la memòria – Salvador Dali – 1931

Alle kunststromingen in de 20ste eeuw


Symbolisme

Het symbolisme is een siècle een stroming in de beeldende kunst, muziek en literatuur. Het bereikt zijn hoogtepunt bereikte tussen 1880 en 1910. In eerste instantie vooral in Frankrijk, maar spoedig daarna ook elders in Europa. Het ontstaan van het symbolisme is te zien als een reactie op het rond 1850 dominante realisme en naturalisme in de kunst.

Verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie staan centraal. Het symbolisme kenmerkt zich door een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het ongewone en het onverklaarbare. Het symbool staat daarbij centraal, en is een zintuiglijk waarneembaar teken dat verwijst naar een poort naar de niet-zintuiglijke wereld.

De innerlijke, irrationele ervaringen worden belangrijk, met de nadruk op droombeelden en de dood. Vormen van machteloosheid, loomheid en decadentie roepen een sfeer op van onheilsverwachting en dreiging.

De term symbolisme verwijst niet zozeer naar een bepaalde stijl (vorm) als wel naar een wijze van benadering (inhoud). In de schilderkunst is de term toegepast op zeer verschillende stijlen. Deze stijlen hebben gemeen dat ze het realisme en het naturalisme afwezen.

Verbeeldingskracht, spiritualiteit en intuïtie kwamen centraal te staan. Er was sprake van een sterke hang naar het verleden en een gerichtheid op het onderbewuste, het esoterische en het onverklaarbare. Symbolisten wilden niet afstandelijk observeren, ze zochten vooral naar het bijzondere, het fantastische.

Paul Gauguin - La vision après le sermon (1888)
Paul Gauguin – La vision après le sermon (1888)

advertentie

Geef een reactie