Krijgsgevangenen in Rusland tijdens de Eerste Wereldoorlog
Miljoenen soldaten achter prikkeldraad
Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, verwacht niemand dat miljoenen soldaten jarenlang in krijgsgevangenschap zullen doorbrengen. Toch neemt Rusland tussen 1914 en 1917 naar schatting 2,4 miljoen vijandelijke militairen gevangen. Daarmee wordt het Russische Rijk, na Duitsland, een van de grootste detentiemachten van de oorlog.
De meeste gevangenen zijn afkomstig uit Oostenrijk-Hongarije. Daarnaast belanden ook honderdduizenden Duitsers en kleinere aantallen Ottomaanse en Bulgaarse soldaten in Russische handen. Voor velen begint een lange beproeving die niet eindigt met de wapenstilstand van 1918, maar soms pas jaren later.
De lange reis naar het onbekende
Na hun gevangenneming worden soldaten vaak eerst ondervraagd voordat zij naar het Russische achterland worden gestuurd. Vervolgens begint een reis die soms één tot drie maanden duurt. De gevangenen weten meestal niet waar zij naartoe worden gebracht en hebben geen idee hoe lang hun gevangenschap zal duren.
Vervoer vindt plaats in zogenaamde “teplushki”, eenvoudige goederenwagons die ook worden gebruikt voor Russische soldaten. De wagons zijn vaak overvol. In de winter heerst er bittere kou en in de zomer verstikkende hitte. Hygiënische voorzieningen zijn minimaal en voedsel is schaars. Veel gevangenen worden tijdens deze reizen ziek nog voordat zij hun eindbestemming hebben bereikt.

Een groep Oostenrijks-Hongaarse krijgsgevangenen verzamelt zich buiten een barak in Noord-Rusland. De mannen zijn waarschijnlijk Polen, Oekraïners en leden van andere Slavische bevolkingsgroepen die gevangen zijn genomen door het Russische leger. Zij verblijven op een niet nader geïdentificeerde locatie in het uiterste noorden van Europees Rusland, nabij de Witte Zee, vermoedelijk in de omgeving van Kiappeselga, ongeveer 76 kilometer ten noorden van Kondopoga.
Deze bijzondere foto ontsnapt aan confiscatie door grenswachten, terwijl het merendeel van politiek gevoelige afbeeldingen uit die periode verloren gaat. Dat gebeurt waarschijnlijk omdat niet direct duidelijk is wat de afbeelding precies voorstelt. Wanneer fotograaf Sergej Prokoedin-Gorski Rusland in 1918 definitief verlaat, neemt hij de glasnegatieven mee, waardoor dit unieke beeld voor het nageslacht bewaard blijft.
Bron:
Prokudin-Gorskiĭ, Sergeĭ Mikhaĭlovich: Austrian prisoners of war near a barrack, digitale kleurenweergave van een glasnegatief, Russische Rijk, circa 1915; bron: Library of Congress Prints and Photographs Division, LC-DIG-ppmsc-04423. Met dank aan de Library of Congress.
Siberië: het einde van de wereld
Voor honderdduizenden krijgsgevangenen ligt die eindbestemming in Siberië. De enorme afstanden, het strenge klimaat en de beperkte infrastructuur maken dit gebied berucht. In sommige regio’s overtreft het aantal krijgsgevangenen zelfs het aantal lokale inwoners.
Omdat Rusland niet voorbereid is op zo’n grote toestroom van gevangenen, worden allerlei gebouwen gebruikt als onderkomen. Oude kazernes, magazijnen, schuren en geïmproviseerde barakken veranderen in kampen. Overbevolking en slechte sanitaire omstandigheden leiden al snel tot uitbraken van tyfus, cholera en andere besmettelijke ziekten.
In verschillende kampen sterven duizenden mannen aan ziekte, ondervoeding en uitputting. De sterfte onder krijgsgevangenen in Rusland behoort uiteindelijk tot de hoogste van alle oorlogvoerende landen.
Niet alle gevangenen zijn gelijk
Binnen de kampen bestaat een duidelijke hiërarchie. Officieren genieten aanzienlijk betere omstandigheden dan gewone soldaten. Zij ontvangen een salaris, hoeven meestal geen dwangarbeid te verrichten en beschikken soms zelfs over eigen kamers.
Gewone soldaten hebben het veel zwaarder. Zij zijn afhankelijk van de voedselvoorziening van de Russische autoriteiten, die gedurende de oorlog steeds verder verslechtert. Bovendien worden zij vaak ingezet voor zware arbeid.
Ook nationaliteit speelt een rol. Slavische gevangenen uit Oostenrijk-Hongarije, zoals Tsjechen, Slovaken en Serviërs, krijgen geregeld een voorkeursbehandeling. Rusland hoopt hen hierdoor aan te moedigen om zich tegen de Centrale Mogendheden te keren.
Een samenleving achter het prikkeldraad
Ondanks de moeilijke omstandigheden proberen veel krijgsgevangenen hun leven opnieuw vorm te geven. In de kampen ontstaan complete gemeenschappen met scholen, bibliotheken, sportclubs, muziekgroepen en toneelgezelschappen.
Er worden lessen gegeven in talen, techniek, rechten, wetenschap en kunst. Sommige kampen ontwikkelen zelfs onderwijsprogramma’s die na de oorlog officieel worden erkend. Gevangenen richten werkplaatsen op waar meubels, gereedschappen en gebruiksvoorwerpen worden gemaakt. Er verschijnen kampkranten en er worden sportwedstrijden georganiseerd.
Deze activiteiten bieden afleiding van de eentonigheid en wanhoop die het kampbestaan kenmerken. Veel gevangenen spreken later over de zogenaamde “prikkeldraadkoorts”: het gevoel van uitzichtloosheid dat ontstaat door jarenlang opgesloten te zitten achter hekken en wachttorens.
Dwangarbeid voor de Russische oorlogseconomie
Vanaf 1916 besluit Rusland steeds meer krijgsgevangenen als arbeidskrachten in te zetten. Het land kampt met een tekort aan arbeiders doordat miljoenen Russische mannen aan het front vechten.
Gevangenen worden ingezet in de landbouw, de mijnbouw, de industrie en bij grote infrastructurele projecten. Tegen 1917 bestaat naar schatting een vijfde tot een kwart van de Russische beroepsbevolking uit krijgsgevangenen.
Voor sommigen betekent dit een verbetering van hun situatie. Vooral gevangenen die op boerderijen werken en bij boerengezinnen wonen, genieten vaak meer vrijheid en betere voeding. Anderen werken echter onder gevaarlijke omstandigheden aan spoorlijnen, mijnen en bouwprojecten.
Revolutie en chaos
De Russische Revolutie van 1917 verandert alles. Eerst valt het tsaristische regime, waarna een voorlopige regering de macht overneemt. Later grijpen de bolsjewieken de macht tijdens de Oktoberrevolutie.
Voor krijgsgevangenen betekent dit een periode van grote onzekerheid. Regels veranderen voortdurend en lokale autoriteiten weten vaak niet welke instructies zij moeten volgen. Sommige gevangenen krijgen meer bewegingsvrijheid, terwijl anderen juist opnieuw worden opgesloten.
De daaropvolgende Russische Burgeroorlog maakt de situatie nog ingewikkelder. In Siberië raken veel krijgsgevangenen gevangen tussen strijdende legers, revolutionairen en buitenlandse interventiemachten.
Waarom de oorlog voor hen pas in 1922 eindigt
Hoewel de Eerste Wereldoorlog in november 1918 eindigt, blijven nog honderdduizenden krijgsgevangenen in Rusland achter. Door de burgeroorlog, politieke chaos en slechte transportverbindingen verloopt de repatriëring uiterst traag.
Pas vanaf 1920 komt de terugkeer echt op gang. Sommige mannen hebben dan al zes jaar in gevangenschap doorgebracht. De laatste groepen verlaten Rusland pas in 1922. Daarmee duurt hun oorlog bijna vier jaar langer dan voor de meeste soldaten aan het front.
Niet iedereen keert terug. Sommige voormalige krijgsgevangenen hebben inmiddels een Russisch gezin gesticht of werk gevonden. Zij kiezen ervoor om in Rusland te blijven en een nieuw leven op te bouwen.
Een vergeten hoofdstuk van de oorlog
De geschiedenis van de krijgsgevangenen in Rusland laat zien dat de Eerste Wereldoorlog veel meer is dan alleen de loopgraven van Verdun, de Somme of Passendale. Voor miljoenen mannen bestaat de oorlog uit jaren van onzekerheid, honger, dwangarbeid en gevangenschap.
Hun verhaal speelt zich af ver achter het front, in de uitgestrekte vlakten van Rusland en Siberië. Het is een vergeten hoofdstuk van de oorlog dat laat zien hoe diep de gevolgen van het wereldconflict doordringen in het leven van gewone soldaten.


