Advertentie

Belangrijkste Frans filosofen aller tijden

Frankrijk heeft in haar geschiedenis ook een aantal zeer vooraanstaande en geweldige filosofen voortgebracht. Het zijn er veel heel veel. Hier een een aantal van de allergrootsten en een korte beschrijving van de essentie van hun filosofie. Lees meer.

Advertentie

Lees hier ->>> meer over filosofie en over Frankrijk op deze website…


Belangrijkste Frans filosofen aller tijden

"<yoastmark


Belangrijkste Frans filosofen volgens The Guardian


1. René Descartes: vader van het ‘denken’

(1596-1650)

belangrijkste Franse filosofen: René Descartes
René Descartes

Bedacht dat de zintuigen ons enorm kunnen bedriegen, dus moeten we maar denken.

Bekend van: Cogito ergo sum (ik denk dus ik besta)


2. Voltaire: vader van de ‘Franse Verlichting’

(Parijs 1694 – 1778)

Voltaire
Voltaire

Voltaire, de pseudoniem van François Marie Arouet, was schrijver, essayist, filosoof en vrijdenker. Hij kan worden beschouwd als de belangrijkste voortrekker van de Franse Verlichting.

Voltaire’s ideeën kenmerken zich door een vooruitstrevend humanisme, rationalisme en felle kritiek op onrecht en de kerk.


3. Jean-Jacques Rousseau: vader van het ‘sociale contract’

(1712 – 1778)

Jean-Jacques Rousseau
Jean-Jacques Rousseau

Verlichtingsfilosoof met grote invloed op de literatuur, pedagogiek en politiek. Rousseau stelt bijvoorbeeld dat de mens van nature, en voorafgaand aan enige opvoeding, goed is. We worden door ervaringen in de maatschappij gecorrumpeerd. Volgens Rousseau waren ‘mensen slachtoffers van hun eigen gedrag, niet van de erfzonde’.

In zijn Du Contrat Social ou principes du droit politique, ofwel Het Maatschappelijk Verdrag, beschrijft hij het idee van de volkssoevereiniteit en de algemene wil. Dit is volgens Rousseau de enige en onbeperkte bron van het staatsgezag en daarmee van het recht. Niet meer een contract tussen individuen en de persoon die als soeverein over hen zal heersen zoals gangbaar tot in de zeventiende eeuw, maar een verdrag van vrije individuen die onderling besluiten een gemeenschap te vormen. Dit contract gaat in tegen het absolutisme.


4. Jules Michelet: vader van ‘historicisme’

(1798 – 1874)

Jules Michelet
Jules Michelet

Michelet introduceerde het historisme in de geschiedschrijving en geldt als een belangrijk geschiedfilosoof.

Historisten proberen door het gebruik van primaire bronnen terug te gaan naar wat er echt gebeurd is op een bepaald tijdstip. Ze gaan ervan uit dat de geschiedenis, gedeeltelijk, ‘kenbaar’ is. Zij proberen deze te reconstrueren door ‘objectieve’ gegevens te verzamelen, vaak uit uit schriftelijke bronnen.


5. Auguste Comte vader van ‘positivisme’

(1798 – 1857)

belangrijkste Franse filosofen: Auguste Comte
Auguste Comte

Compte was een van de eerste wetenschapsfilosofen en de grondlegger van het positivisme. Hij behoort ook tot de grondleggers van de sociologie. Zijn religie van de mensheid: ‘L’amour pour principe et l’ordre pour base; le progrès pour but’.

Het positivisme is de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren. Kennis kan dus enkel verworven worden door het correct toepassen van de wetenschappelijke methode. Hierdoor wordt elke klassieke vorm van metafysica, religie en andere kennisgronden verworpen: kennis is alleen mogelijk aangaande de wereld der verschijnselen.

De wetenschappelijke methode bestaat uit een aantal stappen die voor een ieder controleerbaar moeten zijn. Dit gaat als volgt:

  1. Waarnemen van een gebeurtenis en verzamelen van feiten.
  2. Bedenken wat er precies gebeurde en wat de oorzaak er van kan zijn. Deze verklaring wordt ook wel een hypothese genoemd.
  3. Toetsen van de hypothese door middel van een experiment.
  4. Kijken of resultaten van het experiment hetzelfde zijn als de hypothese.

Klopt het, dan is de hypothese een theorie geworden. Klopt het niet, dan moet de hypothese aangepast worden en er moet een nieuw experiment uitgevoerd worden.


6. Jean-Paul Sartre: vader van het Franse existentialisme

(1905 – 1980)

Jean-Paul Sartre
Jean-Paul Sartre

Jean-Paul Charles Aymard Sartre was een filosoof en schrijver van romans en toneelstukken. Het existentialisme volgens Sartre is een atheïstische filosofie waarin de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens centraal staan.

Het bestaan is volgens Sartre een dynamisch proces waarin een persoon zichzelf definieert door zijn acties en keuzes. Hij definieert zichzelf, omdat hem bij zijn geboorte geen essentie is geschonken. Vandaar Sartres veel geciteerde uitspraak: ‘Existentie gaat vooraf aan de essentie’.

God bestaat volgens Sartre net zo min als ‘de zin van het leven’. Sartre raadt ons aan om uit te gaan van de absurditeit van het bestaan: er is niets gegeven. De mens is volgens Sartre zomaar in een zinloze wereld geworpen en het komt er vervolgens op aan onszelf te ontwerpen. Hoe we dat doen, staat ons vrij.

Bron: Jean Paul Sartre op Filosofie.nl

Bekende uitspraak: ‘De mens is alleen datgene wat hij van zichzelf maakt.’


7. Alexis de Tocqueville: vader van het moderne politieke liberalisme

(1805 – 1859)

Alexis de Tocqueville
Alexis de Tocqueville

Burggraaf De Tocqueville was politiek filosoof en socioloog, historicus en staatsman. Hij geldt als theoretisch grondlegger van het moderne politieke liberalisme en visionair: Tocquevilles analyses van de moderne samenleving gelden nog steeds.

De Tocqueville is bekend als theoreticus van de democratie en waarschuwt ook voor de gevaren van democratie. Ook is hij een vroege criticus van de moderne massacultuur.


8. Simone de Beauvoir; moeder van het Frans feminisme

(1908 – 1986)

Simone de Beauvoir
Simone de Beauvoir

De Beauvoir was een filosofe, schrijfster en feministe. In 1949 verscheen haar hand bekendste boek: De tweede sekse. Hierin pleit zij voor de economische onafhankelijkheid van de vrouw. De gehuwde vrouw was volledig afhankelijk van de man en leefde volledig in een morele en psychische afhankelijkheid van de man; dat was voor haar onacceptabel. Haar opvatting: ‘Je bent niet als vrouw geboren, maar je wordt (tot) vrouw (gemaakt)’: ‘On ne naît pas femme, on le devient’.

Bekende uitspraak: ‘Maar de mens is gedoemd te leven; zijn eigen leven te leven.’


9. Claude Lévi-Strauss: vader van structuralisme

(1908 – 2009)

Claude Lévi-Strauss
Claude Lévi-Strauss

Lévi-Strauss was een cultureel antropoloog die werd beschouwd als een van de grote denkers van de twintigste eeuw. Hij heeft het structuralisme in de sociale wetenschappen grotendeels vormgegeven.

Het structuralisme is geen uniforme stroming, maar heeft een gemeenschappelijk vertrekpunt: er zijn niet direct waarneembare of onbewuste structuren die ten grondslag liggen aan (alle) sociale verschijnselen. Deze structuren zijn verzamelingen van de relaties tussen de elementen waaruit de sociale werkelijkheid is opgebouwd.

De cultuur is het geheel der regels, en het zijn de regels die door de antropoloog bestudeerd worden. Lévi-Strauss kiest de structurele taaltheorie als model: zoals het geheel aan onbewuste regels betekenis mogelijk maakt, zo zullen alle sprekende subjecten aan dergelijke regels onderworpen zijn. Hij bestrijdt de gedachte dat er zoiets bestaat als een primitieve cultuur. Elke samenleving heeft haar eigen geschiedenis en dynamiek.


10. Michel Foucault

(1926 – 1984)

Michel Foucault
Michel Foucault

Foucault was filosoof en bekend vanwege zijn politiek activisme in de jaren ’70 en ’80 en zijn analyses in de politieke filosofie. Hij onderzocht begrippen als disciplinemaatschappij, biopolitiek en biomacht.

Men plaatst hem in de continentale filosofie, het structuralisme en poststructuralisme, hoewel hij de termen niet met zichzelf associeerde. Foucaults colleges trokken overvolle zalen. Hij zou dit doen tot hij in 1984 aan aids-gerelateerde ziekte overleed.

Volgens Michel Foucault duidt de term disciplinemaatschappij op een maatschappij waar macht wordt uitgeoefend door diverse disciplinaire ‘apparaten’ (dispositifs). Tot dergelijke instituten behoren de school, de kazerne, de gevangenis, de kliniek en het gekkenhuis. Deze instituten kneden het individu en vormen zo het subject.

De disciplinemaatschappij vindt haar oorsprong in het vroegmoderne Europa maar kwam tot volledige bloei na de industriële revolutie: de vooruitgang in de wetenschappen, in de eerste plaats de geboorte van de moderne menswetenschappen, stelde machthebbers in staat hun onderdanen op wetenschappelijke wijze te besturen.


Belangrijkste Frans filosofen volgens La Philo


Belangrijkste Frans filosofen – vroegste:

René Descartes

Michel de Montaigne (1533 – 1592): Representant van het humanisme in de Renaissance. Hij is de eerste die bij de bespreking van allerlei morele en filosofische vraagstukken een psychologie van zichzelf schreef. Met zijn Essais werd hij de pionier van het literaire genre van het essay,

Blaise Pascal (1623 – 1662): Hij wordt vaak als tegenpool gezien van zijn tijdgenoot Descartes (1596-1650), die aan de basis stond van het rationalisme. Pascal zag de mens als een mysterie: het denken kan dan wel tot meer inzicht leiden, maar dat mysterie zal nooit geheel in begrippen te vatten zijn.


Verlichtingsfilosofen:

Montesquieu

Jean-Jacques Rousseau

Denis Diderot (1713 – 1784): Prominente persoonlijkheid in de radicale Verlichting. Hij was tussen 1750 en 1776 met Jean le Rond d’Alembert redacteur van de Encyclopédie. Hij schreef ongeveer 6.000 van de 72.000 artikelen.

Voltaire

Marquis de Sade (1740 – 1814): De woorden sadisme en sadomasochisme zijn van zijn naam afgeleid. Hij wordt gezien als de bekendste voorstander van het libertinisme.


Belangrijkste Frans filosofen – de 19e eeuw:

Henri-Louis Bergson (1859 – 1941) : Hij geldt samen met Friedrich Nietzsche en Wilhelm Dilthey als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vitalisme in de filosofie, dat een belangrijke rol speelde in de geschiedenis van de levensfilosofie. Vitalisme is de doctrine dat het leven niet alleen als mechanisme verklaard kan worden. Vaak wordt het onstoffelijke element aangeduid als de ‘essentiële vonk’ of energie.

Émile Durkheim (1858 – 1917): Hij kan als de eerste echte socioloog in Europa worden beschouwd. Durkheim heeft zich als wetenschapper vooral beziggehouden met het probleem van de sociale cohesie, een van de hoofdvragen in de sociologie.

Auguste Comte

Alexis de Tocqueville


Belangrijkste Frans filosofen – contemporain:

Alain, pseudoniem Émile-Auguste Chartier (1868 – 1951): Hij was een toonaangevende en invloedrijke theoreticus van radicalisme. Alain benadrukte het individualisme en probeerde de burger tegen de staat te verdedigen. Hij waarschuwde tegen alle vormen van macht – militair, administratief en economisch. Om zich tegen hen te verzetten, zette hij de kleine boer, de kleine winkelier, het kleine stadje en de kleine man op een voetsuk. Chartier idealiseerde het plattelandsleven en zag Parijs als een gevaarlijk archetype van macht.

Gaston Bachelard (1884 – 1962): Een centrale stelling van Bachelard is dat wetenschappelijke vooruitgang wordt bereikt door los te komen van de menselijke verbeelding. Alledaagse mijmeringen en metaforen spelen de rol van een epistemologisch obstakel (obstacle épistémologique). In die zin typeerde hij zijn eigen werk dan ook als een psychoanalyse van de objectieve kennis.

Jean Baudrillard (1929 – 2007): Een centraal begrip in zijn denken was het verschijnsel ‘hyperwerkelijkheid’ waarmee hij bedoelde dat wij in een ‘betekenisloze’ omgeving leven.

Jean-Paul Sartre

Albert Camus (1913 – 1960): Camus wordt over het algemeen gezien als de grondlegger van het absurdisme, een filosofie die gerelateerd is aan het existentialisme. Volgens het absurdisme zijn mensen fundamenteel rationeel en is het menselijk lijden het resultaat van vergeefse pogingen door individuen om rede of betekenis in een redeloos en zwijgend universum te vinden.

Simone de Beauvoir

Vladimir Jankélévitch (1903 – 1985): Jankélévitch schreef over betrokkenheid, onschuld en boosaardigheid, decadentie, leugens, paradox en moraliteit, oprechtheid, vergeving en ironie. Alleen de eenvoud van het hart, de sympathie uitgedrukt in goede bedoelingen, is het criterium volgens Jankélévitch van ethisch handelen. Dit omdat abstracte, algemeen bindende modellen van het denken geen recht zouden kunnen doen aan de ernst van het bestaan ​​en de subjectieve situatie.

Emile Lévinas : Philosophe moral


Vervolg contemporain

Claude Lévi–Strauss

Gilles Deleuze (1925 – 1995): Deleuze beschouwde zichzelf als een empirist en een vitalist. Hij wordt wel gezien als een postmoderne denker, maar wees zelf de notie van ‘postmoderniteit’. Filosofie was voor Deleuze een schepping van nieuwe ideeën en concepten in de wereld. Vooral in zijn latere werk was hij bijvoorbeeld zeer kritisch over de gangbare academische manier van filosoferen, met name de herhaling van oude denkers die daarin een belangrijke rol speelt. Zijn eigen opleiding typeerde hij zelfs als een ‘scholastiek erger dan de middeleeuwen’

Pierre Bourdieu (1930 – 2002): Bourdieu was een van de weinige grote sociologen die theorie en empirie met elkaar verbond. Hij verrichtte grootschalige onderzoeken door middel van zowel enquêtes als diepte-interviews en bronnenonderzoek en wist de vergaarde gegevens te gebruiken voor het opstellen van nieuwe, diepgaande theorieën.

Maurice Merleau Ponty (1908 – 1961): De kern van Merleau-Ponty’s filosofie bestaat uit de idee dat de waarneming een fundamentele rol speelt in ons begrijpen van de wereld alsook onze interactie ermee. Als fenomenoloog valt hij ook op doordat hij uitgebreid het debat aanging met de wetenschappen, en voornamelijk met de psychologie. Daarnaast legde Merleau-Ponty de nadruk op het lichaam als primair middel om de wereld te kennen, dit in tegenstelling tot de klassieke filosofische traditie die het bewustzijn als vertrekpunt van kennis aannam.

Guy Debord (1931 – 1994): Debord was diep geschokt door de hegemonie van regeringen en media over het dagelijks leven door massaproductie en consumptie. Hij bekritiseerde zowel het kapitalisme van het Westen als ook het dictatoriale communisme van het Oostblok. Dit vanwege het gebrek dat volgens hem aan autonomie dat door beide soorten overheidsstructuren aan individuen wordt toegestaan.


Beroemdste Frans filosofen volgens The Ranker

  1. Jean-Paul Sartre1905-1980)
  2. Michel Foucault (1926-1984)
  3. Albert Schweitzer (1875-1965)
  4. Simone de Beauvoir (1908-1986)
  5. Albert Camus (1913-1960)
  6. Henry David Thoreau (1817-1862)
  7. René Descartes (1596-1650)
  8. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778)
  9. Voltaire (1694-1778)
  10. Blaise Pascal (1623-1662)
  11. Auguste Comte (1798-1857)
  12. Montesquieu (1689-1755)
  13. Roland Barthes (1915-1980)
  14. Pierre Abélard
  15. Denis Diderot (1713-1784)
  16. Michel de Montaigne (1533-1592)
  17. Émile Durkheim (1858-1917)
  18. Claude Lévi-Strauss (1908-2009)
  19. Nicolas de Caritat, marquis de Condorcet (1743-1794)
  20. Simone Weil (1909-1943)
  21. Allan Kardec (1804-1869)
  22. Julien Offray de La Mettrie (1709-1751)
  23. Didier Eribon
  24. Pierre Bourdieu (1930-2002)
  25. Gabriel Marcel (1889-1973)
  26. Maurice Merleau-Ponty (1908-1961)
  27. Jean François Revel (1924-2006)
  28. Charles Péguy (1873-1914)
  29. Gilles Deleuze (1925-1995)
  30. Jean-François Lyotard (1924-1998)
  31. Tzvetan Todorov
  32. Jacques Derrida (1930-2004)
  33. Henri Bergson (1859-1941)
  34. Paul Valéry (1871-1945)
  35. Frédéric Bastiat (1801-1850)
  36. Michel Onfray
  37. Julia Kristeva
  38. Jean Bodin (1530-1596)
  39. Henry Corbin (1903-1978)
  40. Sarah Kofman (1934-1994)
  41. Arthur Koestler (1905-1983)
  42. Benny Lévy (1945-2003)
  43. Jean le Rond d’Alembert (1717-1783)
  44. Edouard Schure (1841-1929)
  45. Marcel Gauchet
  46. Pierre Hadot (1922-2010)
  47. Constantin-François Chassebœuf (1757-1820)
  48. Félix Guattari (1930-1992)
  49. Jacques Lacan (1901-1981)
  50. Baron d’Holbach (1723-1789)
advertentie