Advertentie

Beste Franse boeken aller tijden – De Top 30

Naast schilderen en filosoferen is Frankrijk zeker ook het land van de literatuur. Hier 30 geweldige Franse romand. Velen zijn overigens gratis te downloaden bij het Gutenberg Project. Lees meer…

Advertentie

Beste Franse boeken aller tijden
Beste Franse boeken aller tijden


Lees hier ->>> meer over boeken en hier ->>> meer over Frankrijk op deze website…


Beste Franse boeken aller tijden – De Top 1 tot en met 10


1. Les Misérables – Victor Hugo (1862)

Les Misérables speelt zich af in het 19e eeuwse Frankrijk en vertelt het verhaal van ex-gevangene Jean Valjean. Valjean wordt tientallen jaren achtervolgd door de meedogenloze agent Javert na zijn voorwaardelijke vrijlating. Het leven van Valjean verandert voor altijd wanneer hij de zorg op zich neemt van Cosette, de dochter van de alleenstaande moeder Fantine.


2. Le Rouge et le Noir – Stendhal (1830)

De roman bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de weg van Julien Sorel in het stadje Verrières – waarvoor waarschijnlijk de plaats Dole aan de Doubs model heeft gestaan – en zijn intrede bij de familie De Rênal. Ook zijn verblijf in een seminarie wordt hier beschreven.

Het tweede deel vertelt het verhaal van de held in Parijs waar hij als secretaris werkt voor meneer De La Mole en beschrijft zijn verdeeldheid tussen ambities en gevoelens, waaronder de liefde voor de dochter van meneer De La Mole en zijn poging tot moord op mevrouw De Rênal, die zal leiden tot zijn terdoodveroordeling.


3. Voyage au bout de la nuit – Louis-Ferdinand Céline (1932)

Reis naar het einde van de nacht beschrijft de wederwaardigheden van hoofdpersoon Ferdinand Bardamu. Het is de feitelijk een alter-ego van Céline. Hij wordt op bijna autobiografische wijze gevolgd, eerst tijdens de Eerste Wereldoorlog, aan het front in Vlaanderen in 1917. Hij krijgt hiervoor een onderscheiding kreeg en loopt blijvend lichamelijk letsel op. Vervolgens is er sprake van een kortstondige en ongelukkige koloniale loopbaan in Afrika (1916-1917).

Later gaat hij naar de Verenigde Staten, waar hij onder meer de werkomstandigheden bij Ford in Detroit onderzoekt. Céline deed dat zelf ook en publiceerde rond die tijd zijn kritisch essay La médecine chez Ford. Uiteindelijk eindigt Bardamu, net als ook weer Céline zelf, als arts in Clichy, een voorstad van Parijs.


4. L’étranger – Albert Camus (1942)

De hoofdpersoon en ik-figuur, Meursault, in ‘De vreemdeling’ is een in zichzelf gekeerde, wereldvreemde man die een moord pleegt waarvoor hij ter dood wordt veroordeeld.


5. Le Comte de Monte-Cristo – Alexandre Dumas (1844)

Centraal in ‘De graaf van Monte-Cristo’ staan de lotgevallen van Edmond Dantès die, na eerst veertien jaar onschuldig opgesloten te hebben gezeten op grond van een valse verdachtmaking, een verborgen fortuin vindt op het eiland Montecristo waarna hij met zijn verworven rijkdom wraak neemt op degenen die hem dit leed hebben aangedaan.


6. Les Trois Mousquetaires – Alexandre Dumas (1844)

De roman ‘De drie musketiers’ speelt zich af rond 1627, ten tijde van kardinaal Richelieu en koning Lodewijk XIII. De drie musketiers (een soort van eregarde voor de Franse koning in de 17e eeuw) zijn Aramis, Athos en Porthos.

Hoewel ze bekendstaan als de drie musketiers spelen hun avonturen zich af met vier personen. De vierde musketier is waarschijnlijk zelfs de bekendste: D’Artagnan. Hun beroemde motto was: ‘Eén voor allen en allen voor één’.


7. Notre-Dame de Paris – Victor Hugo (1831)

De klokkenluider van de Notre Dame gaat over de onbeantwoorde liefde van de gebochelde klokkenluider Quasimodo voor de beeldschone zigeunerin Esmeralda.


8. Madame Bovary – Gustave Flaubert (1856)

De roman draait om de vrouw van een dokter, Emma Bovary, die regelmatig overspel pleegt en boven haar stand leeft om zo aan de banaliteit en de leegheid van het provinciale leven te ontsnappen. Ook al is het basisverhaal in wezen simpel, zelfs archetypisch, de ware kunst van de roman ligt in de details en verborgen patronen. Flaubert was berucht om zijn drang naar perfectie in zijn schrijven en beweerde altijd op zoek te zijn naar le mot juste (het juiste woord).


9. À la recherche du temps perdu – Marcel Proust (1908 – 1922)

‘Op zoek naar de verloren’ tijd is een roman van Marcel Proust. Het werk is geschreven tussen 1908 en 1922. De verteller is een overgevoelige jongeman, geboren in een rijke familie op het einde van de 19de eeuw, die schrijver wil worden. Zijn mondaine aspiraties houden hem echter lange tijd van dit idee af. Aangetrokken door de schijn van de aristocratie en de idyllische vakantieplekjes buiten de stad (zoals Balbec, een stad in Normandië waarvoor de stad Cabourg model stond) ontdekt hij naarmate hij opgroeit ook de wereld, de liefde en de homoseksualiteit.

Door ziekte en oorlog raakt hij van de wereld afgesloten en beseft hij hoe leeg zijn mondaine aspiraties wel waren en hoe hij door zijn aanleg voor het schrijverschap de verloren tijd vast kan leggen.


10. La Peste – Albert Camus (1957)

Het verhaal ‘De pest’ speelt zich af in de Algerijnse stad Oran, toen (1940) nog een kolonie van Frankrijk. De schrijver beschrijft de geleidelijke verovering van de stad door de ziekte. Op zeker moment wordt de stad van de buitenwereld afgesloten. Camus beschrijft de evolutie van de menselijke reacties bij het voortschrijdende onheil: van aanvankelijke onverschilligheid, over ontkenning naar wanhopige bestrijding en ten slotte berusting.

Als eindelijk, na bijna een jaar, hulp komt vanuit Parijs, loopt het aantal doden terug en wordt de quarantaine opgeheven. Ondanks het verschrikkelijke drama eindigt het verhaal met een zekere opluchting en feeststemming.


Beste Franse boeken aller tijden – De Top 11 tot en met 20


11. Vingt mille lieues sous les mers – Jules Verne

Professor Aronnax gaat in ‘Twintigduizend mijlen onder zee’ op zoek naar een gigantisch zeemonster dat al maandenlang de zeemuizen en kustbewoners terroriseert. Na een schipbreuk ontdekt hij de Nautilus, een duikboot die al even fascinerend is als Kapitein Nemo. Deze zonderlinge kapitein leeft met een monsterachtige haat. Toch neemt hij professor Aronnax mee op een wonderlijke, mysterieuze reis onder zee.


12. Illusions perdues- Honoré de Balzac (1843)

In ‘Verloren illusies’ droomt Lucien Chardon, een jonge dichter uit de provincie, ervan beroemd te worden. Hij wordt verliefd op een adellijke dame, die hem meeneemt naar Parijs. Daar raakt hij al snel al zijn illusies kwijt. Zijn opportunisme bezorgt hem grote problemen in de echte wereld. Hij vlucht, overweegt zelfmoord, maar keert uiteindelijk toch terug naar de stad van zijn dromen.


13. La chute – Albert Camus (1956)

‘De val’ is een verhaal over een advocaat die niet ingreep toen hij zag hoe een vrouw zelfmoord pleegde. De advocaat raakt bekneld in zijn schuldgevoelens, hij zondert zich af, verliest zijn baan en zijn vrouw, en raakt aan de alcohol.


14. La Chartreuse de Parme – Stendhal (1839)

Fabrizio del Dongo, de hoofdpersoon van ‘De Kartuize van Parma’, is een naïeve Italiaanse edelman en sluit zich aan bij Napoleon. Door zijn onervarenheid belandt hij tijdens de Slag bij Waterloo in allerlei gevaarlijke en komische situaties. Bij terugkeer blijkt hij te worden gezocht wegens landverraad. Zijn tante (op wie hij obsessief verliefd is) en haar minnaar vangen hem op en helpen hem aan een kerkelijke loopbaan.

Stendhal dicteerde de roman in tweeënvijftig dagen. Allerlei genres komen samen: het is een avonturenroman, liefdesgeschiedenis, bildungsroman en politieke satire.


15. Le tour du monde en quatre-vingts jours – Jules Verne (1873)

Phileas Fogg is de hoofdpersoon in het boek ‘De reis om de wereld in tachtig dagen’. Hij is een bemiddeld man die in 1872 in zijn club in Londen wedt dat hij in tachtig dagen om de wereld kan reizen, van woensdag 2 oktober 20.45 uur tot zaterdag 21 december 20.45 uur. Hij wedt om 20.000 pond, de helft van zijn vermogen. De andere helft is bestemd voor de reis.


16. Eugénie Grandet – Honoré de Balzac (1833)

De gierige kuiper Grandet, woonachtig in het Franse provinciestadje Saumur, heeft in zijn leven een behoorlijk fortuin vergaard. In al vaders gierigheid leiden hij en zijn familie een heel bescheiden, sober leven.

Daar waar hij zijn gezinsleden laat geloven dat het slechts een bescheiden fortuin betreft, weten de stadsbewoners wel beter. Eugénie, dochter en erfgename van Grandet, is om deze reden erg in zwang als huwelijkskandidate. Zij, onschuldig en naïef, is zich hier echter niet bepaald van bewust.


17. Le Vicomte de Bragelonne – Alexandre Dumas (1850)

De burggraaf van Bragelonne: Tien jaar later is een boek van Alexandre Dumas père dat mede gebaseerd is op de legende van de man met het ijzeren masker. Het is het derde en laatste deel van de D’Artagnan-romancyclus (met voorgaande titels De drie musketiers en Twintig jaar later). Het boek werd eerst uitgegeven in drie delen en in sommige landen in vier of vijf delen in de jaren 1847 en 1850. Het boek bevat 268 hoofdstukken en is drie keer zo dik als de eerste uitgave van De drie musketiers.


18. Le Petit Prince – Antoine de Saint-Exupéry (1943)

Ogenschijnlijk is De kleine prins een kinderboek. Er worden echter verscheidene diepzinnige en idealistische punten over het leven aangekaart, die door het hele boek verweven zijn.

In het boek stelt de schrijver zichzelf voor in de Sahara, waar hij een jonge buitenaardse prins tegenkomt. In hun gesprek openbaart de schrijver zijn eigen visie op de eigenaardigheden van de mensheid. Hij laat de eenvoudige verstandigheid zien die volwassenen lijken te vergeten wanneer ze opgroeien.


19. Le Fantôme de l’Opéra – Gaston Leroux (1909 – 1910)

Het verhaal ‘Het spook van de opera’ speelt zich af in het Parijs van de 19e eeuw, in de Opéra Garnier, een luxueus en monumentaal operagebouw opgetrokken in opdracht van Napoleon III. De medewerkers van het operagebouw beweren dat er een mysterieus spook door de gangen waart en dat dit spook verschillende ‘ongelukken’ veroorzaakt.

Dit “spook van de opera” is eigenlijk een man genaamd Erik, een fysiek misvormd genie. Hij woont in een ondergronds meer onder het operahuis en chanteert de twee managers van de opera; zij moeten hem maandelijks een bedrag van 20.000 franc doen toekomen en voor hem een privé-balkon reserveren.


20. Honoré de Balzac – Le Père Goriot (1834)

‘Vader Goriot’ is het verhaal over de oude Goriot, een rijk geworden vermicellifabrikant die te gronde gaat aan zijn tot hartstocht uitgegroeide vaderliefde. Deze hartstocht is zo allesoverheersend dat hij zich kaal laat plukken door zijn dochters, die geobsedeerd worden door het geld en door het verlangen om aanzien te verkrijgen in de maatschappij.

Vader Goriot neemt een centrale plaats in in het oeuvre van Balzac, romans en verhalen die samen een comédie humaine vormenwaarin de tijdloze thema’s liefde, hartstocht en geldelijke belangen strijden om de prioriteit.


Beste Franse boeken aller tijden – De Top 21 tot en met 30


21. Le Camp des saints – Jean Raspail (1973)

In dit werk voorspelt Raspail een overspoeling van de Westerse Beschaving door een vloedgolf van immigratie van mensen uit de Derde Wereld.


22. Journal d’un curé de campagne – Georges Bernanos (1936)

Een jonge pastoor is pas afgestudeerd van het seminarie en krijgt Ambricourt toegewezen als eerste parochie. De inwoners van het dorp zijn zeer gesloten en praten zelden met hem. In zijn catecheselessen lachen zijn leerlinges hem uit. Zijn collega’s hebben kritiek op zijn sobere levensstijl.

Hij bezoekt de gravin in haar kasteel en overreedt haar opnieuw te communie te gaan. De volgende nacht overlijdt zij echter. Haar dochter Chantal verspreidt het gerucht dat ze is gestorven door de strenge woorden van de pastoor.


23. Les Liaisons dangereuses  – Pierre Choderlos de Laclos (1782)

Het verhaal gaat over vicomte de Valmont en marquise de Merteuil, twee libertijnen schijnbaar zonder enige compassie voor anderen. Zij gaan een weddenschap aan waarin hij wordt uitgedaagd de vrome, preutse présidente de Tourvel te veroveren. Lukt hem dit en draagt hij hier bewijs voor aan, dan zal Merteuil een nacht met hem doorbrengen, zo belooft ze hem.


24. Germinal – Émile Zola (1884-1885)

In Germinal brengt Zola de barre omstandigheden van het leven van de 19e-eeuwse mijnwerkers aan het licht. De titel is afgeleid van de republikeinse kalender en staat voor de lentemaand. Hieruit blijkt de cultus van de vernieuwing: de hoop op een nieuw leven voor de mijnwerkers.


25. Les Faux-monnayeurs – André Gide (1925)

De roman bevat een aanzienlijk aantal biseksuele of homoseksuele mannelijke personages zoals Olivier en in ieder geval zijn vriend Bernard. Een belangrijk onderdeel van de plot is de weergave van verschillende mogelijkheden van positieve en negatieve homo-erotische of homoseksuele relaties.


26. Soumission – Michel Houellebecq (2016)

Een professor aan de Sorbonne ziet zijn land in 2022 aan de vooravond van de presidentsverkiezingen steeds verder polariseren: een burgeroorlog lijkt onvermijdelijk. De traditionele partijen zijn uitgespeeld, de strijd gaat tussen het Front National en de Moslimbroederschap. Op de valreep doet een van de leiders een politieke meesterzet.

Met Onderworpen is Michel Houellebecq helemaal terug als Frankrijks grootste provocateur. Hij schrijft altijd op de huid van de tijd, maar nooit eerder schreef hij zo’n politieke roman, eindigend met een verrassend majeurakkoord.


27. Mort à crédit – Louis-Ferdinand Céline (1936)

De in een Parijse volksbuurt werkende arts Ferdinand schildert met ingekankerde haat en briljante humor de misère van zijn jeugd. De enige echt gelukkige tijd beleeft hij als hulpje van een uitgever-uitvinder-zwendelaar. Wanneer deze zich een kogel door de kop jaagt, besluit Ferdinand zich aan te melden voor het leger.


28. Le Feu follet – Pierre Drieu La Rochelle (1931)

Dit boek betreft een kort verhaal over de laatste dagen in het leven van een drugsverslaafde die zelfmoord pleegt.


29. La Peau de chagrin – Honoré de Balzac (1831)

De jonge aristocraat, Raphaël de Valentin, verliest zijn hele fortuin, omdat hij de schulden van zijn vader moet afbetalen. Hierdoor zit hij zo in de put dat hij zelfmoord wil plegen. Op een dag wandelt de jongeman toevallig een antiekzaak binnen, waar een oude man hem une peau de chagrin toont.

Deze peau de chagrin heeft het vermogen om alle wensen van zijn eigenaar in vervulling te laten gaan: ‘Als je mij in je bezit hebt, bezit je alles, maar je leven zal mij toebehoren’. Lees hier ->>> meer…


30. Nana – Émile Zola (1880)

De mooie Nana verdient haar geld als prostituee en zangeres in Parijs. Ze kan niet zingen en ook niet toneelspelen, maar elke voorstelling van haar in een klein, obscuur theater is altijd uitverkocht. De macht die ze over mannen heeft, weet ze genadeloos uit te buiten.


advertentie