Meest gebruikte Latijnse woorden en uitdrukkingen

Het feest der herkenning. Ook als je nog nooit Latijn op je schooltje hebt gehad, maar nog wel een krant of een goed boek leest, kom je hieronder toch wel heel veel bekende Latijnse woorden en uitdrukkingen tegen. Kijk zelf maar…

Meest gebruikte Latijnse woorden en uitdrukkingen
Meest gebruikte Latijnse woorden en uitdrukkingen

Meest gebruikt Latijnse woorden en uitdrukkingen

a / ab / abs / abl van…vandaan / door
a fortiori sterker nog
a posteriori achteraf beschouwd
a priori van te voren
A.D. / Anno Domini na Christus' geboorte (het jaar nul) / in het jaar van de Heer
abesse afui afwezig zijn
ac en
accipio / accipere / accepi / acceptum ontvangen
acies aciei slaglinie
ad / acc naar / bij
ad fundum het glas leegdrinken / tot de bodem
ad hoc specifiek voor een zaak of situatie / voor hier
ad interim plaatsvervangend / waarnemend / voor ondertussen
ad rem bij de zaak
addere / addo / addidi / additus voeden / grootbrengen
adhuc nog steeds
adsum / adesse / adfui aanwezig zijn
aequor / aequoris zee
aetas / aetatis leeftijd
agenda dat wat gedaan moet worden
ager / agri akker
agmen / agminis stoet
ago / agere / egi / actum doen
aio zeggen
album iets wits
alibi op een andere plaats
alienus andermans / vreemd
aliquis / aliquae / aliquod iemand / iets / een of andere
alius / alia / aliud een andere
alter / altera / alterum de andere
alter ego andere ik
altus hoog / diep
amicus vriend
amo amare houden van
amor / amoris liefde
an…an of
animus geest / ziel
annus jaar
ante / acc voor
ante meridiem voor 12.00 uur / voor de middag
apud+acc bij
aqua water
ara altaar
arma wapens
ars artis kunst
at maar
atque en
audeo / audere / ausus sum durven
audio / audire horen
auditor toehoorder / luisteraar
aura / aurae wind / lucht
auris oor
aurum goud
aut of
autem echter
beatus gelukkig
bellum oorlog
bene goed
beneficium weldaad / gunst
bonafide betrouwbaar / te goeder trouw
bonus goed
c.q. / casu quo wordt vaak gebruikt in de betekenis van 'en' / 'of' / in welk geval
c.s. / cum suis met de zijnen / haren / hunnen
cado / cadere / cecidi / casum vallen
caedes / caedis dood moordpartij
caelum hemel
camera kamer
campus campi veld
cano / canere / cecini / cantum bezingen / voorspellen
capio capere cepi captum nemen / pakken
caput / capitis hoofd
carmen / carminis lied
carpe diem pluk de dag
caseum Kaas
castellum ( / fort) kasteel
castrum legerkamp
casus val / toeval / naamval
causa oorzaak
cedo cedere cessi cessum gaan / wijken
certus zeker
civitas / civitatis staat / burgerij
clarus helder / duidelijk
claudo / claudere / clausi / clausum sluiten
coepi / coepisse / coeptus beginnen
cogito ergo sum ik denk dus ik besta
cognosco / cognoscere / cognovi / cognitum te weten komen / leren kennen
cogo / cogere / coegi / coactus dwingen
colo / colere / colui / cultum bewonen / bebouwen / vereren
coma / comae haar
comes metgezel
componere samenstellen
compos mentis bij zijn volle verstand
conditio sine qua non voorwaarde zonder welke het gevolg niet ingetreden zou zijn
coniunx echtgenot
consensus overeenstemming
consilium plan / advies
consul consulis consul
contra+acc tegen
contradictio in terminis tegenspraak in termen
copia hoeveelheid
corpus / corporis lichaam
corpus delicti voorwerp van het misdrijf
credo ik geloof
credo / credere / credidi / creditum geloven
cum met / toen / omdat / hoewel / wanneer
cum laude met lof
cunctus alle
cupere graag willen
cur waarom
cura zorg
curriculum vitae opsomming van persoonsgegevens / scholing / werkervaring / interesses en hobby's
cursus baan tocht wedren
de facto in feite / in de praktijk / van het feit vandaan
de / abl van…omlaag / over
debeo / debere / debui / debitum moeten
deinde vervolgens
Deo volente zo God het wil / God willende
deus god
deus ex machina uitgedachte oplossing voor een moeilijke situatie / god uit de machine
dexter rechter
dico / dicere / dixi / dictum zeggen
dies diei dag
dignus waardig
dito evenzo / dezelfde / hetzelfde
diu lang
do dare dedi datum geven
doceo / docere / docui / doctum onderwijzen
doctor / honoris causa doctor om reden van de eer
dolor / doloris verdriet
dominus domina heer meester
domus huis
duco / ducere / duxi / ductum leiden / brengen
dulcis aangenaam
dum terwijl / totdat / zolang
duo duae duo twee
durus hard
dux / ducis leider
e.g. / exempli gratia bijvoorbeeld
ego / mei / mihi / me ik
enim immers
eo / ire / ii / itum gaan
eques ruiter
equus paard
ergo dus
ergo dus / daarom
eripio / eripere / eripui / ereptum ontrukken / bevrijden
errare ronddwalen / zich vergissen
et en
etc. / et cetera enzovoorts / en andere dingen
etiam ook
ex uit
ex cathedra vanuit de zetel (bijvoorbeeld de paus)
ex libris eigendomskenmerk / boekmerk / uit de boeken
excipio / excipere / excepi / exceptum opvangen
exercitus / excercitus leger
exspectare wachten op
extra muros extramuraal / buiten de muren
extremus laatste uiterste
facio / facere / feci / factum doen / maken
fama gerucht
fata morgana luchtspiegeling; gezichtsbedrog
fatum lot
felix gelukkig
fero / ferre / tuli latum brengen / dragen
ferrum ijzer / zwaard
ferus woest / wild
fides fidei trouw
finis eind
fio / fieri / factus sum worden / gebeuren / gemaakt worden
flamma vlam
flumen rivier
forits dapper / sterk
forma / formae vorm / schoonheid
fortuna lot
frango / frangere / fregi / fractum breken
frater / fratris broer
fuga vlucht
fugio / fugere / fugi / fugitum vluchten
gaudere blij zijn
gens gentis volk / stam
genus / generis soort / geslacht
gero / gerere / gessi / gestum dragen
gloria roem
gratia dank
gratus dankbaar aangenaam
gravis zwaar
habeo / abere / habui / habitum hebben
haud niet
herus heer
hic dit
hic hier / dan
homo / hominis man / mens
honor eer
horror vacui angst voor de leegte
hostis vijand
huc hierheen
humanus menselijk
i.e. / id est met andere woorden
iaceo / iacere / iacui liggen
iam al
ibid(em) op dezelfde plek
idem dezelfde
idem dezelfde / hetzelfde
igitur dus
ignis vuur
ille die
illic daar
imperium macht / heerschappij
impetus aanval
imponere plaatsen op
in / abl in
in / acc naar
in medias res in het midden van de zaken / handeling / verhaal / dat is;/ namelijk
in memoriam ter herinnering
in vino veritas dronken mensen spreken de waarheid / in wijn zit de waarheid
in vitro buiten het lichaam / in het laboratorium / in (reageerbuis)glas
incipere / incipio / incepi / inceptus beginnen
inde daarvandaan
inferus / infera / inferum onderste
ingenium karakter
ingens / ingentis enorm / reusachtig
iniuria onrecht
inquam / inquis / inquit / inquiunt zeggen
inter + acc tussen
interbellum de periode tussen de tussen de twee wereldoorlogen
intra muros intramuraal / binnen de muren
invenio / invenire / inveni / inventum vinden
ipse / ipsa ipsum zelf
ira woede
is ea id hij zij het
iste / ista / istud die / dat
ita zo
itaque dus
iter / itineris reis / tocht
iubeo / iubere / iussi / iussum bevelen
iugum juk
ius iuris recht
iuvenis jongeman
iuvo / iuvare / iuvi / iutum helpen
labor / laboris werk / inspanning
lacrima traan
laetus blij
latus breed
laudare prijzen
laus / laudis compliment / lof
lectori salutem de lezer gegroet / heil aan de lezer
legio / legionis legioen
lego / legere / legi / lectus kiezen / verzamelen lezen
levis licht
lex legis wet
liber vrij
licet / licere / licuit / licitum est toegestaan zijn
linea recta in rechte lijn
litus / litoris kust
locus plaats
longe ver
longus lang
loquor / loqui / locutus sum spreken
Luctor et Emergo Ik worstel en kom boven
lumen licht / oog
lux lucis licht
magis meer
magna cum laude met groot lof
magnus groot
malafide onbetrouwbaar / te kwader trouw
malus slecht
maneo / manere / mansi / mansum blijven / te wachten staan
manus hand
mare / maris zee
mater moeder
mea culpa mijn schuld
medius middelste / in het midden gelegen
mens / mentis geest / verstand
mens sana in corpere sano een gezonde geest in een gezond lichaam
metuere bang zijn voor
metus angst
meus mijn
miles soldaat
mille duizend
miscere / miscui / mixtus mengen
miser / misera / miserum ongelukkig
mitto / mittere / misi / missum zenden
modo slechts
modus manier
modus operandi werkwijze / manier van werken
modus vivandi levenswijze / manier van leven
mollis zacht
mons / montis berg
mora oponthoud
mordicus onverzettelijk / hardnekkig / verbeten / volhardend / mordere = bijten in / vat krijgen op
morior / mori / mortuus sum sterven
mors / mortis dood
mos / moris gewoonte
moveo / movere / movi motum bewegen / ontroeren
multus veel
mundus wereld
munus geschenk / taak
mutatis mutandis nadat veranderd is wat veranderd moet worden; zoals voornaamwoorden in een tekst in een ander geval
muto / mutare veranderen
N.N. / Nomen Nescio naam onbekend / ik weet de naam niet
nam want
nascor / nasci / natus sum geboren worden
natura aard / natuur
natus geboren / zoon
navis schip
NB / Nota Bene let goed op / noteer goed
ne opdat niet / dat
nec en niet / maar niet / zelfs niet ook niet
nego / negare weigeren / ontkennen / zeggen dat niet
nemo niemand
neque en niet
nihil niets
nihil niets
nihil / novi (sub soli) er is niets nieuws (onder de zon)
nisi als niet
noli me tangere raak me niet aan (1. zegt de verrezen Christus tegen Maria Magdalena volgens de Latijnse bijbelvertaling 2. voorstelling hiervan)
nomen naam
non niet
nondum nog niet
nos / nostrum / nobis / nos wij
nosco / noscere / novi / notum leren kennen
noster / nostra / nostrum onze
novus nieuw
nox / noctis nacht
nullus geen
numerus aantal / getal
numquam nooit
nunc nu
ob wegens
oculus oog
omnis iedere / geheel
ops opis rijkdom
opto optare wensen
opus operis werk
orbis orbis kring cirkel
ordo ordinis orde
os oris mond / gezicht
ostendo / ostendere / ostendi / ostentum tonen
p.m. / post meridiem na 12.00 uur / na de middag
P.S. / Post Scriptum naschrift
par+dat gelijk aan
parcere / peperci sparen
parens ouder
paro / parare gereedmaken
pars / partis deel / kant
pars pro toto een stijlfiguur waarbij een gedeelte van een object genoemd wordt / terwijl het hele object wordt bedoeld
parum te weining
parvus klein
pater vader
patior pati passus sum lijden / ondervinden
patria vaderland
pax / pacis vrede
pectus / pectoris borst
per + acc door / gedurende
pereo / perire / perii / peritum te gronde gaan
periculum gevaar
persona non grata niet welkom persoon / persoon uit de gratie
pervenire aankomen bij
pes / pedis voet
peto / petere / petivi / petitum vragen / zoeken / trachten te bereiken
placeo / placere / placui / placitum in de smaak vallen bij
poena straf
pono / ponere / posui / positum plaatsen / neerzetten
populus volk / populier
possum / posse / potui kunnen
post / acc achter / na
postquam nadat
praestare / praestiti aan de dag leggen
premo / premere / pressi / pressum drukken op
primum eerst
primus eerste
primus inter pares de eerste onder gelijken
princeps / principis voornaamste
pro / abl voor
procul ver weg
proelium gevecht
prope / acc dicht bij
propedeuse vanouds de eerste fase van een universitaire studie
prosum / prodesse / profui tot voordeel zijn / helpen
puella meisje
puer jongen
putare menen / denken / vinden
qua waarlangs
quaero / quaerere / quaesivi / quaesitum zoeken / vragen
qualis hoedanig
quam hoe
quantus hoeveeln
que en
qui bono? wie heeft er voordeel van?
qui / quae / quod die
quia omdat
quicumque wie ook maar / wat ook maar
quid pro quo voor wat hoort wat / het ene voor het andere
quidam / quaedam / quoddam een zekere
quidem echter / weliswaar
quis / quid wie wat
quisquam iemand
quisque iedereen
quisquis iedereen die / alles wat
quo waarheen? met welke bedoeling?
quo vadis? waar ga je naartoe?
quod erat demonstrandum hetgeen bewezen moest worden
quod non wat niet waar is / hetgeen niet het geval is
quoque ook
rapio / rapere / rapui / raptum grijpen / roven
ratio rationis rede systeem
reddo / reddere / reddidi / redditum teruggeven / weergeven
redeo / redire teruggaan
refero / referre / rettuli / relatum berichten / terugbrengen
regnum koninkrijk
relinquo / relinquere / reliqui / relictus achterlaten / in de steek laten
res rei ding / zaak
rex / regis koning
rursus weer / terug
sacer / sacra / sacrum heilig
saepe dikwijls
saevus wild woest
sanguis / sanguinis bloed
satis / sat genoeg
saxum rots
scelus / sceleris misdaad
scio / scire weten
sed maar
sedes zitplaats
semper altijd
semper fidelis (semper fi) altijd trouw
senatus senaat
sentio / sentire / sensi s / ensum voelen / merken / ruiken
sequor / sequi / secutus sum volgen
servo / servare redden
seu of
si als
sic wordt vaak tussen haakjes gezet achter een fout in een citaat / om de lezer erop te attenderen dat een stuk tekst zonder wijzigingen / dus met fout en al / is geciteerd
sidus / sideris ster
signum teken
silva bos
similis gelijk aan
simul tegelijkertijd
sine / abl zonder
sive of
socius makker / bondgenoot
soleo / solere / solitus sum plegen / gewend zijn
solus alleen enige
solvo / solvere / solvi / solutum oplossen / betalen
somnus slaap
spatium ruimte
spes spei hoop / verwachting
stante pede terstond / op staande voet
status quo bestaande toestand
sto / stare / steti / statum staan
studium ijver / streven / studie
sub+abl onder
sui / sibi / se zich
sum / esse / fui zijn
summa cum laude met de hoogste lof
super boven op
superior hoger gelegen / God
suus zijn
tabula rasa onbeschreven blad; begrip over aangeboren en aangeleerde eigenschappen
taceo / tacere / tacui / tacitum zwijgen
talis zodanig
tam zo
tamen toch
tamquam als het ware
tandem eindelijk
tantum slechts
tantus zo veel
tectum dak / huis
tego / tegere / texi / tectum bedekken
tellus / telluris aarde
telum pijl speer
temptare proberen
tempus / temporis tijd
teneo / tenere / tenui / tentum vasthouden
terra land / aarde
timeo / timere timui vrezen bang zijn
tollo tollere sustuli sublatum optillen
tot zoveel
totus geheel
trade tradere tradiddi traditum overhandigen / overleveren
traho / trahere traxi tractum trekken / sleuren
transire oversteken
tristis bedroefd
tu tui tibi te jij
tum toen
turba turbae menigte
turpis schandelijk
tuus jouw
ubi WAAR
ullus enig
ultimus laatste
umbra schaduw schim
unda golf / water
unde waarvandaan
unus / una / unum een
urbi et orbi pauselijke zegen / voor de stad en voor de wereld
urbs / urbis stad
usus gebruik / nut
ut zoals / zodra / hoe / opdat / zodat / dat
uterque elk van beiden
utor uti usus sum gebruiken
ve of
vel of
velut alsof
venio / venire / veni / ventum komen
ventus wind
verbum woord
vero echter / werkelijk
verto wenden / draaien
verus / vera / verum waar
vester jullie
vestis kleed / gewaad
vestis kledingstuk
veto ik verbied
vetus / veteris oud
via weg / straat
via strata geplaveide weg
victor / victoris overwinnaar
video / videre / vidi / visum zien
vinco / vincere / vici / victum overwinnen
vir man
virgo / virginis meisje maagd
virtus / virtutis dapperheid / deugd
vis / vires kracht / geweld
vita leven
vitium fout
vivo / vivere / vixi / victum leven
vix nauwelijks / met moeite
voco / vocare roepen / noemen
volo / velle / volui willen
voluptas genot
vos jullie
votum gelofte
vox / vocis stem
vox populi de stem van het volk
vulnus wond
vultus gezicht

Laat een reactie achter

Geef hier je reactie!
Naam hier