Top 10 grootste wiskundigen aller tijden

Leonhard Euler - Top 10 grootste wiskundigen aller tijden
Leonhard Euler

Grootste wiskundigen aller tijden

Wiskunde is een formele wetenschap die onder andere getallen, patronen en abstracte structuren bestudeert. De wiskunde komt voort uit het rekenen en de meetkunde, maar omvat veel meer dan dat. Wiskundige structuren worden met strikte logische redeneringen opgebouwd.

Lees hier meer over de grootste geesten die zich met de getallen hebben bezig gehouden.


Lees hier ->>> meer over ‘grote geesten’ op deze website.


Top 10 grootste wiskundigen aller tijden

Bron: www.historyten.com


10. Pythagoras

(Samos, ca. 570 v.Chr. – Metapontum, ca. 500 v.Chr.)

Pythagoras
Pythagoras

Pythagoras stond bekend als een filosofische en religieuze hervormer, maar onderzoekers leggen nu eens de nadruk op Pythagoras’ wiskunde en filosofie en dan weer op zijn sjamanistische allure.

Vanaf Plato (De staat, VII, 530d; Philebus, 16c) verschijnen meer vermeldingen van Pythagoras als leermeester op het gebied van wiskundige vakgebieden. Denk aan zoals rekenen, harmonieleer, geometrie en astronomie.

Volgens hem was een fundamentele leerstelling de aanname dat alles is opgedeeld in een en veel, het begrensde en het onbegrensde. Aan alle zaken lagen getallen ten grondslag. Zelfs de oersubstantie van de kosmos kon door getallen worden verklaard, middels de Tetractys (‘viervoud’ vormt decade, tiental: 1 + 2 + 3 + 4 = 10).

Het Ene (monade) vormt twee polen (dyade): (verwekkende vader) ‘geest’ en (ontvangende moeder) ‘energiematerie’. Daaruit ontwikkelt zich de derde toestand van de wereld (triade): de Ziel. In de vierde fase (tetrade) komt ten slotte de wereld waarin we ons bevinden tot uitdrukking.


Zie hier de top 10 uitvindingen en ontdekkingen van het oude Griekenland.


9. Andrew Wiles

(Cambridge, 11 april 1953)

Andrew Wiles
Andrew Wiles

Andrew John Wiles is een Britse wiskundige die bekend is geworden doordat hij het bewijs construeerde van de laatste stelling van Fermat.

Wiles maakte het tot zijn levenswerk om de laatste stelling van Fermat te bewijzen. De laatste stelling van Fermat is de stelling in de getaltheorie die stelt dat de vergelijking

voor n > 2 geen oplossingen heeft voor positieve gehele getallen.

Zeven jaar lang heeft Wiles in isolement gewerkt aan dit bewijs en in 1993 presenteerde hij het resultaat voor een zaal vol wiskundigen aan het Isaac Newton-instituut in Cambridge. Bij controle onder regie van het wiskundig tijdschrift Inventiones Mathematicae bleek in de bewijsvoering echter een fout te zitten.

Samen met Richard Taylor besloot Wiles het bewijs te corrigeren en op 19 september 1994 kwam de doorbraak: het bewijs werd geleverd. Het meer dan 100 pagina’s tellende bewijs werd in mei 1995 in de Annals of Mathematics gepubliceerd.


Interessant: het meest geletterde land ter wereld is Finland (NL – 10e, top 61).


8. Leonardo Pisano Bigollo

(Pisa, ca. 1170 – ca. 1250)

Fibonacci
Fibonacci

Leonardo van Pisa, beter bekend onder zijn bijnaam Fibonacci, was een Italiaanse wiskundige. Hij wordt vaak beschouwd als de eerste westerse wiskundige die origineel werk publiceerde sinds de Griekse oudheid. Zijn Liber Abaci was vijfhonderd jaar toonaangevend.

Van Arabische handelaren pikte hij onderweg een nieuw rekensysteem op. De Arabieren hadden het ‘rekenen zoals de Hindoes’ in India opgedaan. Hij bestudeerde de Arabisch-Indische cijfers (inclusief het cijfer nul) en realiseerde zich dat hiermee efficiënter gerekend kon worden dan met de tot dan toe in Europa gangbare Romeinse cijfers.


7. Girolamo Cardano

(Pavia, 24 september 1501 – Rome, 21 september 1576)

Girolamo Cardano
Girolamo Cardano

Cardano, ook Gerolamo Cardano of Geronimo Cardano, was een Italiaans arts en hoogleraar aan de Universiteit van Pavia en later aan de Universiteit van Bologna. Hij beoefende fanatiek de wiskunde en het dobbelen. Hij schreef over tal van onderwerpen: de filosofie, de astrologie, de natuurkunde en het recht.

Cardano beweerde aan het eind van zijn leven 40.000 belangrijke vraagstukken te hebben opgelost, en daarnaast nog 200.000 kleinere zaken. Naast een gevierd arts werd hij ook beschouwd als een van de belangrijkste wiskundigen.

Een eeuw voordat Blaise Pascal en Pierre de Fermat serieus met het kansrekenen aan de slag gaan (net als bij Cardano ten behoeve van het dobbelen) legt Cardano al de grondslag voor deze tak van de wiskunde. Aanleiding hiertoe was een drietal kansvragen betreffende het werpen van dobbelstenen.

Door betrokken te zijn bij de ontdekking van zowel het complex rekenen als het kansrekenen is Cardano in feite een belangrijke figuur bij het ontstaan van de kwantumtheorie. Bij die theorie spelen immers beide soorten rekenen samen de hoofdrol. Dit was Roger Penrose opgevallen.


6. Euclides

(rond 365 v.Chr. – rond 300 v.Chr.)

Euclides van Alexandrië
Euclides van Alexandrië

Read more: https://historyten.com/people/greatest-mathematicians-of-all-time/#ixzz7TrA1QzoK

Euclides van Alexandrië
Euclides van Alexandrië

Hij wordt vaak de ‘vader van de meetkunde’ genoemd. Euclides leefde tijdens het bewind van Ptolemaeus de Eerste (323-283 v.Chr.) in Alexandrië. Zijn Elementen is het meest succesvolle handboek en een van de invloedrijkste werken in de geschiedenis van de wiskunde.

In de Elementen is een boek waarin hij bepaalde eigenschappen in de meetkunde en van de gehele getallen uit een aantal axioma’s afleidt. Hij wordt daarom wel beschouwd als een voorloper van de axiomatische methode in de moderne wiskunde.

Behalve de meetkunde behandelt de Elementen ook elementaire getaltheorie, zoals de theorie van deelbaarheid, het algoritme van Euclides om de grootste gemene deler van twee getallen mee te berekenen en een bewijs dat er oneindig veel priemgetallen zijn.

Tot in de 20e eeuw werd het gebruikt als leerboek voor de meetkunde en was het zelfs samen met de Bijbel een van de meest gedrukte boeken.


Zie hier de invloedrijkste boeken aller tijden – Een top 100 met aanvulling.


5. Georg Cantor

(Sint-Petersburg, 3 maart 1845 – Halle, 6 januari 1918)

Georg Ferdinand Ludwig Philipp Cantor (1900)
Georg Ferdinand Ludwig Philipp Cantor (1900)

Cantor was een Duitse wiskundige, die bekendstaat als de grondlegger van de moderne verzamelingenleer. Hij stelde als eerste het belang van bijecties tussen verzamelingen vast. Hij definieerde de welgeordende- en oneindige verzamelingen.

Cantor formaliseerde en verdiepte de wiskundige kennis over het begrip oneindigheid. Zo bewees hij dat de reële getallen ’talrijker’ zijn dan de natuurlijke getallen.

In feite impliceert zijn stelling van Cantor het bestaan van een hiërarchisch geordende ‘oneindigheid van oneindigheden’. Hij definieerde verder de kardinaalgetallen, de ordinaalgetallen en hun rekenkunde. Cantors werk is van enorm filosofisch belang, een feit waar hij zich volledig van bewust was.


4. Carl Friedrich Gauss

(Brunswijk, 30 april 1777 – Göttingen, 23 februari 1855)

Carl Friedrich Gauss
Carl Friedrich Gauss

Gauss was een Duits wiskundige en natuurkundige, die een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan een groot aantal deelgebieden van de wiskunde en de exacte wetenschappen, waaronder de getaltheorie, statistiek, analyse, differentiaalmeetkunde, geodesie, elektrostatica, astronomie en de optica.

Gauss had een opmerkelijke invloed op vele deelgebieden binnen zowel de wiskunde als andere exacte wetenschappen. Hij wordt soms de prins der wiskunde genoemd.


3. Isaac Newton

(Woolsthorpe-by-Colsterworth, 4 januari 1643 – Kensington, 31 maart 1727)

Sir Isaac Newton
Sir Isaac Newton

Newton was een Engelse natuurkundige, wiskundige, astronoom, natuurfilosoof, alchemist, officieel muntmeester en theoloog. In de wiskunde is hij medeverantwoordelijk voor het verder ontwikkelen van de analyse van de differentiaalrekening en de integraalrekening (met Leibniz). Ook ontwikkelde hij het Binomium van Newton en benaderingsmethoden ervoor.


Zie hier de Top 20 slimste mensen aller tijden.


2. Srinivasa Ramanujan (1887 – 1920)

(Erode, 22 december 1887 – Kumbakonam, 26 april 1920)

Ramanujan, vermoedelijk tussen 1910-1920
Ramanujan, vermoedelijk tussen 1910-1920

Ramanujan was een Indiaas, grotendeels autodidact, wiskundige. Hij hield zich vooral bezig met diverse aspecten van de getaltheorie. Van zijn tiende jaar af leerde hij zichzelf wiskunde. Volkomen geïsoleerd van de wiskundige wereld, leidde hij voor zichzelf 100 jaar westerse wiskunde af.

Ramanujan liet een grote hoeveelheid ongeordend materiaal na met vele originele stellingen. Vanwege zijn gebrek aan een formele wiskundige opleiding, gaf hij echter meestal geen bewijzen bij zijn stellingen – hij beweerde dat de godin Namagiri hem in zijn dromen inspireerde.

Pas tussen 1985 en 1997 werden zijn aantekeningen geordend en bewezen door Bruce C. Berndt en zijn medewerkers. In totaal heeft hij zo’n 4.000 stellingen nagelaten.


1. Leonhard Euler

(Bazel, 15 april 1707 – Sint-Petersburg, 18 september 1783)

Leonhard Euler - Top 10 grootste wiskundigen aller tijden
Leonhard Euler

Euler was een Zwitserse wiskundige en natuurkundige die het grootste deel van zijn leven doorbracht in Rusland en Duitsland. Hij ontwikkelde veel nieuwe concepten en heeft zeer veel bijgedragen aan de moderne wiskundige notatie.

Denk bijvoorbeeld aan de symbolen i en e voor respectievelijk de imaginaire eenheid en het grondtal van de natuurlijke logaritme zijn door hem geïntroduceerd. De huidige namen van bijvoorbeeld de goniometrische functies: sinus, cosinus en tangens heeft hij ook bedacht.


Top 10 grootste wiskundigen aller tijden

  1. Leonhard Euler (1701 – 1783)
  2. Srinivasa Ramanujan (1887 – 1920)
  3. Isaac Newton (1643 – 1727)
  4. Carl Friedrich Gauss (1777 – 1855)
  5. Georg Cantor (1845 – 1918)
  6. Euclid (365 – 300 V. Chr.)
  7. Girolamo Cardano (1501 -1576)
  8. Leonardo Pisano Bigollo (1170 – 1240)
  9. Andrew Wiles (1953 – )
  10. Pythagoras (570 – 495 V. Chr.)