Advertentie

Desiré Delano (Desi) Bouterse

(Domburg (Suriname), 13 oktober 1945)


Bijnamen: Baas B. en Bouta

Advertentie

Desi Bouterse is de huidige president van Suriname en van 1980 tot 1988 was hij dictator van Suriname, daarnaast is hij veroordeeld voor drugshandel.


Zie hier ->>> 100 grootste criminelen van Nederland
Zie hier ->>> De Nederlands misdaadencyclopedie
Zie hier ->>> Alle Liquidaties in Nederland
Zie hier ->>> Boeken over Nederlandse criminaliteit
Zie hier ->>> Bijnamen van de verschillende criminelen uit binnen- en buitenland
Zie hier ->>> Meer interessante artikelen over criminaliteit op deze website


Desi Bouterse
Desi Bouterse

Jeugd, opleiding in Nederland en het Surinaamse leger

Desi Bouterse wordt op 13 oktober 1945 in Domburg geboren als de zoon van Desiré Juliaan Bouterse en Wilhelmina van Gemert. Hij het achterkleinkind van een Zeeuwse boer, die als soldaat naar Suriname komt en opzichter wordt van de plantage Vredenburg.

De precieze etniciteit is van Bouterse is niet bekend, maar zijn oma van vaders zijde is Indiaans en zijn oma van moeders zijde is Creools. Als kleuter verhuist Bouterse naar Paramaribo, waar hij wordt opgevoed door zijn tante. Na de lagere school komt hij terecht op het jongensinternaat St. Jozef, dat geleid wordt door de fraters van Tilburg. Later komt Bouterse terecht op de Middelbare Handelsschool in Paramaribo, die hij niet afmaakt.

Bouterse gaat werken voor het departement van transmigratie van Openbare Werken en Vervoer. Hij houdt zich bezig met de hervestiging van de Marrons, die moten wijken voor de bouw van het Brokopondo stuwmeer.

In 1968 reist Bouterse zijn vriendin Ingrid Figueira naar Nederland achterna. Ingrid is al een jaar eerder naar Nederland gegaan om een opleiding tot kleuterjuf te volgen. In Nederland dient Bouterse in het Nederlandse leger. Nadat zijn dienst erop zit, meldt hij zich aan bij de Koninklijke Militaire School in Weert. In deze periode blinkt Bouterse uit als sporter en wordt hij gekozen tot leider van het basketbalteam.

In 1970 trouwen Bouterse en Ingrid Figueira die elkaar als tiener al kennen in Suriname. Ze krijgen twee kinderen: Peggy en Dino (Steenwijk, 27 september 1972). Bouterse speelt in deze periode basketbal bij sportclub Alcides uit Meppel.

Hij werkt in Nederland als sportinstructeur en verdient wat bij met de verkoop van pornoboekjes. Bouterse heeft in Nederland op verschillende plaatsen gewoond, waaronder Rotterdam aan de Kruiskade, Havelterberg en Steenwijk bij het 47ste pantserinfanteriebataljon.

In oktober 1974 vertrekt Bouterse met zijn gezin uit Steenwijk naar het Duitse dorpje Zeven in de buurt van legerplaats Seedorf, waar hij gelegerd is.

Het gezin keert op 11 november 1975 terug naar Suriname, vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname die op 25 november van dat jaar wordt uitgeroepen. Bouterse helpt met de opbouw van het Nationaal Leger van Suriname. Hij werkt als commandant op het militaire opleidingskamp te Zanderij. Vervolgens wordt hij in 1979 door sergeant Roy Horb gevraagd om de toen pas opgerichte Bond voor Militair Kader (Bomika), een vakbond voor militairen, te leiden. Bouterse aanvaardt dit verzoek en wordt voorzitter van Bomika.


De Sergeantencoup

Tijdens de regeerperiode van het kabinet van Henck Arron Suriname verslechtert de economie Suriname. Hoge werkloosheid is hiervan het gevolg en toenemende ontevredenheid onder de bevolking. Premier Arron besluit daarop de verkiezingen te vervroegen naar 27 maart 1980, anderhalf jaar eerder dan gepland.

25 februari 1980 plegen zestien onder-officieren onder leiding van Bouterse en Roy Horb, één maand voor de vervroegde verkiezingen, een staatsgreep, de zgn. Sergeantencoup. Arron wordt afgezet en de militairen creëren de Nationale Militaire Raad (NMR) en Bouterse wordt de voorzitter hiervan. De NMR eigent zich de regering van het land toe en Bouterse functioneert als de facto leider van Suriname.

De militaire coup, die relatief zonder veel bloedvergieten verloopt met maar vier doden, wordt door de overgrote meerderheid van de bevolking niet bestreden. De Sergeantencoup is het begin van de dictatuur in Suriname die tot 1988 zal duren. Deze periode wordt gekenmerkt door:

  • hevige censuur en gebrek aan persvrijheid, er is een verbod op de verschijning van een aantal dagbladen;
  • een verbod van uitzending van verschillende radio- en televisiestations;
  • het aanwezig zijn van een avondklok, beperking van het recht van vergadering;
  • een verbod op politieke partijen en
  • het regelmatig schenden van mensenrechten.

De Decembermoorden en de Moiwana-slachting

Tijdens de dictatuur van Bouterse vinden er veel mensenrechtenschendingen plaats, waarvan de bekendste: de Decembermoorden. Op 7, 8 en 9 december 1982 worden 16 prominente critici op één na van het militair regime van Bouterse uit hun bed gelicht en gebracht naar Fort Zeelandia, hettoenmalig kantoor van Bouterse, waar ze gemarteld en vervolgens gefusilleerd worden.

Na de Decembermoorden van 1982 wordt de geldstroom die Nederland na de onafhankelijkheid in 1975 toezegt direct stopgezet. Suriname en Bouterse moeten dus op zoek naar andere bronnen van inkomsten.


Een andere slachting vindt plaats tijdens de Binnenlandse Oorlog. In het marrondorp Moiwana worden op 29 november 1986 ten minste 39 burgers slachtoffer, waarvan verschillende bronnen vermelden dat er mogelijk tot 153 doden zijn gevallen.

Zo ziet Bouterse zichzelf in november 2018
Zo ziet Bouterse zichzelf in november 2018

Drugscriminaliteit

De staatsgreep in Suriname valt samen met het tijdstip waarop de Colombiaanse drugskartels en ook cocaïnebedrijven in andere Zuid-Amerikaanse landen hun markt in Noord-Amerika hebben uitgepond en willen uitbreiden naar Europa.

Suriname kan zowel verkeerstechnisch zowel als geopolitiek geweldig dienst doen als tussenstation voor drugshandel. Onder leiding van Minister van Opbouw F.E. Essed is in de jaren zeventig het Surinaamse binnenland ontsloten om de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen ter hand te kunnen nemen.

Bij de Operatie Sprinkhaan worden in het oerwoud in Zuid en Zuid-West Suriname zeven air strips aangelegd. De coupplegers hebben nu bij deze vliegveldjes militaire politie geposteerd. De grenscontrole op de nationale luchthaven Zanderij en in de zeehavens is eveneens in handen van de militairen.

Dezelfde militaire politie ontving bij decreet in februari 1985 ook opsporingsbevoegdheid, wat zo ongeveer de reguliere politie uitschakelt. In feite hebben de militairen de belangrijkste verkeersknooppunten in handen.

Hoe de connectie met de grote drugshandelaren wordt gelegd is niet geheel duidelijk Wel weten we dat al in 1983 in Paramaribo Colombianen, Peruanen en Bolivianen worden waargenomen die opvallen door de kwistige fooien die worden uitgedeeld aan taxi-chauffeurs en hotelpersoneel.

Enkele Surinamers van nederige afkomst en opleiding blijken binnen korte tijd een groot vermogen te hebben opgebouwd en sommige (ex-)militairen, zoals Bouterse, zijn puissant rijk geworden en maken daar allerminst een geheim van.

Boereveen  gepakt voor drugshandel in Miami

In maart 1986 wordt Etienne Boereveen, de tweede man in het leger en vertrouweling van Bouterse, in Miami gearresteerd wegens drugshandel. Tijdens zijn rechtszaak laten de aanklagers een video zien waarop Boereveen de DEA-agenten  honderd hectare land en een cocaïnelaboratorium aanbiedt. Op de opnames vertelt hij de agenten dat hij en Bouterse de import van de voorraden zullen verzorgen en zaken met de politie regelen.

Borenveen wordt veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf en komt al in 1991 vervroegd vrij wegens goed gedrag. Hij keert terug naar Suriname, waar hij weer in dienst komt bij het Nationaal Leger. In 1997 wordt hij bevorderd tot kolonel.

Plaatsvervangend bevelhebber Graanoogst verdachte van drugssmokkel

In januari 1992 wordt plaatsvervangend bevelhebber Graanoogst in Nederland verdacht van drugshandel. Graanoogst zou samen met Ruben Rozendaal onder meer de smokkel van 183 kilo cocaïne vanaf het vliegveld Zanderij naar luchthaven Schiphol in juni 1990 mogelijk hebben gemaakt.

Ook zou Graanoogst eind 1989 betrokken zijn geweest bij de invoer van 330 kilo cocaïne in Nederland via de Rotterdamse haven. De Nederlandse drugsbaron Kobus Lorsé, verklaart tijdens zijn berechting dat hij in februari 1991 in Suriname drie dagen besprekingen heeft gevoerd met Graanoogst over het opzetten van een nieuwe cocaïnelijn naar Nederland.

Volgens Lorsé zou Graanoogst hem verteld hebben dat “de militairen af wilden van de kleine jongens die maar hoeveelheden van 100 kilo cocaïne afnamen en liever met mannen zoals Lorsé zaken wilden doen”. De voormalige lijfwacht van Lorsé, Helio Stewart, legde een identieke verklaring af. Behalve Graanoogst noemde Stewart ook de naam van Desi Bouterse.

Enkele jaren later duikt er een brief op uit mei 1991 waarin Graanoogst in een brief van het Korps Militaire Politie Suriname aan Lorsé schrijft dat ‘de bureaustoelen voor het militaire hoofdkwartier zijn aangekomen’. In een ander brief die opduikt bedankt de politieke partij van Bouterse, de Nationale Democratische Partij, Lorsé voor de schenking van een Mazdabus en een soundunit.

26.000 kilo cocaïne per jaar naar Nederland

Humphrey Tjin Liep Shie, hoofd van de Surinaamse narcoticabrigade, meldt in 1997 aan het radiostation ABC dat er jaarlijks ongeveer 26.000 kilo cocaïne naar Nederland wordt verscheept. Dit levert Suriname elk jaar een kwart miljard gulden op, wat betekent dat de opbrengst uit cocaïnehandel net zo groot is als de opbrengst uit bauxiet, nog steeds het belangrijkste officiële exportproduct van Suriname.

Bouters bij verstek veroordeeld

Bouterse zelf wordt op 16 juli 1999 in Nederland bij verstek tot zestien jaar gevangenisstraf veroordeeld en een boete van 4,6 miljoen gulden. Dit is voor zijn betrokkenheid bij een drugstransport van 474 kilogram cocaïne, dat in 1997 wordt gevonden in El Primero, een motorjacht dat  afgemeerd ligt in de haven van het Zeeuwse Stel­len­dam. De Haagse rechtbank noemt Bouterse ‘de onbetwiste leider’ van een criminele organisaties en het zgn. ‘Suri-kartel‘.

Voor zijn betrokkenheid bij andere drugstransporten of deelname aan een criminele organisatie is volgens de rechtbank onvoldoende bewijs geleverd. Zo wordt Bouterse ook nog aangeklaagd voor de smokkel van in totaal 1200 kilo cocaïne. Als zijn advocaat Bram Moszkowicz in hoger beroep gaat wordt de straf verlaagd tot elf jaar.

Bouterse reageert op zijn veroordeling met de bewering dat de kroongetuige in de rechtszaak, de Belg Patrick van Loon, omgekocht is door de Nederlandse justitie hij bestempelt de veroordeling als ‘een politiek spel van Nederland’.

In de Nationale Democratische Partij, de politieke partij van Bouterse, zijn er weinigen die bereid zijn om te reageren op het vonnis. Jennifer Simons, toen parlementariër namens de Nationale Democratische Partij, zei dat het vonnis geen invloed zou hebben op de politieke carrière van Bouterse. ‘Hij heeft zoveel politieke tegenslagen moeten incasseren’, aldus Simons,  ‘dat hij allang dood had moeten zijn’.

Het CDA pleit in Nederland voor de uitlevering van Bouterse, maar zo ver komt het nooit. Vanwege de veroordeling kan Bouterse niet alleen in Nederland worden gearresteerd, maar ook in de landen waar Nederland een uitleveringsverdrag mee heeft.


Wapenhandel en Wikileaks

Bouterse zou volgens verklaringen van Ruben Rozendaal, één van de 25 verdachten in het Decembermoorden proces, wapens uit het buitenland, waaronder Libië, laten halen en deze laten smokkelen naar de Colombiaanse rebellenbeweging FARC in ruil voor cocaïne. Rozendaal zegt dat ‘Bouterse vergeleken kan worden met de Godfather’. Volgens door Wikileaks gepubliceerde Amerikaanse stukken uit 2006 zou Bouterse met de hulp van Roger Khan wapens smokkelen voor de FARC in ruil voor drugs.

Het radioprogramma Argos heeft in mei 2011 brieven, faxen en verklaringen afkomstig uit het nalatenschap van de in 2004 overleden publicist Willem Oltmans onderzocht. Uit deze documenten blijkt dat Oltmans aan het einde van de jaren tachtig heeft bemiddeld in een wapendeal tussen Bouterse en de veroordeelde wapenhandelaar Theo Cranendonk.

Willem Oltmans en Bouterse

Zo zou Oltmans in 1987 Cranendonk hebben voorgesteld aan Bouterse en wordt er geprobeerd wapendeal te organiseren tussen Bouterse en de Oostenrijkse wapenfabrikant Steyr-Daimler-Puch. Een oud-topman van de Oostenrijkse wapenfabrikant bevestigt dat er in de jaren tachtig onderhandelingen waren. Een exportvergunning van de Oostenrijkse regering voor de levering van de wapens aan Suriname ontbreekt.

Oltmans, Cranendonk en een derde tussenpersoon, Dirk Keijer, zouden indien de deal gelukt was, een commissie van een miljoen Zwitserse francs krijgen. Oltmans, die volgens de documenten een aantal keren naar Suriname was gereisd om de deal verder in orde te maken, schrijft in 1984 een boek getiteld In gesprek met Desi Bouterse.

Uit documenten van de Amerikaanse ambassade die in 2011 door Wikileaks zijn gepubliceerd blijkt dat Bouterse zich tot 2006 actief bezighield met drugszaken. De cables melden de relatie tussen Bouterse en Eduardo Beltran, die volgens de Verenigde Staten een belangrijke regionale tussenpersoon zou zijn bij de smokkel van cocaïne uit onder andere Colombia, in een stuk van zeven pagina’s.

In de documenten wordt ook gesproken over de samenwerking tussen Bouterse en de Guyanese crimineel Roger Khan. Zo zou Bouterse Roger Khan meerdere malen in Nickerie hebben ontmoet op onder andere een privéterrein van NDP-politicus Rashied Doekhi en in het dorp Washabo.

Ook zou Bouterse, ondanks het internationaal opsporingsbevel tegen hem, zelfs naar Guyana gereisd zijn om Roger Khan te ontmoeten, waarschijnlijk via de Backtrack-route. Bouterse en Rashied Doekhi zouden, volgens de documenten, Roger Khan, die naar verluidt leider is van het Guyanese doodseskader Phantom Squad, gevraagd hebben om huurmoordenaars te leveren om toenmalig minister van Justitie Chan Santokhi en procureur-generaal Subhaas Punwasi te liquideren. Ook zou toenmalig president Ronald Venetiaan gegijzeld worden. Volgens de stukken zouden Khan en Bouterse ook wapens smokkelen voor de FARC in ruil voor cocaïne.

Kort na de publicaties van de cables zei president Bouterse dat hij ‘niet zal reageren op geruchten van Wikileaks’.

De cables bevestigen de beweringen van Chan Santokhi in 2006 dat er “harde informatie” was dat er “mensen uit het buitenland” ingehuurd waren om aanslagen te plegen op topfunctionarissen en chaos te veroorzaken in het land. Santokhi zei toen ook dat de aanslagen gepleegd zouden worden om de aanvang van het Decembermoordenstrafproces te hinderen.

Roger Khan, die bekendstaat als de Pablo Escobar van Guyana, wordt op 15 juni 2006 samen met drie van zijn lijfwachten in Paramaribo gearresteerd en in opdracht van de toenmalig minister van Justitie, Chan Santokhi, en uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Daar zit hij nu een celstraf van veertig jaar uit wegens internationale drugs- en wapenhandel en het afpersen van getuigen.

De beslissing van Santokhi om Khan niet naar Guyana, maar naar de Verenigde Staten uit te zetten stuitte op veel protest van de Nationale Democratische Partij die toen de grootste politieke partij in de oppositie vormde. Toenmalig president Ronald Venetiaan merkt in het parlement toen op dat ‘het leek alsof bepaalde parlementariërs zware criminelen hier wilden komen verdedigen’.


Drugs, Nederland en Suriname vandaag de dag

De Telegraaf heeft in februari 2017 in Paramaribo een interview met oud-politiecommissaris van Paramaribo en parlementslid Krishna Mathoera en voormalig officier van justitie en politiechef, Chan Santokhi. Beiden zijn van de oppositiepartij VHP. Mathoera vertelt: ‘Er gaat veel meer cocaïne via Suriname naar Europa dan ooit tevoren. In de jaren tachtig landden vliegtuigen op airstrips in Suriname met meestal zo’n 500 kilo. Nu worden er partijen van 1000 kilo of meer gesmokkeld’. (Bron: De Telegraaf, 21 februari 2017)


Zoon Dino Bouterse

De appel valt niet ver van de boom zullen we maar zeggen. Een groot verschil is er wel. Waar de boom, vader Bouterse, nooit een da in de gevangenis hoeft door te brengen, is dit niet het geval voor Dino.

In 1994 wordt Dino Bouterse verdacht van de verdwijning van drie Brazilianen en van het opdracht geven tot een ripdeal, een roofoverval op cocaïnedealers. Dino werd samen met Marcel Zeeuw gearresteerd en zit ongeveer vijf maanden in voorarrest. Als de zaak voor de rechter komt, trekken de getuigen hun verklaring echter in.

In september 2004 wordt de zoon van Bouterse aangehouden in verband met een enorme vondst aan illegale zware wapens in een autospuitbedrijf in een buitenwijk van Paramaribo. Tot de in beslag genomen partij behoorden kalasjnikovs met munitie, handgranaten, granaatwerpers, mortieren, dynamiet en satellietapparatuur.

Het Surinaams Openbaar Ministerie heeft inmiddels, door samenwerking met de Braziliaanse justitie, ook al genoeg bewijs dat Dino actief was in de drugscriminaliteit. Op 11 augustus 2005 wordt Dino in Paramaribo tot acht jaar celstraf veroordeeld wegens internationale drugshandel en wapensmokkel. Dit proces wordt gekenmerkt door een groot aantal bezwaren die de advocaten van Dino, onder wie Irwin Kanhai, herhaaldelijk opwerpen en die door de rechter steeds worden verworpen. Van de acht jaar celstraf die Dino opgelegd krijgt, zit hij er maar drie uit.

Dino Bouterse wordt opnieuw in maart 2015 in New York veroordeeld tot zestien jaar en drie maanden gevangenisstraf voor drugs- en wapenhandel en het verschaffen van valse paspoorten. Bouterse probeerde een basis voor de Libanese terroristische organisatie Hezbollah op te zetten in Suriname en drugs- en wapenhandel te bedrijven, onder meer vanuit zijn kantoor bij de Surinaamse antiterreureenheid, de Counter Terreur Unit.

In zijn slotpleidooi zegt Dino Bouterse: ‘Denk alsjeblieft aan mijn elf prachtige kinderen in de leeftijd van twee tot negentien jaar, die niet zullen opgroeien met een vader’ en ‘Ik schaam me diep voor wat ik deed. Ik zal mijn tijd in de gevangenis nuttig gebruiken en zal landbouw gaan studeren zodat ik straks als ik vrijkom, voor mijn familie kan zorgen.’



advertentie