Woordenboek Managementtaal (bijna 250 woorden)

0
2325
Managementtaal woordenboek
Managementtaal woordenboek

Woordenboek Managementtaal

Na het succesvolle Straattaal Woordenboek gaan we vrolijk verder met het Managementtaal Woordenboek. Bijna 250 woorden managementtaal en hun betekenissen hebben we op het internet kunnen vinden. Lees, huiver en vul maar aan…

Woordenboek Managementtaal
Managementtaal woordenboek

Woordenboek Managementtaal


Getallen

1.0 = Oude versie
2.0 = Nieuwe of verbeterde versie van iets
360-graden feedback = Beoordeling en ontwikkeling van medewerkers voor het meten van competenties


A

Aanhaken = Meedoen
Aantakken = Meedoen
Aanvliegen = De wijze waarop men iets gaat doen
Account = Klant
Action points = Dingen die gedaan moeten worden
Added value = Toegevoegde waarde
Adresseren = Iets benoemen en er mee aan de slag gaan
Affordable loss = Een aanvaardbaar verlies
Afkaderen = Grens stellen
Afrekenen = Straffen of belonen op basis van prestaties
Aftikken = Beslissen of afsluiten
ALAP = As late as possible; zo laat mogelijk
Alle neuzen dezelfde kant op = Zorgen dat er samegewerkt wordt
ASAP = As soon as possible; zo spoedig mogelijk
Audit = Een onderzoek
Authenticiteit = Echtheidd; waarachtigheid


B

Babies in the water = Iets adhoc oplossen in plaats van de oorzaak aanpakken
Ballenbak = Een bedrijf waar iedereen maar doet wat hij / zij wil
Bambi = Een startende ondernemer
BD = Business development; afdeling van een bedrijf die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van het eigen product
Benchmark = Vergelijking of referentiepunt
Best practice = De beste werkwijze
Beursplein 5-humeur = Wisselend humeur
BiLa = Overleg met z’n tweeën
Bilateraaltje = Overleg met z’n tweeën
Blame Stormen = Bij elkaar komen om te bepalen wie de schuld gaat krijgen. Bij voorkeur iemand die niet anwezig is
Borgen = Voorgoed afspreken
BOT-sessie = Benen Op Tafel-sessie; ontspannen vergadering
Bottem line = Het minimale
Bottleneck = Een knelpunt
Brainen = Overleggen om iets nieuws te bedenken
Brainstormen = Overleggen om iets nieuws te bedenken
Break even draaien = Wanneer de uitgaven gelijk zijn aan de opbrengsten en er geen winst maar ook geen verlies is.
Budgetneutraal = Het mag niets kosten
Bullshit bingo = Variant op het bekende bingo waarbij typische managerwoorden
Burcadma = Verschrikkelijk ambtelijke personen
Burn-out = Overspannen
Business operandi = Commerciële doelstellingen die een onderhandelaar of verkoper nastreeft


C

Call = Beslissing
Captain of industry = Topman of topmanager.
CEO = (Chief executive officer) algemeen directeur; ook wel eens grappig Cash Extraction Officer genoemd.
CFO = (Chief financial officer) financieel directeur.
Challengen = Uitdagen
Champignon-manangement = Mensen in het ongewisse laten
Cirkelen = Samenwerken
Club = Zaak; onderneming
Codeslaaf = Programmeur
Committment = Betrokkenheid; toewijding of loyaliteit.
Communiceren = Laten weten
Concept = Idee
Concreet = Tastbaar
Concullega = Iemand die bij een concurrent werkt in dezelfde functie
Consultant = Adviseur
Contacten = Contact opnemen
Context = Alles buiten de eigen organisatie
Core bussiness = De belangrijskste activiteiten van een bedrijf
Core competence = De verzameling kerntaken waar een bedrijf goed in is.
Corporate Alzheimer = Bedrijf waarin niets van het geleerde uit het verleden blijft hangen / Corporate annorexia = Bedrijf dat maar blijft proberen met steeda minder mensen dezelfde of meer omzet te draaien / Corporate brain disorder = Verschillende afdelingen van een bedrijf werken elkaar tegen
Crash-dummy = Werknemer die continu fouetn maakt
Customer focus = Gericht op de lant
Cylindrisch archiveren = In de vuilnisbak gooien


D

Damage control = Schade repareren of opruimen
Deadline = Tijdstip wanneer er resultaat moet zijn geboekt
Dealen = Omgaan met
Dedicated = Toegewijd
Delegeren = Werk door iemand anders laten doen
Deliverable = Af te leveren resultaat waarop je wordt beoordeeld
Doorcommuniceren = Doorgeven of vertellen
Doorpakken = Iets afmaken icm doorzetten
Downplayen = Iets minder belangrijk maken
Downsizen = Personeel ontslaan
Driehoeksoverleg = Gesprek met drie mensen


E

Een belletje geven = Telefoneren
Employability = Inzetbaarheid op basis van diploma’s en werkervaring van personeel
Erectiesecetaresse = Zeer knappe directiesecetaresse
Ergens een klap op geven = Een beslissing nemen
Escaleren = Uit de hand lopen
Estimate = Schatting
ETA = Expected Time of Arrival; wanneer iets of iemand aankomt


F

Facilitair medewerker = Schoonmaker
Feedback = Een reactie geven
FIFO = Fit In or Fuck Off; meedoen of wegwezen
FIFO = First In First Out; ontlag van werknemers op aantal dienstjaren
Filen = Opslaan; archiveren
Finetunen = Aanscherpen
Focus = Aandachtspunt; nadruk
Focussen = De aandacht op iets vestigen
Follow up = Vervolg
FTE = Full-time equivalent; iemand die 36 of 40 uur wert in de week


G

Genereren = Maken; bereiken of tot gevolg hebben
Genitaal idee = Slecht idee
Gut feeling = Onderbuikgevoel; intuïtie


H

Hamerstuk = Punt op de agenda wat al beslist is; niet meer besproken hoeft te worden
Handen en voeten geven = Iets uitwerken
Hands on = Actief aanpakken; er boven op zitten
Headcount = Het aantal medewerkers dat iemand aanstuurt
Helicopter view = Overzicht verkrijgen op één of meerdere projecten; breed beeld
Het is jouw feestje = Het jouw verantwoordelijkheid
Hipo = High potential; veelbelovende jonge medewerker
Hoofdsmurf = Leidinggevende
Human capital = Personeel


I

Iets oppakken = Ergens mee aan de slag gaan
Impact = Gevolg
Implementeren = Toepassen; uitvoeren of in de praktijk brengen
In place = Op z’n plaats; goed
In scope = In beeld
Incentive = Prikkel; stimulans
Input = Commentaar; gegevens; inbreng
Inregelen = Invoeren; implementeren
Inschieten = Iets aan de orde stellen
Integraal = met alle er op en er aan
Issue = Kwestie; probleem; zaak


J

Ja-knikker = Iemand die slijmt bij de baas
JBF-methode = Jan boere fluitjes methode; je er gemakkelijk van afmaken
Je skipt het project….je stopt ermee =
Jip en Janneke taal = In kinderlijke termen spreken


K

Kantelen = Iets van richting doen veranderen
Key issue = Het belangrijkste punt
Kick off = Start
Kirretje = Iemand met een kluitje in het riet sturen
Klankborden = Overleggen
Kort sluiten = Overleggen
Kostenplaatje = Een overzicht van de kosten
Kracht; in je kracht zitten = Goed in je vel zitten
KURK-en = Kreatief uit ’t raam kijken
Kwaliteitsslag = Iets aantoonbaar verbeteren


L

Lead/De lead hebben = De leiding hebben
Levelen = Overleggen
Leverage = Voordeel ten opzichte van de concurrent
Loungen = Bijeenkomen met zakenpartners in je vrije tijd


M

Management by walking around = Aansturing door rond te lopen en te spreken met mensen
Managen = Leiden; beheren
MBO = Management by objective; sturen op doelen
Mediation = Bemiddeling door een neutrale buitenstaander bij een conflicten
Meeting = Bijeenkomst; vergadering
Meters maken = Vooruitgang boeken met een project
Mindmappen = Methode om iet te onthouden of gedachten en ideeën op papier te zetten
Mindset = Denkkader
Monitoren = Volgen of bestuderen


N

Name dropping = Namen van bekende personen gebruiken in een gesprek ter eer en meerdere glorie van je zelf
Neerzetten = Een resultaat boeken
No-brainer = Iets heel erg simpels
Non issue = Onbeduidend probleem.


O

Offline bespreken = Iets buiten de vergadering om bespreken.
Off-topic = Opmerking die niets heeft te maken met het onderwerp van gesprek
Ontspammen = Je hoofd leegmaken
Oppakken = Doen
Opschalen = Vergroten; uitbreiden; naar een hoger niveau tillen
Out of the box = Buiten de gebaande paden oplossingen of iets nieuws bedenken
Outperformen = Beter presteren dan een ander
Output = Resultaat
Outsourcen = Iets door een ander bedrijf laten doen; uitbesteden
Overlegmoment creëren = Een afspraak maken


P

P&O = Personnel & Organization; Personeelszaken
Parkeren = Uitstellen
PC-eend = Iemand die word ingehuurd om eenvoudig typewerk te doen
Peptalk = Korte motiverende toespraak
Performance = Prestatie
Piketpaaltjes slaan = Grenzen aangeven
Pitchen = Iets krot en krachtig presenteren
Pit-stop = Plaspauze
Plan de campagne = Plan opstellen
Plenaire feedback = Gezamenlijke terugkoppeling
POP = Persoonlijk Ontwikkelings Profiel of Plan. Beschrijving van het ontwikkelingstraject en de leerdoelen van iemand.
Powermeeting = Zeer korte; intense en staande vergadering
Powernap = Kort en intens slapen
Proactiviteit = Voorbereid zijn op
Probleemhouder = Iemand die met een oplossing moet komen
PZ = Afdeling personeelszaken


R

RGA = Resultaat gebonden afspraken
Romeo Delta = Regel dat!


S

Sabbatical = Een tijdje stoppen met werken om iets te leren
Schakelen = Afwisselen tussen verschillende taken
Schieten; ergens op schieten = Bekritiseren; bespreken van iets
Scope = Alles wat te maken heeft met het project
Showstopper = Ietsof iemand waardoor een project niet afkomt
Skippen = Overslaan
SLA = Service Level Agreement; een overeenkomst waarin de diensten te geleverd gaan worden beschreven staan
SMART maken = Meetbaar maken
Span of control = Het aantal mensen of zaken die je kan aansturen
Spanningsveld = Conflict
Sparren = Overleggen
Speak = Jargon voor jargon
Stakeholder = Belanghebbende
Statement = Bewering; uitspraak
Stoelendans = Spelletjes om een betere positie te verkrijgen
Stuk; Stukje = Een deel; een beetje
Sturen op = Een project met iets specifieks een bepaalde kant op sturen
Support = Steun
Synergie = Door samenwerken betere resultaten halen


T

Tackelen = Tot een goed einde brengen
Target = Doel; doelstelling
Task force = Groep mensen met een bepaalde taak
Teambuilding = Activiteiten die het wij-gevoel verbeteren
Temporiseren = Vertragen
Terugkoppelen = Een reactie geven
Testosteron-management = Agressieve en mannelijke vorm van management.
Tikgeit = Iemand die word ingehuurd om eenvoudig typewerk te doen
Time management = Efficiënt en effectief indelen van tijd
Time -out = Pauze
To the point = Ter zake
To-do list = Lijst met punten en /of activiteiten die nog gedaan moeten worden
Toko = Bedrijf of onderneming
Tools = Middelen
Transparant = Duidelijk
Tricky = Lastig; gevaarlijk
Trigger = Signaal of waarschuwing
Triggeren = Oproepen; stimuleren
Tweesporenbeleid = Meerdere paden bewandelen om tot een resultaat te komen
Typemiep = Iemand die word ingehuurd om eenvoudig typewerk te doen


U

Uitdagingen = Problemen
Uitfaseren = Opheffen of afschaffen.
Uitnutten = Benutten
Uitrollen = Verbreden; uitbreiden
Uitzuigkracht = Werknemer van een uitzendbureau die geld kost en niets presteert
Uurtje factuurtje = Prijs doorberekenen op uurbasis.


V

VCM = Verplicht Chill Momentje; relaxmoment
Verwonderpunten = Zaken die opvallen
Vorkje prikken = Eten


w

Waste manager = Vuilnisman
Winwin-situatie = Een situatie of oplossing waar alle partijen iets mee opschieten


X

X-factor = Onbekende factor; term komt uit chaostheorie


Z

Zeemeeuwmanagement of consultancy = Iemand komt krijsend aan; schijt de hele boel onder en voor je er iets van kunt zeggen is hij al weer weg
ZSM = Zo spoedig mogelijk


Photo credit: toolstop via Foter.com / CC BY


Geef een reactie