Top 10 presidenten van de VS die het langst hebben geleefd

Top 10 presidenten van de VS die het langst hebben geleefd
Top 10 presidenten van de VS die het langst hebben geleefd

Presidenten van de VS die het langst hebben geleefd

Als je een baan zoek waar de kans groot is dat je voortijdig aan je einde komt, dan moet je president van de Verenigde Staten worden. Zie bijvoorbeeld dit artikel: Gevaarlijkste beroep ter wereld: President van de Verenigde Staten. Lees meer over de heren die wel wat ouder werden.


Lees hier ->>> meer over politiek op deze website en hier ->>> meer over de Verenigde Staten.


Top 10 presidenten van de VS die het langst hebben geleefd


10. Richard Nixon – 81 jaar

Richard Milhous Nixon (Yorba Linda, 9 januari 1913 – New York, 22 april 1994) was de 37e president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974. Nixons presidentschap werd gekenmerkt door de Vietnamoorlog en het groeiende verzet daartegen in de Verenigde Staten, het voeren van een ontspanningspolitiek met de Sovjet-Unie en het aangaan van relaties met de Volksrepubliek China. Ook werden tijdens zijn presidentschap het Environmental Protection Agency en de Drug Enforcement Administration opgericht en voerde Apollo 11 de eerste maanlanding uit.

Nixon trad op 9 augustus 1974 af toen zijn positie door het Watergateschandaal onhoudbaar was geworden. Hij was daarmee de eerste president van de Verenigde Staten die vrijwillig aftrad. Hij werd opgevolgd door zijn tweede vicepresident, Gerald Ford.


9. Thomas Jefferson – 83 jaar

Thomas Jefferson (Shadwell (Virginia), 13 april 1743 – Monticello bij Charlottesville (Virginia), 4 juli 1826) was filosoof, architect, slavenhouder, kunstenaar en de derde president van de Verenigde Staten. Het ontwerp van de Onafhankelijkheidsverklaring van 1776 (aangenomen op de 4e juli van dat jaar) was grotendeels zijn verdienste. Ook de in 1786 aangenomen Virginia Statute for Religious Freedom, die godsdienstvrijheid instelde, was van zijn hand.


8. James Madison – 85 jaar

Madison (Port Conway (Virginia), 16 maart 1751 – Montpelier (Virginia), 28 juni 1836) was een politiek filosoof en slavenhouder. Tussen 1809 en 1817 diende hij als de vierde president van de Verenigde Staten. Tijdens zijn presidentschap raakte het land weer in oorlog met het Verenigd Koninkrijk.


7. Harry Truman – 88 jaar

Harry S. Truman (Lamar (Missouri), 8 mei 1884 – Kansas City (Missouri), 26 december 1972) was van 1945 tot 1953 de 33ste president van de Verenigde Staten. Daarvoor diende hij enkele maanden als de 34e vicepresident van de VS onder Franklin D. Roosevelt. Toen deze stierf als zittend president, nam Truman het ambt over. Hij was lid van de Democratische Partij.


6. Herbert Hoover – 90 jaar

Herbert Clark Hoover (West Branch (Iowa), 10 augustus 1874 – New York, 20 oktober 1964) was de 31e president van de Verenigde Staten van 1929 tot 1933. Daarvoor was Hoover al beroemd door zijn humanitaire acties tijdens de Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder door voedselhulp aan het bezette België.

Van 1921 tot 1928 was hij minister van Economische Zaken onder president Warren G. Harding en na diens dood onder opvolger Calvin Coolidge. Als president werd hij geconfronteerd met een zware economische crisis die bekend zou raken als de Grote Depressie. Daardoor verloor Hoover zijn herverkiezing in 1932.


5. John Adams – 90 jaar

John Adams (Quincy (Massachusetts), 30 oktober 1735 — aldaar, 4 juli 1826) was de 2e president van de Verenigde Staten van 1797 tot 1801.

Van grote betekenis was de zogenaamde X-Y-Z affaire. De Franse regering onder Talleyrand weigerde door Adams gezonden diplomaten te ontvangen tenzij ze een aanzienlijke som geld overhandigden aan Frankrijk. Adams stuurde het Amerikaans Congres een brief over deze ondiplomatieke behandeling door Frankrijk. al gauw liep dit uit op een roep tot oorlog waarbij de populariteit van Adams toenam. Er volgde enige schermutselingen ter zee waarbij de jonge Amerikaanse marine de koopvaardij te hulp schoot. Onderhandelen voorkwam een regelrechte oorlog.


4. Ronald Reagan – 93 jaar

Ronald Wilson Reagan (Tampico (Illinois), 6 februari 1911 – Los Angeles, 5 juni 2004) was de 40e president van de Verenigde Staten van 1981 tot 1989.

Reagans eerste termijn als president werd vooral gekenmerkt door een aanbodeconomisch beleid, later Reaganomics genoemd. Dit is een politiek met een nadruk op belastingverlagingen om economische groei te stimuleren en beperkingen op het geldaanbod om de inflatie te verlagen. Ander onderdelen zijn het dereguleren van de economie, een afname van overheidsuitgaven en een beperking van de macht van vakbonden.

Zijn tweede termijn werd overheerst door buitenlandse gebeurtenissen, zoals het einde van de Koude Oorlog, de door hem uitgevoerde bombardementen op Libië in 1986 en het aan het licht komen van de Iran-Contra-affaire waardoor zijn regering grote imago-schade opliep.


3. Gerald Ford – 93 jaar

Gerald Rudolph Ford Jr. (Omaha (Nebraska), 14 juli 1913 – Rancho Mirage (Californië), 26 december 2006) was de 38e president van de Verenigde Staten. Ford werd president op 9 augustus 1974 na het aftreden van president Richard Nixon vanwege het Watergate-schandaal. Ford is tot nu toe als enige in de Amerikaanse geschiedenis president geworden zonder bij (vice)presidentsverkiezingen door de bevolking gekozen te zijn.


2. George H.W. Bush – 94 jaar

George Herbert Walker Bush (Milton (Massachusetts), 12 juni 1924 – Houston (Texas), 30 november 2018) was de 41e president van de Verenigde Staten van 1989 tot 1993. In augustus 1990 veroverde en bezette Irak onder leiding van Saddam Hoessein het buurland Koeweit. Bush organiseerde daarop samen met zijn minister van Buitenlandse Zaken James Baker en met rugdekking van de VN-Veiligheidsraad, een internationale coalitie, waartoe zelfs rivaliserende staten als Egypte en Syrië toetraden, die het land begin 1991 weer bevrijdde tijdens de korte Golfoorlog .


1. Jimmy Carter – 96 jaar en nog steeds in leven

James Earl (Jimmy) Carter jr. (Plains (Georgia), 1 oktober 1924) was de 39e president van de Verenigde Staten van 1977 tot 1981. Carter erfde gigantische economische en financiële problemen van zijn voorgangers. De federatie zat door de Vietnamoorlog diep in de rode cijfers, terwijl het zelfvertrouwen van de bevolking zwaar was aangetast.

In 1979 kreeg de Sjah politiek asiel en medische behandeling in de VS. Als reactie hierop belegerden Iraanse militanten de Amerikaanse ambassade in Teheran om vervolgens 52 Amerikanen te gijzelen. Dit om de uitlevering van de Sjah aan Iran te eisen, voor een rechtszaak en een executie. Ondanks het feit dat de Sjah later dat jaar de VS zou verlaten om in Egypte te sterven, duurde de gijzelingscrisis voort. Een mislukte bevrijdingsoperatie op 25 april 1980 maakte de Revolutionaire Gardes nog koppiger. De kwestie domineerde zo het laatste jaar van Carters presidentschap.

De belangrijkste botsing tussen het belang van de mensenrechten en het eigenbelang van de VS ontstond door Carters banden met de Sjah van Iran. De Sjah was, sinds de Tweede Wereldoorlog, een sterke medestander van Amerika uit het Midden-Oosten. Zijn regime was echter bruut en onderdrukkend. Hoewel Carter de Sjah prees als een wijs en waardevol leider, heeft de VS niet ingegrepen toen er een volksopstand uitbrak tegen de monarchie van de Sjah.

De Sjah werd van de troon gestoten en verbannen. Velen hebben de afnemende Amerikaanse steun voor de Sjah sindsdien gezien als de voornaamste oorzaak van zijn snelle revolutie. Carter was in het begin bereid om de revolutionaire beweging te erkennen, maar zijn pogingen bleken tevergeefs.

Afghanistan

Om de Sovjetbezetting van Afghanistan tegen te gaan startten Carter en Zbigniew Brzeziński een 40 miljard dollar kostend trainingsprogramma voor islamitische fundamentalisten in Pakistan en Afghanistan. Terugblikkend wordt het wel gezien als oorzaak van de instabiliteit van post-Sovjet Afghaanse regeringen, die leidden tot de opkomst van de islamitische theocratie in de regio.