Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst

1
3983
Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst
Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst

Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst

Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst telt er wel 35! Onze vriend Jezus had er maar wat druk mee. Hij geneet mensen (á la Dokter Deen) en hij praat met geesten (á la Derek Ogelvy). Ook loopt hij over water (á la Hans Klok) en soms vervloekt hij een boom (á la Tiny en Lau).


Lees hier ->>> meer over religie op deze website…


In totaal zijn er 35 wonderen beschreven in de Bijbel, die we in mooie categorieën hebben gezet. We sluiten af met een filmpje van Monty Pythons Life of Brian en wat info over het leven Jezus. Jezus heeft overigens alle wonderen uitgevoerd in een tijdsbestek van nog geen drie jaar en dit op zich is eigenlijk ook al weer een wonder.

Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst
Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst


Alle wonderen van Jezus op een rij: de definitieve lijst

Één Hans Klokje

Liep over water Mattheüs 14:22-33; Johannes 6:15-21; Marcus 6:45-52)

Één Peter R. de Vriesje

Verloste de dochter van een Kanaänitische vrouw (Mattheüs 15:21-28)

Één Piet Paulusma’tje

Bracht een storm tot bedaren (Marcus 4:35-41; Mattheüs 8:18-27; Lucas 8:22-25)

Één Tiny en Lau’tje

Vervloekte de vijgenboom (Marcus 11:12-26)

Vijf Jonnie Boertjes

De eerste twee netten met vis en de roeping van Zijn eerste discipelen (Lucas 5:1-11)
Een tweede net met vissen (Johannes 21:1-12)
Veranderde water in wijn (Johannes 2:1-11)
Voedde 5,000 mensen met vijf broden en twee vissen (Johannes 6:1-14; Mattheüs 14:13-21; Marcus 6:32-44; Lucas 9:10-17)
Voedde meer dan 4,000 mensen (Marcus 8:1-10; Mattheüs 15:32)

Vier Derek Ogily’tjes

Bevrijdde een man in de synagoge van demonische geesten (Marcus 1:21-28; Lucas 4:31-37)
Dreef demonen uit een krankzinnige jongen (Marcus 9:14-29; Mattheüs 17:14-21; Lucas (9:37-42)
Dreef een geest uit (Mattheüs 9:32-34)
Dreef een stomme en blinde geest uit (Lucas 11:14-26; Mattheüs 12:22-32; Marcus 3:22-30)

22 Dr. Deentjes

Deed de dochter van Jaïro opstaan uit de dood (Marcus 5:21-43)
Genas de blinde Bartimeüs (Marcus 10:46-52)
Hij genas de blinde man in Betsaï da (Marcus 8:22-26)
Genas de dienaar van de Centurion (Lucas 7: 1-10; Mattheüs 8:5-13)
Hij genas de man bij Betzata (Johannes 5:1-15)

Genas de schoonmoeder van Petrus (Marcus 1:29-31; Lucas 4:38-39; Mattheüs 8:14-15)
Genas de zoon van een edelman (Johannes 4:46-54)
Hij genas een doofstomme man (Marcus 7:31-37)
Genas een man die bezeten was van demonen in het gebied van de Gadarenen (Marcus 5:1-20; Mattheüs 8:28; Lucas 8:26)
Genas een man die blind geboren was (Johannes 9:1-41)

Hij genas een man met een verschrompelde hand (Lucas 6:6-11; Mattheüs 12:9-13; Marcus 3:1-5)
Genas een man met waterzucht (of oedeem) (Lucas 14:1-6)
Genas een verlamde man (Marcus 2:1-12; Mattheüs 9:2-8; Lucas 5:17-26)
Hij genas een vrouw die al 18 jaar lang krom liep (Lucas 13:10-17)
Genas een vrouw met een bloedprobleem (Marcus 5:25-34; Mattheüs 9:18-26; Lucas 8:40-56)

Genas het oor van Malchus (Lucas 22:49-51)
Hij genas twee blinde mannen (Mattheüs 9:27-31)
Haalde een munt uit de bek van een vis (Mattheüs 17:24-27)
Hij wekte Lazarus op uit de dood (Johannes 11:1-46)
Jezus zuiverde een melaatse (Marcus 1:40-45; Mattheüs 8:1-4)
Hij zuiverde tien melaatsen (Lucas 17:11-19)
Wekte de zoon van de weduwe op uit de dood (Lucas 7:11-16)


Alle wonderen van Jezus op een rij: de levensloop en de wonderen van Jezus in een notendop door Matthias Grünewald

Om het levensverhaal van Jezus te reconstrueren gebruiken christenen de teksten die gaandeweg deel zijn gaan uitmaken van het Nieuwe Testament uit de Bijbel, en dan vooral de vier evangeliën. Hoewel een aantal verhalen op sommige plaatsen bijna letterlijk overeenkomt, vooral bij Matteüs en Marcus, komt een aantal gebeurtenissen slechts in één of twee van de evangeliën voor. Elk van de vier verslagen heeft een eigen karakter. Dat van Johannes wijkt het sterkst af.

De geboorte van Jezus

Volgens de Bijbel werd Jezus geboren opdat hij de mensen zou en zal redden van hun zonden. De evangeliën naar Lucas en Matteüs geven aan dat Jezus in de plaats Bethlehem, gelegen in de streek van Judea, werd geboren uit een maagdelijk meisje genaamd Maria, en dat hij in haar was verwekt door de Heilige Geest van God.

Maria was verloofd met de timmerman Jozef, met wie ze toen nog niet was getrouwd. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, wilde hij in het geheim de verloving verbreken, om haar niet in opspraak te brengen. Maar ’s nachts kreeg hij ook een droom waarin hem verteld werd wat er gebeurd was en met welk doel. Hij moest hij Maria bij zich in huis nemen. Jozef gehoorzaamde.

Volgens Lucas woonden Jozef en Maria in Nazareth in de streek Galilea gelegen in het noorden van Israël. Overigens werd Jezus in Bethlehem (‘de stad van David’) geboren, omdat omstreeks die tijd (6 v. C.) een Romeinse volkstelling werd gehouden.

De herberg is vol

Iedere inwoner van het gebied waar Herodes de Grote (37 – 4 v. C.), de Romeinse vazalkoning, regeerde moest zich laten inschrijven in de oorspronkelijke geboortestad van de vader. Jozef, de verloofde van Maria, was een Judeeër en kwam oorspronkelijk uit Bethlehem.

Daarom moest Jozef, die van koning David afstamde, met Maria, die hoogzwanger was, naar Bethlehem reizen om zich te laten registreren. Ze probeerden daar ook onderdak te vinden in het overvolle stadje. De herberg was vol. Uiteindelijk werd Jezus geboren in een ruimte waar een voederbak (kribbe is een oud woord hiervoor) stond, wat volgens traditionele interpretaties betekent dat deze ruimte een veestal moet zijn geweest.

Jozef en Maria kregen vervolgens bezoek van plaatselijke herders, die door een menigte engelen van de geboorte van de Messias op de hoogte waren gesteld. Volgens Matteüs werden zij bezocht door ‘wijzen (Nieuwe Bijbelvertaling: ‘magiërs’, wat juister vertaald is) uit het Oosten’, geleerden die een verre reis hadden ondernomen om de door een nieuw ontdekte ster beloofde geboorte van ‘een koning’ te verifiëren. Het aantal wijzen is niet op te maken uit de Bijbel, maar het aantal geschenken (goud, wierook en mirre) suggereert dat het er drie zouden zijn geweest). (Matt. 2:1-12)

Herodes I

Herodes I, de koning van het Joodse land, aan wie de wijzen een bezoek ter nadere oriëntatie brachten omdat zij uit de stand van de ster begrepen dat er een koningszoon geboren moest zijn, ontbood een aantal schriftgeleerden om nauwkeurig na te gaan in welke plaats deze koning kon zijn geboren. De schriftgeleerden konden op grond van een passage uit het oudtestamentische boek Micha, de geleerden meedelen dat het om Bethlehem ging.

Herodes liet de wijzen beloven hem te vertellen waar deze ‘koning’ zich precies bevond, wanneer zij hem hadden gevonden. Herodes was namelijk direct beducht voor zijn troon toen hij vernam dat er een mogelijke concurrent was geboren en wilde dit ‘gevaar’ in de kiem smoren. De wijzen werden echter in een droom gewaarschuwd dat Herodes kwaad in de zin had. Daarom gingen zij, nadat zij Jezus en zijn ouders hadden bezocht, via een omweg terug naar waar zij vandaan waren gekomen.

Als ‘voorzorgsmaatregel’ liet Herodes toen alle kinderen in Bethlehem van twee jaar en jonger vermoorden; deze gebeurtenis staat bekend als ‘de kindermoord van Bethlehem’. Maar Jezus ontsnapte aan deze moordpartij, doordat zijn ouders tijdig met hem naar Egypte waren gevlucht, na in een droom te zijn gewaarschuwd. Na de dood van Herodes keerden zij naar Judea – en vervolgens naar Galilea – terug, en vestigden zich in de Galilese plaats Nazareth.

De jeugd van Jezus

Over de jeugd van Jezus staat weinig in de Bijbel. Het joodse gezin woonde in het dorp Nazareth in de provincie Galilea. De Bijbel verhaalt dat de jonge Jezus naar joods gebruik op de achtste dag werd besneden en dat zijn ouders hem presenteerden in de Tempel in Jeruzalem op twaalfjarige leeftijd. “Allen nu die hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden.”

Verder is in het Evangelie volgens Lucas te lezen dat hij opgroeide, krachtig en wijs werd, en dat ‘de genade Gods’ op hem was. Dezelfde evangelist vertelt dat hij ongeveer dertig jaar was toen hij met zijn openbare optreden begon.

Jezus groeide op met familie. Zo lezen we in Marcus 6:3 over een timmermanen men somt zijn verwanten op. Dit zijn Jacob, Jozef, Simeon en Juda en niet met name genoemde vrouwe en dit zijn zijn zgn. ‘broers en zussen’. Er is echter een traditie die teruggaat tot de derde eeuw, dat Maria altijd maagd is gebleven. In dat geval zijn het de kinderen uit een eerder huwelijk van Jozef geweest, of verdere verwanten.

De Evangelisten vertellen dat Jezus’ broers pas na de Opstanding in hem gingen geloven. Omdat Jozef in de evangeliën geheel buiten beeld blijft, neemt men aan dat hij overleden is voor Jezus zijn prediking begon. Het gebruikte woord voor timmerman, tektoon, kan ook een andere werker in de bouw betekenen, bijvoorbeeld aannemer.

Orthodoxe Jood

Hoewel Galilea een geseculariseerde streek was, vertellen de evangelisten ons (met een paar uitzonderingen) vooral over contacten van Jezus en zijn volgelingen met Joden. Uit de Bijbel kennen we allerlei dorpjes in Galilea genoemd, zoals Kana, Naï n, Bethsaï da, Magdala, Nazaret en Kafarnaüm. De grote verheidenste steden zoals Sepphoris, Tiberias, Caesarea en de steden van de Dekapolis zijn overigens niet genoemd. Als vrome Jood droeg Jezus gebedskwasten aan zijn kleed, mogelijk had hij voortdurend een klein gebedskleed, talliet onder zijn mantel.

De geleerden in Jeruzalem hadden weinig op met de volksvroomheid uit Galilea. Het was juist de tijd dat de mondelinge wet, de misjna, zijn vorm kreeg, en Jezus protesteerde er tegen dat sommigen de vorm belangrijker leken te vinden dan de inhoud. Hij legde vooral de nadruk op de “binnenkant”. Jezus raakt melaatsen, doden en onbekenden aan en genas mensen op sjabbat. Jezus’ volgelingen herkenden en erkenden zijn grootsheid en noemden hem Rabbi, meester.

Het openbare optreden van Jezus

Het openbare optreden van Jezus (daar zijn de vier evangelisten het over eens) begint met het optreden van Johannes de Doper. Hij verzamelt veel aanhang bij de Jordaan en roept de mensen op tot berouw voor hun zonden en bekering zodat Gods genade en vergeving mogelijk is. Kennelijk horen sommige latere discipelen van Jezus tot de volgelingen van Johannes de Doper (Joh.1:35); ook Jezus laat zich door hem dopen. Bij deze gebeurtenis ontvangt Jezus de Heilige Geest van God, die Johannes de Doper in de gedaante van een duif ziet neerdalen.

Als Johannes de Doper later gevangengenomen en is onthoofd door koning Herodes Antipas (zoon van Herodus I), neemt Jezus als het ware de oproep tot bekering over. De evangeliën verhalen over de tijd dat Jezus door Palestina reist. In Galilea predikt hij in synagogen, huizen en op allerlei plaatsen in de buitenlucht. Hij discussieert met joodse geleerden en deed een groot aantal wonderen.

Zo geneest hij mensen van allerlei ziekten, wekt zelfs verschillende doden op, loopt over het water en hij drijft bij een groot aantal mensen demonen uit.  Verder kalmeert hij een storm, hij verandert water in wijn en voedt vijfduizend hongerige toehoorders met vijf broden en twee vissen. Jezus drijft geldwisselaars en kooplieden van het tempelplein. Ook gaat hij om met algemeen geminachte mensen, zoals prostituees en ‘tollenaars’ (belastinginners). Regelmatig zoekt hij de eenzaamheid op om te bidden.

De twaalf apostelen

Hij reisde niet alleen, want hij koos twaalf mannen uit die zijn ‘discipelen’ (volgelingen, later als ‘apostelen’ bestempeld) werden genoemd. De meesten van hen waren vissers uit Galilea, die hem drie jaar vergezelden en die hij onderwees in zijn leer. Drie van hen, Petrus, Johannes en Jakobus, stonden naar het lijkt dichter bij Jezus dan de anderen. Aanwijzing hiervoor is het feit dat deze drie de enige getuigen waren van enkele bijzondere gebeurtenissen.

Voorbeeld is een gedaanteverandering van Jezus (‘de verheerlijking op de berg’), waarbij Mozes en Elia aan hen verschenen en een stem uit een stralende wolk hen opriep om naar Jezus te luisteren: (Matt.17:5) “Dit is Mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem.”

Eveneens mochten van de twaalf discipelen alleen Petrus, Johannes en Jakobus aanwezig zijn bij de opwekking van het dochtertje van Jaï rus uit de dood. Naast de twaalf discipelen volgde een groot aantal andere mannen en vrouwen Jezus op zijn voettochten door het land. De discipel Judas Iskariot bleef hem echter niet trouw.

Arrestatie van Jezus en veroordeling

In Jeruzalem, vlak voor Pesach (joods paasfeest), heeft Judas Iskariot, een van de discipelen, tegen betaling van dertig zilverlingen, Jezus uitgeleverd aan de joodse hogepriesters. De arrestatie vond plaats vlak na het Laatste Avondmaal dat Jezus met zijn discipelen gevierd had en waarbij hij hun voeten had gewassen. Een in hun ogen uitzonderlijke daad van nederigheid.

In het midden van de nacht arresteert men Jezus in de Hof van Getsemane, een olijfboomgaard vlak buiten de muren van Jeruzalem. Hij werd verhoord door het Sanhedrin, de joodse Raad van oudsten, de overpriesters en Schriftgeleerden. Vervolgens ook door de Romeinse praefectus Pontius Pilatus, Herodes Antipas en opnieuw Pilatus.

Hierbij beschuldigt men hem ook werd van godslasterlijke uitspraken. Ten slotte is hij veroordeeld tot de dood aan een houten kruis, een in die tijd gebruikelijke, maar bijzonder wrede vorm van doodstraf voor oproerkraaiers.

Jezus en kruisdood

Het vonnis is voltrokken op een heuvel die Golgotha (Aramees voor “schedelplaats”). Met Jezus zijn ook twee misdadigers gekruisigd. Boven zijn hoofd bevestigt men een bordje met de tekst: ‘Iesus Nazarenus Rex Iudaeorum’. Dit betekent ‘Jezus van Nazareth, koning der Joden’ en is op veel schilderijen weergegeven als ‘INRI’.

Zijn doodsstrijd duurde zes uur, van ’s ochtends negen tot ’s middags drie uur (in die tijd heette dat het derde tot het negende uur van de dag). Jezus uit tijdens die zes uren verschillende zogenaamde kruiswoorden. Omstreeks het middaguur ‘viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield’ (Matt. 27:45).

Toen Jezus na het uiten van ‘Het is volbracht’ stierf en de geest gaf, vind een aardbeving plaats. Deze aardbeving is alleen door de evangelist Matteüs vermeld. Hierbij zijn de graven geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen tot leven gewekt (Matt.27:52). Ook scheurde het ‘voorhangsel’, het afscheidingsgordijn tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen’ in de tempel, middendoor, van boven naar beneden.

Het van windsels en kruiden voorziene, maar nog niet gebalsemde lichaam van Jezus, is begraven in een ongebruikt privégraf van de rijke Jozef van Arimathea. Een zware grafsteen rolde mer er voor en de steen is hierna verzegeld. De Joodse Raad vroeg aan de Romeinse gezaghebber een wacht om bij het graf alles in het oog te houden.

Men vreest ook dat de volgelingen van Jezus zijn lichaam zullen stelen. Dit om bijvoorbeeld te kunnen beweren dat hij is opgestaan uit de dood. Het was bij velen bekend dat Jezus bij zijn leven al voorspelt dat ze hem zullen doden.  Ook dat hij op de derde dag daarna zal herrijzen uit de dood. Pilatus gaf dan ook toestemming om enige Romeinse soldaten ‘uit te lenen’ om het graf te bewaken.

Opstanding van Jezus en hemelvaart

De derde dag na zijn dood ontdekken ze dat de grote steen is weggerold. Enkele discipelen zijn teruggekeerd samen met onder ander Maria Magdalena en nog een andere Maria. Zij willen kijken of ze hem ook mogen balsemen. De wachten zijn verdwenen en het lichaam, met achterlating van de keurig opgerolde linnen lijkwindsels, onvindbaar.

Jezus geeft een groot aantal (ten minste vijfhonderd) aan zijn volgelingen. Ook heeft hij gesprekken en een laatste maaltijd met zijn discipelen. Dit lezen we zowel in de evangeliën als in enkele van de brieven in het Nieuwe Testament.

Bij die laatste maaltijd, aan de oever van het Meer van Galilea, rehabiliteert hij Petrus. Petrus heeft tijdens de rechtszaak, uit angst, tot driemaal toe omstanders had verzekerd Jezus niet te kennen. Daarna nam hij afscheid. Jezus gaf zijn discipelen de opdracht zijn blijde boodschap van vergeving van zonden door zijn dood en opstanding.

Hiermee ontstaat er een nieuw verbond tussen God en mens, over de gehele wereld te verspreiden.  Hij belooft hen dat hij terug zal komen (de ‘Wederkomst’). Vervolgens voer hij op naar de hemel (de ‘Hemelvaart’). Jezus heeft ook zijn dood en opstanding zelf meerdere malen voorzegd en het is gebeurd, precies zoals hij gezegd heeft (Lucas 18:31-33).



1 REACTIE

Geef een reactie