Vlaams – Nederlands woordenboek – Bijna 400 woorden en uitdrukkingen

Vlaams - Nederlands woordenboek
Vlaams - Nederlands woordenboek

Vlaams – Nederlands woordenboek

Het woord Vlaams zélf is afgeleid van flâm, een Ingveoonse vorm van het Germaanse flauma, wat betekent ‘vloed, stroom en stroming’. Wij hebben hier ruim 350 Vlaamse worden verzameld. Missen we ‘schone’ Vlaamse woorden of uitdrukkingen, speel deze svp door naar informatie@dutchmultimedia.nl. Lees meer…


Lees hier ->>> meer over taal en hier ->>> meer over België op deze website.


Vlaams is een verzameling dialecten of regiolecten van zeer uiteenlopend karakter. Het Vlaams is dan ook geen aparte taal. Het is een ‘geografische term’ die de talen in de Vlaamse provincies van België betreft.

De dialecten, die in de Vlaamse provincies worden gesproken, zijn net als de Nederlandse standaardtaal en de dialecten van Limburg, Brabant en Holland van Germaanse stam. Zij vallen uiteen in verschillende groepen. Het Limburgs, het Brabants waaronder het Antwerps, het Oost-Vlaams en het West-Vlaams. Het Limburgs in België komt grotendeels overeen met de verschillende Limburgse varianten die in Nederland worden gesproken.


Vlaams – Nederlands woordenboek


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter A

Ik vraag het aan – Ik wil verkering met je
Afkomen – Eraan komen
Aflezen – Oplezen (Tijdens de presentatie las hij van zijn blaadje op)
Afstappen (van openbaar vervoer) – Uitstappen (uit OV)
Ajuin – Ui
Al bij al – Al met al
Ambetant – Vervelend
Ambulancier – Medewerker bij een ambulance
Appelsien –
Onder de arm nemen (een advocaat …) – In de arm nemen
Autobatterij – Accu
Autostrade – Snelweg
Autostoppen – liften
Avant-première – Voorpremière


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter B

Baan – Snelweg
Er was geen kat op de baan – Er was niemand op de weg
Bankkaart – Pinpas
Baskuul (uit het Frans) – Weegschaal
Baxter – Infuus
Dulle betten – Prikkelbare vrouwen
Belangenvermenging – Belangenverstrengeling
Bedampte ruiten – Beslagen ruiten
Beenhouwer – Slager
Bekomen – Krijgen
Berline – Sedan
Bestemmeling – Geadresseerde, persoon voor wie iets bestemd is
Beterkoop – Goedkoper
Nen Bic (uitgesproken als biek) – Pen
Bivak – Kamp
Bluts – Deuk
Een boontje voor iemand hebben – Een zwakvoor iemand hebben
Boks – Dreun (slag op gezicht)
Boksijzer – Boksbeugel
Bollen – Rollen, (auto)rijden
Bomma – Oma
Bompa – Opa
Borstel – Bezem
Break – Stationwagen
Bretoen(s) – Bretons(s)
Brique (uitgesproken als brie-kee) – Aansteker
Bruiswater – Spa rood
Brugpensioen – VUT / vervroegd pensioen
Buitenwipper – Uitsmijter / portier


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter C

Camion – Vrachtwagen
Captatiewagen – Reportagewagen
Chauffage – Verwarming
Chambranle – Kozijn
Cinema – Bioscoop
Confituur – Jam
Constatatie – Constatering
Croque-monsieur – Tosti
Curieus – Nieuwsgierig


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter D

Dampkap – Afzuigkap
Depannage – Sleepdienst
Aan de deur zetten – Ontslaan, de deur wijzen
Discuteren – Discussiëren
Domiciliëring – machtiging
Doorgaan – Plaatsvinden
Doorgaan – Ervandoor gaan
Droogkuis – Stomerij
Droogzwierder – Centrifuge
Drukkingsgroep – Actiegroep, pressiegroep, lobby
Duimspijker – Punaise


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter E

Een einde stellen aan – Een einde maken aan
Elektriek – Elektriciteit
D’n evenaar loopt niet door uwen gat – De wereld draait niet om jou
Evident – Vanzelfsprekend / ligt voor de hand


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter F

Facteur – Postbode
Faling – Faillissement
Familiaal leven / in de privé – Privéleven
Fier (ergens fier op zijn) – Trots (ergens trots op zijn)
Fietematru – Preutse vrouwen
Floddergatten – flirterige vrouwen
Fol(l)ietje (uit het Frans – folie) – Lolletje, gekkigheidje
Forfait geven (sporttaal) – Afzeggen, verstek laten gaan, zich terugtrekken
Een foto trekken – Een foto maken
De frank / euro is gevallen – Het kwartje / de euro is gevallen
Frituur – Patatzaak
Frietkot – Patatkraam
Frigo – Koelkast
Fusioneren – Fuseren


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter G

Gaan – Lopen
Gang – Hal
Ganse week – De hele week
Garagepoort – Garagedeur
Er zit iemand in mijn gat te rijden – Bumperklever
Gatlekker – Ergste soort totentrekker
Met je gat in de boter vallen – Met je neus in de boter vallen
Gazet – Krant
Gedaan – Voorbij, uit (school)
Gegeerd – Gewenst, gewild, of gezocht
Gelijk – Zoals (als in ‘Pas de teksten aan gelijk we afgesproken hebben’)
Gelijkaardig – Gelijksoortig
geluidsmuur – Geluidsbarrière
Begingeneriek – Begintitels
Generiek – Aftiteling
Zij geraakt nooit verkozen als voorzitter! – Zij wordt nooit verkozen als voorzitter!
geraken – komen, raken, worden
Eindgeneriek – Aftiteling
Normaal gesproken – Normaliter
Het gevang – Gevangenis
Normaal gezien – Normaliter
Gij, ge (spreektaal, wordt ook in Zuid-Nederland gebruikt) – Jij, je
Ginds / ginder – Daar
Goesting – Zin
Gom – Gum


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter H

Hennepoeper – vrouwengek
Hekkens – Hekken
Hesp – Ham
Daar is een hoek af – Gek of abnormaal zijn
Hospitalisatie (in Nederland alleen bij de krijgsmacht) – Ziekenhuisopname


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter i

Immo – Vastgoed
Immobiliën – Onroerende goederen, vastgoed
Inkaderen – Passen in / bij, aansluiten bij, deel uitmaken van
Inkom – Ingang
Inwijkeling – Immigrant


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter J

Javel – Bleekwater
Jeannet – Flikker
Jeunen – Amuseren
Job – Baan
Jobstudent – werkstudent


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter K

Kaap – Mijlpaal, grens
Met de kaart betalen – Pinnen
Kabas – Handtas / koffer
Kachtelgatten – vrouwen met brede heupen
Kader (fiets) – Frame
Kader (schilderij) – lijst
Kakken – Poepen
Ma ga kakke joh – Opzouten!
Keerborstel – Bezem
Kickeren – Tafelvoetballen
Kino – Bioscoop
Kinesitherapeut(e) – Fysiotherapeut(-e)
Kinesitherapie en – Fysiotherapie
Klastitularis – Groepsleerkracht
Klavier (van computer, telefoon) – Toetsenbord
Kledij – Kleding
Kleedje – Jurk
Klet – Irritante kerel
Kliniek (algemeen ziekenhuis) – Ziekenhuis
Klierkoorts – Ziekte van Pfeiffer
Koffer – Kofferbak
Komaf maken met – Een einde maken aan
Komaan – Kom op
Kookpot – pan
Koppel – Stel
Kot – Kamer / studentenkamer
Kozijn – Neef
Kriepen – kleinzerige vrouwen
Kraantjeswater – Kraanwater / leidingwater
Kriek – Zure kers
Kroonsteentje – Suikerklontje
Kuisvrouw – Schoonmaakster
Kuisen – Poetsen / schoonmaken
Kuieren – Wandelen
Kwistenbiebel – Losbol
Kwagt – Zachte bodem


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter L

Langsheen – Langs (langsheen de Maas wandelen)
Lavabo – Wastafel
Leegaard – luiaard
Lidgeld – Lidmaatschapsbijdrage, contributie
Lievekesdag – Valentijnsdag
Lopen – Rennen
Look –
lopen – Rennrn
Lopende opdracht – Periodieke overboeking
Luidop – Hardop
Luik (onderdeel, hoofdstuk) – (onder-)Deel, hoofdstuk, aspect
Lusterklem – Kroonsteentje
Het niet onder de markt hebben – Het moeilijk hebben gehad / zwaar te verduren gehad


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter M

Mazout – stookolie
Meme – Oma
Microgolf – Magnetron
Bij middel van – Door middel van
Militant – Actievoerder, activist
Miserie – Ellende
Nonkel – Oom
Mobilhome – Camper
Moeke – Oma
Monovolume – MPV
Mortel – Specie
In de mot hebben – In de gaten hebben
Mutten – lomperik
Mutaliteit – Ziektekostenverzekering


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter N

Nagel – Spijker
Nazicht – Controle, onderhoud
Klacht neerleggen – Klacht indienen
Nefast (naar het Frans néfaste) – Funest, rampzalig
Nieweert – nietsnut


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter O

Objectief (als zelfstandig naamwoord) – Doel, streven, oogmerk
Omloop (in sporttaal) – Circuit, parcours, criterium
Onrechtstreeks – Indirect / niet rechtstreeks
Onthaal – receptie
Geld opdoen – Geld uitgeven
Opendeurdag – open dag
opendeur – open huis
Opendoender – Fles(sen)opener
Opzeg krijgen – Ontslag krijgen


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter P

Parlofoon – Deurtelefoon
Parlementair (zelfstandig naamwoord) – Parlementslid, parlementariër
Patat – Aardappel
Pata / patapata / patapedo – sportschool
Pechstrook – Vluchtstrook
Pepe – Opa
Permanentie hebben – Dienst hebben
Perte totale – Total loss
Performant – Goed presterend
Petten verkopen – Gillen, schelden, krabben
Piloot (Formule 1 of rally) – Autocoureur
Pintje – Biertje
Plaaster – Gips, pleister
Plan – Plattegrond, schema, kaart
Plat water – spa blauw
Plezant – leuk
Plooien – Vouwen
Schone poep – Mooie billen
Poepen – Neuken
Politieker – politicus
Pompelmoes – Grapefruit
Privaat – Privé
Proper – Netjes
Pronostikeren – Voorspellen
Prot – Scheet
Op punt stellen – Afstellen


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter Q

Quasi – Bijna, zo goed als


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter R

Receptie – Onthaal
Recycleren – Hergebruiken, recyclen
Remorque – Aanhangwagen
Rijvak – Rijstrook
Rondpunt – Rotonde


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter S

Sammelen – Lanterfanten
In nauwe schoentjes zitten – In de problemen zitten
Schoonbroer – Zwager
Schacht – Eerstejaarsstudent
Schacht – Eerstejaars student, feut
Schepen – Wethouder
Schrijnwerker – Timmerman
Schrik hebben (voor) – Bang of angstig zijn (voor), vrezen (voor)
Schuif – Lade
Schuren – Schrobben
Seffens – Straks
Sergeant (uit Frans ‘serre joint’) – Lijmtang, lijmklem
Signalisatie – Bewegwijzering, signalering
Sinusitis / sinusit – Bijholteontsteking
Gesjareld zijn – Zware pech hebben
Skieter – lafaard
Skaan / schaan: ‘Da is ne skaan’ – Gekke man (Aalsters dialect).
Smoutzak – viespeuk
Solden – Uitverkoop, opruiming, koopjes
Sos – Socialist
Speculoos – Speculaas
Spuitwater – Spa rood
Stappen – Wandelen
Stekskes – Lucifers
Strootjes – Rietjes
Struikelsteen – struikelblok
Supporteren – Aanmoedigen
Syndicaat – Vakbond
Syndikeren – Organiseren (vakbond)


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter T

Tas koffie – Kop koffie
Ondertas – Schotel
Technieker – Technicus
Tegen (snelheid of tempo) – Met (met 160 km/h scheurde hij over de weg.)
Tegenkanting – verzet, weerstand, kritiek
Terug – Weer (ze is terug ziek)
Terre (elektrotechniek) – Aarde
Terril – (mijn)Steenberg
Tjeef – Katholiek / christendemocraat
Totentrekker – Schijnheiligaard
Toarteklaai – onnozelaar
Toe – dicht
Wil je het raam toe doen? – Wil je het raam dicht doen?
T(s)jolen – Onderweg zijn
Tuutematoojen – opgetutte vrouwen


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter U

Schoenen uitstappen – Schoenen inlopen
Valies – Koffer


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter V

(de muziek speelt, we kunnen beginnen met dansen)
Vaak hebben – Slaperig zijn
Vake – Opa
Valies – Koffer
Van zodra – Zodra
Vanop – Vanaf, van, op (hij sprak vanaf zijn bed)
Het verdiep – De verdieping
Verlof – Vakantie
Verschieten – Schrikken
Zich verwachten aan – Rekenen op
Verdeler – Distributeur, dealer
Verderzetten – Doorgaan
Verdikken – Dikker worden
Verkeerswisselaar (afgeleid van échangeur) – (verkeers-)Knooppunt
Vermaken (van zaken) – Herstellen
Op verplaatsing spelen (sport) – Uit spelen (sport)
Vijs, vijzen – Schroef, schroeven
Daar komen vodden van – Daar komt ruzie van
In vogelvlucht – Hemelsbreed
Voormiddag – Ochtend
Vorten buk – onbetrouwbaar sujet
Telefoonnummer vormen – Telefoonnummer kiezen
In vraag stellen – in twijfel trekken
Vuilbak – Vuilnisbak
Water in de kelder hebben staan – Je broek is te kort


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter W

(telkens als hij boos wordt)
Watergladheid – Aquaplaning
Waterteller – Watermeter
Webstek – Website
Weeral (hij is weeral ziek) – Alweer (hij is alweer ziek)
Wegenwerken – Wegwerkzaamheden
Werf – Bouwplaats
Wetens en willens – Willens en wetens
Wijs (Gents dialect) – Leuk (iets of iemand is wijs: iets of iemand is leuk)
Wijsheidstand – Verstandskies
Witloof – Witlof
Winteruur – Wintertijd


Vlaamse woorden en uitdrukkingen met de letter Z

Bruine zeep – Groene zeep
Zeker en vast – Vast en zeker
Zetel – Bank om op te zitten
Zeveren – Onzin praten
Zibben – Kwezels
Ik zie u graag – Verliefd zijn op
In hetzelfde bedje ziek zijn – Aan dezelfde kwaal lijden
Zoekertje – Advertentie
Zoeteke – Liefje
Zomeruur – Zomertijd
Zo’n mensen – Zulke mensen
Zoo – Dierentuin
Zot – Gek
Zurkeltrutte – Bazige vrouw, een naïeve vrouw of een zuurpruim
Zwanzen – Kletsen