Jatti: de moord in het Hengelose Paradiso die veertien jaar lang een geheim blijft
Jatti: de moord in het Hengelose Paradiso die veertien jaar lang een geheim blijft
Een schot in de nacht
Het is 3 maart 1971, kort na middernacht, als de 26-jarige Gerrit Wensink uit Overdinkel, iedereen kent hem als Jatti, of Djatti, zijn auto neerzet voor het Open Jongerencentrum Fashion aan de Willem de Clercqstraat in Hengelo. Het is een plek die hij goed kent. Te goed, zeggen velen.
Binnen zit een kleine groep van de vaste kern. De bloedmooie Texas D. is er, het zestienjarige meisje op wie Jatti enorm verliefd is maar die niets van hem wil weten. Rein K. (35) is er. Pim van der V (35) uit Hengelo. En Dirk, de 23-jarige Hengeloër die zwaar onder de drugs zit, LSD, valium, amfetaminen, de cocktail van de avond. Projectleider Piet(-er) J. (42) is die nacht thuis.
Wat er precies gebeurt is later onderwerp van uitvoerig juridisch debat. Wat vaststaat: Dirk loopt naar de keuken, pakt een geladen karabijn en schiet Jatti van achteren, op vier meter afstand, meerdere keren tussen de schouderbladen. “Ik zag hem op dat moment helemaal niet meer als een mens,” verklaart Dirk later tegenover de rechtbank. Jatti is op slag dood.
Het paradijs van het oosten
Om te begrijpen wat er die nacht in Fashion gebeurt, moet je terug naar het begin. Het is 1969 als het jongerencentrum opent in een voormalig pand aan de Willem de Clercqstraat. Hengelo is dan een slaperige industriestad in Twente, en Fashion is het tegendeel van alles wat de stad vertegenwoordigt: luid, kleurrijk, vol bloemen en muziek en de geur van wierook en marihuana.
In de hoogtijdagen is Fashion een dagelijkse bestemming voor tientallen jongeren. De flower power is er echt, het verzet tegen de bestaande orde is er echt, de vriendschappen zijn er echt. Rondom projectleider Piet vormt zich een harde kern die het centrum als hun tweede thuis beschouwt. Ze delen alles: ruimte, muziek, idealen, drugs.
Maar langzaam, bijna onmerkbaar, begint de sfeer te kantelen. Het softdrugsgebruik maakt plaats voor harder spul. LSD en amfetaminen doen hun intrede. De bezoekers worden grilliger, de sfeer grimmiger. En dan is er Jatti.
De koning van Hengelo
Gerrit Wensink, alias Jatti, alias Karate Jatti, is een figuur die niemand onverschillig laat. De Lossenaar , later berichten sommige kranten dat hij uit Overdinkel komt, andere vermelden Losser, is in de Hengelose jongerenwereld bekend als dealer en als een man die zijn zin doorzet, desnoods met geweld. In Fashion gedraagt hij zich buitensporig agressief. Hij bedreigt bezoekers met een stoelpoot of mes. Hij verschijnt met een revolver. Een keer, of meerdere keren, schiet hij de inboedel kapot.
De vaste kern is bang voor hem. Ze praten over hem. Ze fantaseren hardop over hoe ze van hem af kunnen komen. Is dat therapeutische uitlaatklep, of is het planning? Die vraag staat veertien jaar later centraal in een Almelose rechtszaal.
Even lijkt het probleem zichzelf op te lossen: Jatti wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting. Maar hij loopt weg. De bedreigingen beginnen opnieuw.
De politie is op de hoogte van de explosieve situatie in Fashion. Ze doet niets. Kan misschien ook weinig doen zolang er geen strafbare feiten zijn gepleegd.
Het plan
Wat er die avond van 3 maart werkelijk is beraamd, blijft tot op de dag van vandaag onduidelijk. Texas legt later een verklaring af die door haar bloed doet stollen. Er is een plan, zegt ze, om Jatti koud te maken, met haar als lokvogel. Als Jatti binnenkomt, moet zij in de grote zaal blijven. Een stoel wordt klaargezet tegenover de bank waar ze op ligt. Ze moet tegen Jatti zeggen: “Ik hou van jou.” Pim zet de muziek harder. En als Jatti in de stoel gaat zitten, is hij een gemakkelijke prooi voor Dirk.
Dirk ontkent dit volledig. Hij heeft in een opwelling gehandeld, zegt hij. Hij was door het dolle heen. Er was geen plan, geen draaiboek, geen voorbedachte rade. Praten over Jatti kwijtraken was een uitlaatklep, geen serieuse voorbereiding.
De verklaring van Texas is het scharnierpunt van het hele proces, en tegelijk het zwakste punt van de aanklacht. Ze bevindt zich in een psychiatrische instelling en wordt door een psychiater als infantiel en uiterst gestoord beschreven. De officier van justitie roept haar niet op als getuige. Haar verklaring tegenover de recherche, belastend maar niet onder ede afgelegd, staat daarmee op losse schroeven.
Het lijk verdwijnt
In de paniek die op de schietpartij volgt wordt projectleider Piet thuis gebeld. Er is iets ergs gebeurd. Hij rijdt naar Fashion. Samen met Dirk en Rein wikkelen ze het lijk van Jatti in een gordijn, laden het in Piets besteleend en rijden naar de bossen bij Boekelo. Daar begraven ze hem, in de nacht, in het donker, zonder enige voorbereiding.
Dirk spreekt een waarschuwing uit aan de aanwezigen: wie praat, gaat eraan. Dirk ontkent dit later. “We hebben wel afgesproken er niet over te praten,” zegt hij. Het effect is hetzelfde.
Jatti is weg. Officieel: vermist.
Veertien jaar stilte
De familie Wensink doet aangifte. De politie onderzoekt de zaak, legt haar oor te luisteren in Fashion, maar niemand zegt iets. Geruchten zijn er genoeg: hij is doodgeschoten, hij heeft het er zelf naar gemaakt, het is zijn eigen schuld. Maar namen, feiten, bewijs? Niets.
De familie schakelt helderzienden in. Speurhonden worden het bos ingestuurd. Bossen worden uitgekamd. Jatti blijkt in rook te zijn opgegaan. In 1972 sluit Fashion definitief. De gemeente heeft de subsidiekraan dichtgedraaid. Het experiment is voorbij. De vaste kern verspreidt zich. Sommigen bouwen een leven op. Anderen niet.
Veertien jaar lang geldt Gerrit Wensink officieel als vermist persoon.
Ze hebben bekend dat ze betrokken zijn geweest bij de moord op Wensink
De tip die alles verandert
Het is begin 1985 als de Hengelose politie tijdens een verhoor in een volledig andere zaak plotseling goud in handen krijgt. Een verdachte begint te praten over de affaire-Wensink. Op 18 maart verricht de politie arrestaties in verschillende gemeenten. Vijf personen worden opgepakt in verband met de moord op Gerrit Wensink. Twee van hen, de broers Dirk en Rein K., hebben de dodelijke schoten gelost, zo komt uit de verhoren naar voren. Pim van der V. wordt verdacht van betrokkenheid bij de schietpartij. Projectleider Piet J. wordt aangehouden voor zijn rol bij het begraven van het lijk.
Officier van justitie mevrouw W. Sorgdrager kondigt de aanhoudingen aan op een persconferentie. “Hebben ze bekend?” vragen journalisten. “Ze hebben bekend dat ze betrokken zijn geweest bij de moord op Wensink,” antwoordt ze.
Onmiddellijk worden de bossen bij Boekelo opnieuw doorzocht. De politie schakelt de geroutineerde gravendienst van Defensie in. Speurhonden, opgravingen, systematisch uitkammen van het terrein. Het gebied is in veertien jaar sterk veranderd. Het lijk van Jatti wordt niet gevonden.
Een moordzaak zonder lijk
Op 9 juli 1985 begint het proces voor de rechtbank in Almelo. Rechtbankpresident mr. H.P. Talsma en zijn collega’s staan voor een juridisch uitzonderlijk probleem: een moordzaak zonder lijk, en daarmee zonder sectie, zonder doodsoorzaak, zonder forensisch bewijs.
Sorgdrager weet precedenten aan te halen. In 1956 verdwijnt café-houdster Betje Schevenhoven in Amsterdam. Haar lijk wordt nooit gevonden, maar de daders worden veertien jaar later toch veroordeeld. Het Gerechtshof veroordeelt Gerard S. tot vijftien jaar. De Hoge Raad verwerpt zijn cassatieberoep. Geen lijk, wel veroordeling: het kan.
Maar de zaak tegen Dirk K. heeft een extra complicatie. Doodslag, het doden zonder voorbedachte rade, is in 1985 al verjaard. De verjaringstermijn is twaalf jaar. Alleen moord, met voorbedachte rade, is nog vervolgbaar. De achttienjarige verjaringstermijn loopt nog. Als de rechtbank Dirk niet veroordeelt voor moord, gaat hij vrijuit. Niet omdat hij onschuldig is, hij heeft bekend, maar omdat de wet het niet meer toelaat.
Alles draait dus om de vraag: was het een plan, of een opwelling?
De rechtszaal
Dirk K. zit tegenover de rechters en vertelt zijn verhaal. Hij was door het dolle heen. Hij had te veel gebruikt. Jatti was weer agressief. Hij had gehandeld in een vlaag van woede. Geen plan. Geen draaiboek. Een opwelling.
Zijn advocaat mr. R. Kroon voert een sterk verweer. De meeste belastende verklaringen zijn afgelegd door medeverdachten, onwettige bewijsmiddelen. Andere verklaringen zijn na veertien jaar onbetrouwbaar geworden, vertekend door emotie en tijd. En de cruciale verklaring van Texas, het meisje dat zegt dat er een plan was, kan niet worden getoetst: ze zit in een inrichting en wordt niet opgeroepen als getuige. Haar verklaring is niet onder ede afgelegd. Ze is psychiatrisch als infantiel beoordeeld.
Bovendien, voegt Kroon toe, speelde Dirk K. na de moord met een onbeschrijfelijke koelbloedigheid een partijtje schaken en won. Hieruit leidt hij af dat zijn cliënt destijds volledig onder invloed was en niet toerekeningsvatbaar.
Sorgdrager eist drie jaar gevangenisstraf voor Dirk K. wegens moord. Twee jaar voor Rein K. Tweeënhalf jaar voor Pim van der V. En twee jaar voor projectleider Piet J., die in een aparte zitting op 23 augustus voor de rechter moet verschijnen.
De uitspraken
De rechtbank in Almelo doet op 3 september 1985 uitspraak. Dirk K. krijgt drie jaar gevangenisstraf. Rein K. krijgt twee jaar. Piet J. krijgt twee jaar. Pim van der V. wordt door de rechtbank op 23 juli al vrijgesproken van moord. Zijn betrokkenheid bij de schietpartij is niet bewezen geacht. Voor het dealen in cocaïne, waarvoor hij in maart 1985 al was veroordeeld, heeft hij zijn vijf maanden al in voorarrest uitgezeten.
Het lijk van Gerrit Wensink wordt nooit gevonden. Zijn exacte rustplaats in de bossen bij Boekelo blijft onbekend.
Epiloog: het boek
Ruim dertig jaar na de moord en bijna tien jaar na de rechtszaak begint de Hengelose journalist en historicus Marco Krijnsen aan een reconstructie van de gebeurtenissen rondom Fashion en de moord op Jatti. Hij besteedt er meer dan tien jaar aan. In mei 2016 verschijnt het resultaat: de roman Jatti, uitgegeven bij AFdH Uitgevers.
Het boek vertelt het verhaal vanuit drie ik-perspectieven, over drie tijdsperiodes: de barkeeper Fred die de geschiedenis van Fashion beschrijft van 1969 tot 1971, de politieman Rinus die het hervatten van het onderzoek in 1985 volgt, en journalist Bert, het alter ego van de auteur, die van 2005 tot 2016 op zoek gaat naar het nooit gevonden lijk.
De vraag die het boek oproept, en die Krijnsen zelf niet beantwoordt, is dezelfde die de rechtbank in 1985 ook niet definitief heeft kunnen beantwoorden: was het een plan, of een opwelling? Was Jatti het slachtoffer van een kille executie, of van een moment waarop alles uit de hand liep?
Gerrit Wensink en war nog van hem over is, 26 jaar oud, ligt nog steeds ergens in de grond bij Boekelo.

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!