De Slag aan de Somme – Het offensief dat de Eerste Wereldoorlog verandert
Op 1 juli 1916 openen Britse en Franse legers een groot offensief aan de rivier de Somme in Noord-Frankrijk. Wat de geallieerden hopen te laten uitgroeien tot een beslissende doorbraak, verandert al snel in een van de bloedigste veldslagen uit de wereldgeschiedenis. Vier en een halve maand lang woedt een vrijwel onafgebroken strijd waarin meer dan drie miljoen militairen worden ingezet en ruim een miljoen mannen sneuvelen, gewond raken of vermist worden.
Waarom de Somme?
De geallieerden bereiden het offensief al maanden voor. Tijdens de conferentie van Chantilly in december 1915 spreken Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland en Italië af om in 1916 gelijktijdig aanvallen uit te voeren tegen de Centrale Mogendheden. Het doel is Duitsland op meerdere fronten tegelijk onder druk te zetten, zodat het geen reserves kan verplaatsen.
Aanvankelijk is het de bedoeling dat de Fransen het grootste deel van de aanval voor hun rekening nemen. Wanneer Duitsland in februari 1916 echter het offensief bij Verdun begint, moeten veel Franse divisies daarheen worden gestuurd. Daardoor verschuift de hoofdrol naar het Britse Expeditieleger onder bevel van generaal Sir Douglas Haig. De Fransen blijven deelnemen, maar hun aandeel is aanzienlijk kleiner dan oorspronkelijk gepland.
Een week van onafgebroken bombardementen
Voorafgaand aan de aanval beschieten de geallieerden de Duitse stellingen zeven dagen lang met meer dan anderhalf miljoen granaten. De legerleiding verwacht dat prikkeldraadversperringen zullen verdwijnen en dat de Duitse loopgraven grotendeels vernietigd zullen zijn. Britse infanteristen krijgen daarom opdracht in een rustig tempo op te rukken zodra het artillerievuur stopt.
De werkelijkheid blijkt heel anders. Veel granaten blijken ondeugdelijk of dringen niet diep genoeg door in de versterkte Duitse schuilplaatsen. Zodra het bombardement eindigt, komen Duitse mitrailleurschutters uit hun ondergrondse bunkers tevoorschijn en openen een verwoestend vuur op de oprukkende infanterie.
1 juli 1916: de zwartste dag voor het Britse leger
Op de eerste dag van de slag lijden de Britten de zwaarste verliezen uit hun militaire geschiedenis. Binnen enkele uren vallen bijna 60.000 slachtoffers, waaronder meer dan 19.000 doden. Vooral vrijwilligersbataljons uit de zogenoemde Pals Battalions worden zwaar getroffen. Jongemannen die samen uit dezelfde dorpen, fabrieken en sportverenigingen dienst hebben genomen, sneuvelen vaak naast elkaar. Hierdoor verliezen complete gemeenschappen in Groot-Brittannië in één dag een groot deel van hun jonge mannen.
De Franse troepen boeken in het zuiden meer succes. Dankzij hun grotere ervaring en zwaardere artillerie weten zij verschillende Duitse linies te doorbreken. Ook daar zijn de verliezen aanzienlijk, maar veel minder catastrofaal dan aan Britse zijde.
Een strijd om iedere meter grond
Na de eerste dag verandert de Somme in een langdurige uitputtingsslag. Dorpen als Fricourt, La Boisselle, Contalmaison, Pozières, Guillemont, Delville Wood en later Thiepval en Beaumont-Hamel worden het toneel van hevige gevechten. Iedere heuvel, loopgraaf en bosrand wisselt soms meerdere keren van eigenaar.
Artilleriebeschietingen veranderen het landschap in een maanachtig terrein vol modder, kraters en vernielde boomstammen. Regen maakt de omstandigheden nog slechter. Bevoorrading verloopt moeizaam en gewonden kunnen vaak pas na uren of zelfs dagen worden afgevoerd.
Slag om De Somme 1916
De eerste tanks verschijnen
Op 15 september 1916 zetten de Britten voor het eerst een nieuw wapen in: de tank. Deze gepantserde voertuigen moeten prikkeldraad overwinnen en de infanterie beschermen tegen mitrailleurvuur. Hoewel de tanks grote indruk maken, zijn ze technisch nog onbetrouwbaar. Veel voertuigen vallen al uit voordat zij de Duitse linies bereiken. Toch bewijst hun inzet dat de oorlogvoering ingrijpend verandert.
Oorlog in de lucht
Boven de Somme ontwikkelt zich tegelijkertijd een nieuwe vorm van oorlogvoering. Verkenningsvliegtuigen fotograferen vijandelijke stellingen, leiden artillerievuur en bestrijden elkaar in steeds grotere luchtgevechten. Beide partijen beseffen dat luchtoverwicht onmisbaar wordt voor moderne militaire operaties. De Somme markeert daarmee ook de doorbraak van de luchtmacht als belangrijk onderdeel van de oorlog.
De Duitse verdediging
Ondanks de zware druk weten Duitse troepen maandenlang stand te houden dankzij een diep uitgebouwde verdediging van meerdere loopgraven, bunkers en steunpunten. Regelmatig voeren zij tegenaanvallen uit om verloren terrein terug te winnen. Pas tegen het einde van de strijd trekken zij zich op enkele plaatsen terug naar beter voorbereide verdedigingslinies.
Hoewel de geallieerden uiteindelijk ongeveer tien kilometer terrein winnen, blijft een beslissende doorbraak uit. De prijs voor deze beperkte terreinwinst is uitzonderlijk hoog.
Slachtoffers
De exacte aantallen verschillen per bron, maar historici schatten dat tijdens de Slag aan de Somme meer dan één miljoen militairen worden gedood, gewond of vermist. De Britten verliezen ongeveer 420.000 man, de Fransen ruim 200.000 en de Duitse verliezen liggen waarschijnlijk tussen de 430.000 en 500.000 militairen. Daarmee behoort de Somme tot de bloedigste veldslagen uit de militaire geschiedenis.
Engelsen rukken op, Slag aan de Somme, 1916
De betekenis van de Slag aan de Somme
Hoewel de geallieerden hun oorspronkelijke doel niet bereiken, heeft de slag grote strategische gevolgen. Duitsland wordt gedwongen enorme aantallen manschappen en materieel in te zetten om het front te behouden. Tegelijkertijd neemt de druk op Verdun af, waardoor de Franse verdediging daar kan herstellen. De Duitse verliezen zijn zo groot dat het leger steeds moeilijker ervaren soldaten kan vervangen.
De Somme laat bovendien zien dat moderne oorlog niet langer wordt beslist door één grote veldslag, maar door industriële productie, logistiek, artillerie, luchtmacht en het vermogen om langdurig verliezen op te vangen. Nieuwe technieken, zoals tanks, verbeterde artilleriecoördinatie en luchtverkenning, leggen de basis voor de manier waarop oorlog later in de twintigste eeuw wordt gevoerd.
Een blijvende herinnering
De Slag aan de Somme blijft vooral het symbool van de enorme menselijke tol van de Eerste Wereldoorlog. Op de voormalige slagvelden herinneren honderden begraafplaatsen, monumenten en het indrukwekkende Thiepval Memorial aan de tienduizenden vermisten die nooit zijn teruggevonden. Voor Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en de landen van het Gemenebest blijft de Somme een plaats waar moed, opoffering en de verschrikkingen van de loopgravenoorlog samenkomen. Meer dan een eeuw later vormt de slag nog altijd een van de meest aangrijpende hoofdstukken uit de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog.