Top 4: grote rellen in Nederland, met filmpjes

Project X in Haren is natuurlijk klein bier als we deze grote rellen in Nederland. Een paar FC Groningen hooligans en een paar meelopers doen een beetje stoer. Maar wij kennen onze klassiekers. Het is niet iets nieuws: rellen in Nederland. Aan al die mensen die altijd roepen: “Vroeger gebeurde dat niet!”, vergeet het maar! Palingtrekken in 1886, de Jordaan in 1934, de bestorming van Felix Mirites in 1956, etc, etc, enz, enz, enz. Hier een paar klassiekers!

Jordaanoproer, grote rellen in Nederland
Jordaanoproer, grote rellen in Nederland

grote rellen in Nederland

1886 Palingtrekken: 25 doden

Het palingtrekken was een oud Amsterdams spel. Over een gracht werd een touw gespannen waaraan een levende paling hing. De spelers moesten daar in bootjes onderdoor varen en de glibberige paling proberen te pakken, met het risico in het water te belanden. Het palingtrekken was, als “”wreed volksvermaak”, door de overheid verboden.

Palingtrekken
Palingtrekken

Politie maakt een einde aan het feest en krijgen klappen
Op zondag 25 juli 1886 was onder grote publieke belangstelling een spelletje palingtrekken op de toen nog niet gedempte Lindengracht begonnen toen de politie ingreep. Politieagenten sneden het touw waaraan de paling hing door. Hierop keerden de toeschouwers zich tegen de agenten. Eén agent werd in een kelder getrokken en kreeg daar een pak slaag. De andere agenten wisten zich met de getrokken sabel een weg te banen door de woedende menigte om versterking te halen. De politie trad hard op, maar wist ’s avonds pas om 10 uur de orde te herstellen toen de meeste mensen naar huis gingen.

Palingoproer, politie schiet met scherp
Palingoproer, politie schiet met scherp

Maandag 26 juli het leger schiet met scherp
Maandag 26 juli 1886 braken opnieuw rellen uit. Een met stokken en staven bewapende menigte belegerde het politiebureau. De in het nauw gedreven agenten moesten versterking inroepen en uiteindelijk zelfs het leger vragen om in te grijpen. Er brak een vreselijk gevecht uit, waarbij straten werden opgebroken en barricades opgeworpen. De Jordanezen bekogelden de politie vanaf hun daken met alles waar ze de hand op konden leggen. Het leger schoot met scherp terug. Toen de rust de volgende dag weergekeerd was, waren er naast veel gewonden 25 doden te betreuren.

1934 De Jordaan oproer

Op woensdagavond 4 juli 1934 vond er in het gebouw De Harmonie aan de Rozengracht (nr. 207-213) in de Jordaan een bijeenkomst plaats tegen de steunverlaging. De protestvergadering was georganiseerd door het Werklozen Strijd Comité, een organisatie van de Communistische Partij Holland (CPH). Op dezelfde avond zou de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) een bijeenkomst houden in de Indische Buurt, maar die werd afgelast vanwege het overlijden van prins Hendrik.

Jordaanoproer
Jordaanoproer

Ook de NSB doet mee!
Tegenstanders van de NSB die opgeroepen waren om tegen de NSB-bijeenkomst te protesteren, begonnen vervolgens een demonstratie tegen de steunverlaging. In de Jordaan gingen bezoekers van de protestvergadering in De Harmonie na afloop de straat op en ook dit mondde uit in een demonstratie. Zowel in de Indische Buurt als in de Jordaan werden de betogers daarbij tegengehouden door de politie. Dit leidde tot felle gevechten waarbij de politie met stenen en dakpannen werd bekogeld. De straatverlichting werd vernield; van de kant van de politie werd met scherp geschoten.

Een dag later!
De volgende dag, donderdag 5 juli, heerste er een oorlogstoestand in de Jordaan. Bewoners braken straten open, wierpen primitieve barricades op en trachtten bruggen in brand te steken. Als een lopend vuurtje sloeg het oproer over naar andere arbeidersbuurten in de stad. Omdat de Amsterdamse politie er niet in slaagde het oproer te beteugelen, riep het stadsbestuur de hulp in van het leger. Korps Politietroepen en Marechaussee werden ingezet om de politie bij te staan. Die donderdagmiddag viel de eerste dode, op vrijdag en zondag zouden er nog vier volgen.

De politie schiet met scherp
Het optreden van politie en leger was keihard. Er werden gepantserde voertuigen ingezet en wanneer open ramen vanwaaruit voorwerpen gegooid konden worden, na een waarschuwing niet snel werden gesloten, werd er gericht gevuurd. Enkele dagen lang voerde generaal J.J.G. baron van Voorst tot Voorst het bevel over de militaire troepen. Op zaterdag 7 juli bracht minister-president Hendrik Colijn een bezoek aan het Amsterdamse stadhuis; hij gelastte een (nog) harder optreden van de politie en het leger. Zaterdagmiddag werden de persen van de communistische krant De Tribune onklaar gemaakt en werd de oplage van de krant in beslag genomen.

Vijf doden en 56 zwaargewonden
Toen was al duidelijk dat het oproer niet lang meer zou duren, de tol die betaald moest worden in de vorm van doden, zwaargewonden en talloze arrestaties was te hoog. Op maandag 9 juli was het oproer zo goed als voorbij. Volgens het verslag van hoofdcommissaris Versteeg uit november 1934 vielen er vijf doden en 56 zwaargewonden, onder wie acht politieagenten en één marechaussee. Bij ongeregeldheden in dezelfde periode in Rotterdam viel er op 10 juli één dode.

30 april 1980: “Geen woning, geen kroning!”

Het Amsterdam vanuit de jaren ’70 van de 20e eeuw kende onder meer woningnood en langdurig leegstaande panden. Sommigen, veelal jonge mensen op zoek naar een woning of kamer, kraakten leegstaande panden als middel om in hun behoefte te voorzien. De kraakbeweging speelde hierin een belangrijke rol en deze manifesteerde zich nog op andere terreinen. Een punt van wrevel dat richting de inhuldiging ontstond, was het renoveren van diverse koninklijke paleizen (Paleis Noordeinde en het Paleis op de Dam) door het ministerie dat volkshuisvesting in haar portefeuille had. Factoren als onder meer een snel stijgende (jeugd-)werkloosheid en onvrede over speculaties met panden speelden tevens mee.

De krakertjes zijn ook heel erg boos
In de stad Amsterdam was er in de maanden voor het kroningsoproer ook de nodige wrevel ontstaan tussen krakers en de politie. Tijdens een kraak, ontruiming en gewelddadige herkraak van een pand in de Vondelstraat vond een van de eerste echt gewelddadige confrontaties met de politie plaats. Voor de tweede ontruiming werd een pantservoertuig van het leger ingezet. Ook de voortdurende dreiging van de ontruiming van kraakpand de Groote Keijser zorgde voor spanning bij de op dat moment goed georganiseerde kraakbeweging.

“Geen woning, geen kroning!”
Tegen een achtergrond van grote woningnood en een georganiseerde tegencultuur van krakers, jongerenwerkers en politieke jongerenorganisaties werd de inhuldiging van koningin Beatrix aangegrepen om aandacht te vragen voor de woningnood. Onder de bekende leus ‘Geen woning, geen kroning!’ konden de aangekondigde acties aanvankelijk op steun rekenen van linkse partijen, bladen als de Volkskrant en Vrij Nederland en de omroepvereniging VARA. Voor de actiedag werden door het Landelijk Overleg Kraakgroepen ook buiten Amsterdam verschillende acties gepland om van de verwachte afwezigheid van de politie te kunnen profiteren.

Symbool van de Kraakbeweging
Symbool van de Kraakbeweging

Een goede voorbereiding is het halve werk
Vanuit het kabinet-Van Agt werd een taakgroep ingesteld om de feestelijkheden voor te bereiden. Ook in de gemeente Amsterdam werden politie en college voorbereid op de taken voor de 30e april. Ook vanuit de kraakbeweging werden flinke voorbereidingen getroffen. Vanuit het kraakpand de Grote Keijser zou de hele dag Radio de Vrije Keijser te horen zijn, daarnaast was er ook een stoorzender aanwezig. Verschillende kraakgroepen hadden kraakacties gepland en er waren plannen om de Dam vol met pamfletten te strooien. Deze mislukten echter vanwege een rekenfout.

En het wordt 30 april
Een kleine tienduizend politiemensen, marechaussees en militairen waren in Amsterdam om op deze dag de orde te bewaken. Het gebied waar de troonsafstand en inhuldiging plaatsvond (Dam en Nieuwe Kerk) was rondom afgegrendeld en bewoners in het gebied dienden een speciale pas te hebben. De binnenstad van Amsterdam werd met twee veiligheidslinies door de ME beschermd. Er waren sluipschutters en speciale eenheden die de Dam en de hoge gasten uit binnen- en buitenland bewaakten. De politie zette ook twee helikopters en verkenningseenheden op de grond in. De VARA hield, samen met Radio Stad Amsterdam, een speciale live-uitzending. De aanwezigheid van F-sidesupporters van Ajax moet vooral in de verwachte rellen en niet-republikeinse sympathie van deze groep gezocht worden

1997 De Slag bij Beverwijk

Met de Slag bij Beverwijk wordt een gewelddadig treffen tussen hooligans van de voetbalclubs Feyenoord (S.C.F. Hooligans) en Ajax (F-Side) bedoeld. De massale vechtpartij vond plaats op 23 maart 1997. Op de bewuste datum speelden Ajax en Feyenoord in de plaatsen Waalwijk en Alkmaar. De politie beschikte over informatie dat supporters van beide clubs voornemens waren elkaar te treffen, maar de exacte locatie was niet bekend. Wel werd een peloton ME’ers nabij de zwarte markt van Beverwijk gestationeerd om de bezoekers daarvan te kunnen beschermen.

Het weiland
Vanwege afgezette wegen troffen de hooligans elkaar in een weiland. Met messen, honkbalknuppels, ijzeren staven, stroomstootwapens, klauwhamers en ander wapentuig gingen de hooligans van beide clubs elkaar op ongekende wijze te lijf. Echter, de Ajax-hooligans werden door de Feyenoord-hooligans geheel onder de voet gelopen, een groep Ajax-hooligans werd aan twee kanten ingesloten door de Feyenoord-aanhangers, deze groep viel ook uit elkaar, zodat de overgebleven Ajax-hooligans moesten vechten of rennen voor hun leven, en slechts enkele Ajax-hooligans vochten door tot het eind. De rest van de groep blies al snel de aftocht.[1]. De ME was verrast door de snelheid en hevigheid van het gevecht en greep zodanig laat in dat er ter plekke geen aanhoudingen werden verricht, alleen werden er nog wat wapens in beslag genomen.

Dood van Carlo Picornie en vervolging
Bij de vechtpartij overleed één Ajax-hooligan, Carlo Picornie, die deel uitmaakte van de wat oudere garde binnen de harde kern van de F-Side. Hij stierf aan hersenletsel opgelopen door klappen met een klauwhamer. Uiteindelijk heeft justitie één persoon weten te veroordelen voor de dood van Picornie, de toen 21 jarige Leonardo P. uit Rotterdam, deze kreeg hiervoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar opgelegd. Tijdens het proces naar aanleiding van de moord op Ajax-hooligan Carlo Picornie, kreeg Leonardo P. ook te horen dat hij schuldig werd bevonden aan poging tot doodslag op een andere Ajax-hooligan H. Joos. Deze was ook aanwezig tijdens het gewelddadige treffen bij Beverwijk. H. raakte bij de vechtpartijen zwaar gewond. Feyenoord-hooligan Marco P. en de toen 25-jarige Feyenoord-hooligan Daniël C. hoorden 4 jaar tegen zich eisen, Daniël C. werd veroordeeld omdat hij H. Joos meerdere malen zou hebben gestoken met een mes, en ook werd hij verdacht betrokken te zijn geweest bij de dood van Picornie, hem werd poging tot doodslag ten laste gelegd.

Ik heb het niet gedaan
Ook Marco P. werd veroordeeld voor betrokkenheid bij de moord op Picornie. Ook de toen 25-jarige Feyenoord-hooligan Vincent M. werd veroordeeld voor betrokkenheid bij de mishandeling van Joos, hij zou hem geslagen hebben met een knuppel, Vincent M. verklaarde tijdens het proces Joos “”niet hard”” te hebben geslagen met een knuppel, zoals wel werd beweerd, maar zou Joos 1 lichte klap hebben gegeven met een knuppel. Echter ook hem werd poging tot doodslag ten laste gelegd, en tevens werd hij verdacht betrokken te zijn geweest bij de dood van Picornie, en hoorde 2 jaar tegen zich eisen. Leonardo P. heeft echter altijd ontkend iets met de moord op Picornie te maken hebben gehad.

Laat een reactie achter

Geef hier je reactie!
Naam hier