Klaas Annink

(Beckum of Bentelo, 18 juni 1710 – Oldenzaal, 13 september 1775)

Aantal moorden: velen, 1 beschreven
Motief moorden: geldelijk gewin

Bijnaam: Huttenkloas omdat Klaas in een armzalig hutje woonde.

Klaas Annink - Huttenkloas: de schrik van Twente

Huttenkloas – de schrik van Twente

We schrijven de tweede helft van de achttiende eeuw. Twente is geen welvarend deel van de Republiek. Het ligt afgelegen, in het oosten, met slechte wegen en een landbouw die nauwelijks genoeg oplevert om van te leven. Kleine boeren bezitten een paar hectare, vaak uitgeputte grond. Dagloners zijn nog slechter af: zij zijn volledig afhankelijk van losse klussen, seizoenswerk, een boer die tijdelijk een paar handen kan gebruiken.

De armoede tekent het leven. Veel gezinnen vullen hun schamele bestaan aan met bijverdiensten: het spinnen van linnen, het weven van katoen, het verzamelen van hout in de bossen – en soms ook met kleine diefstallen. Het is een overlevingsstrategie, geboren uit nood.

In dat landschap leeft Klaas Annink, later berucht als Huttenkloas. Hij is een kind van zijn tijd: arm, afhankelijk van losse arbeid, altijd op de rand van honger. Maar zijn leven neemt een duistere wending.

Van diefstal naar moord

Klaas groeit op aan de Hagmolenbeek bij Bentelo en vestigt zich later in een hut in Hengevelde. Hij trouwt met Aarne Spanjer, krijgt vijf kinderen, waarvan er twee vroeg sterven. Het gezin leeft in schrale omstandigheden. Kleine diefstallen zoals hout, voedsel en kleding, worden onderdeel van hun bestaan.

Maar dan verdwijnt in 1774 een kousenkoopman uit Hannover. Hij keert nooit terug van de wintermarkt in Goor. Zijn vader volgt zijn spoor, hoort geruchten in Hengevelde en ziet dat Klaas en zijn gezin spullen bezitten die niet van hen kunnen zijn. De verdenking is geboren.

Nog ernstiger is de moord op Pompen Harmen, een verre neef die bij de Anninks inwoont. Hij weet te veel. Uit angst dat hij naar buiten treedt, besluiten Klaas en zijn zoon Jannes hem uit de weg te ruimen. Ze binden hem vast, slaan hem dood met een bijl en begraven hem in de grond achter hun hut.

Een jaar later volgt marskramer Willem Stint. Hij logeert vaker bij de Anninks, maar ditmaal draagt hij vijftig gulden bij zich. Het is genoeg om zijn doodvonnis te tekenen. Terwijl Aarne de wacht houdt, slaan Klaas en Jannes toe. Willem wordt ’s avonds in een bouwland begraven. Zijn vader trekt eropuit om hem te zoeken, volgt zijn route en stuit in Hengevelde op dezelfde verhalen: Willem is gezien bij Huttenkloas.

De arm van de justitie

Het Twentse rechtssysteem in de achttiende eeuw is hard en zichtbaar. De drost, een vertegenwoordiger van het landsbestuur, is verantwoordelijk voor orde en rechtspraak. In Oldenzaal zetelt het drostengericht. Daar worden verdachten opgesloten in de kelders van het stadhuis. Foltering is een aanvaard instrument: de pijnbank en de duimschroeven zijn onderdeel van het gerechtelijk arsenaal.

De Anninks worden gearresteerd: Klaas, Aarne, Jannes en de jongste zoon Gerrit. Ze belanden in de kerker. Volgens de overlevering zit Klaas vastgebonden op de houten stoel die later beroemd zal worden als de stoel van Huttenkloas. Het beeld is krachtig en blijft hangen: de boer die zijn vrijheid en trots verloor, vastgesnoerd in een stoel.

Jurist J.W. Cramer leidt het onderzoek, bijgestaan door de Oldenzaalse burgemeesters Nagel en Palthe. De verdachten proberen elkaar de schuld toe te schuiven, maar onder de martelpraktijken breekt Aarne en vertelt ze hoe het gegaan is.

De processtukken zijn bewaard gebleven en laten zien hoe de gerechtelijke molen werkt: aanklacht, verhoren, rapporten naar juristen in Deventer die het vonnis opstellen, waarna de drost het uitspreekt. Voor drie gezinsleden is er maar één uitkomst: de doodstraf. Alleen de zeventienjarige Gerrit wordt gespaard; hij wordt verbannen naar de Oost- of West-Indiën.

Het spektakel van de executie

13 september 1775. Oldenzaal staat vol mensen. Volgens de Oprechte Haarlemse Courant zijn het er twintigduizend – een getal dat misschien overdreven is, maar duidelijk maakt hoe massaal men toestroomde. Terechtstellingen zijn publiek vermaak, maar ook een vorm van opvoeding. De staat laat zien wat er gebeurt met wie de orde tart.

De executie is meedogenloos. Eerst Aarne: zij wordt gewurgd aan de paal. Dan Jannes en Klaas. Zij worden op balken gelegd, de beul heft het rad en verbrijzelt hun botten één voor één. Tot slot valt de bijl, dezelfde waarmee de moorden zijn gepleegd. De lichamen worden tentoongesteld, het rad en de bijl zichtbaar voor iedereen. Dagenlang blijven ze hangen, als waarschuwing voor wie in verleiding komt.

Tussen oude orde en nieuwe tijd

De straf is uitzonderlijk zwaar, zelfs voor die tijd. In de meeste delen van de Republiek klinken inmiddels stemmen van de Verlichting. Juristen, filosofen, predikanten pleiten voor mildere straffen, voor een rationeler rechtssysteem. Maar Twente lijkt nog ver weg van die wereld. Hier houdt men vast aan de oude orde: wreedheid als afschrikking.

De zaak van Huttenkloas markeert bijna het einde van een tijdperk. Het is een van de laatste keren dat het rad gebruikt wordt in Nederland. De executie wordt in heel het land besproken, niet alleen als misdaadzaak, maar ook als teken van de kloof tussen oude en nieuwe rechtspraak.

De legende leeft voort

Wat overblijft, is het verhaal. Rond het vuur, in de herbergen, later in boeken en kranten wordt het steeds opnieuw verteld. Details vervagen, nieuwe moorden worden toegeschreven aan Huttenkloas. Hij groeit uit tot een mythische figuur, een symbool van kwaad en dreiging. Zijn naam klinkt nog altijd in Twente, meer dan tweehonderdvijftig jaar later.

Huttenkloas is daarmee meer dan een crimineel uit de 18e eeuw. Hij belichaamt de armoede en de wanhoop van een vergeten plattelandsleven, de meedogenloosheid van een rechtssysteem in overgangstijd, en de kracht van verhalen die generaties lang voortleven.


De dwangstoel waarop Klaas Annink 114 dagen heeft vastgezeten, de “Stoel van Huttenkloas”, is te bezichtigen in de Oudheidskamer van Museum Palthehuis in Oldenzaal.