Belangrijkste filosofische stromingen – Een overzicht

Belangrijkste filosofische stromingen
Belangrijkste filosofische stromingen

Belangrijkste filosofische stromingen

In het Oudgrieks is het woord philosophía een samenstelling van de woorden voor liefde, philo en voor wijsheid, sophía. Zie hier een overzicht van de belangrijkste filosofische stromingen.


Lees hier ->>> meer over filosofie op deze website.


Belangrijkste filosofische stromingen


Absurdisme

Het absurdisme is een filosofische stroming waarin wordt gesteld dat het leven in essentie geen betekenis heeft. Het is onmogelijk rationeel te verklaren waarom er leven is en dat iedere poging om de essentie van het heelal te ontrafelen gedoemd is te mislukken. Volgens absurdisten is het menselijk lijden het resultaat van vergeefse pogingen door individuen om reden of betekenis in de absurde kloof van het bestaan te vinden. Het idee van absurdisme wordt weerspiegeld in diverse kunstvormen.

Het absurdisme was een afsplitsing van het existentialisme. De Franse filosoof en schrijver Albert Camus brak met deze filosofische stroming en publiceerde zijn manuscript De mythe van Sisyphus, waarin hij de vraag van de zin van het leven behandelde en de mythe van Sisyphus gebruikte als metafoor voor het leven zelf.


Agnosticisme

Het agnosticisme is de filosofische bedenking dat kennis van (een) hogere macht(en) niet zeker kan zijn, omdat deze niet (met de wetenschappelijke methode) te bewijzen is. Een agnost is iemand die geen overtuiging heeft jegens het wel of niet bestaan van (een) bovennatuurlijk(e) macht(en). In de negentiende eeuw ontstond de term agnosticisme als noemer voor de overtuiging dat de kenbare werkelijkheid geen aanleiding geeft om het bestaan van God te veronderstellen.


Atheïsme

Het Atheïsme kent meerdere, elkaar soms overlappende, soms uitsluitende betekenissen. Het begrip omvat vrijwel altijd de afwezigheid van geloof in een of meer goden. Om haar wetenschappelijke bruikbaarheid als overkoepelend begrip wordt daarom deze definitie gehanteerd in het Oxford Handbook of Atheism (2013).


Communautarisme

De term communitarisme of communautarisme komt van het Latijn: communio, dat gemeenschap betekent. Het staat voor een stroming in de politieke en sociale filosofie, die kritisch staat tegenover het moderne kapitalisme en liberalisme en die omstreeks 1980 ging reageren op de politieke filosofie van John Rawls. Belangrijke vertegenwoordigers zijn Alasdair MacIntyre, Michael Walzer, Benjamin Barber, Charles Taylor en Amitai Etzioni.

Communitaristen zijn van mening dat alleen een in een gemeenschap ingebedde mens, in staat is zich een oordeel te vormen over de grondslagen van wat gerechtigheid is: alleen waar gemeenschappen bestaan, kunnen zich voorstellingen van gedeelde waarden en normen ontwikkelen, concepties van wat goed en kwaad is en alleen daar kan daarover ook in politieke zin zinvol onderhandeld worden.

Communitaristen beklemtonen de afhankelijkheid van de mens van de gemeenschap, wat in scherpe tegenstelling staat met de liberalistische opvatting, voor zover die het primaat eenzijdig legt bij het onafhankelijke individu. De communitaristen sluiten een onafhankelijk oordeel van het individu binnen de gemeenschap niet uit, maar geven er de voorkeur aan om te spreken van een sociaal individu.


Creationisme

Het creationisme, begrepen in de zin van scheppingsleer, is de religieus geïnspireerde overtuiging of opvatting dat het universum en de Aarde maar ook alle planten en dieren alsmede de mens hun ontstaan te danken hebben aan een scheppingsdaad. Deze scheppingsdaad impliceert een schepper en kan gezien worden als een vrij plotseling en eenmalig gebeuren dan wel als een geleidelijk en voortgaand proces.


Determinisme

Determinisme is een filosofisch concept dat stelt dat elke gebeurtenis of stand van zaken niet zomaar willekeurig is, maar een reden heeft. Die reden kan in het verleden liggen, in dat geval spreekt men van causaal determinisme. Het kan ook juist in de toekomst liggen, in dat geval spreekt men van teleologisch determinisme. Het causaal determinisme veronderstelt dat de toestand van het heden veroorzaakt is door eerdere gebeurtenissen volgens de causale wetten die de wereld regelen en beheersen. Binnen het causaal determinisme zijn er echter veel verschillende standpunten in te nemen.

Een deterministische theorie is een wetenschappelijke theorie volgens welke in een gegeven situatie slechts één enkele toestand gerealiseerd kan worden, afhankelijk van het tijdstip en de specifieke omstandigheden. Voorbeelden van dergelijke theorieën zijn de wetten van Maxwell en Einsteins relativiteitstheorie.


Dualisme

Dualisme is het uitgaan van het bestaan van twee tegenover of naast elkaar bestaande, tot niets anders meer te herleiden grondbeginselen. Dit ter verklaring van op geen enkele andere manier te begrijpen antropologische, ethische of kosmische tegenstellingen. In deze betekenis is het een begrip dat in de filosofie en de theologie wordt gebruikt.

Allereerst het antropologische dualisme, dat betrekking heeft op de tegenstelling lichaam (en zijn sterfelijkheid) en ziel (en zijn onsterfelijkheid) van de mens. Plato was de eerste filosoof die dit dualisme vaststelde.

Het ethisch dualisme concentreert zich op de tegenstelling Goed en Kwaad. Een voorbeeld van dit dualisme in de theologie is het manicheïsme: Goed (= God) en Kwaad zijn afzonderlijke en aan elkaar tegengestelde entiteiten. Immers, het Kwaad is aanwezig in de wereld, maar kan niet afgeleid worden uit God. Deze is immers oneindig Goed en kan nooit het Kwaad in de wereld hebben gebracht.

De derde stroming is het kosmisch dualisme dat zich bezighoudt met de tegenstellingen tussen geest en materie, eindigheid en oneindigheid, tijdelijkheid en eeuwigheid.


Epicurisme

In de filosofie van Epicurus is persoonlijk geluk het hoogste goed in het menselijk leven. Centraal hierbij staat het vermijden van pijn en verdriet. Als de filosofie ons niet van onze angsten zou bevrijden, met name van onze angst voor de goden en voor de dood, dan zou er geen reden zijn om haar serieus te nemen. Dit betekent, dat de rest van Epicurus’ filosofie in dienst staat van deze ethiek. Een logica of politieke filosofie heeft hij niet ontwikkeld.


Fenomenologie

De fenomenologie is een filosofische stroming in de hedendaagse filosofie ontstaan op de grens van de 19e en 20e eeuw, die uitgaat van de directe en intuïtieve ervaring van fenomenen, en hieruit de essentiële eigenschappen van ervaringen en de essentie van wat men ervaart probeert af te leiden.

Centraal staat de notie van intentionaliteit: het denken of de ervaring is altijd gericht op iets (anders). De fenomenologie stamt uit de School van Brentano (genoemd naar Franz Brentano) en is voornamelijk gebaseerd op het werk van zijn belangrijkste leerling Edmund Husserl. Ze wordt meestal geplaatst binnen de continentale filosofie. Later werd de fenomenologie verder ontwikkeld door Max Scheler, Adolf Reinach en in de existentiële fenomenologie met onder anderen Martin Heidegger, Maurice Merleau-Ponty en Jean-Paul Sartre. Recentere filosofen, zoals Emmanuel Levinas en Jacques Derrida zijn ook sterk beïnvloed door de fenomenologie, maar hebben er tegelijkertijd ook sterke kritiek op.


Historicisme

Historicisme is de theorie die stelt dat de geschiedenis zich onwrikbaar en onvermijdelijk volgens vaste wetten, die kunnen worden ontdekt, naar een bepaalde eindsituatie beweegt. Het historicisme is dus vaak verbonden met het historisch determinisme of het idee dat er een uiteindelijk (eind)doel in de geschiedenis zit. Breder kan men onder historicisme ook het idee verstaan dat bepaalde concepten en ideeën slechts kunnen worden begrepen binnen hun specifieke tijdperk.

Het historicisme zou pas volledig ontwikkeld worden in de Romantiek, en met name in het werk van G.W.F. Hegel. Bekende moderne historicisten zijn onder anderen Auguste Comte, Johann Gottlieb Fichte, Karl Marx en Arnold Joseph Toynbee geweest. Bekende critici van deze stroming zijn Jean-François Lyotard en Karl Popper, voornamelijk diens werk The Poverty of Historicism (1957).


Idealisme

Idealisme is de verzamelnaam voor een aantal verschillende filosofische stromingen en standpunten, die de afhankelijkheid van de werkelijkheid van het bewustzijn benadrukken. De moderne wijsbegeerte plaatst het idealisme tegenover het realisme.

Het sceptisch idealisme werd door Descartes in de filosofie geïntroduceerd. Hij stelde vast dat we nooit zeker kunnen weten of de objecten die we waarnemen ook echt bestaan: al onze ervaring zou immers één grote droom of hallucinatie kunnen zijn.

Volgens Berkeley is een waargenomen object niet meer dan een verzameling zintuiglijke indrukken. Het is daarom, volgens Berkeley, absurd om aan te nemen dat een object los van een waarnemer bestaat.

Kant betoogt in zijn hoofdwerk, Kritik der reinen Vernunft, dat ruimte en tijd vormen zijn van onze zintuiglijkheid. Daarom vindt al onze waarneming van objecten plaats in ruimte en tijd. Omdat ruimte en tijd slechts zintuiglijke vormen van onze waarneming zijn, zijn de dingen op zichzelf –los van onze waarneming dus—niet ruimtelijk of in de tijd. Kant maakt onderscheid tussen de objecten van onze ervaring, verschijningen, en de objecten zoals ze onafhankelijk van onze waarneming zijn, de dingen op zichzelf.


Marxisme

Het marxisme is enerzijds een beschrijvende methode van de maatschappij en dan vooral de economie op basis van het historisch materialisme waarbij op dialectische wijze de klassenstrijd tussen de twee tegengestelde klassen van kapitaal en arbeid wordt benaderd. Anderzijds is het een normatieve benadering van die strijd waarbij de uitbuiting van het kapitalisme uiteindelijk plaats moet maken voor een communistische maatschappij.

Het is in eerste instantie gebaseerd op de ideeën en denkbeelden van Karl Marx en Friedrich Engels. Op het politiek-ideologische vlak vormt het marxisme de basis voor het moderne socialisme en communisme.


Materialisme

Materialisme is de filosofie die de werkelijkheid, ook emoties en andere processen in het menselijk brein, uiteindelijk herleidt tot materie, dit in tegenstelling tot het idealisme of het spiritualisme. Het ‘zijn’ brengt uiteindelijk het ‘denken’ voort. Bij kentheoretisch materialisme worden de objecten vanuit wetenschappelijk perspectief gereduceerd tot materie, zonder dat de filosofische uitspraak wordt gedaan dat deze objecten niets anders zijn dan materie.


Nihilisme

Nihilisme is binnen de filosofie een begrip dat wordt gebruikt om de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld aan te duiden. Het woord komt van het Latijnse “nihil” dat letterlijk “niets” betekent.

Volgens Nietzsche wordt het nihilisme gekenmerkt door:

  • Ongeldigheid van moraal, in de zin dat morele waarden geen absolute geldigheid hebben; moraal is subjectief.
  • Ongeldigheid van waarheid: objectieve eeuwige waarheden zijn niet kenbaar; waarheid is subjectief.
  • Er is geen god: een eeuwige macht bestaat niet; de mens staat alleen.

Eeuwige herhaling: de geschiedenis heeft geen doel. Om deze redenen wordt Nietzsche ook wel gezien als een existentialist. De weg uit het nihilisme ziet Nietzsche in de mogelijkheid van mensen om übermenschen te worden, die zich niets gelegen laten liggen aan bestaande conventies maar hun eigen waarden scheppen, hetgeen kan leiden tot een Umwertung aller Werte.


Objectivisme

Epistemologisch objectivisme is het onderdeel van het objectivisme van Ayn Rand dat zich bezighoudt met de vraag of men kennis kan verwerven en hoe.

Objectivisten zijn van mening dat de kennis alleen gevonden kan worden door het gebruik van logica. Die logica dient toegepast te worden op gegevens die verworven zijn door onze zintuigen. Het objectivisme verwerpt de gedachte dat kennis verworven kan worden door intuïtie of gevoel. Ook andermans meningen hebben geen zeggingskracht als deze niet gebaseerd zijn op rede.


Positivisme

Het positivisme is de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren. Kennis kan je dus enkel verwerven door het correct toepassen van de wetenschappelijke methode. Hierdoor wordt elke klassieke vorm van metafysica en andere kennisgronden verworpen. Kennis is alleen mogelijk aangaande de wereld der verschijnselen.

De term duidt op een filosofie die zich enkel op waarneembare feiten baseert (zie ook empirisme) en alle metafysische filosofie en theologie, alsook normatieve kennis of ethiek en breder alle kennis die niet zintuiglijk controleerbaar is, verwerpt. Dit koppelt men in het positivisme aan het typische geloof in de vooruitgang van de mensheid in de richting van een positieve, op praktijk gerichte wereldbeschouwing.

Positivisme gaat ook vaak gepaard met sciëntisme, de overtuiging dat de wetenschap een antwoord zal bieden op alle problemen. Deze stroming was vooral populair in de tweede helft van de 19e eeuw, maar kende in de 20e eeuw heroplevingen. Vaak is het de ‘impliciete filosofie van de wetenschapper’.

Een van de eerste positivistische denkers was Saint-Simon, wiens ideeën later verder uitgewerkt zouden worden door zijn volgeling Auguste Comte. Andere namen die zich bogen over het positivisme zijn Pjotr Lavrov, Ernst Mach, John Stuart Mill en C.S. Peirce

In de 20e eeuw weer meer interesse in de vorm van het logisch positivisme of logisch empirisme. De beweging Wiener Kreis, met filosofen als Rudolf Carnap en Otto Neurath, gaven er inhoud aan. Deze baseerden zich naast Comte op Ludwig Wittgensteins Tractatus Logico-Philosophicus (1922). Ze combineerden dit met het empirisme van David Hume.


Pragmatisme

Het pragmatisme is een filosofische stroming gekenmerkt door de focus op het verbinden van de praktijk met de theorie, die volgens het pragmatisme niet los van elkaar staan. Het bekendst is wellicht hun pragmatische theorie van de waarheid die stelt dat een opvatting waar is als het in de praktijk werkt. Waarheid wordt dus niet gedefinieerd aan de hand van een correspondentierelatie of coherentie, maar in termen van praktisch nut en maatschappelijk voordeel. Waarheid is iets dat niet vaststaat, maar mee-evolueert met de inzichten van een samenleving.

De vier voornaamste pragmatisten zijn C.S. Peirce, William James, John Dewey en G.H. Mead.


Rationalisme

Het rationalisme is een filosofische stroming die vertrekt vanuit het idee dat de rede de enige of voornaamste bron van kennis is. De werkelijkheid bevat volgens rationalisten een inherente redelijke en logische structuur die vanwege dit feit ook direct door het verstand gelezen kan worden zonder enige tussenkomst van iets anders dan het denken zelf. Dit in tegenstelling tot stelsels die voornamelijk op openbaring of traditie gebaseerd zijn of tot stelsels die de ervaring aanduiden als voornaamste kennisbron (empirisme).

De stroming gedijde vooral in de 17e eeuw op het vasteland, voornamelijk in Frankrijk en Duitsland, terwijl zijn tegenstander, het empirisme, vooral populair was in Groot-Brittannië. De grote namen binnen het rationalisme zijn René Descartes, Baruch de Spinoza en Gottfried Leibniz. Een tweede generatie rationalisten bestond uit Arnold Geulincx, Nicolas Malebranche en Christian Wolff.


Romantiek

Tijdens de romantiek werd de subjectieve ervaring als uitgangspunt genomen. Hierdoor kwamen introspectie, intuïtie, emotie, spontaniteit en verbeelding centraal te staan. Als bron van weten stelden romantici het niet direct zintuiglijk waarneembare boven de verstandelijk rationele kennis. Zij richtten zich daarbij op het verleden waarin het heden geworteld zou zijn en zonder welke wortels het heden niet gekend zou kunnen worden.


Solipsisme

Het solipsisme komt van het Latijnse solus, alleen, en ipse, zelf. Het is de overtuiging dat er maar een enkel bewustzijn bestaat: dat van de waarnemer. Het hele universum en alle andere personen waarmee we communiceren, bestaan slechts in de geest van de waarnemer.

Het solipsisme is een klassiek probleem binnen de geschiedenis van de westerse filosofie. Het komt ook in verschillende vormen voor in de oosterse religies en oosterse filosofie. Naast de sterke metafysische variant, die stelt dat er slechts één bewustzijn bestaat, is er ook nog de zwakkere epistemologische variant. Bij de laatste is er is slechts kennis mogelijk van het eigen bewustzijn en men kan nooit iets weten van (mogelijke) andere menselijke geesten.

De bekendste solipsistische zins is ongetwijfeld van René Descartes: ‘Ik denk, dus ik ben.’ In het Duitse idealisme speelde solipsisme een rol in het werk van Fichte en Hegel. Ook latere filosofen als Bertrand Russell hebben zich ermee beziggehouden.


Structuralisme

Het structuralisme is een theoretische benaderingswijze en intellectuele stroming binnen de sociale wetenschappen en hedendaagse filosofie die haar bloeitijd in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw kende. Men moet het echter niet zien als een uniforme stroming, maar als een groep filosofen en sociologen die een gemeenschappelijk vertrekpunt hebben: er zijn niet direct waarneembare of onbewuste structuren die ten grondslag liggen aan (alle) sociale verschijnselen. Deze structuren zijn verzamelingen van de relaties tussen de elementen waaruit de sociale werkelijkheid is opgebouwd.

Wie: Louis Althusser, Claude Lévi-Strauss, Jacques Lacan, Jean Baudrillard, Pierre Bourdieu


Utilitarisme

Het utilitarisme komt van het Latijn utilitas: nut, ook wel: utilisme. Het is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut. Dit waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan.

De specifieke filosofische stroming utilitarisme wordt meestal toegeschreven aan Jeremy Bentham. Bentham vond pijn en genot de enige intrinsieke waarden in de wereld: ‘De natuur heeft de mensheid onder het bestuur van twee soevereine meesters geplaatst, pijn en genot.’

In zijn beroemde korte werk, Utilitarianism (Utilitarisme), heeft John Stuart Mill aangevoerd dat de culturele, intellectuele en geestelijke geneugten van een grotere waarde zijn dan louter fysiek plezier, dit omdat de eersten door competente rechters hoger gewaardeerd worden dan de laatste. Een bevoegde rechter is, volgens Mill, een ieder die ervaring heeft in zowel de lagere als in hogere genoegens.