Top 100 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw

Top 25 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw
Top 25 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw

Belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw

De American Psychological Association heeft voor ons beslist wie de belangrijkste psychologen zijn. Lees meer over deze heren en inzichten waar je echt wat van kan leren.


Lees hier ->>> meer over psychologie op deze website.


Top 25 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw

Bron: Eminent psychologists of the 20th century, American Psychological Association, 2002


25. Walter Mischel

Mischel (22 februari 1930 – 12 september 2018) is een in Oostenrijk geboren Amerikaanse psycholoog, gespecialiseerd in persoonlijkheidstheorie en sociale psychologie. Hij is bijvoorbeeld de man achter de marshmallowtest.

De marshmallowtest
Een kind krijgt een marshmallow aangeboden en mag kiezen: eet je hem nu op, of wacht even en dan krijg je er straks twee. Wat zal het kind doen? En wat zegt die keuze over zijn of haar toekomst?

Deze test laat zien dat de vaardigheid om behoeftebevrediging uit te stellen cruciaal is voor een succesvol en plezierig leven. Zelfbeheersing voorspelt goede schoolprestaties en sociaal functioneren.

Maar het helpt ook bij alledaagse uitdagingen zoals het omgaan met stress of pijnlijke emoties, op gewicht blijven, stoppen met roken, liefdesverdriet en pensioenplanning.

Hij toont aan dat je zelfbeheersing, doorzettingsvermogen en andere karaktervaardigheden aan kunt leren en verbeteren. Mischel laat ook zien welke achterliggende processen en cognitieve vaardigheden daarbij essentieel zijn.


Zie hier de landen met het beste onderwijs volgens PISA-onderzoek.


24. Ivan P. Pavlov

Ivan Petrovitsj Pavlov (Rjazan, 14 september 1849 – Leningrad, 27 februari 1936) was een Russisch fysioloog. Naar hem is de pavlovreactie genoemd. In 1904 ontving Pavlov de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde.

De Nobelprijs kreeg hij niet voor de zo beroemd geworden onderzoekingen naar de reflexieve conditionering (de pavlovreactie), maar voor zijn onderzoek naar de spijsvertering.

Klassieke conditionering, stimulussubstitutie of S-leertype komt neer op het leren van voorwaardelijke reflexen. Leergedrag dat tot stand komt via klassieke conditionering wordt in de cognitieve psychologie gerekend tot een van de ondervormen van het impliciete of niet-declaratieve geheugen.

Klassieke conditionering is onderworpen aan een aantal wetten, de conditioneringswetten. Aangenomen wordt dat klassiek conditioneren berust op een adaptief mechanisme waardoor organismen leren toekomstige prikkels met een overlevingswaarde te voorspellen.


23. C. G. Jung

Carl Gustav Jung (Kesswil, 26 juli 1875 – Küsnacht, 6 juni 1961) was een Zwitsers psychiater en psycholoog.

Hij was de grondlegger van de analytische psychologie. De Jungiaanse psychoanalyse of analytische psychologie is een door Carl Gustav Jung ontwikkelde vorm van psychotherapie. Het lijkt op, maar verschilt wezenlijk van de freudiaanse psychoanalyse.

Jung was een vroege en begaafde leerling van Freud maar brak in latere jaren met hem. Aanleiding tot de breuk was een theoretisch meningsverschil over de aard van de psyche en de rol die de seksuele driften hierin spelen.

Tegelijkertijd speelden er ook persoonlijke kwesties een rol: Jung ervoer de benadering van Freud als te dogmatisch en te autoritair. In zijn ogen stelde Freud zich niet op als wetenschapper maar meer als een dominante kerkvader.

De leer van de persoonlijkheidstypen

Een van zijn eerste bijdrages was de leer van de persoonlijkheidstypen. Jung stelt dat er vier psychologische functies zijn: denken, voelen, gewaarwording en intuïtie. Denken en voelen zijn hierbij de rationele functies, en gewaarworden en intuïtie de irrationele functies.

Deze vier functies combineert hij met de twee fundamentele houdingen introversie en extraversie. Door combinatie van deze vier functies en twee houdingen ontstaan er daarmee in totaal acht mogelijke persoonlijkheidstypen:

In de jungiaanse psychologie wordt de persoonlijkheid als geheel de psyche genoemd. Alle gedachten, gevoelens en gedragingen, bewust of onbewust, maken daar deel van uit.

Volgens Jung is de persoonlijkheid oorspronkelijk een geheel; de mens zal zich er heel zijn leven voor moeten hoeden opdat deze samenhang en harmonie die hij bij geboorte bezit niet desintegreert. Daarbij helpt volgens Jung de psychoanalyse.

De term ‘archetypen’ gebruikte Jung om als het ware enkele centrale tendensen in de menselijke psyche samen te vatten, overgeërfd onbewust psychisch materiaal dat de hele menselijke soort gemeen heeft.


Zie hier de zeven kenmerken van genialiteit uit zeven diverse onderzoeken.


22. Jerome Kagan

Kagan (25 februari 1929 – 10 mei 2021) was een Amerikaanse psycholoog. Hij was een van de belangrijkste pioniers van de ontwikkelingspsychologie.

De ontwikkelingspsychologie bestudeert de psychologische veranderingen bij toenemende leeftijd, dus vanaf de geboorte via de babyjaren, peuterjaren, kleuterjaren, schoolperiode, adolescentie, volwassenheid tot in de ouderdom.

Kagan heeft aangetoond dat het ’temperament’ van een baby in de loop van de tijd vrij stabiel is, in die zin dat bepaald gedrag in de kindertijd voorspellend is voor bepaalde andere gedragspatronen in de adolescentie . Hij deed veel werk aan temperament en gaf inzicht in emotie.


21. Clark L. Hull

Clark Leonard Hull (24 mei 1884 – 10 mei 1952) was een Amerikaanse psycholoog die leren en motivatie probeerde uit te leggen door wetenschappelijke gedragswetten.

Zijn belangrijkste werken waren de mathematisch-deductieve theorie van rote learning (1940) en de Principles of Behavior (1943), die zijn analyse van het leren en conditioneren van dieren tot de dominante leertheorie van zijn tijd maakten.

Hull’s model wordt uitgedrukt in biologische termen: organismen lijden aan ontbering; ontbering creëert behoeften; moet schijven activeren; drijfveren activeren gedrag; gedrag is doelgericht; het bereiken van het doel heeft overlevingswaarde.

Hij is misschien het best bekend om het ‘doelgradiënt’-effect of -hypothese, waarbij organismen onevenredig veel moeite doen in de laatste stadia van het bereiken van het doel van driften.

Vanwege het gebrek aan populariteit van het behaviorisme in moderne contexten wordt er tegenwoordig weinig naar verwezen of als achterhaald beschouwd. [


Zie hier de meest invloedrijke mensen van de 20ste eeuw.


Top 20 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw


20. George A. Miller

George Armitage Miller (3 februari 1920 – 22 juli 2012) was een Amerikaanse psycholoog die een van de grondleggers was van de cognitieve psychologie, en meer in het algemeen, van de cognitieve wetenschap. Hij heeft ook bijgedragen aan de geboorte van de psycholinguïstiek.

Miller schreef verschillende boeken en leidde de ontwikkeling van WordNet, een online database met woordkoppelingen die door computerprogramma’s kan worden gebruikt.

Hij schreef het artikel The Magical Number Seven, Plus or Minus Two. Het wordt vaak geïnterpreteerd om te beweren dat het aantal objecten dat een gemiddelde mens in het kortetermijngeheugen kan houden 7 =/- 2 is. Dit noemen we de wet van Miller genoemd. Dit artikel is en blijft vaak geciteerd door psychologen.


Wist je dat strebers meer sjoemelen bij examens.


19. D. O. Hebb

Donald Olding Hebb (Chester (Nova Scotia), 22 juli 1904 – aldaar, 20 augustus 1985) was een Canadese psycholoog die grote betekenis heeft gehad voor de integratie van neurowetenschap en psychologie.

De theorie gaat uit van de veronderstelling dat er, als twee met elkaar verbonden zenuwcellen A en B gedurende enige tijd worden gestimuleerd, een structurele verandering optreedt in de verbindende synaps.

Voorwaarde hiervoor is dat zowel het presynaptische als postsynaptische neuron gelijktijdig actief is. De verandering in de synaps kan het karakter hebben van facilitatie (versterking) of inhibitie (afzwakking) van neurale transmissie.

Deze eenvoudige maar briljante theorie vormde de hoeksteen van latere theorieën over leren en opbouw van geheugensporen (ook wel engram genoemd) in een neuraal netwerk.


18. Kurt Lewin

Kurt Lewin (Mogilno, 9 september 1890 – Newtonville, 12 februari 1947) was een van de oprichters van de gestaltpsychologie. Mensen nemen de wereld waar in gehelen en patronen. Gestalt is een Duits woord en betekent zoveel als ‘georganiseerde’ of ‘gehele’ vorm.

Gestaltpsychologen kantten zich tegen structuralisten, omdat ze complexe fenomenen beschouwden als de som van elementaire gedragingen. Waar de structuralisten probeerden zich bezig te houden met de elementaire bouwblokken van de geest, probeerden de gestaltpsychologen het geheel in acht te houden.

Een voorbeeld hiervan is het phi-fenomeen (Wertheimer, 1912). Hierbij scheppen twee lichten die ruimtelijk gescheiden zijn en na elkaar oplichten, de illusie van beweging in de richting van het tweede licht.

Het principe van isomorfisme

De Gestaltpsychologie zag hierin een bevestiging van het principe van isomorfisme. Dit is het idee dat een patroon van prikkels dat wordt waargenomen in structureel opzicht correspondeert met een soortgelijke toestand of patroon in de hersenen.

Behavioristen hadden moeite met het feit dat de resultaten in de gestaltpsychologie gebaseerd waren op de rapportering van bewuste ervaringen en dat ze fenomenen aantoonden zonder verder onderzoek met gedragsmethoden.

Behalve van de gestaltpsychologie was Lewin ook bekend van zijn zogenaamde veldtheorie. Deze is gebaseerd op een analogie tussen sociale druk en fysieke krachten. Dit houdt in dat een individu onderhevig is aan zowel de innerlijke drang (zoals wensen en verwachtingen) als de druk die de omgeving erop uitoefent (bijvoorbeeld de wensen en verwachtingen van anderen). Hiermee was hij een van de pioniers op het gebied van de sociale psychologie, met als hoofdonderwerp sociale druk.


Zie hier de top 10 grootste economen aller tijden.


17. John B. Watson

John Broadus Watson (Travelers Rest, 9 januari 1878 – New York, 25 september 1958) was een Amerikaans psycholoog en wordt vaak beschouwd als de stichter van de psychologische school van het behaviorisme.

Met zijn behaviorisme legde Watson de nadruk op het uiterlijk, observeerbaar gedrag en reacties van mensen op gegeven situaties, in plaats van op de innerlijke, mentale staat waarin die mensen verkeren.

Hij vond dat analyse van gedragingen en reacties de enige objectieve manier is om inzicht te verkrijgen in het menselijk doen en laten. Hiermee kantte hij zich tegen de methode van introspectie.

In Psychology as the behaviorist views it zette hij zich af tegen de introspectieve psychologie zoals het structuralisme van Edward B. Titchener, maar ook tegen het functionalisme van zijn leermeester James Rowland Angell. Psychologie was voor hem een natuurwetenschap.

Het doel van de psychologie was voor Watson het voorspellen en controleren van het gedrag van organismen, in tegenstelling tot het vroegere analyseren van het bewustzijn.


16. Raymond B. Cattell

Raymond Bernard Cattell (West Bromwich (toenmalige Staffordshire, Engeland), 20 maart 1905 – Honolulu, 2 februari 1998) was een psycholoog die vooral bekend is geworden door zijn psychometrisch onderzoek.

Psychometrie is een wetenschap die zich bezighoudt met de technieken van het meten van psychologische fenomenen zoals kennis, vaardigheden, attituden, eigenschappen en persoonskenmerken.

Onderwerp van onderzoek zijn doorgaans de verschillen tussen individuen of tussen groepen van individuen. Als hulpwetenschap wordt psychometrie gebruikt binnen de psychologie, sociologie, economie, marketing en andere sociale wetenschappen.

Binnen de psychometrie zijn de voornaamste onderzoeksgebieden het formuleren en verfijnen van de theoretische onderbouwing van het meten op zichzelf, alsook het ontwikkelen en verfijnen van specifieke psychometrische meetinstrumenten zoals de vragenlijst (zie psychometrisch instrument).

Voorbeelden van psychometrische instrumenten zijn het intelligentiequotiënt en gestandaardiseerde lees- en rekenvaardigheidstesten.


Zie hier de Top 50 belangrijkste Brazilianen aller tijden.


Top 15 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw


Zie hier top 100 meest innovatieve universiteiten van Europa in 2018.


15. David C. McClelland

David Clarence McClelland (20 mei 1917 – 27 maart 1998) was een Amerikaanse psycholoog, bekend om zijn werk over motivatiebehoeftetheorie. Hij publiceerde een aantal werken tussen de jaren 1950 en de jaren 1990 en ontwikkelde nieuwe scoresystemen voor de Thematic Apperception Test (TAT).

McClelland is de grondlegger van het ontwikkelen van prestatiemotivatietheorie, ook bekend als ‘need for achievement’ of prestatietheorie.


14. William James

William James (New York, 11 januari 1842 – Chocorua, 26 augustus 1910) was een Amerikaanse filosoof en psycholoog. Hij was degene die de moderne Europese psychologie naar de Verenigde Staten bracht. Als filosoof wordt hij in de traditie geplaatst van het pragmatisme, als één der hoofdpersonen naast C. S. Peirce en John Dewey.

James legde zelf in zijn psychologische leerstellingen de nadruk op het belang van gewoontevorming en automatisme, en de fysiologische basis van gewoontevorming en emoties. Gewoontes zouden als het ware een netwerk van paden in de geest uitslijten, de hersenen conditioneren en energie in automatische reactiepatronen dwingen.

Dit idee, dat overigens niet geheel nieuw was, werd zeer populair. En hoewel Karl Lashley zo’n veertig jaar later aantoonde dat hiervoor fysiologisch geen aanwijzingen zijn, bleef het voortleven.

James draaide om zo te zeggen de actie-reactieketen om. Hij kwam bijvoorbeeld ook met de idee van door reacties voortgebrachte prikkels, wat hij evenals gewoontevorming als een fysiologisch, organisch proces in de hersenen zag.

James ging ervan uit dat emotie gelijk staat aan lichamelijke verandering. Elke emotie heeft zijn eigen veranderingen in het lichaam (het sneller kloppen van het hart, overeindstaande huidhaartjes, etc.). Daarin verschillen emoties van elkaar.

Expressie van emotie

Evenals Darwin geloofde hij dat emoties een evolutionaire functie hebben en dienen om het organisme klaar te maken voor een vechten-of-vluchten-reactie (fight or flight). De expressie van emotie heeft niet tot doel te communiceren, maar is ontstaan uit een associatie van bepaald gedrag met een bepaalde emotie.

Denk bijvoorbeeld aan het gevoel walging waarbij je je tong uit je mond steekt en ‘bah’ roept. Dit zou de mens vroeger alleen bij voedsel gedaan hebben om het uit te spugen.

James trok uit zijn theorie diverse conclusies, waaronder het idee genaamd de The Gospel of Relaxation, ook wel bekend tegenwoordig onder de facial feedback hypothese. Het idee is: voel je je sip, maar wil je blij zijn, gedraag je dan vrolijk (en in het geval van de facial feedback hypothese: glimlach).

Emotie is immers niets meer dan een set veranderingen van het lichaam! Dit sluit aan bij de volkswijsheid dat kleren de man maken: uiterlijke veranderingen creëren innerlijke besluiten tot gedragsverandering en gewoontevorming, hetzij in positieve, hetzij in negatieve zin.


13. H. J. Eysenck

Hans Jürgen Eysenck (Berlijn, 4 maart 1916 – Londen, 4 september 1997) was een Engels psycholoog. Eysenck is het bekendst geworden door zijn onderzoeken op het gebied van de persoonlijkheidspsychologie. Hij verrichtte op dit terrein baanbrekend werk.

Met behulp van statistische analysemethoden zoals de factoranalyse meende hij alle persoonlijkheidsverschillen te kunnen ordenen naar hun positie op twee onafhankelijke hoofddimensies, introversie tegenover extraversie en neuroticisme.

Naast deze twee hoofdtrekken onderscheidde Eysenck nog als derde hoofdtrek psychoticisme. Dit samengevoegd staat ook bekend als Eysecks PEN-(Psychoticisme, Extraversie, Neuroticisme) model van de persoonlijkheid.


12. Erik H. Erikson

Erik Homburger Erikson (Frankfurt am Main, 15 juni 1902 – Harwich, Massachusetts, 12 mei 1994) was een psycholoog die zich met name richtte op de psychoanalyse.

Hij behoorde tot de groep postfreudianen die de ego-psychologen worden genoemd, omdat deze de taak van het ego niet beperkt zien tot een louter defensieve functie, maar het tevens een andere, belangrijkere functie toekennen.

Hij is bekend om zijn theorie van menselijke sociale ontwikkeling en voor het het concept van ‘identiteitscrisis’.

Dit is het voortdurend integreren van allerlei tegenstellingen die zich kunnen voordoen, zowel binnen de persoon zelf als in diens interactie met de sociale omgeving. Eriksons therapeutische tussenkomsten waren dan ook voornamelijk erop gericht het ‘ego’ van de cliënt te versterken.

Erikson voegde de sociale dimensie aan de psychoanalytische theorie toe. Zo zag hij drie aspecten in de psychoseksuele zones (analoog met de erogene zones van Freud) en verschillende modi (activiteiten) verbonden aan die zones.

Ten laatste beschreef hij ook verschillende modaliteiten van psychosociaal functioneren in relatie tot anderen via die modi.


11. Gordon W. Allport

Gordon Willard Allport (Montezuma, 11 november 1897 — Cambridge, 9 oktober 1967) was een Amerikaans psycholoog. Hij was één van de eerste psychologen die zich concentreerde op de studie van de persoonlijkheid en daarom wordt hij vaak aangeduid als een van de eerste grondleggers van de persoonlijkheidspsychologie.

Hij heeft hij hele carrière besteed aan het ontwikkelen van theorieën over sociale onderwerpen van de sociale psychologie, zoals de ontwikkeling van persoonlijkheidstests en vooroordelen.


Top 10 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw


10. Abraham Maslow

Abraham Harold Maslow (Brooklyn, 1 april 1908 – Menlo Park, 8 juni 1970) was een Amerikaans klinisch psycholoog. hij was aanvankelijk aanhanger van het behaviorisme, maar ontwikkelde in de jaren 60 de humanistische psychologie, ook wel bekend als de Third Force Psychology of de theorie van de toenemende behoefte.

Maslow ziet de mens als een uniek gemotiveerd individu met een brede waaier drijfveren. Om zich als gezonde persoonlijkheid te kunnen ontwikkelen moeten, volgens Maslow, een aantal fundamentele menselijke behoeften minimaal bevredigd zijn. Al deze fundamentele behoeften zijn aangeboren.

De huidige psychologie heeft toch heel wat kritische bedenkingen bij deze theorie, zodat deze vandaag als verouderd beschouwd moet worden.

Hoe belangrijk een behoefte is, is vaak afhankelijk van de sociale omstandigheden en ook van de leeftijd van een persoon. Ook zijn er individuele verschillen: seks is niet voor iedereen even belangrijk.

De basisbehoeften bestaan uit:

  • Fysieke basisbehoeften (eten, drinken, ademhaling, kleding, onderdak, beweging en seks)
  • Bestaanszekerheid (behoefte aan lichamelijke veiligheid)
  • Sociale behoefte (er bij horen, saamhorigheid, liefde)
  • Erkenning (zelf-imago, reputatie, eigendunk, zelfrespect)
  • Zelfactualisatie (zelfverwezenlijking, doen wat je roeping is)
  • Transcendentale behoeften

9. Edward Thorndike

Edward Lee Thorndike (Williamsburg, 31 augustus 1874 – Montrose (New York), 9 augustus 1949) was een Amerikaans psycholoog en is vooral bekend om zijn zogenaamde puzzlebox.

Hiermee was hij de feitelijke ontdekker van het operant conditioneren, een deeltak van de psychologie, waar de combinatie tussen stimulus en respons, door middel van een bekrachtiger wordt bestudeerd.

Thorndike ging uit van het idee dat intelligentie een verzameling is van verschillende aangeleerde vaardigheden, in plaats van een algemene eigenschap van een individu. Ook voerde hij de zogenaamde ‘Law of Effect’ in, welke uitgaat van het idee dat een individu (dieren in het geval van Thorndikes experimenten) actief leert.

Dat houdt in dat een individu verschillende gedragingen vertoont en als een gedrag een positief effect veroorzaakt, het gedrag vaker zal vertonen en in het geval van een negatief effect minder vaak.


8. Neal E. Miller

Neal Elgar Miller (Milwaukee, 3 augustus 1909 – Hamden (Connecticut), 23 maart 2002) was een Amerikaans psycholoog. Hij was actief op het gebied van de leerpsychologie en de neurowetenschap.

In de jaren 1950 richtte Miller zich op neurowetenschappelijk onderzoek, waarbij hij onder meer hersengebieden van ratten ging beschadigen of stimuleren om zo een aantal hypothesen te testen.

Hij onderzocht het effect van bepaalde stoffen op de hersenen. Later bleek hij als eerste het belang van dopamine bij het ervaren van een beloning te hebben onderzocht.

Hij presenteerde zijn onderzoeksresultaten ook aan farmaceutische bedrijven om aan te tonen hoe gedragsonderzoek kon helpen bij de evaluatie van potentiële medicamenten. Dit domein werd later de gedragsfarmacologie.

In een belangrijke publicatie uit 1965 beschreef Miller hoe stimulatie van eenzelfde hersengebied met verschillende stoffen (hetzij natuurlijk voorkomende stoffen, hetzij synthetische) verschillend gedrag kan uitlokken.


7. Stanley Schachter

Stanley Schachter (Flushing, 15 april 1922 – 7 juni 1997) was een Amerikaans sociaalpsycholoog, die bekend werd met zijn emotie-onderzoek.

Vanuit zijn bevindingen in verband met sociale beïnvloeding redeneerde Schachter dat emoties niet alleen rechtstreeks uitgelokt worden door de omstandigheden, maar soms ook cognitief geconstrueerd worden op basis van andere informatie.

Zo kwam hij tot de tweefactorentheorie van de emotie. Een belangrijk artikel hierover werd in 1962 gepubliceerd door Schachter en Singer.

In een aantal experimenten hadden Stanley Schachter, Jerome Singer, Bibb Latané en Ladd Wheeler aangetoond dat wanneer proefpersonen arousal ondervonden zonder dat ze de exacte bron kenden, ze er via veranderingen in de omstandigheden konden toe gebracht worden deze arousal te interpreteren als kwaadheid, euforie of angst.

De eerste factor die noodzakelijk is voor sterke emoties zou dan arousal zijn en deze zou gelijk zijn voor alle emoties. De tweede factor is de cognitieve interpretatie op basis van de situatie, en dikwijls mee op basis van aanwijzingen van andere personen. Deze tweede factor zou dan bepalen welke emotie precies ervaren wordt.

Schachter begaf zich hiermee op het terrein van de attributietheorieën: de theorieën die aangeven in welke omstandigheden mensen de oorzaken van gedrag toeschrijven aan bepaalde interne of externe factoren. Het toeschrijven van de oorzaken van emoties hing blijkbaar van meer factoren af dan voordien werd gedacht.


6. Carl R. Rogers

Carl Ransom Rogers (Oak Park (Illinois), 8 januari 1902 – La Jolla (Californië), 4 februari 1987) was een Amerikaanse psycholoog en psychotherapeut. Samen met Abraham H. Maslow wordt hij als grondlegger van de humanistische psychologie beschouwd. De humanistische psychologie of Third Force Psychology was een reactie op het behaviorisme en de psychoanalyse.

De humanistische psychologie heeft een positieve blik op de menselijke aard. Er wordt uitgegaan van het idee dat mensen een aangeboren drang hebben tot zelfactualisering. De mens kan verder kijken dan zijn dierlijke instincten en kan zich engageren in creatieve activiteiten die zowel zijn welzijn als die van de maatschappij verbeteren. Humanistische psychologie houdt zich vooral bezig met ontwikkelingsleer, psychotherapie en trainingen van gezonde en geesteszieke cliënten.


Top 5 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw


5. Leon Festinger

Leon Festinger (New York, 8 mei 1919 – aldaar, 11 februari 1989) was een Amerikaanse sociaal psycholoog. Hij is beroemd geworden vanwege zijn theorie over cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie is een gevoel van inconsistentie tussen handelingen, overtuigingen, attitudes of gevoelens.

Volgens de cognitieve dissonantietheorie veroorzaakt dit een onaangename innerlijk toestand die mensen proberen te reduceren door een deel van hun ervaringen opnieuw te interpreteren, zodanig dat ze consistent (in evenwicht) zijn met de overige. In 1957 publiceerde Festinger een artikel waarin hij de theorie presenteerde.


4. Albert Bandura

Albert Bandura (Mundare, 4 december 1925 – Stanford (Californië), 26 juli 2021), was een Amerikaans-Canadees psycholoog. Hij is bekend geworden als grondlegger van de sociaal-cognitieve leertheorie en heeft ook gewerkt aan het begrip morele ontkoppeling. De sociaal-cognitieve leertheorie van Bandura tracht het leren binnen de natuurlijke omgeving van de lerende te beschrijven. De theorie is niet eenduidig te situeren.

De benaming verwijst naar zowel het behavioristische als cognitivistische referentiekader. Albert Bandura beschouwt het leren als een interactie tussen:

  1. de omgeving
  2. persoonlijke factoren
  3. het gedrag (waaronder ook de cognitieve processen) van de lerende.

Morele ontkoppeling of morele onthechting is de rechtvaardiging van gedrag dat niet aansluit bij de eigen ethische standaard van waarden en normen. Zonder de eigen morele waarden en normen aan te hoeven passen kan iemand immoreel gedrag vertonen door het te rationaliseren en zelfreflectie, zelfregulering en zelfsanctie selectief uit te schakelen.

Zo kan men men op verschillende momenten zowel moreel als immoreel gedrag vertonen en blijven denken grotendeels integer te handelen, zonder dat er al te veel cognitieve dissonantie optreedt.


Top 3 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw


3. Sigmund Freud

Sigmund Freud, (Freiberg (Moravië), 6 mei 1856 – Londen, 23 september 1939) was een zenuwarts uit Oostenrijk-Hongarije en de grondlegger van de psychoanalyse.

In de psychoanalyse worden psychische klachten toegeschreven aan het onbewuste van de patiënt. Verschillende psychoanalytici hebben geprobeerd de theorie en praktijk aan te passen om wetenschappelijk aanvaardbaar te zijn.

Vrijwel alle pogingen om herzieningen uit te voeren baseren echter net als Freud de theorie op klinische ervaring in plaats van op repliceerbaar wetenschappelijk bewijs.

Sommige wetenschapsfilosofen zoals Karl Popper, menen dat psychoanalytische hypothesen niet falsificeerbaar zijn, hetgeen volgens hen een essentiële voorwaarde zou zijn om van een echte wetenschap te kunnen spreken.


2. Jean Piaget

Piaget (Neuchâtel, 9 augustus 1896 – Genève, 16 september 1980) was een Zwitsers psycholoog die de cognitieve psychologische ontwikkeling van kinderen bestudeerde.

Hij stelt drie ideeën centraal in zijn theorie: 1. schema’s, 2. de interactie tussen assimilatie en accommodatie, en 3. de stadia van cognitieve ontwikkeling. Een schema in Piagets theorie is een mentale structuur of programma dat de ontwikkeling van het denken van het kind aanstuurt.

Piaget onderscheidde drie mechanismen waarmee kennis vergaard wordt: assimilatie, accommodatie en equilibratie. Door assimilatie en accommodatie ontstaan er tijdens de ontwikkeling steeds complexere structuren.

Hij was ervan overtuigd dat fundamentele eigenschappen van kennis ervoor zorgen dat ontwikkeling zich in verschillende (meestal vier) niveaus manifesteert. Het gaat om de sensomotorische fase, 0-2 jaar; de preoperationele fase, 2-7 jaar; de concreet operationele fase, 6-12 jaar; en de Formeel operationele fase, 11 jaar en ouder.

Er bestaan volgens Piaget dan ook kwalitatieve verschillen tussen kinderen die zich in verschillende niveaus bevinden. Piaget wist vrij nauwkeurige leeftijdsgrenzen vast te stellen voor deze niveaus, al zijn andere wetenschappers er nog niet over uit of ze wel echt bestaan.


1. B.F. Skinner

Burrhus Frederic Skinner (Susquehanna Depot, 20 maart 1904 – Cambridge (Massachusetts), 18 augustus 1990) was een invloedrijk Amerikaans psycholoog.

Hij is bekend geworden als grondlegger van het radicale behaviorisme, een stroming in de psychologie, en de daaruit voortkomende experimentele en toegepaste gedragsanalyse. Hij stelt dat gedrag wordt weer bepaald door de gevolgen van dat gedrag.

In vele onderzoeken met dieren zag Skinner dat gedrag dat geregeld wordt beloond, vaker wordt uitgeoefend. Dit fenomeen noemde hij operante conditionering. Dit noemen we dan weer behaviorisme of leertheorie, omdat hij vooral gaat over gedrag en leren.

De belangrijkste toepassingsprincipes zijn:

    • Beloon gewenst gedrag. Het gedrag zal dan vaker worden getoond.
    • Negeer ongewenst gedrag. Het gedrag zal dan minder vaak worden getoond en uitdoven.
    • Straf gedrag alleen als het gevaarlijk is of anderszins meteen moet stoppen. Straffen helpt namelijk alleen om het gedrag te stoppen, je leert er verder weinig van. Het geeft immers niet aan wat je dan wél moet doen.
        Bron:

www.123test.nl/skinner-behaviorisme


Top 25 belangrijkste psychologen uit de 20e eeuw

      1. B.F. Skinner
      2. Jean Piaget
      3. Sigmund Freud
      4. Albert Bandura
      5. Leon Festinger
      6. Carl R. Rogers
      7. Stanley Schachter
      8. Neal E. Miller
      9. Edward Thorndike
      10. A. H. Maslow
      11. Gordon W. Allport
      12. Erik H. Erikson
      13. H. J. Eysenck
      14. William James
      15. David C. McClelland
      16. Raymond B. Cattell
      17. John B. Watson
      18. Kurt Lewin
      19. D. O. Hebb
      20. George A. Miller
      21. Clark L. Hull
      22. Jerome Kagan
      23. C. G. Jung
      24. Ivan P. Pavlov
      25. Walter Mischel
      26. Harry F. Harlow
      27. J.P. Guilford
      28. Jerome S. Bruner
      29. Ernest R. Hilgard
      30. Lawrence Kohlberg
      31. Martin E.P. Seligman
      32. Ulric Neisser
      33. Donald T. Campbell
      34. Roger Brown
      35. R.B. Zajonc
      36. Endel Tulving
      37. Herbert A. Simon
      38. Noam Chomsky
      39. Edward E. Jones
      40. Charles E. Osgood
      41. Solomon E. Asch
      42. Gordon H. Bower
      43. Harold H. Kelley
      44. Roger W. Sperry
      45. Edward C. Tolman
      46. Stanley Milgram
      47. Arthur R. Jensen
      48. Lee J. Cronbach
      49. John Bowlby
      50. Wolfgang Köhler
      51. David Wechsler
      52. S.S. Stevens
      53. Joseph Wolpe
      54. D.E. Broadbent
      55. Roger N. Shepard
      56. Michael I. Posner
      57. Theodore M. Newcomb
      58. Elizabeth F. Loftus
      59. Paul Ekman
      60. Robert J. Sternberg
      61. Karl S. Lashley
      62. Kenneth Spence
      63. Morton Deutsch
      64. Julian B. Rotter
      65. Konrad Lorenz
      66. Benton Underwood
      67. Alfred Adler
      68. Michael Rutter
      69. Alexander R. Luria
      70. Eleanor E. Maccoby
      71. Robert Plomin
      72. G. Stanley Hall
      73. Lewis M. Terman
      74. Eleanor J. Gibson
      75. Paul E. Meehl
      76. Leonard Berkowitz
      77. William K. Estes
      78. Eliot Aronson
      79. Irving L. Janis
      80. Richard S. Lazarus
      81. W. Gary Cannon
      82. Allen L. Edwards
      83. Lev Semenovich Vygotsky
      84. Robert Rosenthal
      85. Milton Rokeach
      86. John Garcia
      87. James J. Gibson
      88. David Rumelhart
      89. L.L. Thurston
      90. Margaret Washburn
      91. Robert Woodworth
      92. Edwin G. Boring
      93. John Dewey
      94. Amos Tversky
      95. Wilhelm Wundt
      96. Herman A. Witkin
      97. Mary D. Ainsworth
      98. Orval Hobart Mowrer
      99. Anna Freud