Grootste nationale park van Nederland is Park Oosterschelde (alle 20 op rij)

0
910

Grootste nationale park van Nederland is Park Oosterschelde

De eerste nationale parken in Nederland ontstonden in de jaren dertig. In 1930 stichtte Natuurmonumenten Het Nationaal Park Veluwezoom, gevolgd door -eveneens particulier- Het Nationale Park De Hoge Veluwe in 1935. In 1950 gingen verschillende overheden over tot het oprichten van de ‘Stichting van het Nationale Park De Kennemerduinen’. Deze verwierf een groot duingebied ten westen van Bloemendaal. Deze Nederlandse parken waren zeer afwijkend van de Amerikaanse parken: het ging niet om grote stukken ongerepte natuur, private partijen waren dominant en productie, vooral van hout, was normaal.
Grootste nationale park van Nederland is Park Oosterschelde (alle 20 op rij)

Grootste nationale park van Nederland, de top 20

 

1. Nationaal Park Oosterschelde met 37.000 ha

Doordat de Oosterschelde lang een rivierarm is geweest, was het lange tijd een gebied met zowel zoet als zout water (tot 1867). De Oosterschelde heeft een unieke flora en fauna. Bekend zijn de zeehonden en de bruinvissen, die met enige regelmaat worden gezien. Het onderwaterleven is bijzonder populair bij sportduikers. Bij eb vallen de slikken en platen droog, waar veel vogels dan hun voedsel vinden. Achter de dijken vindt men karrevelden, inlagen en kreekgebieden als zichtbare herinneringen aan de ontstaansgeschiedenis van dit gebied. Onderwater maar ook onderaan de dammen hebben vele bijzondere planten en dieren hun plek gevonden, bijvoorbeeld waaierkokerwormen, anemonen, Iers mos en zeekatten.

2. Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa met 10.600 ha

In een nationaal park zijn doorgaans alle functies ondergeschikt aan de natuur. Het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa is een Nationaal Park met een ‘verbrede doelstelling’. Naast natuur en landschap zijn ook landbouw en leefbaarheid in de dorpen belangrijke thema’s. Hierdoor was het niet mogelijk een standaard Nationaal Park in te richten en werd lang getwijfeld of de instelling van een nationaal park wel de juiste manier was om het gebied te beschermen. Vanwege het unieke karakter van het landschap heeft men toch besloten het gebied als Nationaal Park te beschermen. Het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa heeft een speciaal beschermingsmodel gekregen, waarin natuur- en cultuurlandschap evenveel aandacht krijgen.

3. Nationaal Park Weerribben-Wieden met 10.500 ha

Nationaal Park Weerribben-Wieden is een nationaal park in de Nederlandse provincie Overijssel, gemeente Steenwijkerland. Het nationaal park is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van Noordwest-Europa. Het park is in 1992 gesticht. Toen heette het Nationaal park De Weerribben en omvatte het alleen De Weerribben – een gebied van 3.500 ha, dat in beheer was bij Staatsbosbeheer. Het werd in 1996 begiftigd met Europees diploma voor Natuurbeheer dat sinds 2015 voor het hele gebied geldt. In 2009 werd het park uitgebreid met De Wieden, een ander Natura 2000-gebied, dat grotendeels in beheer is bij Natuurmonumenten.

4. Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug met 10.000 ha

Het ligt tussen Leusden en Rhenen en omvat een veelheid van landschapsvormen, waarvan de stuwwal de meest in het oog springende is. Ook heidevelden, stuifzanden en uiterwaarden maken deel uit van het nationaal park. De Heuvelrug is op de Veluwe na het grootste bosgebied van Nederland. Het nationaal park bestaat sinds 2003. Binnen het nationaal park is veel ruimte voor rustige vormen van recreatie. Er is een goed netwerk van wandel-, fiets en paardenroutes. Die routes zijn geconcentreerd aan de zuidkant van het nationaal park. Daar liggen de meeste dorpen. Centraal op de Heuvelrug zijn minder routes en recreatieve voorzieningen. Deze zonering betekent dat het middengebied een rustgebied voor dieren blijft. Er kan gewandeld worden in een stille omgeving. Jaarlijks bezoeken meer dan een miljoen mensen het nationaal park. Om de bezoekers aan de randen van het nationaal park op te vangen zijn een aantal “poorten” en “groene entrees” aangelegd.

5. Nationaal Park De Biesbosch met 9.000 ha

Het is een zoetwatergetijdengebied met kreken en wilgenvloedbossen. Aan oostzijde wordt het begrensd door het Land van Heusden en Altena. Het kan worden onderverdeeld in de Brabantse Biesbosch en de Hollandse Biesbosch, waarbij de laatste weer bestaat uit de Sliedrechtse Biesbosch en de Dordtse Biesbosch. In 1994 kreeg de streek de status van nationaal park. Het heet sindsdien officieel Nationaal Park De Biesbosch en staat op de lijst van beschermde natuurgebieden. De Biesbosch wordt deels agrarisch gebruikt, is ingericht voor verschillende vormen van recreatie en biedt ook ruimte aan opslag van schoon oppervlaktewater in speciaal aangelegde spaarbekkens ten behoeve van de continuïteit van de drinkwatervoorziening.

6. Nationaal Park Drents-Friese Wold met 6.100 ha

Het karakter van het gebied is in belangrijke mate beïnvloed door de esdorpencultuur. Grote delen zoals het Doldersummerveld, Aekingerzand, Berkenheuvel en Wapserveld werden eeuwenlang door de boeren uit de omliggende dorpen gebruikt voor het begrazen door schapen. Door deze eeuwenlange begrazing en het afsteken van plaggen voor de potstalcultuur, werden mineralen afgevoerd en verschraalden grote delen van de zure zandgrond. Op die plaatsen ontstonden heidevelden en soms stuifzand. Het Aekingerzand bij Appelscha heet in de volksmond ook wel de ‘Kale duinen’.

7. Nationaal Park Lauwersmeer met 6.000 ha

Na de afsluiting van het Lauwersmeer in 1969 zijn de hooggelegen zeebodems (het wad) droog komen te staan. In de eerste jaren zijn grote delen hiervan vrijwel aan hun lot overgelaten, zodat veel natuur ontstond, met name ten oosten van de weg van Zoutkamp naar Lauwersoog. Het gebied heeft een open karakter, al bevindt zich in het noorden, ten zuidoosten van Lauwersoog, het Ballastplaatbos en in het zuiden, bij Dokkumer Nieuwe Zijlen het Zomerhuisbos.

8. Nationaal Park De Hoge Veluwe met 5.500 ha

Op De Hoge Veluwe is ruimte ingeruimd voor cultuurhistorische elementen, architectuur en beeldende kunst. Zo maakt het wereldberoemde Kröller-Müller Museum deel uit van het park. Een andere bijzonderheid is dat het park vrijwel zonder overheidssubsidie geëxploiteerd wordt, het is het enige nationale park in Nederland waar de verkoop van entreekaarten een belangrijke inkomstenbron vormt. Het park is in 1935 ontstaan.

9. Nationaal Park Schiermonnikoog met 5.400 ha

Het Nationaal Park Schiermonnikoog op het waddeneiland Schiermonnikoog is het eerste Nederlandse nationale park volgens de moderne betekenis en werd opgericht op 19 juli 1989 per besluit van de minister van het toenmalige Ministerie van Landbouw en Visserij. Daarnaast valt Natura 2000-gebied «Duinen Schiermonnikoog», dat een oppervlakte van 10,24 km² heeft, volledig binnen de grenzen van het nationaal park. Het aanliggende deel van de Waddenzee staat sinds 2009 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

10. Nationaal Park Veluwezoom met 5.000 ha

11. Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen 4.700 ha

12. Nationaal Park De Maasduinen met 4.500 ha

13. Nationaal Park Duinen van Texel met 4.300 ha

14. Nationaal Park Dwingelderveld met 4.000 ha

15. Nationaal Park Zuid-Kennemerland met 3.800 ha

16. Grenspark de Zoom-Kalmthoutse Heide met 3.750 ha

17. Nationaal Park Sallandse Heuvelrug 3.500 ha

18. Nationaal Park De Alde Feanen met 2.300 ha

19. Nationaal Park De Meinweg met 1.800 ha

20. Nationaal Park De Groote Peel met 1.400 ha

Geef een reactie