Samenvatting Peak – Anders Ericsson en Robert Pool

Samenvatting Peak - Anders Ericsson en Robert Pool
Samenvatting Peak - Anders Ericsson en Robert Pool

Samenvatting Peak – Anders Ericsson en Robert Pool

Voor wie is het boek Peak interessant?

  • Als je bepaalde vaardigheden onder de knie wil krijgen
  • Als je gelooft in talent en / of aangeboren eigenschappen
  • Als je geïnteresseerd bent in het verschil tussen matige en topprestaties

Lees hier ->>> meer samenvattingen van managementboeken op deze website.



1. Beter dan Gladwell

Het boek Peak is eigenlijk voor een deel een verbeterde versie van het boek van Outliers / Uitblinkers van Malcolm Gladwell. Kort samengevat zegt Gladwell dat je als je iets 10.000 uur doet, je het goed onder de knie krijgt. Een idee wat afkomstig is uit de eerdere geschriften van Ericsson.

Alleen had Gladwell de artikelen van Ericsson beter moeten lezen, want Ericsson laat zien dat eenvoudig herhalen en oefenen van wat je wil leren weinig effectief is. Je belandt op een punt dat je tevreden bent en daarmee is de kous af. Waar Gladwell, Ericsson en Pool het wel over eens zijn, is dat het weinig van doen heeft met talent.

Gezellig op de tennisbaan

Voorbeeld I: je wilt leren tennissen. Je begint met een balletje tegen de muur slaan en je krijgt wat lessen. Je speelt met vrienden en ziet dat je nog wel wat lessen kan gebruiken om lekker mee te doen. Na een lesje of twintig doe je weer mee met je vrienden en je weet je staande te houden. Vanaf nu ga je wekelijks tennissen met je vrienden en jullie hebben een prima tijd. Na vijf jaar gezellig getennist te hebben blijkt dat je niet eens zoveel beter bent dan toen je begon na die twintig lessen. Serveren gaat nog steeds niet echt goed en je backhand kun je nog steeds niet hard terug slaan. Oftewel: al die uren tennissen hebben je niveau nauwelijks beïnvloedt.

De jongen of ervaren dokter?

Voorbeeld II: in wie heb je meer vertrouwen: een arts met vijf jaar ervaring of één met vijfentwintig? Ericsson en Pool laten zien dat je over het algemeen beter kan kiezen voor de arts met vijf jaar ervaring. Hij heeft de meest verse kennis en waarschijnlijk meer passie voor het vak. De kans is veel groter dat de ‘wijze ervaren’ dokter een niveau heeft bereikt wat voldoende is om rustig te kunnen functioneren. Zonder al te veel problemen en zo min mogelijk inspanning probeert hij zijn tijd uit te zitten.

Bepalend is hóe je die uren besteedt

Vol bewondering kijken we naar Roger Federer, Christiano Ronaldo en Lebron James. Mensen die uitermate getalenteerd zijn en daardoor de absolute top in hun sport wisten te bereiken. Hadden we maar het talent van een Beethoven of Mozart, wat zouden we mooie muziek maken!

Ericsson vraag zich af: Waarom zijn sommige mensen zo verbazingwekkend goed in wat ze doen? Al meer dan dertig jaar bestudeert hij mensen die opvallen als experts in hun vakgebied. Denk aan atleten, muzikanten, schakers, doctoren, verkopers en leraren. Hij heeft gekeken naar de psychologie, de fysiologie en de neuroanatomie van deze ‘buitengewone’ mensen. Ericsson komt tot de conclusie dat buitengewone mensen in essentie weinig anders zijn dan jij of ik.

De aangeboren genetische aanleg speelt zeker een rol in de prestaties van ‘hoogbegaafde’ mensen, maar andere zaken zijn vele malen belangrijker. Het verschil tussen ‘zij’ en ‘wij’ is ook weer niet zo groot en zeker niet iets magisch. Het verschil is dat toppresteerders meer en beter oefenen dan de rest van ons. Zij hebben door de juiste soort training en oefening, veel meer uit hen zelf gehaald dan jij en ik.


2. Homeostase, aanpassingsvermogen en comfortzones

Je lichaam heeft een voorkeur voor stabiliteit. Een stabiele bloeddruk en hartslag en een evenwichtige bloedglucosespiegel. Alles heerlijk rustig en met een mooi woord noemen we dat homeostase.

Duw jezelf uit je comfortzone en je comfortzone zal groter worden

Je kunt twee keer in de week 40 minuten gaan hardlopen. Nadat je rustig heb opgebouwd om het veertig minuten vol te houden, kun je dat nog jaren zo doen. Je lichaam en geest weten waar ze aan toe zijn en gaan in een nieuwe vorm van rust, de nieuwe comfortzone.

Als je jezelf zou blijven pushen tot hogere prestaties, zal deze aanhoudende activiteit leiden tot een lager zuurstofgehalte in de haarvaten die je beenspieren voeden. Je lichaam zal reageren door nieuwe haarvaten aan te maken om meer zuurstof aan de spiercellen te geven en ze te brengen naar een nieuwe comfortzone. Hiermee verbeter je dan ook je prestaties.

Dat is het schoolvoorbeeld van het menselijk aanpassingsvermogen. Je duwt jezelf net hard genoeg om je lichaam en hersenen iets verder te brengen. Als er eenmaal een nieuwe normaal is gecreëerd, de homeostase is hersteld, kan het lichaam en de geest de fysieke activiteit aan die het voorheen niet kon. Alles is weer comfortabel.

Dit aanpassingsvermogen is wat Anders Ericsson het ‘geschenk’ noemt. Het verschil tussen gemiddelde en topprestaties is op een goede manier oefenen. De toppresteerders blijven zichzelf voortdurend uit hun comfortzone duwen en creëren nieuwe niveaus van normaal. Niveaus die voor de meesten van ons zo ver buiten bereik lijken te liggen dat het niet van deze wereld lijkt.

Kijk hier ->>> eens naar de wekelijkse workout van Lebron James. En wist je dat de meeste push-ups op rij 10.507 is, een record uit 1980 van Minoru Yoshida uit Japan? Het menselijk lichaam en de geest zijn ongelooflijk flexibel: ‘But you have tot go that extra mile’.


3. Neuroplasticiteit

Alles wat beschreven is over homeostase en aanpassingsvermogen, telt evenzeer voor de hersenen als voor het lichaam. Waar het lichaam veranderingen in spieren of cellen aanbrengt wanneer het uit de comfortzone wordt geduwd, creëren de hersenen veranderingen in de neurale structuren.

Verleg je mentale capaciteiten voorbij de huidige limiet en je brein zal reageren door zichzelf fysiek opnieuw te bedraden. Dit vermogen van de hersenen om zichzelf te veranderen, staat bekend als neuroplasticiteit.

Voorbeelden:

  • Van Londense taxichauffeurs is aangetoond dat ze grotere hippocampi (een hersengebied) hebben dan Londense buschauffeurs. Dit komt omdat dat specifieke hersengebied wordt geassocieerd met het verwerven en gebruiken van complexe ruimtelijke informatie om efficiënt te navigeren. Taxichauffeurs moeten continu een nieuwe weg vinden in Londen om mensen van A naar B te brengen. Dit terwijl buschauffeurs steeds weer dezelfde routes rijden.
  • Professionele muzikanten hebben meer grijze stof in verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij het spelen van muziek, in vergelijking met niet-muzikanten. De grijze stof heeft als functie het verwerken van informatie.
  • Tweetalige mensen hebben een grotere linker pariëtale cortex dan mensen die één moedertaal hebben.

We hebben allemaal de gave van aanpassingsvermogen. Het verschil tussen gemiddelde artiesten en topartiesten is oefenen. Dit zou voor iedereen goed nieuws moeten zijn. Waarom? Omdat het betekent dat je beter kunt worden in alles wat je maar wilt. Je hersenen en je lichaam zijn het probleem niet. Als je jezelf uit je comfortzone duwt, passen ook jouw lichaam en geest zich aan en zorg je voor een nieuw normaal. Simpel als dat en er is echt niets magisch aan.


4. De kracht van mentale representatie

Wat wordt er precies in de hersenen veranderd met doelgerichte oefening? Het belangrijkste dat de toppers onderscheidt van de rest van ons, is dat hun jarenlange oefening het neurale circuit in hun hersenen heeft veranderd. Dit om zeer gespecialiseerde mentale representaties te produceren, die op hun beurt het ‘ongelooflijke geheugen’, patroonherkenning en probleemoplossing mogelijk maakt. Mentale geavanceerde vaardigheden die nodig zijn om uit te blinken.

Hoe meer je een onderwerp bestudeert, hoe gedetailleerder je mentale representaties ervan word en hoe beter je nieuwe informatie kunt verwerken. Denk aan schakers die op een moment, na vele uren doelgerichte oefening, kunnen blindschaken. Timur Gareyev slaagde er als blindschaker in 48 partijen tegelijk te spelen. Hij won 35 partijen, speelde zeven maal remise en verloor zes partijen.

Dus we kunnen veranderen. Dat doen je door je comfortzone te verlaten en een nieuw normaal is gecreëerd. Maar wat verandert er precies? Mentale representaties. Dit zijn mentale structuren die overeenkomen met objecten, ideeën, verzamelingen, informatie of iets anders, concreet of abstract, waar de hersenen mee werken.

Verbeteringen in vaardigheden = verbeteringen in mentale representaties

Volgens Ericsson komen verbeteringen in vaardigheden neer op verbeteringen in mentale representaties. Hoe beter een schaker, hoe beter zijn mentale representatie voor het schaakspel. Hoe beter een voetballer, hoe beter de mentale representatie voor voetballen. Zie bijvoorbeeld hoe Ronaldo zelfs in het donker weet te scoren.

Mentale representaties worden opgebouwd door oefening. Hoe meer en beter je oefent, hoe beter je mentale representatie voor die vaardigheid wordt. Het verschil tussen de topartiest en een gemiddelde artiest zijn hun mentale representatie, opgebouwd door intelligent te oefenen.

Als iemand beter is dan jij in rekenen, tafeltennis of gezelligheid, dan hebben ze een betere mentale representatie. Ze zijn niet echt niet meer getalenteerd dan jij of slimmer. Ze hebben tijdens hun leven gewoon beter, meer en intelligenter geoefend.

Jij kunt ook beter worden in die vaardigheden. Het enige dat je hoeft te doen, is jezelf buiten je huidige grenzen duwen en oefenen, maar wel op de juiste manier.


5. Naïeve oefening

Als je denkt dat veel autorijden, tennissen of taarten bakken een goede vorm van oefening is, dan heb je het mis. Je denkt misschien als je het maar blijft doen dat je er beter in zal worden, misschien langzaam, maar toch beter. Helaas, helaas, onderzoek toont aan dat als iemand het niveau van ‘aanvaardbare’ prestaties en automatisme bereikt, extra jaren van ‘oefenen’ niet tot verbetering leiden.

We kunnen wel denken dat iemand die al tien jaar autorijdt een betere chauffeur moet zijn dan iemand die net twee jaar rijdt, of dat een leraar die al twintig jaar lesgeeft, beter moet zou moeten zijn dan iemand die pas drie jaar lesgeeft. De ervaren dames en heren oefenen toch dag in dag uit en zullen daarom toch steeds beter worden.

Nou, dat blijkt echt niet het geval te zijn. Dit soort oefening is wat Ericsson naïeve oefening noemt en het leidt niet tot verbetering. Naïeve oefening is doen wat je meestal doet. Je gaat de  gebaande paden en je doet op je automatische piloot wat je altijd doet. Je daagt jezelf niet uit.

Als je nadenkt over het concept van comfortzone, realiseer je je waarom dit niet werkt. Iets keer op keer herhalen is geen uitdaging voor de homeostase. Het leidt niet tot aanpassing en leidt daarom niet tot veranderingen.


6. Doelgericht oefenen

Doelgericht oefenen heeft verschillende kenmerken die het onderscheiden van ‘naïeve oefening’. Naïeve oefening is iets herhaaldelijk doen en verwachten dat alleen herhaling je prestaties zullen verbeteren.

Doelgericht oefenen in het kort: ga buiten je comfortzone, maar doe het op een gerichte manier, met duidelijke doelen, een plan om die doelen te bereiken en een manier om je voortgang te volgen. En heel belangrijk: bedenk een manier om je motivatie te behouden.

Naïeve oefening is niet geschikt om je vaardigheden te verbeteren. Wat je nodig hebt is een meer gefocuste en weloverwogen aanpak, wat Ericsson doelgericht oefenen noemt. Doelgericht oefenen is wat je in staat stelt om aanpassing te stimuleren, een nieuw normaal te creëren en je prestaties voortdurend te verbeteren.

De vier kenmerken van doelgericht oefenen

Er zijn vier kenmerken van doelgericht oefenen die je kunt onderscheiden:

  • Doelgericht oefenen heeft duidelijk omschreven, specifieke doelen. Je moet een algemeen doel voor je oefening vaststellen,  vervolgens splits je dat op in duidelijk omschreven, specifieke doelen.
  • Doelgericht oefenen is gericht. Je moet dan ook voor 1.000 procent je aandacht schenken tijdens het oefenen. Geen afleiding of onderbrekingen toegestaan. Volledige focus en huizenhoge concentratie.
  • Doelgericht oefenen omvat feedback. Je moet weten wat je verkeerd doet en hoe je je kunt verbeteren. Je hebt echt feedback nodig en hoe directer, hoe beter.
  • Doelgericht oefenen vereist dat je uit je comfortzone komt. Volgens Ericsson is dit het belangrijkste aspect van doelgericht oefenen. Als je jezelf niet pusht, activeer je geen aanpassing en word je niet beter.

Doelgericht oefenen is daarmee een zeer krachtige manier om je vaardigheden te verbeteren.


7. Doelgerichte praktijk – De gouden standaard

Doelgerichte oefening verschilt op twee belangrijke manieren van andere soorten oefenen. Ten eerste vereist het een vakgebied dat al redelijk goed ontwikkeld is. Dat wil zeggen een vakgebied waarin de beste presteerders een prestatieniveau hebben bereikt dat hen duidelijk onderscheidt van mensen die net het vakgebied betreden.

Een voorbeeld van goed ontwikkeld vakgebied: het lopen van een marathon

Een vakgebied dat redelijk goed ontwikkeld is, is bijvoorbeeld het lopen van een marathon. In 1908 had John Hayes 2 uur 55 minuten en 18 seconden voor de marathon nodig om een wereldrecord te lopen. Kipchoge verbeterde het (officieuze) wereldrecord in 2019 door een marathon in 1 uur 59 minuten en 40 seconden af te leggen. Waarschijnlijk zul je nooit een marathon onder de twee uur lopen, maar richting de twee uur en 45 minuten moet voor jonge mannen zeker haalbaar zijn met doelgerichte training.

Met de hoeveelheid aanwezige kennis wat betreft trainingsmethoden en voeding kun je daarmee waarschijnlijk het wereldrecord van 1908 verbeteren. Het is door de aanwezige kennis over en ervaring in het vakgebied dat ook jij je prestaties exponentieel kan verbeteren.

Doelgerichte oefening vereist een leraar

Ten tweede vereist doelgerichte oefening een leraar die oefenactiviteiten kan aanbieden.  Deze zijn natuurlijk bedoeld om je prestaties te verbeteren. Voordat er zulke leraren kunnen zijn, moeten er natuurlijk wel mensen zijn die een bepaald prestatieniveau hebben bereikt met oefenmethoden die aan anderen kunnen worden doorgegeven.

In het bijzonder wordt doelgericht oefenen geleid door de inhoudelijke kennis hoe de best presterende personen het voor elkaar brengen. Door een goed begrip van wat deskundige beoefenaars doen om uit te blinken, weet ook jij wat je zou moeten doen om dat niveau te bereiken. Met doelgerichte oefening weet je waar het heen gaat en hoe je daar kunt komen.

Doelgericht oefenen als gouden standaard

Doelgericht  oefenen is de gouden standaard voor het verbeteren van je prestaties. Met andere woorden, het is de beste manier om beter te worden in datgene waar je beter in wilt worden.

Het verschil tussen normaal en doelgericht oefenen is simpel: doelgerichte beoefening heeft een helder gedefinieerd doel voor ogen en is op basis van de aanwezige (wetenschappelijke) kennis en ervaring te bereiken.

Dit vraagt om een vakgebied dat goed ontwikkeld is en een leraar die weet wat hij of zij doet. Anders gezegd, doelgerichte oefening betekent het kopiëren van de trainingstechnieken van de best presterende personen in een bepaald vakgebied en vervolgens deze principes toepassen met de eerder genoemde vier aspecten van doelgericht oefenen.


8. Het ongemak van de regel van 10.000 uur

Niemand levert buitengewone prestaties zonder enorm veel te oefenen. Het maakt niet uit op welk gebied je wilt excelleren, muziek, dans, wetenschap of sport. De beste artiesten besteden een enorme hoeveelheid tijd aan het ontwikkelen van hun vaardigheden. Topprestaties volgen uit heel veel intelligente oefening.

Je kent misschien de 10.000-uurregel, die Malcolm Gladwell populair maakte in zijn boek Outliers. Die regel stelt dat de sleutel tot het verwerven van expertise van wereldklasse in elke vaardigheid neerkomt op het oefenen van in totaal 10.000 uur.

Ericsson verwerpt deze regel. In wezen zegt hij dat het bereiken van de top op ieder gebied veel doelgerichte oefening vereist, maar het is onmogelijk te zeggen hoeveel uur dat is. In sommige gevallen kan het slechts 100 uur duren en in andere gevallen kan het 20.000 uur.

Dus hoewel de regel van 10.000 uur niet echt een regel is, blijft één ding zeker: topprestaties vereisen veel intelligente en doelgerichte oefening.


9. Wonderkinderen bestaan niet, maar doelgerichte oefening wel

Om een ​​zeer violist te worden, moet je vele duizenden uren oefenen en blijven oefenen. Ericsson vond geen ‘wonderkinderen’ of snelle routes met relatief weinig oefening die het niveau van een expert bereiken. Over het algemeen zijn de mensen die het best presteren ook de mensen die de meeste tijd hebben besteed aan verschillende soorten doelgerichte oefeningen.

Onder violisten

Eén van Anders Ericssons eerste studies was onder violisten. Wat hij ontdekt is dat de beste violisten de meeste tijd besteden aan verschillende soorten doelgerichte oefeningen. Meer intelligente oefening zorgt voor hoger prestatieniveau.

Bovendien ontdekte hij dat:
1) Er zijn geen wonderkinderen! Niemand bereikt een hoog prestatieniveau met weinig oefening of met veel minder oefening dan anderen.
2) Er zijn geen violisten die top-violist zijn zonder dat ze er veel tijd en moeite in steken.

Zelfs mensen zonder schijnbaar talent kunnen, als ze voldoende doelgericht oefenen, geweldig viool spelen. Ericsson heeft deze bevindingen hierna op verschillende vakgebieden toegepast en gevonden.

Vaardigheid is grotendeels gelijk aan de hoeveelheid doelgerichte en intelligente oefening. Misschien denk je dat je gewoon van nature ongetalenteerd bent, ‘gewoon’ slecht in wiskunde of talen. De harde waarheid is: je bent lui. Je hebt er niet genoeg tijd in gestoken, maar als je wel intelligent en heel veel oefent is er ook heel veel mogelijk.


10. Hoe je in alles beter kunt worden

De blauwdruk om ergens beter in te worden is doelgerichte oefening. Als je beter wilt presteren waar doelgerichte oefening een optie is, moet je die optie kiezen. Zo niet, pas dan zoveel mogelijk de principes van de doelgerichte praktijk toe. Dit betekent vaak meer doelgericht oefenen met een paar extra stappen. Je identificeert eerst de toppers in je vakgebied, zoek uit wat hen zo goed maakt en bedenk vervolgens trainingstechnieken waarmee jij dat ook kunt doen.

Dit geldt overigens ook voor andere vakgebieden: zoek uit hoe ze trainen en wat ze zo goed maakt. Bedenk zelf trainingstechnieken waarmee je hetzelfde kunt doen of zelfs beter. Oefen vervolgens met de doelgerichte oefenrichtlijnen:

  • stel duidelijke doelen;
  • focus;
  • leer van feedback en
  • duw jezelf voortduren uit je comfortzone.

In iets beter worden is geen rocket science. Als je bereid bent om op een intelligente manier tijd en moeite in iets te steken, is de kans groot dat dit je ook lukt.