, ,

Alle liquidaties in Nederland sinds 1975 tot 1995

Liquidaties in Nederland

Alle liquidaties in Nederland sinds 1975 tot 1995

Hier een overzicht van liquidaties in Nederland sinds 1975. Het betreft hier liquidaties in het Nederlandse criminele milieu. Het slachtoffer is met voorbedachte rade om zijn criminele handel en wandel vermoord.

Inmiddels betreft het artikel en het overzicht niet alleen liquidaties meer. Ook zijn er ‘moorden’ in het criminele milieu beschrijven. Daarbij gaat het dan om moord zonder voorbedachte rade, oftewel een vooropgezet plan. Soms gaat dat zo in sommige levens…


Het bleek niet meer mogelijk om alle liquidaties en moorden in één artikel samen te voegen. Dit is teveel voor één WordPress-artikel en er begonnen spontaan delen te verdwijnen. Vandaar nu de opdeling in vijf tijdperken:

1975 tot 1995: alle liquidaties in Nederland
1995 tot 2010: alle liquidaties in Nederland
2010 tot 2015: alle liquidaties in Nederland
2015 tot 2020: alle liquidaties in Nederland
Sinds 2020: alle liquidaties in Nederland


Definitie van een liquidatie

Een liquidatie wordt opgevat als ‘een moord, gepleegd door of in opdracht van leden van een criminele organisatie ter verwerving, bestendiging, versteviging van hun positie in het criminele milieu’(Slot, 2009).


100 grootste criminelen van Nederland (inmiddels meer…)
De Nederlands misdaadencyclopedie
Boeken over Nederlandse criminaliteit
Bijnamen van de verschillende criminelen uit binnen- en buitenland.
Zie hier → meer interessante artikelen over criminaliteit op deze website

Alle liquidaties in Nederland in 1969

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Mei 1969


1. Sik Yin Wong – 4 mei 1969, Amsterdam

Status: onopgelost

Sik Yin Wong

Sik Yin Wong

Sik Yin Wong, die de ‘boss’ wordt genoemd omdat hij in de Binnen Bantammerstraat de lakens uitdeelt, valt op 14 mei 1969 ten slachtoffer aan de machtsstrijd in de Chinese gokhuizen. Wong wordt in de Nieuwe Jonkerstraat in de val gelokt en doodgeschoten.

Hoofdinspecteur J. Valken, die de doodslag op Sik Yin Wong helpt oplossen: ‘De Singapore-Chinezen infiltreren in de gokhuizen in de Binnen Bantammerstraat en trachten de gevestigde speelhuishouders — oudere, rustige Kantonnezen en Hakka’s — uit te schakelen.’

‘Tenslotte bepalen zij wie aandelen in de winst krijgt. Sik Yin Wong is één van die Singaporese jongens. Als hij te veel macht dreigt te krijgen, wordt er een afstraffing voor hem ‘besteld’, geen kill.’

De man die Sik Yin Wong dodelijk verwondt, schiet min of meer in paniek. Het is geen moord met voorbedachte rade.


Juli 1969


2. Frans Fens – 22 juli 1969, Den Haag

Status: opgelost

In de bar Regeer aan de Nieuwe Molstraat 83 in Den Haag wordt Frans Fens (28) doodgeschoten door collega-souteneur Robert de G. (23). Frans Fens is de broer van topcrimineel Tinus Fens, die op 17 december 1984 ook vroeg aan zijn einde komt.


Alle liquidaties in Nederland in 1970

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


1. Juni 1970


Cheo Poh Chew / Chen Cho Pow, 12 juni 1970, Amsterdam

Status: opgelost

Cheo Poh Chew / Chen Cho Pow

Cheo Poh Chew / Chen Cho Pow

In de nacht van 11 op 12 juni 1970 loopt een ruzie in een klein hotelletje in de Amsterdamse Chinezenbuurt volledig uit de hand. De 27-jarige Chinese kok Siew Joong C., woonachtig in Reuver (Limburg), schopt zijn 21-jarige landgenoot Cheo Poh Chew uit Singapore meerdere keren tegen buik en hoofd. Wanneer het slachtoffer blijft kreunen, grijpt Siew twee stropdassen en trekt die om de hals van de jongeman, totdat er geen geluid meer klinkt.

Enkele dagen later drijft in het water van het IJ een in lakens en een deken gewikkeld lichaam. Het onderzoek komt direct op gang. De Amsterdamse recherche schakelt de groep Ernstige Delicten in en werkt samen met Interpol in Singapore. Vingerafdrukken en de gebitsformule worden per vliegtuig naar Azië gestuurd. Daar bevestigen de autoriteiten dat het gaat om Cheo Poh Chew, 21 jaar oud.

Het motief blijkt te liggen in spanningen tussen rivaliserende triades die in hetzelfde hotel verblijven. Wat begint als een ruzie tussen landgenoten, eindigt in een dodelijke afrekening. Een jaar later staat Siew Joong C. terecht in Amsterdam. De officier van justitie eist tien jaar gevangenisstraf wegens moord. De rechtbank komt echter tot een andere conclusie: er is geen sprake van voorbedachte rade, wel van doodslag. De kok wordt daarom veroordeeld tot vijf jaar cel, met aftrek van voorarrest.


December 1970


2. Jan Koning – 8 december 1970, Groningen

Status: opgelost

Op dinsdag 8 december 1970 komt er een einde aan het leven van de Groningse bookmaker Jan Johannes Koning (52), in de stad beter bekend als “Manke Jannie”. Hij is een markante verschijning in de gokwereld, berucht om zijn vasthoudendheid en zijn netwerk in cafés en achterkamertjes.

Die dag loopt een zakelijk conflict met zijn zakenpartner H.R. (50) volledig uit de hand. Het gaat om geld, wantrouwen en oude rekeningen binnen het milieu van illegale weddenschappen. De ruzie eindigt in geweld: H.R. grijpt zijn partner vast en wurgt hem met de handen om zijn keel.

Later die avond wordt Koning gevonden in zijn eigen oude Mercedes, geparkeerd in Groningen. Het lichaam ligt tussen de voor- en achterbank, verstijfd en levenloos. Opvallend detail: zijn overjas is zorgvuldig over hem uitgespreid, alsof de dader nog een laatste gebaar van bedekking wil maken.

De vondst maakt diepe indruk. In Groningen is Koning een bekend gezicht, iemand die ondanks zijn handicap, waar hij zijn bijnaam “Manke Jannie” aan ontleent, altijd aanwezig is in de gok- en horecawereld. De politie richt zich onmiddellijk op zijn zakelijke contacten. Al snel valt de verdenking op H.R., die kort daarop wordt aangehouden.

Tijdens het proces komt naar voren hoe de spanningen tussen beide mannen zich hebben opgebouwd. Ruzies over geld, macht en vertrouwen stapelen zich op, totdat het conflict escaleert in moord. De rechtbank acht H.R. schuldig aan het doden van zijn zakenpartner en legt hem een gevangenisstraf op.

 


Alle liquidaties in Nederland in 1971

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Maart 1971


1. Gerrit Wensink – 3 maart 1971, Heneglo

Status: opgelost

De 26-jarige drugshandelaar en karatekoning Gerrit Engelbert ‘Jatti’ Wensink uit Overdinkel voert een schrikbewind in het beruchte jongerencentrum Fashion aan de Willem de Clercqstraat in Hengelo. Lange tijd is deze moord een van de grootste mysteries uit de jonge Hengelose geschiedenis, aangezien zijn lijk nooit wordt gevonden.

Gerrit noemt zichzelf Jatti, een Indisch woord voor hardhout. En hard ís hij, de slagerszoon uit het Twentse grensdorpje Overdinkel. Maar hij maakt geen schijn van kans als hij op 3 maart 1971 van dichtbij met een pistool wordt doodgeschoten. De dader en enkele andere betrokkenen behoren tot de vaste bezoekerskern van Fashion. Op de avond van 3 maart 1971 is Jatti er ook. Hij denkt een wilde avond te krijgen met het mooie Indische meisje Texas D. (19).

Terwijl zij in een aparte ruimte voor hem danst, duiken er plotseling mannen voor hem op. Een van hen heeft een ingekort geweer. Daarmee schiet Dirk K. (toen 23) de 26-jarige Jatti ter plekke dood. Door de harde muziek horen andere bezoekers van Fashion er niets van.

Jatti wordt door de broers Rein K. (21) en Dirk K. in een gordijn gerold en in een Citroën, een bestel-Eend, gelegd. Daarmee rijden de daders naar het buitengebied tussen Hengelo en Boekelo, waar het lichaam wordt begraven. Uiteindelijk worden de daders in 1985 veroordeeld tot twee tot drie jaar cel.


Alle liquidaties in Nederland in 1972

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Oktober 1972


1. Tom Keereweer – 23 oktober 1972

J.M. Keereweer
Status: opgelost

Tom Keereweer

Tom Keereweer

Tom Keereweer (20) wordt langs de Maas bij Kessel hoogstwaarschijnlijk doodgeschoten door de 40-jarige Haagse crimineel Frans Scheffer. Scheffer wordt later zelf ook slachtoffer van een moordaanslag met een stengun.

Scheffer is de eigenaar van een café aan de Trekweg in Den Haag. In februari 1974 schiet hij zelf de 18-jarige drukker Raymond Albersen neer, nadat deze een opmerking maakt terwijl Scheffer met twee vrouwen passeert.

Hij zou daarop tegen één van de vrouwen hebben gezegd: ‘Moeder, geef me de blaffer eens aan’, waarna de vrouw een revolver uit haar tas haalt.

Tom Keereweer komt vaak in het café van Scheffer, waar ook veel Haagse onderwereldfiguren samenkomen. Enkele weken eerder brandt het café af, vermoedelijk door brandstichting. Daags voor de moord wordt Keereweer nog in het gezelschap van de kastelein gezien.

Keereweer ontsnapt uit het cachot

De voortvluchtige Keereweer ontsnapt op 4 september 1972 uit het huis van bewaring in Den Haag. Hij ontsnapt samen met de gebroeders Danièl en Laurent Deme, die vastzitten voor hun aandeel in de gijzeling in Deil, de eerste gijzeling in ons land.
Keereweer is een goede bekende van de politie en zit sinds 14 mei in voorarrest wegens diefstal met geweldpleging. De vermoorde Hagenaar is geen zware jongen in de onderwereld. Hij staat vooral bekend als een kleine straatrover, die zich richt op handtasjes van wandelende vrouwen.

Tussen februari en april 1976 worden overigens tien mensen, verminkt en geboeid, opgedregd uit kanaalwater in Zuid-Nederland. Deze zes moorden zijn nooit opgelost.


Alle liquidaties in Nederland in 1973

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1973


1. August Herman Siegfried Loswijk – 29 januari 1973, Amsterdam

Status: opgelost

De Bulgaar Bogamil Krantcharov schiet op maandag 29 januari 1973de Surinaamse drugsdealer August Loswijk (27) dood op de parkeerplaats bij de flat Echtenstein in Amsterdam Zuidoost na een mislukte drugsdeal, waarbij Loswijk nepdrugs probeert te verkopen.

Uit onderzoek door de recherche blijkt dat August Loswijk en N. een dag eerder in de binnenstad van Amsterdam een afspraak hebben gemaakt met enkele mannen voor de verkoop van vijftig kilo hasj. Deze, tot nu toe onbekende, mannen zouden de partij die avond komen ophalen in de Bijlmermeer.

Die zondagavond arriveren August Loswijk en zijn vriend Eduard Neede. met vijftig kilo nephasj in hun auto bij een flat in de Bijlmermeer. Wanneer ze uitstappen, worden ze direct aangevallen door drie mannen die hen daar opwachten.

Volgens de verklaring van Neede lost een van de drie aanvallers minstens zes schoten. August Loswijk zakt in elkaar en overlijdt kort daarna onderweg naar het ziekenhuis. De drie mannen gaan er vandoor met de partij nephasj in hun eigen auto.

N. wordt door de politie aangehouden. Voor het verdere onderzoek schakelt de politie de afdeling ernstige delicten in, en de auto van het slachtoffer wordt in beslag genomen voor nader onderzoek.


Oktober 1973


2. Ching Wong – 28 oktober 1973, Amsterdam

Status: opgelost

In de Penny Bar aan de Heintje Hoeksteeg en de Lange Niezel in Amsterdam wordt de Chinees Ching Ming Wong doodgeschoten door landgenoot C.C.T. (28). De recherche van het politiebureau Warmoesstraat in Amsterdam vermoedt dat de 17-jarige Chinees Ching Ming Wong, die in de nacht van zaterdag op zondag is neergeschoten in de Penny Bar, opzettelijk is gedood.

Wong is die nacht door een kogel in zijn nek geraakt, zakt bij de nooduitgang van de bar in de Heintje Hoeksteeg in elkaar en overlijdt kort daarna. Nog diezelfde nacht arresteert de afdeling ernstige delicten, ook wel bekend als de moordbrigade, de 28-jarige Chinese koopman C.C.T. als verdachte.

T. verklaart in eerste instantie dat zijn pistool per ongeluk is afgegaan toen hij het beter tussen zijn broekriem probeert te plaatsen omdat die knelde. Na de arrestatie van T. droeg de moordbrigade het onderzoek over aan de recherche van de Warmoesstraat. Inmiddels ontkent T. dat hij heeft geschoten.

Uit een reconstructie van de schietpartij blijkt echter dat het vrijwel onmogelijk is dat het schot in de nek per ongeluk was. Hoewel het motief voor een mogelijke moord nog onduidelijk is, sluit de recherche niet uit dat dit incident verband houdt met een afrekening in de drugshandel.

Man 6 jaar na moord gegrepen

Zesenhalf jaar later, in 1980, lijkt de oplossing in zicht gekomen van de moord op Wong Ching Ming. De schietpartij was het gevolg van een machtsstrijd die oplaaide in de Chinese gemeenschap in Amsterdam na de gewelddadige dood van de leider Chung Mong, voor zijn gokpaleis aan de Prins Hendrikkade.

Twee Amsterdamse politiemensen, die nu als getuigen zijn opgeroepen, kwamen destijds in opspraak tijdens het eerste corruptieschandaal binnen de hoofdstedelijke politie. De officier van justitie besloot echter hun zaak te seponeren. Deze agenten hadden Wong Ching Ming destijds overgehaald om als infiltrant te fungeren binnen de Chinese gemeenschap, in een poging de machtsstrijd in kaart te brengen.

Wong werd echter door leden uit de Hongkong-fractie ontmaskerd en naar de bar aan de Lange Niezel gelokt onder het voorwendsel van een gesprek. Dit gesprek liep echter uit de hand en, volgens enkele getuigen, werd hij per ongeluk dodelijk getroffen tijdens een ruzie waarin met revolvers werd gezwaaid. Zijn lichaam werd daarna in een naburige steeg achtergelaten.

De hoofdverdachte, S.W.W., vluchtte onmiddellijk naar Scandinavië en reisde door naar Engeland. Toen hij enkele maanden geleden in Rotterdam aankwam, werd hij gearresteerd, waarna het moordonderzoek werd heropend.


November 1973


3. Nicolai Belomaso – 11 november 1973, Rotterdam

Status: opgelost

De 27-jarige crimineel Cor ‘Cock’ Touw, eigenaar van café De Boekanier aan de Wolphaertsbocht in Rotterdam, schiet op een bewuste zondagavond in Rotterdam autohandelaar Nicolai Belomaso (32) dood tijdens een ruzie over een auto. Op 7 december 1987 wordt Touw zelf in Rotterdam vermoord.

De vechtpartij vindt plaats rond twee uur ’s nachts, terwijl er ongeveer twintig mensen in het café aanwezig zijn. Volgens getuigen slaat Touw eerst de 31-jarige autohandelaar een vriend van Nicolai, Hans Ros, met klap een ijzeren staaf op zijn hoofd het ziekenhuis in. Kort daarna valt het fatale schot.

De verklaring van Cok Touw

Cor stapt die bewuste avond met een donkere blik zijn café binnen. Hij heeft ruzie gehad met zijn vrouw en zijn stemming is allesbehalve goed. “Ik voel dat er iets gaat gebeuren,” vertelt hij nu aan rechtbankpresident mr. G. J. E. Poerink. De spanning in zijn verhaal is bijna tastbaar.

In het café loopt het al snel uit de hand. Twee bezoekers krijgen ruzie met Cor en verlaten boos de Boekanier. Maar de stilte is van korte duur. Nog geen tien minuten later staan de mannen weer in het café, woedend en dreigend. Volgens Cor roepen ze dat ze hem “zijn hoofd van zijn lijf slaan” en “het ziekenhuis in schieten”. De situatie wordt steeds grimmiger.

Tegen sluitingstijd, rond één uur ’s nachts, wil Cor zijn café afsluiten, maar de twee weigeren te vertrekken. Wanneer de rechtbankpresident vraagt waarom hij de politie niet belt, legt Cor uit: “Dan zien ze me naar de telefooncel gaan en weten ze dat de politie onderweg is. Voor die er dan is, hebben ze me al te grazen genomen.”

Cor kiest ervoor om zichzelf te beschermen. Achter de tapkast pakt hij een revolver en een ijzeren staaf. De spanning in het café stijgt naar een kookpunt. Hans Ros krijgt enkele klappen op zijn hoofd met de staaf en raakt bewusteloos. Met Nicolai Belomaso ontstaat een heftig gevecht, waarbij Cor het pistool in zijn hand heeft.

“Die revolver gaat per ongeluk af tijdens het gevecht,” legt Cor uit. “Het was nooit mijn bedoeling om hem dood te schieten. Als ik dat echt had gewild, had ik dat vanaf de tapkast kunnen doen. Hij moest gewoon weg.”

De officier van justitie, mr. W. A. de Saint Auiaire, kijkt scherp toe terwijl Cor zijn verhaal doet. De zaal houdt de adem in. Het drama van die nacht leeft opnieuw op, en de vraag blijft: wat had Cor écht van plan?


December 1973


4. / 5. / 6. Miodrag Sujec, Radmila Krivokatic en Sasa Grizelj – 25 december 1973, Amsterdam

Status: opgelost

De drie Joegoslaven worden gedood door Slobodan Mitric, alias ‘Karate Bob‘. De Mitric is een ex-lid van de Joegoslavische geheime dienst. Op 25 december 1973 schiet Mitric café Mostar in Amsterdam op het Weteringcircuit drie leden van de geheime dienst van Rusland en Servië dood. Daarna schiet hij in een café in De Pijp een vrouw door het hoofd die het overleeft.

De drie hebben de avond tevoren met een pistoolmitrailleur op Mitrić geschoten. Volgens Mitrić hadden ze vanuit Belgrado opdracht gekregen hem te liquideren. Hij krijgt voor drievoudige doodslag 13 jaar gevangenisstraf, die hij uitzit in Scheveningen.


Alle liquidaties in Nederland in 1974

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Mei 1974


1. David Vas Dias – 26 mei 1974, Hilversum

7 januari 1929, Amsterdam – 26 mei 1974, Hilversum
Status: onopgelost

Vas Dias, de 45-jarige diamantcommissionair, ook in valse diamanten natuurlijk, is in Hilversum door zeven kogels gedood. Hij zou op de hoogte zijn geweest van de tocht van de viskotter Lammie voor met hasj naar Libanon.

Mr. A. N. A. Josephus Jitta van de Alkmaarse arrondissementsrechtbank vertelt in 1974: ‘Ik heb geen enkele twijfel: Frits Abrahamse en David Vas Dias kenden elkaar. Ze deden ook zaken’. Bij een inval in de woning van Frits van de Wereld vindt de politie een aantal gouden of nepgouden munten. Abrahamse verklaart dat die afkomstig waren van Vas Dias, dat hij ze in beheer heeft en ze voor hem zou verhandelen.


Augustus 1974


2. Young Fatt Tang – 26 augustus 1974, Amsterdam

Status: opgelost

Young Fatt Tang

Young Fatt Tang

Tang is organisator van talloze heroïnetransporten. De man die verantwoordelijk is voor de liquidatie van Tang is de Chinees Jimmy L. (31) uit Singapore. Hij is in Brussel gearresteerd en uitgeleverd aan ons land. Hij heeft bekend. De dodelijke schoten zijn echter volgens hem afgevuurd door zijn handlanger Pong.

Jimmy L. blijkt Tang uit een gokhuis in Amsterdam te hebben gelokt, met het verhaal dat zjj hun moeilijkheden moesten uitpraten. In de wagen van Jimmy werd echter niet gepraat, maar wel geschoten. Daarna is L. terug gereden naar het gokhuis, waar net de vriend van Tang, de 24-jarige T.S. Heng aankwam.

Jimmy schiet zonder zich een moment te bedenken Heng in de rug en in de hand. De zwaar gewonde Heng blijft tijdens het hele onderzoek volhouden dat hij zijn belager niet kent. Tang en Jimmy staan elkaar naar het leven omdat Jimmy vond dat Tang hem slechte kwaliteit heroïne had geleverd, en hem er dus niet voor wilde betalen.

Enkele dagen voor hij zelf het onderspit delft heeft Tang nog geprobeerd onder bedreiging Jimmy tot alsnog betalen te bewegen. Jimmy laat het er niet bij zitten. Hij biedt de Amsterdamse onderwereld 50.000 gulden voor de dubbele moord op Tang en Heng. Aangezien zich geen enkele huurmoordenaar meldt, moet Jimmy, al dan niet samen met de mysterieuze Pong, zelf het vuile werk opknappen.


Alle liquidaties in Nederland in 1975

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1975


1. Anton van Luyn – 15 januari 1975, Amsterdam

Status: opgelost

In café Het Kompas in de Amstelstraat in Amsterdam ontstaat een vechtpartij tussen de gebroeders van Luyn en de dan 20-jarige Etienne Urka, Gerry Brinkert en Gerrit Broers. De broer van Anton van Luijn is met een boksbeugel buiten westen geslagen en Anton vlucht de Paardenstraat in, achtervolgd door Urka c.s.

De 20-jarige dienstplichtig militair Utrechtenaar Anton van Luyn vlucht een woonboot op en moet overboord gesprongen of gevallen zijn, als de Surinamer Urka op hem schiet. De kogel raakt Van Luyn net niet, maar die is wel zo in paniek dat zijn hart van de kou en de angst waarschijnlijk stil komt te staan. De Mauser van Urka is geleverd door ‘Pistolen Paultje’ Wilking. Het duurt enkele dagen voordat het lijk van Van Luyn ook wordt gevonden. Urka wordt op dat moment al verdacht van een reeks gewapende overvallen, een serie diefstallen en een verkrachting.


2. Hendrik Tammeling, 28 januari 1975 – Groningen

Status: opgelost

In de vroege ochtend van dinsdag 28 januari pleegt de 20-jarige W.M. een aanslag op het leven van de 34-jarige drugsdealer Hendrik Tammeling. Terwijl Tammeling in zijn woning aan de Bedummerstraat in Groningen ligt te slapen, slaat M. hem met een scherpe bijl op het hoofd. De schedel van het slachtoffer wordt ingeslagen en hij raakt zwaargewond.

Later die avond meldt W.M. zich bij de politie in Groningen en bekent de aanval. Hij verklaart dat hij drugs gebruikt. De politie onderzoekt de toedracht en sluit niet uit dat sprake is van een wraakoefening.


Alle liquidaties in Nederland in Maart 1975


3. (Tal Lo) Chung Mon – 3 maart 1975, Amsterdam

Status: onopgelost

Chung Mon

Chung Mon

Op 3 maart 1975 wordt de 55-jarige Chung, als hij bij zijn gokhuis Si Hoi (van de Chinezenvereniging Wah Kiauw) in op de Prins Hendrikkade tussen de Kromme Waal en de Geldersekade arriveert, doodgeschoten door drie onbekende Chinese mannen. De drie zijn gewapend en vuren tien kogels af op de Chinese peetvader. De heren zijn van Hongkong overgevlogen en vertrekken na de moord meteen terug naar hun thuisland.

Na de moord op Chung Mon ontbrandt in Amsterdam een strijd op leven en dood om de alleenheerschappij tussen het genootschap 14K, waartoe waarschijnlijk Chung Mon behoort en de triade Wo Lee Kwan. Wo Lee Kwan is zo gebrand op Amsterdam als heroïne-centrum in Europa, dat hij één van zijn topmensen naar onze hoofdstad stuurt om met hier gevestigde tegenstanders van Chung Mon de macht in handen te krijgen.

Het is de tweede moord op een Chinees binnen enkele dagen. Vrijdagnacht is in een nachtclub aan het Rembrandtsplein een 29-jarige Singapore-Chinees doodgeschoten.

Lees hier een korte biografie van Chung Mon.


Mei 1975


4. Wu Chi Ming en Choi Kwok Wai – 20 mei 1975, Amsterdam

Status: onopgelost

De 18-jarige Wu Chi Ming en de 24 jarige Choi Kwok Wai zijn doodgeschoten. Dit gebeurt als ze met anderen casino Wah Kiauw aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam aanvallen. Dit casino wordt gerund door een rivaliserende triade. Van twee kanten allen in de middag een aantal Chinezen al schietend het restaurant binnen, waar op dat moment veertig mannen rond de goktafel zaten.

De strijd gaat om de hegemonie in het casino. Nadat op 3 maart de ongekroonde koning van de Chinezen, Chung Mon (54) is vermoord zouden de twee resterende compagnons elkaar bestrijden om de macht.


November 1975


5. Li Kwok Bun – 29 – 30 november 1975, Leiden

Status: opgelost

Het lijk van de jonge Rotterdamse Chinees Lie is in de middag van 17 februari 1975 bij de watertoren in de Scheveningse duinen gevonden. Lie blijkt is in het weekend van 29 op 30 november door drie Chinezen per huurauto via de Haagweg van Rotterdam naar Amsterdam vervoerd. De ontvoerders hebben ruzie met hem over een deal met slechte heroïne.

Bij het inrijden van de Schipholtunnel loopt de ruzie zo hoog dat één van de Chinezen zijn pistool pakt en Lie met ten minste drie schoten doodt. Nadien maakt de auto rechtsomkeert en is het lijk in de Scheveningse duinen gedropt. Lie maakte deel uit van een omvangrijke familieclan en is lid was van een internationale triade. De moord heeft in de Chinezenwereld van de Randstad, Londen en Hongkong grote beroering gewekt.

Een moord met internationale repercussies

Vier broers van de vermoorde Lie, weten dat bij de moord de 23-jarige Amsterdamse Chinees P. H. Wong is betrokken. Ze gaan naar Londen om dé daar woonachtige vader van deze dader aan een zogenaamd ‘Chinees verhoor’ te onderwerpen.

De oude Wong weigert de verblijfplaats van zijn zoon te noemen en wordt vermoord. Op basis van mededelingen van Scotland Yard omtrent deze moord arresteert de Arnhemse politie de 27-jarige Chinees S. Lau. Lou zou ook betrokken zijn bij moord op de jonge Rotterdamse Chinees.

Als Lau in Amsterdam wordt verhoord, komt bij de Haagse politie een raadselachtig telefoontje binnen. Hierin wordt melding gemaakt van de aanwezigheid van het lijk van Lie in de Scheveningse bosjes.

Lau, met dit feit geconfronteerd, slaat door en bekent de moord te hebben gepleegd met de jonge Wong en een derde Chinees, genaamd Lam. De Amsterdamse politie slaagt erin een dag eerder Wong in de hoofdstad te arresteren.

Lam heeft inmiddels de benen genomen naar Hongkong. Volgens de geruchten zou hij daar in gijzeling worden gehouden door de triade, waartoe de vermoorde Lie zou behoren. Dit mogelijk de beruchte Sap Si Kee (14 K).

Naar alle waarschijnlijkheid is het deze Lam geweest, die fatale schoten op de jonge Lie heeft gelost. De vier broers van Lie, die de oude Wong in Londen hebben gedood, zijn inmiddels naar alle werelddelen uitgezwermd.

Eén van hen verblijft te Vancouver, zo meent de Amsterdamse politie te weten. Hun vermoorde broer was werkzaam bij een gokhuis óp Katendrecht, dat waarschijnlijk wordt beheerst door de Chinese triade.


Alle liquidaties in Nederland in 1976

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1976


1. André Demaere – januari 1976, Zwijndrecht

Status: onopgelost

De Belgische crimineel André Demaere (49) wordt doodgeschoten gevonden in Zwijndrecht (België) door Nederlanders. Insiders veronderstellen dat Demaere, die in Amsterdam wegens drugsmokkel is veroordeeld, het slachtoffer is geworden van een genadeloze afrekening of een wraak door andere drugshandelaren.

Demaere, gevonden met een schot in het hart, is hoogstwaarschijnlijk geliquideerd omdat hij de Nederlandse recherche had getipt over een reeks kunstdiefstallen. André Demaere was een goede bekende van zowel de Nederlandse als de Belgische politie. Hij was betrokken bij drughandel, afpersings en bedreigingszaken.


Maart 1976


2. Chan Yuen Muk – 3 maart 1976, Amsterdam

Status: onopgelost

Muk is de opvolger van Chung Mon en is de leider van de triade 14K. Hij is op de brug over de Geldersekade tussen de Binnen Bantammerstraat en de Stormsteeg doodgeschoten. Waarschijnlijk door moordenaars van de Wo Lee Kwan triade. Chan is door enkele kogels in het hoofd getroffen en was onmiddellijk dood. Vanwege zijn sprekende gelijkenis met de voorzitter van de Chinese volksrepubliek heeft hij de bijnaam ‘Mao’. De directe aanleiding tot deze moord zou een moordaanslag annex ripdeal op een groepje Wo Lee Kwan-leden zijn geweest.

Chan werd door de Chinese gemeenschap beschouwd als de opvolger van Chung Mon, de eigenaar van het Si Hoi-complex aan de Geldersekade en leider van de Chinese gemeenschap, die precies een jaar geleden werd vermoord, op 3 maart 1975. Een kogelregen maakt in de nacht in het hartje van de Amsterdamse Chinezenwijk een einde aan het leven van de 45-jarige Hongkong-Chinees Yeun Muk Chang. Chang is in de hoofdstad al jaren bekend als de grootste Chinese heroïnehandelaar. Hij staat bekend onder bijnaam ‘Mao’.

Bij de executie, waarbij vijftien kogels zijn af gevuurd, raakt de lijfwacht van Chang, de 29-jarige Yong Hang Suko, levensgevaarlijk gewond. De aanslag vindt plaats op een brug op de hoek van de Geldersekade en de Binnen Bantammerstraat. Wraak is volgens politiecommissaris Gerard Toorenaar het motief. Chang’s handlangers hebben namelijk een week eerder een gewapende overval gepleegd op een groep Singapore-Chinezen in een Amsterdams hotel. Hierbij is een partij van 20 kilo heroïne (waarde ruim 2,5 miljoen gulden, nu 3,5 miljoen euro) en een grote hoeveelheid geld werden geroofd.


3. Sau Fan Cheung – 14 maart 1976, Akersloot

Status: onopgelost

DSau Fan Cheung (18) wordt gewurgd gevonden langs de Geesterweg in Akersloot. Cheung werkte als heroïnekoerier en prostituee in de Lange Niezel in Amsterdam. Ze is door drie leden van de triade 14K vermoord. Dit omdat ze van de triade gestolen zou hebben. De vijftigjarige Chinese man L. heeft toegegeven dat hij betrokken was bij het incident. Dit meldde de rijkspolitie. Hij weigert echter details te geven over zijn rol in de moord.

De politie vermoedt dat meerdere personen bij de moord betrokken zijn. “De man wil verder niets zeggen, omdat hij dat te gevaarlijk vindt voor hen,” verklaarde een politiewoordvoerder. De politie vermoedt dat de moord verband houdt met de heroïnehandel. L. kwam in beeld nadat hij het weekend voor de moord samen met Cheung in de Amsterdamse binnenstad was gezien. Vermoedelijk hebben L. en zijn medeplichtigen het slachtoffer tijdens een autorit naar Akersloot gewurgd.

Vrijspraak voor de verdachten

De rechtbank in Alkmaar heeft in november 1976 drie Chinezen vrijgesproken van de moord op Cheung, omdat er volgens de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was. President van de rechtbank, mr. J.A. Markus, beval de directe vrijlating van de drie verdachten. Sau-Fan Cheung werd op 15 maart gewurgd aangetroffen in de berm van de Geesterweg in Akersloot. Het meisje werd omgebracht tijdens een nachtelijke autorit in een huurauto met vier Chinezen. Drie van de inzittenden konden worden gearresteerd en stonden terecht op verdenking van medeplichtigheid aan moord.

Tijdens de rechtszaak eiste de officier van justitie, mr. A. Josephus Jitta, een gevangenisstraf van negen jaar voor de 25-jarige Tak Lam L. uit Rotterdam, die werd beschouwd als de hoofddader. Tak Lam had de huurauto bestuurd en zou volgens de officier het sisaltouw, gebruikt bij de wurging, aan de anderen hebben gegeven.


April 1976


4. Hoo Yee Kee – 22 april 1976, Amsterdam

Status: opgelost

Yee Kee is een 38-jarige illegaal in ons land verblijvende politie-informant. In het hotel annex gokhuis aan de Binnen Bantammerstraat 16 in Amsterdam wordt hij geliquideerd. Hij is met drie revolverschoten vermoord. In het hotel is tevens het gokhuis Yo Li gevestigd. Het slachtoffer stond bij de politie bekend als handelaar in heroïne en opium.

Hij is meermalen in aanraking geweest met de groep verdovende middelen van de centrale recherche en de groep illegaal vuurwapenbezit. Wegens het bezit van een stengun was hij al eens het land uitgezet. De dader is de 27-jarige Sze Lam Li. Die laatste is een lid van de triade 14K.


Oktober 1976


5. Kam Lam Chau en Cheung Chun Vip – 20 oktober 1976, Afsluitdijk

Status: onopgelost

In de vluchthaven van Breezanddijk aan de noordkant van de Afsluitdijk zijn op woensdag 20 oktober 1976 de lijken gevonden van twee geëxecuteerde Chinezen. De man en de vrouw zijn, vermoedelijk in de nacht, in het kleine haventje van het Friese Breezanddijk, met pistoolschoten om het leven gebracht.

De 24-jarige man Kam Lam Chau en de 19-jarige vrouw Cheung Chun Vip zijn waarschijnlijk ter plaatse gedood met twee schoten uit een revolver. Beide slachtoffers waren geboeid. Zij kwamen uit Hongkong en verbleven in Amsterdam. De met kogels van het kaliber 6.45 omgebrachte Chinezen werden herkend door een broer van het meisje, die in Amsterdam in de gevangenis zit. Alles wijst er op, aldus de rijkspolitie, dat zij heroïnekoeriers waren.


Alle liquidaties in Nederland in 1977

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Juni 1977


1. Aik See Teou – 26 juni 1977, Amserdam

Status: opgelost

Op 26 juni 1977 geeft de latere topcrimineel Klaas Bruinsma zijn pistool aan zijn partner Johan Thijs / Jan Femer, alias ‘de Snor’, die er de Chinese portier Aik See Teou alias ‘Frankie’ (33) mee doodschiet en Jan van Dijk (20) verwond. Bruinsma en Femer hebben die avond flink gedronken in restaurant-bar-dancing Louis Seize aan de Reguliersdwarsstraat 88 in Amsterdam. Op een gegeven moment bespuugt Femer ene Aik See Teou en Jan van Dijk met champagne. Deze heren behoorden bij een groep Chinese gokkers.

Aik See Teou gooit daarop een glas naar Femer en hij gooit het onmiddellijk weer terug. Tenslotte verlaten de Chinezen en Jan van Dijk de zaak en besluiten om Femer en Bruinsma buiten op te wachten en hen daar ‘een paar klappen’ te geven, zoals Van Dijk later tegenover de rechtbank verklaart.

Wie het eerst schiet…

Femer en Bruinsma begrepen dat signaal en gaan er vrijwel meteen achteraan. Buiten geeft Bruinsma zo onopvallend mogelijk zijn pistool aan Femer. Als Femer de indruk krijgt dat Frankie en Jan van Dijk naar wapens grijpen schiet hij het pistool helemaal leeg. Frankie wordt door twee kogels geraakt en is vrijwel direct dood. Van Dijk is door drie kogels in de buikstreek getroffen, maar overleefde de schietpartij. Femer vlucht onmiddellijk na de schietpartij naar het buitenland en duikt onder in België.

Bruinsma duikt ook onder, maar blijft daarbij gewoon in Amsterdam. Om Bruinsma uit de wind te houden geeft Jan Femer zich later zelf aan bij de politie en is uiteindelijk tot zes jaar cel veroordeeld.


Alle liquidaties in Nederland in 1978

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1978


1. Chong Yip, 21 januari 1978, Amsterdam

Status: onopgelost

Het stoffelijk overschot van de 30-jarige in Po-On geboren Chinees Chong Yip is zondag 21 januari 1978 gevonden in het riet langs de Oosterringdijk in Amsterdam. Yip is hoogstwaarschijnlijk het slachtoffer geworden van een wraakoefening. Het slachtoffer, destijds verdacht van medeplichtigheid aan de dubbele moord op de Afsluitdijk op 20 oktober 1976, heeft in april 1977 in de strafgevangenis te Leeuwarden aan twee rechercheurs verklaard angst te hebben voor represailles van de Chinese onderwereld.

Het is hem waarschijnlijk kwalijk genomen dat hij in het corruptieschandaal, gepleegd door politiemannen van het Amsterdamse bureau Warmoesstraat, verklaringen heeft afgelegd.


2. Mustafa Değermenci, 11 december 1978, Amsterdam

Status: opgelost

In een café aan de Amsterdamse Van Woustraat klinkt op 11 december 1978 één enkel schot. Mustafa Değermenci wordt van achteren in het hoofd geraakt en is op slag dood. De schutter is de 27-jarige Murat B., eveneens van Turkse afkomst. Hij slaat direct na de daad op de vlucht. Het slachtoffer staat in de buurt bekend als uitbater van een koffie- annex gokhuis aan de Daniël Stalpertstraat. De locatie van de moord, café De Wielbar, vormt het decor van een afrekening die veel verder teruggaat dan deze ene avond.

Een dader die zich meldt

Twee dagen later meldt Murat B. zich bij de politie. Niet uit spijt, zo lijkt het, maar omdat zijn Nederlandse vriendin inmiddels is aangehouden op verdenking van medeplichtigheid. B. bekent de schietpartij. Hij stelt dat hij handelde vanuit een combinatie van woede, angst en eergevoel. Volgens zijn verklaring is er voorafgaand aan de moord een ruzie ontstaan over een gokspel. Daarbij zou Değermenci een belediging hebben geuit die, naar Turkse maatstaven, onvergeeflijk is: een obscene toespeling op de moeder van B.

Eer, belediging en cultuur

Tijdens de rechtszaak krijgt dit motief opvallend veel aandacht. B. beroept zich op dezelfde culturele logica die Değermenci twee jaar eerder zelf gebruikte in zijn verdediging. Toen stond Değermenci terecht voor het doodschieten van een landgenoot in een illegaal gokhuis aan de Apollolaan. In dat eerdere proces verklaart een antropoloog dat binnen bepaalde Turkse eer- en cultuurpatronen een dergelijke belediging nauwelijks onbeantwoord kan blijven. De rechter neemt die uitleg serieus. Değermenci wordt eerst ontslagen van rechtsvervolging en in hoger beroep zelfs vrijgesproken op grond van noodweer.

Een man met een reputatie

Maar die vrijspraak wordt niet door iedereen geaccepteerd. In het Amsterdamse Turkse onderwereldcircuit blijft wrok bestaan. Değermenci geldt als beheerder van een drugskoffiehuis en zou een prominente rol spelen in de heroïnehandel. Murat B. verklaart dat hij zich door Değermenci bedreigd voelt. Hij schetst een beeld van een man met macht, contacten en geweld achter zich. „Ze vieren daar nu feest,” zegt hij over de onderwereld, „omdat hij eindelijk uit de weg is geruimd.”

Verdenking van een huurmoord

De officier van justitie, mr. C. Feimers, ziet meer dan een uit de hand gelopen ruzie. Tijdens de zitting bij de rechtbank in Amsterdam suggereert hij dat Murat B. mogelijk als huurmoordenaar is ingeschakeld om een openstaande rekening te vereffenen. Hard bewijs ontbreekt echter. Zonder concrete aanwijzingen kan het Openbaar Ministerie niet verder gaan dan B.’s eigen lezing van de gebeurtenissen. De eis blijft daarom beperkt tot acht jaar gevangenisstraf wegens moord.

De cirkel sluit zich

De zaak krijgt daarmee een wrange symmetrie. Mustafa Değermenci, die zelf ooit aan vervolging ontsnapte door een beroep op eer en noodweer, wordt uiteindelijk om het leven gebracht door een man die zich op exact hetzelfde motief beroept. Op 11 december 1978 sluit de rekening alsnog. Niet in de rechtszaal, maar met één schot in een café aan de Van Woustraat.


Alle liquidaties in Nederland in 1979

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Mei 1979


1. Jakov ShemTov – 6 mei 1979, Amsterdam

Status: onopgelost

Jacov ShemTov (29), eigenaar van een shoarmazaak in de Zeilstraat in Amsterdam, verdwijnt spoorloos de dag nadat hij getuigd heeft in een rechtszaak tegen een Israëlische misdadiger Symchony Oser (22) die hem afperst. Diens broer, Raphael Oser, is waarschijnlijk de dader. De auto van het slachtoffer is teruggevonden bij de Teertuinen aan de Prinseneilandsgracht. Raphael Oser is in juni 1983 in Israël geliquideerd.


2. Mustafa Eskici – 17 mei 1979, Utrecht

Status: opgelost

De Turkse crimineel Mustafa Eskizi (26) is in Utrecht doodgeschoten door B.V. (19) en C.C. (28) in opdracht van N. Cavusoglu (46).


Oktober 1979


3. Suy Kong Pak, 1 oktober 1979, Den Haag

Status: onopgelost

De moord op de 23-jarige Suy Kong Pak, die maandagavond 1 oktober 1979 is doodgeschoten bij een schietpartij in het Chinese restaurant Good Friend aan het Plein in Den Haag, is tot op heden niet opgelost. De drie daders zijn voortvluchtig en de politie heeft nog geen aanhoudingen verricht.

Rond half tien drongen drie mannen het Chinees-Indische restaurant binnen en openden zonder waarschuwing het vuur op zowel personeel als bezoekers. Suy Kong Pak werd daarbij meerdere malen in de borst getroffen en overleed ter plaatse. Naast het dodelijke slachtoffer raakten vijf personen gewond, onder wie drie Chinezen, een Maleisiër en een Duitser.

Patholoog-anatoom dr. Zeldenrast heeft sectie verricht op het stoffelijk overschot van Pak. Uit het onderzoek blijkt dat hij is overleden aan talloze schotwonden in de borst. De identiteit van de gewonden is inmiddels bekend. Een 41-jarige Duitser, C.P., werd met een schotwond in het hoofd opgenomen in het Bronovo-ziekenhuis. Vier mannen van Chinese afkomst liepen verwondingen op aan hoofd, romp, arm en benen. Vier van hen zijn opgenomen in het Leijenburg Ziekenhuis; één gewonde werd behandeld in het Westeinde Ziekenhuis.

Na de schietpartij vluchtten de daders in een rode Fiat, vermoedelijk in de richting van Amsterdam. Ondanks een grootschalige zoekactie wist de politie hen niet te onderscheppen. In opsporingskringen bestond al langer het vermoeden dat restaurant Good Friend fungeerde als ontmoetingsplaats van een Chinese criminele organisatie. De schietpartij zou mogelijk verband houden met interne afrekeningen binnen het criminele circuit, al is daarvoor geen hard bewijs geleverd.

De gebruikte wapens, een revolver en een pistool, zijn inmiddels teruggevonden tussen de tramrails op de Koekamplaan, op nog geen kilometer van het restaurant. Op basis van hulzen en een aangetroffen patroon concludeert de politie dat er ongeveer tien keer is geschoten. Het politieonderzoek werd voortgezet, maar de moord op Suy Kong Pak geldt vooralsnog als onopgelost.


Alle liquidaties in Nederland in 1980

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Maart 1980


1. Arthur William Bergtop – 17 maart 1980, Amsterdam

Status: onopgelost

Wanneer Arthur, ‘Atté’, Bergtop (33) op zondagavond van zijn café aan de Zeedijk in Amsterdam naar zijn auto loopt die geparkeerd staat op de Prins Hendrikkade, wordt hij doodgeschoten. Direct nadat het schot is gevallen rijdt een rode auto met grote snelheid weg. Eerder op de dag wordt zijn jongere broer beschoten tijdens een mislukte drugsdeal, vermoedelijk de aanleiding voor de moord. De politie vermoedt dat de handel in heroïne een rol speelt bij deze zaak.

Zijn 23-jarige broer, J. Bergtop, wordt die zondagmiddag op de hoek van de Raadhuisstraat en het Singel in zijn voet geschoten. Eén van de vermoedelijke daders, de 30-jarige O. G., wordt later aangehouden. Bij hem worden cocaïne, hasjiesj, een vervalst Frans paspoort en een gaspistool gevonden.


2. Cornelis Pieter van den Berg – 30 maart 1980, Ried

Status: onopgelost

In Ried (Friesland) wordt in zijn woning aan de Dr. Vitus Ringerstraat wordt de in België geboren Van den Berg, bijgenaamd Cor de Bels (Belg red.), dood aangetroffen. De 60-jarige is doodgeschoten. Hij blijkt een crimineel verleden te hebben. De rijkspolitie in Franeker is die zondag 30 maart om twintig voor één gealarmeerd door een bewoonster van de Dr. Vitus Ringerstraat. Kort daarvoor hebben in de straat spelende kinderen een onbekende kat gezien, die zich in de woning van Van den Berg bevindt, en zich onrustig voor het gordijn beweegt. Als de kinderen gaan kijken, zien ze Van den Berg languit op zijn rug op de keukenvloer liggen.

Cor de Bels heeft aardig wat op zijn kerfstok

Sinds 1945 zit Cor in verschillende gevangenissen meer dan 25 jaar uit. Zo is hij in juli 1974 door de Rotterdamse rechtbank voor zijn aandeel in een brandkastkraak in het postkantoor van het Belgische Lokeren tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij  is ook betrokken bij een geruchtmakende inbraak bij een juwelier in Rotterdam, waarbij voor een half miljoen gulden aan juwelen is buitgemaakt.


November 1980


3. Willy Jonker – 21 november 1980, Amsterdam

Status: opgelost

De 34-jarige rechercheur van politie ‘Mooie Willy’ Jonker is op 26 oktober op de Brouwersgracht doodgeschoten. Twee mannen in een Honda Civic rijden opzettelijk tegen zijn Citroën aan en rijden hem klem. Één van hen stap uit en lost negen schoten op Jonker. Jonker blaast niet meteen de laatste adem uit: hij weet nog zes kogels uit zijn dienstpistool af te vuren. Later is de schutter geïdentificeerd als de Turkse coffeeshophouder D.A.Y. (28). Die vlucht naar Istanboel. Jonker overlijdt vier weken later aan de verwondingen.

Later wordt duidelijk dat Jonker een corrupte diender was, die is geliquideerd als afrekening voor het rippen van een partij drugs van een groep Turkse criminelen.


Alle liquidaties in Nederland in 1981

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Maart 1981


1. Huib van Os Breijer – 13 maart 1981, Abbenes

Status: onopgelost

Nachtelijke taxirit met fatale afloop

In de nacht van dinsdag op woensdag 13 maart, rond één uur, pikt de 26-jarige Amsterdamse taxichauffeur Huib van Os Breijer twee mannen op op de Dam in Amsterdam. Ze spreken Engels en Duits. Wat een gewone rit lijkt, verandert binnen het half uur in een nachtmerrie: Van Os Breijer drukt zijn noodsignaal in – een teken dat hij in direct gevaar verkeert.

De melding komt binnen bij de Amsterdamse taxicentrale. Omdat het noodsignaal regelmatig per ongeluk wordt geactiveerd, wordt er in eerste instantie niet direct alarm geslagen. Wanneer de centrale Van Os Breijer oproept via de mobilofoon en er geen antwoord komt, nemen de zorgen toe. Kort daarna wordt de politie ingeschakeld.

Een onbekend slachtoffer

De identiteit van de chauffeur blijkt niet eenvoudig vast te stellen. Pas een week eerder was Van Os Breijer begonnen als taxichauffeur. De jonge Amsterdammer is zo zwaar mishandeld dat herkenning in eerste instantie niet mogelijk is: zijn schedel blijkt met een hamer te zijn ingeslagen. Uiteindelijk wordt hij geïdentificeerd aan de hand van zijn vingerafdrukken.

Taxi gevonden – sporen van een moord

De taxi – een oranje Opel Rekord met kenteken 08-RX-49 – wordt later teruggevonden bij een Shell-benzinestation in Elst (Betuwe), tussen Arnhem en Nijmegen. De auto is voorzien van valse kentekenplaten (DJ-63-HX) en alle taxikenmerken zijn verwijderd. De daders hebben de wagen achtergelaten omdat de motor ermee ophield.

Opvallend is hoe ontspannen de daders te werk gaan. Als de auto ermee ophoudt duwen ze de auto naar het Shell-tankstation in Eist tussen Arnhem en Nijmegen. Ze vragen de pompbediende de tank te vullen en blijven twee uur wachten terwijl die probeert de motor weer aan de praat te krijgen. Al die tijd is het bebloede voorstoelkussen, waarop Van Os Breijer heeft gezeten, zichtbaar – zonder dat dit argwaan wekt.

Verder op pad – sporen door het land

Vanaf het tankstation bestellen de mannen een nieuwe taxi die hen naar station Nijmegen brengt. De politie vindt later de lichtbak van de taxi terug in Haarlemmermeer. De gestolen nummerplaten blijken afkomstig uit Hazerswoude. Intussen blijft de verdwijning van Van Os Breijer niet onopgemerkt. Zijn collega’s doorzoeken de stad, maar de taxi is nergens te vinden. Pas de volgende ochtend komt de gruwelijke waarheid aan het licht.

Verband met drugsvangst van miljoenen

De moord op Van Os Breijer lijkt niet op zichzelf te staan. Alles wijst erop dat de twee passagiers die bij hem in de taxi stapten, deel uitmaakten van een internationale drugsbende. Een dag eerder is in een loods nabij Abbenes een partij van 2000 kilo hasj ontdekt, met een geschatte straatwaarde van ongeveer zeven miljoen gulden.

In de loods arresteerde de politie zes mannen: drie Britten en een Amsterdammer, die zich had voorgedaan als “Van Dijk” en de loods had gehuurd. De timing is opvallend: vrijwel direct na deze arrestatie wordt Van Os Breijer vermoord. Alles wijst erop dat zijn dood verband houdt met deze grote drugsvangst.

Voorbedachte rade?

De politie doet geen stellige uitspraken, maar het feit dat de daders valse nummerplaten bij zich hadden, wijst mogelijk op voorbedachte rade. Ook al wordt dit niet met zoveel woorden gezegd, het scenario dat de moord gepland was, wint aan geloofwaardigheid.

De moordenaars hebben ook de 500 gulden buitgemaakt die Van Os Breijer op zak had – maar dat lijkt niet het motief. Alles wijst erop dat de jonge chauffeur ‘in de weg stond’ van criminelen die niets en niemand ontzien om hun belangen te beschermen. Tot op de dag van vandaag zijn de daders nooit gepakt.


April 1981


2. Ibrich Juso – 22 april 1981, Amsterdam

Status: opgelost

In de nacht van 21 op 22 april 1981 komt in het Joegoslavische restaurant Palma aan het Damrak in Amsterdam de 20-jarige Joegoslaaf Ibrich ‘Mali’ Juso om het leven. Hij wordt dodelijk getroffen door een kogel uit het pistool van zijn landgenoot Slavo G. (29). De schietpartij zorgt voor paniek in het drukbezochte restaurant en vormt het begin van een politieonderzoek dat uiteindelijk een complete criminele bende blootlegt.

Volgens verklaringen van getuigen houden Slavo G. en Mali Juso die avond een roekeloze “wedstrijd” wie het snelst zijn pistool kan trekken. Slavo, zichtbaar onder invloed van alcohol, vuurt eerst twee schoten af tegen een muur. Nadat aanwezigen hem tot kalmte manen, trekt hij plotseling opnieuw zijn wapen en schiet. Mali Juso zakt direct in elkaar en overlijdt ter plaatse.

Hoewel twee getuigen verklaren dat Slavo gericht op Juso schoot, acht de officier van justitie moord of doodslag niet te bewijzen. Gezien de drukte, de alcohol en de chaotische omstandigheden houdt het Openbaar Ministerie het op een dodelijk ongeluk.

Strafzaak: nadruk niet op moord, maar op brute woninginbraak

Officier van justitie mr. B. Vermeulen legt bij de rechtbank opvallend genoeg niet het zwaartepunt van zijn strafeis bij de schietpartij, maar bij een brute woninginbraak in Uithoorn, gepleegd enkele dagen eerder. Die inbraak blijkt volgens justitie de kern van de criminele activiteiten van het gezelschap.

Bij de inbraak wordt de huiseigenaar overvallen terwijl de daders al binnen zijn. Hij wordt zodanig toegetakeld dat hij zware kneuzingen en twee verbrijzelde pinken oploopt. Alleen doordat hij zich dood houdt, overleeft hij de aanval. De man wordt mishandeld door Mali Juso met een pistool en door Svetislav Z. (29) met een koevoet. Uiteindelijk wordt een portemonnee met ongeveer zeshonderd gulden buitgemaakt.

Zware strafeisen tegen verdachten

Voor deze inbraak eist de officier vier jaar gevangenisstraf tegen Svetislav Z. De 34-jarige Italiaan Paolo L., die de daders met zijn auto vervoerde, hoort drie jaar cel tegen zich eisen wegens medeplichtigheid. Omdat doodslag of moord niet kan worden bewezen, eist de officier tegen Slavo G. tien maanden gevangenisstraf wegens dood door schuld en verboden wapenbezit.

Volgens mr. Vermeulen rechtvaardigen vooral de ernst van de mishandeling, het binnendringen van een woonhuis en het risico voor het slachtoffer een zware, afschrikwekkende straf. “Dit soort misdrijven raakt mensen in hun eigen veiligheid,” aldus de officier.

Geen toeristen, maar beroepscriminelen

Het gezelschap was pas op 16 april in Nederland aangekomen, maar volgens zowel de officier als rechtbankpresident mr. S. Slagter zeker niet met toeristische bedoelingen. Uit het strafdossier blijkt dat Paolo L. eerder als crimineel koerier actief was, terwijl Svetislav Z. en Slavo G. bekendstonden als zakkenrollers. Mali Juso gold als een ervaren inbreker.

De officier verwerpt daarom het verweer van Z., die stelt dat de groep uit geldnood één keer tot inbraak overging nadat zij bij het gokken hun geld hadden verloren. In een woning in Voorburg, waar een kluis met geld en een postzegelcollectie werd gestolen, zijn vingerafdrukken van Z. aangetroffen. Die zaak is echter niet ten laste gelegd.

Schietpartij leidt tot ontmanteling van de bende

Ironisch genoeg is het juist de fatale schietpartij in restaurant Palma die de politie op het spoor van de groep zet. Wanneer agenten worden gealarmeerd voor het dodelijke incident, vallen de puzzelstukken op hun plaats en kan de bende worden opgepakt. De officier noemt het een tragische samenloop van omstandigheden: een dodelijk ongeluk dat uiteindelijk leidt tot het blootleggen van een reeks gewelddadige misdrijven.


1982

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Februari 1982


Figueiredo Soares – 21 februari 1982, Lekkerkerk

Status: onopgelost

In de vroege ochtend van zondag 21 februari 1982 wordt in een sloot nabij een elektriciteitscentrale tussen Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek het levenloze lichaam gevonden van Olav Figueiredo Soares (38) uit Rotterdam. De man is doorzeefd met twee kogels in het hart. Al snel ontstaat het vermoeden dat hij ter plaatse is doodgeschoten. De politie gaat vrijwel direct uit van een afrekening in de Rotterdamse onderwereld.

Financier van ‘duistere zaken’

Soares, van oorsprong afkomstig van de Kaapverdische Eilanden en in het bezit van de Portugese nationaliteit, stond in Rotterdam bekend als financier van uiteenlopende schimmige activiteiten. In de onderwereld werd zijn naam in verband gebracht met illegale gokhuizen, vrouwenhandel en de handel in verdovende middelen. Opvallend is dat hij officieel nooit met politie of justitie in aanraking is geweest.

Een gokbaas verklaart later: „Als je een ton wilde lenen, kon je nog dezelfde dag bij Olav terecht. Hij rekende natuurlijk wel de nodige rente.” Volgens ingewijden zijn tal van kroegbazen met zijn geld begonnen.

Laatst gezien aan de Aelbrechtskade

Soares wordt voor het laatst levend gezien op woensdagavond rond zes uur, bij zijn handelsonderneming Bonit BV aan de Aelbrechtskade in Rotterdam. Het bedrijf handelde voornamelijk in exclusieve tweedehands auto’s en verkocht begin dat jaar nog twee Rolls-Royces. Zijn compagnon Felix Nooitrust (41) uit Schiedam ziet hoe Soares vertrekt nadat hij door een man wordt opgehaald. Van die persoon ziet Nooitrust slechts een schim. De grote Amerikaanse auto van Soares blijft achter bij het bedrijf. De boekhouder van Bonit BV zegt hierover: „Het moet een bekende zijn geweest, want Olav ging nooit met vreemden mee.”

Een dag na de vondst van het lichaam ontvangt Bonit BV een merkwaardig telefoontje. De beller beweert dat losgeld voor de baas moet worden neergelegd op twee containers in Gilze-Rijen. Er wordt geen bedrag genoemd. Het personeel hecht geen waarde aan het telefoontje. „Dat moet een gestoord iemand zijn geweest. Wij hebben nooit eerder iets gehoord over losgeld,” aldus de boekhouder. Opvallend is wel dat het telefoontje binnenkomt op een nummer dat zelden wordt gebruikt.

Dubbel leven achter nette façade

Soares komt ruim vijftien jaar eerder zonder geld naar Rotterdam. Hij werkt zich snel op en woont ten tijde van zijn dood met zijn vrouw en vier kinderen in een luxe woning aan de Statensingel. Volgens politiebronnen zou het autobedrijf Bonit BV slechts een dekmantel zijn geweest voor andere activiteiten, maar sluitend bewijs ontbreekt. Enkele jaren eerder had Soares nog belangen in drie illegale gokhuizen, samen met de Rotterdammer Willem de W., die kort daarvoor in een gokhuis nog drie ton zou hebben verloren.

De boekhouder van Bonit BV weerspreekt het beeld van een crimineel kopstuk: „Het was een keurige, charmante man. Altijd op tijd, innemend in de omgang.” In het handelsregister staat bovendien alleen Nooitrust als directeur geregistreerd. Soares zou formeel slechts in- en verkoper zijn geweest. De recherche van het Bureau Zware Criminaliteit zet een team van vijftien man in. Zij zoeken naar mensen die Soares na woensdagmiddag één uur nog hebben gezien. Rijks- en gemeentepolitie werken samen.

Alles wijst erop dat Olav Figueiredo Soares het slachtoffer is geworden van een gerichte liquidatie en wie de trekker overhaalde, blijft vooralsnog een open vraag.


1. John van der Sluis – 23 februari 1982, Heerlen (Hoensbroek)

Status: onopgelost

Het is kwart voor vier in de ochtend wanneer de 30-jarige vrachtwagenchauffeur John van der Sluis voor zijn woning aan de Hamerstraat wordt doodgeschoten. Voor de deur wordt hij opgewacht en met zeven kogels doorzeefd. De dader schiet eerst drie keer op afstand en daarna nog vier keer van dichtbij om er zeker van te zijn dat Van der Sluis dood is. Hij overlijdt ter plekke. Van der Sluis laat een vrouw en een driejarig zoontje achter.

De moordaanslag, in de nacht van dinsdag op woensdag, stelt de Heerlense recherche voor een raadsel. Zelfs over het gebruikte vuurwapen tast de politie nog volledig in het duister. Ook het motief blijft onduidelijk. Onderzoekers houden rekening met verschillende scenario’s, waaronder een fatale persoonsverwisseling. Mogelijk waren de kogels niet voor Van der Sluis bestemd, maar voor een drugsdealer die in dezelfde straat woont.

Een van de weinige aanknopingspunten is een hardnekkig gerucht uit het criminele milieu. Het slachtoffer zou betrokken zijn geweest bij het verklikken van een drugstransport: 42 kilo amfetamine, verstopt in het reservewiel van een vrachtwagen en onderweg naar Zweden. De tip zou afkomstig zijn geweest van een collega-chauffeur. Of Van der Sluis daarin een rol speelde, kan de politie niet bevestigen.

Van der Sluis staat bekend als een kalende, enigszins teruggetrokken man. Samen met zijn echtgenote Christine en hun zoontje Frank (3) woont hij in het bovengedeelte van een duplexwoning aan de Hamerstraat. In de vroege ochtend lopen hij en zijn vrouw samen de trap af. Hij moet op tijd zijn bij zijn werkgever, transportondernemer Moonen aan de Kastanjestraat. Tot die rit komt het nooit.


Mei 1982


N. Lazarov, mei 1982, Amsterdam

De 30-jarige Bulgaar N. Lazarov is vermoord aangetroffen in het water van de Jacob van Lennepkade.


Juli 1982


Rinaldo Reali – 2 juli 1987

Op 3 juli 1987 ontdekt een voorbijganger in het water van de Nieuwe Gouw in Amsterdam-Noord het lichaam van Rinaldo Reali (33). De man, een tot Nederlander genaturaliseerde Italiaan, blijkt door een schot door het hoofd om het leven te zijn gebracht. Al snel ontstaat het beeld van een koelbloedige executie. Reali was bedrijfsleider van een seksclub in Amsterdam-Oost en stond bekend onder de bijnaam Ron.

Brandende auto leidt naar verdachte

Nog diezelfde ochtend doet de politie een belangrijke vondst. Bij een uitgebrande auto aan de Bloemendaler Gouw in Ransdorp wordt het vermoedelijke moordwapen aangetroffen. De auto blijkt eigendom te zijn van een 30-jarige Amsterdamse automonteur, R. van A. Van A. wordt die avond aangehouden. Hij verklaart dat hij zijn auto had uitgeleend aan Reali en verder van niets weet. De politie gelooft dat verhaal niet zonder meer.

Avond onder vrienden eindigt dodelijk

Volgens Van A. had het die avond juist gezellig moeten zijn. Hij en Reali waren samen op pad gegaan om, naar eigen zeggen, met hun pistolen te oefenen. In zijn verklaring stelt Van A. dat zijn Lüger-pistool in het dashboardkastje lag en dat Reali zelf ook een vuurwapen bij zich had. Samen reden ze naar een doodstil polderweggetje tussen Zunderdorp en Ransdorp. Reali zou daar twee keer in het water van een sloot langs de weg hebben geschoten. “Moet je horen wat voor klap dit geeft” Daarna pakt Van A. zijn wapen, loopt terug naar Reali en spant de haan. „Moet je horen wat dit voor een rotklap geeft,” zou hij nog hebben gezegd, met de bedoeling ook in het water te schieten.

Maar het schot valt eerder dan verwacht. De kogel treft Reali dodelijk in de slaap. Hij zakt in elkaar in de berm. Van A. verklaart dat hij in paniek raakt. Hij schudt aan het lichaam, krijgt geen reactie en vlucht. Even later botst hij met zijn auto tegen een hek. Bij Holysloot zet hij het voertuig neer en steekt het, met het wapen erin, in brand. Te voet keert hij terug richting stad, waar hij kort daarna door de politie wordt aangehouden.

Seksclub, klant en een Thaise vrouw

Tijdens de rechtszaak komt de persoonlijke verhouding tussen beide mannen uitvoerig aan bod. Van A. was vaste klant in de seksclub waar Reali werkte en had een langdurige relatie met Toi, een Thaise prostituee die daar werkzaam was. Volgens Van A. betaalde hij altijd voor de seks en beschouwde hij de relatie niet als serieus. Hij wist niet eens dat Toi getrouwd was met Reali. Jaloezie of ruzie zou er nooit zijn geweest.
„Ik vond hem helemaal geen beroerde jongen,” zegt hij over het slachtoffer. De officier van justitie ziet dat anders en suggereert dat de band tussen Van A. en Toi meer was dan zakelijk, al blijft het motief vaag.

Ongeluk of opzet?

De centrale vraag in de zaak luidt: was het een noodlottig ongeluk of een bewuste schietpartij?
De rechtbank bekijkt een videoreconstructie om vast te stellen of Reali mogelijk in het schootsveld stond en of Van A. zich bewust had moeten zijn van het risico. De officier van justitie stelt dat daarvan sprake was.
„De verdachte had zich bewust moeten zijn van de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer geraakt zou worden,” zegt hij in zijn requisitoir.

De officier acht opzettelijke doodslag bewezen en eist vier jaar gevangenisstraf. Veel vragen blijven onbeantwoord, maar volgens het Openbaar Ministerie staat vast dat de dodelijke schietpartij niet simpelweg een ongeluk was.


Alexander Marianovic, 21 juli 1982, Amsterdam

Status: onopgelost

Alexander Marianovic

Alexander Marianovic

Marianovic (29) wordt in zijn Mercedes voor zijn woning aan de Amsteldijk 37 in Amsterdam geliquideerd. Hij is één van de eigenaren van het gokhuis Jama Inn aan de Singel waar een groep West Duitsers en Joegoslaven uit Duitsland belangen in hebben. Ook is hij hitman voor de Bruinsmagroep. Marianovic loopt over naar de groep van Hugo Ferrol groep na een mislukte aanslag op Ferrol.

Marianovich heeft samen met André Brilleman Klaas Bruinsma opgelicht met foto’s van een in scène gezette moord op Hugo Ferrol. Waarschijnlijk heeft Bruinsma opdracht gegeven voor liquidatie.

Lees hier → meer over Alexander Marianovic.


 

E. E. L. – 29 juli 1982, Rotterdam

Het lijk van 31-jarige E. E. L. is donderdagmiddag 29 juli 1982 gevonden in de Busken Huetstraat in Spangen Rotterdam door de drie vrouwen met wie hij samenwoonde. Hij is met een pistool door zijn hoofd was geschoten.

De Rotterdamse politie heeft op donderdag 30 juli drie verdachten aangehouden die verband met de moord op L. Volgens kennissen van het slachtoffer die de arrestaties melden, gaat achter de moord een afrekening in het Rotterdamse drugs wereld je schuil.

De arrestanten zijn de 24- jarige man D.B. en de 27-jarige vrouw M.Z. De man heeft vermoedelijk het moordwapen (een pistool) gehanteerd. Bovendien wordt hij beschuldigd van het gelegenheid geven tot heroïnehandel. Zowel het slachtoffer als alle verdachten zijn afkomstig uit Suriname.

Slachtoffer en arrestanten waren regelmatig bezoekers van de derde etage, waar mevrouw Z. woont. Omdat de buren niets van de aanslag hebben gehoord, wordt aangenomen dat op het pistool een geluiddemper zat.


Alle liquidaties in Nederland in 1983

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Maart 1983


Fred Halsema, 20 maart 1983, Amsterdam

Status: onopgelost

Op zondag 20 maart 1983 wordt taxichauffeur Fred Halsema in zijn taxi doodgeschoten. De politie houdt rekening met een wraakactie, waarbij de daders mogelijk het verkeerde slachtoffer hebben gekozen.

Augustus 1983


April 1983


Heroïnedealar, 1 april 1983, Amsterdam

Status: onopgelost

Op vrijdag 1 april 1983 wordt in een afwateringskanaal in Amstelveen het geketende lichaam van een man aangetroffen. Het slachtoffer, vermoedelijk een heroïnedealer, is met twee schoten in de nek om het leven gebracht.


Man – 3 april 1983, Amsterdam

Op zondag 3 april 1983 komt een 30-jarige man om het leven bij een schietpartij. Volgens de politie zou hij hebben geprobeerd de dader af te persen, waarna het conflict fataal afloopt.


Augustus 1983


Leo Frantzen – 23 augustus 1983, Amsterdam

Status: opgelost

Deze oud-bokser ript samen met een ex van Thea Moear, Piet Pieterse, Klaas Bruinsma van een partij hasj ter waarde van één miljoen gulden.

Tijdens een gesprek met Pieterse en Frantzen komt het tot een schotenwisseling waarbij Bruinsma Frantzen doodschiet en Pieterse verwondt.

Pieterse beweert tijdens de rechtszaak dat hij niets van hasj weet. Maar zijn ex, Thea Moear, die administratief werk doet voor Bruinsma, komt op de zitting met de tekst van een belastende bandopname.

Hierop zou staan dat Pieterse tegenover haar bekende twee hasjopslagplaatsen met 600 kilo hasj te hebben gekraakt. Mevrouw Moear vertelde voorts dat zij Pieterse 169.000 gulden zwijggeld had gegeven.

Tijdens een schorsing zegt Moear het zó erg te vinden dat ‘de verkeerde, namelijk Bruinsma’ terecht staat, dat zij bereid is het risico te lopen zichzelf te beschuldigen in verband met de hasj.


September 1983


Domingo Sevulpeda de Maris – 14 september 1983, Amsterdam

Op wordt aan de Mauritskade op de achterbank van een BMW M3 een 33-jarige Chileen aangetroffen, doorzeefd met kogels. Op weg naar het ziekenhuis overlijdt hij. De recherche kon hem identificeren aan het feit dat hij enkele vingers miste. Die vingers waren begin 1982 eraf afgeschoten bij een ruzie op het Kadijksplein na een mislukte cocaïnedeal.


Carlos Mella Carillo – 18 september 1983, Amsterdam

Op 18 september loopt de Chileen Mella-Carillo, 47 jjar oud, in de Borneostraat naar zijn auto. Hij wordt beschoten door twee passanten op een motorfiets. Hij is op slag dood. Als Carlos uit zijn auto stapt lost de duopassagier op de motor drie schoten in het voorbijgaan. Eén schot treft Carillo dodelijk.

De politie denkt dat er verband bestaat met de beschieting van een auto in Amsterdam, waarbij vorige week woensdagavond een 33-jarige Spanjaard is gedood.

Deze auto is op het Rhijnspoorplein verscheidene malen beschoten vanuit een andere auto. De bestuurder van de beschoten auto, een 28-jarige Chileen, was door de politie gearresteerd. De recherche vermoedt dat de schietpartijen voortvloeien uit handel in drugs.

Volgens de recherche zijn de 27-jarige M.V.A.S. en de 20-jarige J.C.L. de hoofddaders. Volgens de Amsterdamse politie zijn de bloedige schietpartijen het gevolg van ruzies in de cocaïnehandel. De bendes zouden elkaar bij miljoenentransacties hebben bedrogen.

De drie liquidaties waarbij de Chilenen om het leven komen houden alle verband met dezelfde partij van 30 kilo cocaïne die zoek was.


Yas(s)ar Uysal / Yucal – 28 september 1983, Amsterdam

In de Bloemstraat is de Turkse drugsdealer Yassar Uysal (33) doodgeschoten vanuit een Mercedes waar hij juist is uitgestapt. Hij is met een nekschot om het leven gebracht. Het is waarschijnlijk een ripdeal.

Uysal blijkt geen onbekende van de politie te zijn. ‘Wij hebben vermoedens dat de man berokken is geweest bij handel in heroïne.’ aldus een politiewoordvoerder.


Oktober 1983


Eduardo Astudillo, 12 oktober 1983, Amsterdam

De Haringkarmoord vindt plaats in de Amsterdamse Uiterwaardenstraat De 29-jarige Chileen Astudillo wordt door twee kogels getroffen als hij bij een viskraam staat, waar hij zich nog achter een vijfjarig meisje probeerde te verstoppen.

Astudillo draagt een kogelvrij vest, uit angst voor represailles die hij verwacht. Hij stikt in zijn bloed als hij door zijn hals wordt geschoten. Astudillo is neergeschoten door de duopassagier van een motor toen hij in de Uiterwaardenstraat uit een winkel kwam. De schutter weet te ontkomen, maar wordt later toch gepakt.

Het is de toen 27-jarige Chileen Charlie da Silva, die op deze manier een drugsoorlog wilde beslechten. Volgens de recherche zijn de 27-jarige M.V.A.S. en de 20-jarige J.C.L. de hoofddaders. Volgens de Amsterdamse politie zijn de bloedige schietpartijen het gevolg van ruzies in de cocaïnehandel. De bendes zouden elkaar bij miljoenentransacties hebben bedrogen.


Alle liquidaties in Nederland in 1984

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Februari 1984


Adil Ghulbay – 12 februari 1984, Amsterdam

Status: opgelost

Op 12 februari 1984 wordt in het Amsterdamse Bos, onder een viaduct bij Amstelveen, het met kogels doorzeefde lichaam van de 36-jarige drugssmokkelaar Adil Gulbay aangetroffen. Hij is doodgeschoten met meerdere kogels in hoofd en lichaam. De moord blijkt het gewelddadige eindpunt van interne afrekeningen binnen Turkse heroïnekringen.

In die kringen staat Gulbay bekend als verrader. Hij zou geld hebben achterovergedrukt dat toebehoorde aan zijn superieuren en daarmee zijn positie onhoudbaar hebben gemaakt. Op de avond van de moord nemen de 26-jarige Ton G.G. en de 36-jarige Piet L. het slachtoffer mee in een auto naar het Amsterdamse Bos. Volgens hun latere verklaringen is het plan om hem daar slechts “een flinke aframmeling” te geven.

Eenmaal ter plaatse verzet Gulbay zich echter hevig wanneer de mannen met de afstraffing beginnen. De situatie escaleert. Nadat hij uit de auto wordt gesleept, trekt Peter L., een Nederlander, een vuurwapen en schiet hij Gulbay van dichtbij neer. Het slachtoffer overlijdt ter plaatse.

De daders rijden daarna terug richting huis. Onderweg gooien zij het gebruikte pistool in de Haarlemmertrekvaart, in een poging sporen uit te wissen. Negen dagen later leidt de vondst van het lichaam tot grote onrust binnen politie en justitie.

De moord op Adil Gulbay vormt het startsein voor een grootscheepse politieoperatie. Rechercheurs richten zich op internationale cocaïne- en heroïnelijnen en verrichten in korte tijd tientallen arrestaties, in Nederland en daarbuiten. In Amstelveen worden twee Amsterdammers aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de liquidatie. Tegelijkertijd lopen onderzoeken naar eerdere moorden op Chileense narcoticahandelaren in Amsterdam, waarbij al eerder verdachten zijn opgepakt en grote partijen cocaïne en vuurwapens in beslag zijn genomen.

De Amsterdamse narcoticabrigade volgt bovendien al geruime tijd een Arnhemmer die handelt in harddrugs en contacten onderhoudt met Chileense criminelen. Na een gecontroleerde verkoop van cocaïne wordt hij gearresteerd; bij huiszoeking wordt opnieuw drugs gevonden. Gelijktijdig slaan opsporingsdiensten toe in Zuid-Amerika en op Europese vliegvelden, waar koeriers met grote hoeveelheden cocaïne worden opgepakt.

In Amsterdam vallen rechercheurs meerdere woningen binnen, waaronder een pand aan de Egelantiersgracht, waar Engelsen en Nederlanders worden gearresteerd en drugs uit het raam worden gegooid bij binnenkomst van de politie. Verhoren brengen steeds meer verbanden aan het licht tussen de internationale drugslijnen en de liquidatie van Gulbay.


Maart 1984


Nina Uriot – 19 maart 1984, Amsterdam

Op maandag 19 maart 1984 wordt de 38-jarige restauranteigenaresse Nina Uriot dood aangetroffen in een lift in de Bijlmermeer. Enkele maanden eerder is al een aanslag gepleegd op haar echtgenoot, die daarbij zwaargewond raakt. De politie onderzoekt een mogelijk verband tussen beide geweldsincidenten.


Hayrettin Turhan en Fatima Dahri – 31 maart 1984, Capelle aan den IJssel

Status: opgelost

De Turkse drugskoeriers Turhan (35) en Dahri (19) worden vermoord en in Capelle gedumpt. Deze moorden staan bekend als de Capelse moorden. De daders zijn D.A.T. (21) en D.H.S. (19).


Juni 1984


Yarin Gönenc – 10 juni 1984, Breda

Gönenc (29) is in Breda geliquideerd. Hij is een drugshandelaar, die met de politie in aanraking is geweest. Het rechercheteam dat deze zaak onderzoekt gaat er daarom voorzichtig van uit dat de moord op Gönenc voortkomt uit een ruzie om verdovende middelen. Het slachtoffer is van zeer dichtbij beschoten.

Maandagavond, kort na half acht vind een medebewoner van het flatgebouw het met kogels doorzeefde lichaam van Göncnc in het kleine halletje op de begane grond.

Volgens hoofdinspecteur A. Koevoets van de Bredase politie moet de moord op de Turk ook daar zijn gepleegd. ‘Je kunt nauwelijks met een paar mensen tegelijk in die hal staan. Daarom gaan we er van uit dat de dader van heel dichtbij heeft geschoten. Het slachtoffer is een aantal keren geraakt. Eén kogel trof de man in het hoofd. In het halletje hebben we een aantal hulzen gevonden.’


Juli 1984


Ismaël Mambre – 29 juli 1984, Rotterdam

Status: onopgelost

De moord op de 30-jarige Antilliaan Ismaël (Isaac B.) Mambre geldt als de eerste liquidatie in Rotterdam die ook als zodanig wordt benoemd. Op 29 juli 1984 wordt hij tijdens een Antilliaans carnavalsfeest doodgeschoten, midden in het openbare leven. In het criminele milieu staat Mambre bekend als een zwaargewicht in de cocaïnehandel en als de “koning van Rotterdam-Zuid”. Hardnekkige geruchten willen dat hij informant van de politie was. Zijn dood markeert een nieuw hoofdstuk in de Rotterdamse onderwereld: openlijke afrekeningen als instrument van machtsbehoud en intimidatie.

Kort na de schietpartij wordt de 32-jarige Steve L. H. uit Vlaardingen aangehouden. Hij geldt lange tijd als hoofdverdachte en wordt later veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor de moord, een daad die hij altijd blijft ontkennen. In de maanden daarna breidt het onderzoek zich uit. De politie verricht nieuwe arrestaties: de 27-jarige A. R. M. uit Vlaardingen en de 25-jarige Rotterdammer C. R. B. worden eveneens in verband gebracht met de liquidatie. In augustus 1984 volgt een vierde arrestatie, wanneer in Den Haag de 26-jarige H. R. M. M. wordt opgepakt op verdenking van medeplichtigheid. Volgens de politie hangt de moord vermoedelijk samen met een mislukte cocaïnetransactie.

Ontvoering en marteling

De zaak staat niet op zichzelf. In dezelfde periode wordt ook Gordon B., organisator van het Antilliaans Zomercarnaval, ontvoerd en urenlang gemarteld. De politie arresteert meerdere verdachten en sluit meer aanhoudingen niet uit. De verdenking groeit dat beide zaken onderdeel zijn van dezelfde gewelddadige strijd binnen het Antilliaanse cocaïnecircuit in Rotterdam.

Jaren later krijgt de carnavalsmoord een onverwachte wending. In 1990 staat Armin M. (32) uit Capelle aan den IJssel voor de rechtbank in Arnhem terecht wegens het afpakken van een kilo cocaïne van een drugshandelaar bij het station in Nijmegen. Het Openbaar Ministerie eist anderhalf jaar gevangenisstraf. Tijdens dit proces verklaart Armin M. dat hij vijf weken eerder tegenover de politie heeft bekend de werkelijke dader te zijn van de moord op Ismaël Mambre in 1984. Voor die moord zit zijn halfbroer Steve H., inmiddels 37 jaar, nog altijd een straf van twaalf jaar uit.

Niemand raakt zomaar een kilo van dat spul kwijt

Armin M. zegt dat er destijds “geen oren waren” voor zijn bekentenis. Tegenover de rechters verklaart hij dat de moord zijn leven blijvend heeft ontwricht. “Ik ben niet meer tot mezelf gekomen, ik word voortbewogen,” zegt hij. De rechtbank ziet parallellen tussen de liquidatie in Rotterdam en de latere ripdeal in Nijmegen: in beide zaken speelt cocaïne een centrale rol en in beide gevallen komt Armin M. pas jaren later met zijn verhaal. Uit angst voor bloedige wraakacties zou hij aanvankelijk hebben gezwegen, mede op advies van juridisch adviseurs. De zogenaamd bestolen handelaar zou volgens hem zelf deel hebben uitgemaakt van het complot en zijn opdrachtgevers hebben moeten laten geloven dat hij was geript.

De kilo cocaïne zou Armin M. direct hebben doorgegeven aan Glenn de F. (24) uit Sliedrecht, later veroordeeld tot zeven maanden cel. In afgeluisterde telefoongesprekken spreekt De F. over “twee halve kazen”, wat volgens Armin M. twee pond cocaïne betekent. Als getuige zegt De F. zich daar niets meer van te herinneren. De officier van justitie hecht geen geloof aan een in scène gezette ripdeal. “Niemand raakt zomaar een kilo van dat spul kwijt,” stelt hij. “Daar is die wereld te hard voor.”


Augustus 1984


Martin ter Maat – 7 augustus 1984, Den Haag

Status: onopgelost

Met een schot in het achterhoofd is de 41-jarige gokhuisbaas Ter Maat in Den Haag om het leven gebracht. M.J.I. ter Maat is vermoord. De politie vermoed dat hij is beroofd. Een voorbijganger vind de zwaargewonde Ter Maat in de morgen op het trottoir van de Houtzagersingel. Hij is volgens de politie in het hoofd geschoten toen hij naar een café liep. Enkele uren later overlijdt hij in het ziekenhuis. Van de dader ontbreekt elk spoor.


Oktober 1984


Diverse mensen – 8 oktober 1984, Amsterdam

Op dinsdag 8 oktober 1985 wordt in het Noordzeekanaal bij Amsterdam het lichaam van een verminkte vrouw aangetroffen. Twee weken later worden bij het uitbaggeren van het kanaal nog meer lichaamsdelen opgedregd, die vermoedelijk van hetzelfde slachtoffer zijn. De vondst wijst op een uiterst gewelddadig misdrijf en zet de recherche voor een complex onderzoek.


Man – 31 oktober 1984, Amsterdam

Op donderdag 31 oktober 1985 overlijdt in een koffiehuis aan de Balthazar Floriszstraat in Amsterdam een 30-jarige man. Volgens de politie is hij om het leven gekomen nadat hij vermoedelijk had geprobeerd drie anderen van hun gokgeld te beroven.


December 1984


Tinus Fens – 17 december 1984, Den Haag

Status: opgelost

Tinus Fens

Tinus Fens

‘Mooie Tinus’ Fens is een beruchte inbreker en wapenhandelaar die ook mensen aan valse paspoorten helpt. Hij geldt als een grote man in de Haagse penoze. In de Katerstraat en Nieuwe Molstraat in Den Haag beheert hij meerdere prostitutiepanden. In 1978 krijgt Fens een gevangenisstraf van acht jaar wegens heroïnesmokkel uit Bangkok.

De 39-jarige Fens krijgt in zijn kantoor aan de Haagse Anna Paulownastraat een kogel in het hoofd. Korte tijd later overlijdt hij in het ziekenhuis. Zijn 27-jarige broer Anton Fens raakt gewond door een schot in zijn schouder. Samen gaan ze naar een zakelijke afspraak in het kantoor, vlak bij het Vredespaleis. Een man wacht hen op en opent direct het vuur.

De dader zet het op een lopen. Tinus zakt in elkaar, terwijl zijn jongere broer na behandeling het ziekenhuis verlaat. Eerder, in 1983, schieten onbekenden al op Fens in de Wagenstraat. Zestien kogels vliegen zijn kant op; drie treffen doel. De politie arresteert destijds een verdachte.

Te veel macht – lees: ramen

Hij is hoogstwaarschijnlijk geliquideerd in opdracht van collega-bordeelhouders. Deze vinden dat hij te veel macht – lees: ramen – krijgt. Het motief voor de moord lijkt te zijn dat Tinus Fens van plan is een bordeel te openen in de Haagse Geleenstraat, waar de twee verdachten, Henk Bartels en Henk Rijstenbil, sekshuizen exploiteren.

De schutter, een uit Tunesië afkomstige genaturaliseerde Fransman, werkt in opdracht van van Bartels en gok-expert en bordeelhouder Henkie Rijstenbil. De laatste ontkent alle betrokkenheid bij de zaak, maar krijgt voor zijn rol 12 jaar cel.

De oudste, 69-jarige Henk Bartels, vroeger bekend als de ‘Koning van de Geleenstraat’, legt belastende verklaringen af over zijn medeverdachte en zegt ‘een Fransman’ die aangetrokken is voor de moord, onderdak te hebben verschaft. Vanwege zijn slechte gezondheid krijgt Bartels slechts zes jaar celstraf.


Alle liquidaties in Nederland in 1985

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Februari 1985


1. André Brilleman – 1 februari 1985, Herwijnen

Status: onopgelost

André Brilleman

André Brilleman

Het lijk van Brilleman is op 23 februari 1985 in een vat cement aangetroffen. Dit aan de oever van de Waal bij Herwijnen. De moord zou in opdracht van Klaas Bruinsma zijn uitgevoerd. Lees hier → meer over André Brilleman.


Juli 1985


Yalcin Cönenc, 10 juni 1985, Breda


Maandagavond 10 juni 1985 wordt in de hal van een flatgebouw in Breda het levenloze lichaam gevonden van de 37-jarige Turk Yalcin Cönenc. Hij blijkt door meerdere kogels te zijn getroffen. De schoten zijn van zeer dichtbij afgevuurd. Hulp mag niet meer baten: Cönenc is ter plekke overleden.

Uit het eerste politieonderzoek komt naar voren dat Cönenc kort vóór de moord nog heeft zitten vissen, op enkele honderden meters afstand van de flat waar hij woonde. Getuigen verklaren dat hij daarna is gezien in het gezelschap van een man van wie slechts een vaag signalement bekend is. Kort daarna moet de confrontatie hebben plaatsgevonden die hem fataal werd.

De gemeentepolitie van Breda start onmiddellijk een grootschalig onderzoek en roept de hulp in van het regionale bijstandsteam. In totaal worden ongeveer dertig rechercheurs ingezet. Zij beginnen een uitgebreid buurtonderzoek in en rond het flatgebouw, op zoek naar getuigen die iets hebben gezien of gehoord.

Al snel wordt bekend dat het slachtoffer eerder met de politie in aanraking is geweest als handelaar in verdovende middelen. Of dit verleden verband houdt met de moord, is op dat moment nog onduidelijk. Over het motief en de identiteit van de dader kan de politie niets zeggen. Ook het gebruikte vuurwapen is nog niet vastgesteld.


Juli 1985


3. / 4. / 5. Mike Echteld, Idris Köksal en Ismail Söleg – 29 juli 1985, Amsterdam

Status: onopgelost

De slachtoffers zijn de in Paramaribo geboren 28-jarige Nederlander Mike Echteld, de 36-jarige Turk Idris Köksal uit Utrecht en de 42-jarige Turk Ismail Söleg of Solez uit Amsterdam. De drie mannen zijn allen bij de politie bekend vanwege drugsdelicten.

De Duitse justitie vraagt op 4 januari van dit jaar om de uitlevering van Ismail Solez. In de Bondsrepubliek geldt hij als verdachte van handel in harddrugs. De Nederlandse autoriteiten weigeren het verzoek om humanitaire redenen, aangezien de Turk hier een vrouw en kinderen heeft.

Of zij onderling banden hadden, is niet bekend. Getuigen hoorden rond acht uur ’s avonds zes schoten in het koffiehuis in het koffiehuis St. Jacob in de Jacobsstraat dichtbij het Paleis op de Dam en zien even later een blonde man naar buiten rennen, die volgens hen iets in het Engels riep.

De twee Turkse slachtoffers zijn achterin het koffiehuis aan de Sint Jacobsstraat door het hoofd geschoten. Het Surinaamse slachtoffer is dodelijk getroffen in de deuropening van de zaak.

In het koffiehuis zelf is, op een omgevallen stoel na, geen spoor van een vechtpartij te vinden. Tijdens het onderzoek treft de politie een geringe hoeveelheid hasj aan. De tussen de Nieuwendijk en de Nieuwezijds Voorburgwal gelegen koffieshop staat bekend om de handel in drugs.

Enkele maanden geleden opende de zaak opnieuw na de zoveelste politie-inval. Sindsdien leiden twee vrouwen, een Surinaamse en een Turkse, de shop. Slachtoffer Echteld is bevriend met de eigenaresse van de koffieshop. Zij was niet aanwezig tijdens de schietpartij en het lijkt dat Echteld die maandagavond de zaken voor haar waarnam.

Volgens een politiewoordvoerder lijkt de schietpartij sterk op een koele liquidatie of een daad van wraak.


September 1985


Piet Clement – 11 september 1985, Amsterdam

Status: onopgelost

Piet Clement

Piet Clement

De 44-jarige Piet Clement, ‘De Chef’ pleegt onder verdachte omstandigheden zelfmoord. Hij heeft zich in een woning aan de Oostzaanstraat met een pistoolschot van het leven beroofd. Bij het stoffelijk overschot, dat is aangetroffen door zijn dochter, lagen drie afscheidsbrieven.

Naar verluidt zou Clement in één daarvan een bekentenis hebben afgelegd over zijn aandeel in de nimmer tot klaarheid gebrachte ontvoering van onroerend-goedmagnaat Maup Caransa, eind oktober 1977.

Clement heeft ook goed geld verdiend in de gok- en drugshandel en heeft een leuk optrekje met zwembad en tennisbaan nabij Torremelinos. Hij is volgens de recherche-dossiers ook betrokken bij vele heroïnetransporten geweest, meestal als financier/organisator. Hij weet bijna altijd buiten het bereik van de politie te blijven, door zich nooit direct met de transporten zelf te bemoeien.

Een probleem voor Clement is wel dat hij de afgelopen jaren zelf zwaar verslaafd was geraakt aan de verdovende middelen en regelmatig in Nederland moest komen afkicken.


November 1985


Jan van Wanrooy – 16 november 1985, niet bekend

Status: onopgelost

Jan van Wanrooy

Jan van Wanrooy

Koopman Jan van Wanrooy, alias de ‘Ficus’, uit het woonwagenkamp uit Nieuwerkerk aan de IJssel verdwijnt in november 1985 spoorloos. De aan cocaïne verslaafde Van Wanrooy zou mogelijk zijn geliquideerd. Hij is nooit teruggevonden. Hij is op zaterdag 16 november 1985 verdwenen nadat hij zijn dochter met de auto bij de manege Hitland had afgezet. Van zijn auto, een grijze BMW 728 Automatic (kenteken 45-UF-22), ontbreekt elk spoor.

‘Officieel tast de politie nog in het duister, maar in het Eindhovense is het bepaald geen geheim wat de aanleiding is. Een wiethok van Van Wanrooij was geript, hij pikte het niet en vertelde tegen vrienden dat hij zelf verhaal zou gaan halen op het kamp.’

‘Jan de Snelkraker’

Van Wanrooy deed al in de jaren zestig van de vorige eeuw van zich spreken. Gepensioneerde rechercheurs schrijven tal van roofovervallen die nooit zijn opgelost aan hem toe. Maar zij geven grif toe dat de bewijzen in die tijd niet waren te leveren.

In 1974 vormt de politie een speciaal team om een reeks roofovervallen in Midden-Holland, waarbij Van Wanrooy betrokken is, op te lossen. Aan die overvallen en inbraken nemen ook een zwager en een zoon van Jan van Wanrooy deel. In 1980 valt het doek voor Van Wanrooy, die zich inmiddels de reputatie van ‘Jan de Snelkraker” heeft verworven.

Zijn bende ramt met gestolen auto’s de puien uit winkels van bij voorkeur juweliers en dure kledingwinkels. De buit werd vaak verkocht aan Tinus Fens, de koning van de Haagse onderwereld. Tal van middenstanders in een grote straal rondom Nieuwerkerk aan den IJssel moesten het ontgelden. In 1983 komt Van Wanrooy een gevangenisstraf weer vrij.

Bron: Moord kamp Eindhoven: Jan van Wanrooij was geript; Moord Brisban: wie zijn Joker, Miss en Hill?, Hendrik-Jan Korterink, 6 maart 2013


December 1985


Benny Mulch – 23 december 1985, Amsterdam

Status: opgelost

‘Pukkel’ is eigenaar coffeeshop Boeddha (of De Buggy?) op de Nieuwmarkt in Amsterdam. Hij komt in de gevangenis Klaas Bruinsma tegen en de twee kunnen elkaar niet uitstaan. Mulch bedreigt Bruinsma en zijn bodyguard met de dood. Hij roept dat Bruinsma en zijn lijfwacht Geurt Roos de Kerst van 1985 niet zullen halen.

Het boterde bepaald niet tussen die twee onder andere omdat Pukkel ervoor gezorgd had dat Cees H., een kompaan van Bruinsma, was ingerekend door de politie. Mulch is net opgehaald voor kerstverlof door zijn vriendin. In de parkeergarage van de Bijlmerbajes aan de Wenckebachweg schiet Gaby Akkerman, een handlanger van Klaas Bruinsma, hem dood. Deze vlucht op een motor die wordt bestuurd door Ron Ostrovski. De opdrachtgevers zijn waarschijnlijk Bruinsma en Cees Helman die de gevangenis in was gekomen na verraad van Mulch.


Alle liquidaties in Nederland in 1986

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Jan Meukens – 1986, niet bekend

De Brabander Jan Meukens is enkele maanden na Van Wanrooy vermoord.


Orlando McDonald en  Freddy Nebig – xx xx 1986, Amsterdam

De 30-jarige Orlando McDonald komt om het leven wanneer hij op het toilet van een café aan de Ruysdaelkade in Amsterdam wordt doodgeschoten. Volgens de politie verkeerde het slachtoffer in drugskringen.

Een maand later wordt het ontzielde lichaam van Freddy Nebig, door de politie omschreven als “een bekende in de Amsterdamse penosewereld”, aangetroffen in de middenberm van de snelweg Amsterdam–Utrecht (A2). In een later stadium houdt de politie twee Amsterdammers aan, die de moord bekennen. Volgens hun verklaring zou Nebig onder invloed van drugs zijn geweest en dreigend met een mes hebben gezwaaid, waarna het geweld escaleert.


Mohammed Boukaddidi en man, xx xx 1986, Amsterdam

Kort na zijn terugkeer van een najaarsvakantie in 1986 eindigt het leven van de 33-jarige Mohammed Boukaddidi in zijn woning aan de De Rijpgracht. Volgens de politie onderhield hij contacten in de drugswereld.

In datzelfde jaar wordt in een videotheek aan de Jan Mayenstraat een man doodgeschoten. Aan de fatale schietpartij gaat een forse ruzie vooraf.


Januari 1986


Milan Milanovic – 23 – 26 januari 1986, Zundert

Het stoffelijk overschot van de 32-jarige Joegoslaaf Milan Milanovic, zonder vaste woon- of verblijfplaats, is dinsdag 28 januari 1986 door een bosarbeider in de bossen van Zundert bij het zgn. Franse Baantje aangetroffen.

De identiteit van het slachtoffer, waarop geen papieren werden aangetroffen, kon aan de hand van vingerafdrukken worden vastgesteld.

De politie sluit niet uit dat men hier te maken heeft met een wraakactie uit de onderwereld. Op het slachtoffer werden Duitse marken en Amerikaanse dollars ter waarde van tienduizend gulden aangetroffen.

Vijf kogels, waaronder een nekschot, bleken van zeer dichtbij van achteren op het slachtoffer te zijn afgevuurd. Een en ander moet zich hebben afgespeeld tussen 23 en 26 januari. Interpol had een dik dossier van Milanovic, die werd gezocht wegens zwendel, oplichting en diefstal van gouden sieraden.



Twee mannen – eind jnauari 1987, Amsterdam

Eind januari 1987 komen twee mannen om het leven bij een schietpartij in een Amsterdams gokhuis. De politie start een grootschalig onderzoek naar de toedracht van het dodelijke geweld in de Amsterdam onderwereld.


Februari 1986


René Heeren – 9 februari 1986, Hollandsche Rading

Crimineel René Heeren is op het ijs van de Tienhovense vaart bij Hollandsche Rading met een Uzi doodgeschoten. Hij wijst Segundo en Siegfried Saez, Martien Reuvers en Kobus ‘de zigeuner’ Lorsé aan als vermoedelijke daders.

Dit doet Heeren in een brief die hij eerder schreef. Waarschijnlijk wist Heeren ook meer van de moord op Jan van Wanrooij (16 november 1985). De laatste is vermoedelijk vermoord door dezelfde daders. De liquidatie van Heeren had te maken met de verdwijning van de Brabantse kamper Jan van Wanrooy, (verdwenen op 16 november 1985) enkele maanden eerder.


Maart 1986

G. Pagano – 20 maart 1986, Amsterdam

Op donderdag 20 maart 1986 treft de politie op een industrieterrein tussen Halfweg en Amsterdam het ontzielde lichaam aan van de 20-jarige Italiaan G. Pagano. De man stond bij de politie gesignaleerd wegens vermogensdelicten.


Mei 1986


Robbert Koning – 14 mei 1986, Amsterdam

Robbie Koning

Robbie Koning

Robbie Koning is drugshandelaar en bekende van Klaas Bruinsma. De 35-jarige Koning zou samen met Bruinsma’s divisie drugs een heroïnetransport hebben geregeld. Ze krijgen ruzie over Konings aandeel in de winst en Koning wordt geliquideerd. Hij ziet Ronnie Ostrovski en slaat op de vlucht. Ostrovski begint te schieten. Koning springt in de Amstel ter hoogte van nummer 81 in een poging te ontkomen.

Al zwemmend is hij in de rug getroffen door tenminste drie kogels. Hij slaagt er nog wel in zwaargewond op de wal te klimmen maar overlijdt korte tijd later in een ziekenhuis.

Voorbereiding van een groot heroïnetransport

Uit onderzoek van de politie van Amsterdam blijkt dat Koning betrokken is geweest bij de voorbereiding van een groot heroïnetransport. De politie neemt de partij in beslag want ze is getipt door informant Koning zelf. Twee weken na de liquidatie is dat transport in de haven van Rotterdam in beslag genomen: twee scheepscontainers met 220 kilo zuivere heroïne, de grootste vangst die ooit is gedaan in Europa op dat moment.

Het spul zit in linnen zakjes verstopt in dozen met rozijnen. Waterdicht bewijs dat Klaas Bruinsma achter de executie van Koning zit is er niet. “Feit is echter wel dat behalve Koning ook Etienne Urka betrokken was geweest bij de organisatie van dat transport. En Urka is de top-uitvoerder van Klaas Bruinsma.,” zegt een rechercheur van de Amsterdamse moordbrigade.

Robbie Koning is voor de politie geen onbekende. Hij was in 1979 bij Den Oever gearresteerd bij het overladen van een miljoenenpartij hasj en hasjolie. In ruil voor strafvermindering bied hij daarna de politie informatie aan over de de ontvoering van Maup Caransa in 1977. Er is vermoedelijk overigens geen verband met de Caransa-ontvoering. ‘Hij is nooit als verdachte aangemerkt’, aldus de politie.


Juni 1986


Mohammed Shabi – 18 juni 1986, Rijsbergen

Op basis van vingerafdrukken kan het onderzoeksteam van de rijkspolitie Breda vaststellen dat het lichaam dat zaterdagavond in een bosgebied bij Rijsbergen is aangetroffen, toebehoort aan de 30-jarige Mohammed Shabi. Shabi, van Tunesische afkomst, had geen vaste woon- of verblijfplaats.

Politiewoordvoerder Stefan Worm verklaarde: “Het is inmiddels duidelijk dat de omgebrachte man actief was in de handel in verdovende middelen. Van de dader(s) ontbreekt echter nog ieder spoor. De politie sluit niet uit dat hij mogelijk op een andere locatie is gedood.”

Net terug van een najaarsvakantie (1986) in zijn vaderland Marokko eindigt in zijn woning aan de De Rijpgracht het leven van de 33-jarige Mohammed Boukaddidi. Ook hij had ‘contacten’ in de drugswereld. • In een videotheek aan de Jan Mayenstraat wordt een man doodgeschoten. Aan de schietpartij ging een forse ruzie vooraf.


Alle liquidaties in Nederland in 1987

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Studente, 1987, Amsterdam

In 1987 wordt in Amsterdam een 32-jarige studente doodgeschoten terwijl zij nietsvermoedend op straat loopt. Zij wordt geraakt door een kogel tijdens een schietpartij tussen de Argentijn N.R. en een Turkse drugsdealer met een handlanger. De vrouw is geen partij in het conflict en overlijdt ter plaatse aan haar verwondingen.

De fatale kogel blijkt afkomstig te zijn uit het wapen van de toen 54-jarige N.R. Hij was op dat moment verwikkeld in een gewapende confrontatie met de drugsdealer en diens kompaan. Het geweld speelt zich af in de openbare ruimte, met voorbijgangers in de directe omgeving.

De rechtbank acht in maart 1995 bewezen dat N.R. verantwoordelijk is voor de dood van de vrouw. Hoewel zij niet het doelwit was, wordt hij aansprakelijk gehouden voor de gevolgen van zijn handelen. Gisteren is hij veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens het doodschieten van de voorbijgangster.


April 1987


1. R. Haft – 7 april 1987, Amsterdam

Status: opgelost

Op 7 april 1987 vindt in het trapportaal woning aan de Hofmeyerstraat de ‘executie’ plaats van drugshandelaar R. Haft (33). Hij is in het verleden enige keren met justitie in aanraking geweest . vanwege overtredingen van de opiumwet.

Tegen de 31-jarige P.M.S is in augustus 1987 voor de rechtbank in Amsterdam vijf jaar gevangenisstraf geëist wegens doodslag. In de nacht van 6 op 7 april schoot S. Haft dood in het trappenhuis in de Amsterdamse Hofmeyerstraat. Hij gaf zich op 13 mei bij de politie aan. Als motief noemde hij het feit dat Haft hem meermalen heeft geslagen en bedreigd.

Bij hun ontmoeting in het trappenhuis zou hij een duw hebben gekregen waarna hij een pistool trok en ten minste vijf keer schoot. Naderhand verklaarde hij dat Haft ook met een mes zou hebben gezwaaid. Zijn advocaat pleitte voor kwijtschelding van strafvervolging omdat er sprake zou zijn van noodweer.


Augustus 1987


2. K. Atay – 26 juli 1987, Amsterdam

Status: onopgelost

Op zondag 26 juli 1987 wordt de 62-jarige K. Atay dood aangetroffen na een gewelddadige afrekening in de Bosboom Toussaintstraat. Atay is eigenaar van een illegaal Turks gokhuis, een omgeving waarin spanningen en schulden vaker oplopen tot geweld. Volgens de politie wijst alles erop dat wraak het motief vormt voor de moord. Rechercheurs houden er ernstig rekening mee dat de dodelijke actie voortkomt uit een intern conflict binnen de Turkse onderwereld, mogelijk als vergelding voor eerdere gebeurtenissen of onbetaalde rekeningen. Het onderzoek richt zich op het criminele netwerk rond het gokhuis en op rivaliserende groepen die in die periode actief zijn in het Amsterdamse gok- en drugscircuit.


Augustus 1987


3. Mijndert Leffers – 19 augustus 1987, Rotterdam

Status: opgelost

Op 19 augustus 1987 wordt Mijndert Leffers doodgeschoten in zijn woning. Aan de schietpartij is vermoedelijk een mislukte transactie in verdovende middelen voorafgegaan. De moord blijft niet op zichzelf staan. In de Rotterdamse drugswereld blijkt het geweld zich in die maanden razendsnel op te stapelen. Nog geen drie maanden later, op 8 november 1987, wordt ook de 46-jarige Rotterdamse drugshandelaar Ben van der Wolf in zijn woning aan de Nieuwe Binnenweg doodgeschoten. Opnieuw lijkt de handel in drugs de fatale achtergrond. Dit keer is er echter een verdachte, en die doet een beroep op noodweer.

Sluimerend conflict

Volgens de verklaring die de 33-jarige Westduitser K.H. later in de rechtszaal aflegt, loopt een al langer sluimerend conflict die zondagmiddag volledig uit de hand. H. heeft nog 35.000 gulden tegoed van Van der Wolf, met wie hij al sinds 1984 zaken doet in cocaïne en heroïne. Hun band ontstond nadat H. was ontsnapt uit het huis van bewaring in Utrecht en door Van der Wolf werd opgevangen. H. wachtte in Nederland zijn uitlevering aan West-Duitsland af, waar hem een gevangenisstraf van vier jaar wegens drugshandel boven het hoofd hing.

Drie jaar lang gaan beide mannen vrijwel kameraadschappelijk met elkaar om. Maar het vertrouwen brokkelt af. Op 6 november spreken zij elkaar in Rotterdam. Van der Wolf belooft dat het geld op zondag 8 november zal worden betaald. Die zondag mondt het gesprek in de bovenwoning uit in een felle ruzie. Beide mannen zijn bewapend. Volgens H. is dat in kringen van drugshandelaren niet ongebruikelijk. In eerste instantie trekt hij zijn pistool slechts ter afschrikking. De spanning zakt even, maar laait opnieuw op. H. stopt zijn wapen in zijn broekriem. Van der Wolf legt zijn pistool op tafel, pakt het weer op en richt het uiteindelijk met gestrekte arm op het voorhoofd van de Duitser.

H. beschrijft het moment later met bloeddoorlopen ogen en een verstikte ademhaling: het pistool recht op hem gericht, de overtuiging dat het om leven of dood gaat. In een fractie van een seconde ziet hij zijn kans. Terwijl Van der Wolf even niet oplet, grijpt H. onder zijn colbert zijn 9 mm Browning en vuurt. De kogel is dodelijk. Ben van der Wolf stort neer.

Wat klinkt als het begin van een goedkope misdaadroman, wordt enkele maanden later tot in detail naverteld in de rechtszaal in Rotterdam. Daar staat K.H. terecht voor doodslag. Met vaste stem en zonder te haperen herhaalt hij zijn relaas. Pogingen van de rechtbankpresident en de officier van justitie om zwakke plekken in zijn verhaal bloot te leggen, stranden telkens op zijn hardnekkige beroep op noodweer.

De officier van justitie ziet echter één cruciaal manco. Volgens haar had H. de woning kunnen verlaten. Er was geen sprake van een acute bedreiging waaruit geen ontsnapping mogelijk was. Van noodweer kan daarom geen sprake zijn, betoogt zij. Zij acht doodslag bewezen en eist zes jaar gevangenisstraf.

De verdediging denkt daar anders over. De raadsman van H. stelt dat zijn cliënt in een ogenblik moest beslissen over zijn leven. Het was, zoals H. zelf zegt, “hij of ik”. Op grond daarvan vraagt de advocaat ontslag van rechtsvervolging.


Augustus 1987


4. Colombiaan, half augustus 1987, Amsterdam

Status: onopgelost

Een mislukte cocaïnedeal wordt half augustus 1987 een 29-jarige Colombiaan fataal. Wanneer hij zijn auto verlaat in de Bartholomeus Ruloffstraat wordt hij van dichtbij neergeschoten. Het slachtoffer overlijdt ter plaatse aan zijn verwondingen. Over de toedracht wil de politie weinig kwijt, maar volgens recherchebronnen speelde een conflict in het drugsmilieu een doorslaggevende rol. De schietpartij past in een reeks gewelddadige afrekeningen die Amsterdam in die zomer teisteren. De dader slaat na de schoten op de vlucht. Ondanks een grootschalig onderzoek blijft onduidelijk wie de trekker overhaalde.


September 1987


5. Harvey Mormón – 13 september 1987, Haarlemmerliede

Status: opgelost

Kort na kwart over zeven op zondagavond 13 september 1987 wordt de 39-jarige Harvey Mormón doodgeschoten in de Padangstraat in Groningen, vlak bij jongerencentrum De Stoker. Mormón staat op straat te praten met een groepje mensen wanneer een korte maar felle woordenwisseling ontstaat. De 32-jarige R.R.H., eveneens uit Groningen, bevindt zich in dat gezelschap.

De ruzie escaleert binnen enkele seconden. Mormón gooit zijn fiets tegen de grond en probeert weg te rennen, maar wordt van zeer korte afstand met meerdere pistoolschoten geraakt. Hij valt in de bosjes langs de straat en overlijdt vrijwel onmiddellijk. Omstanders slaan in paniek op de vlucht.

De politie arriveert massaal bij het jongerencentrum, in kogelvrije vesten en met getrokken wapens, omdat aanvankelijk wordt gedacht dat de schutter zich nog in of rond De Stoker bevindt. Al snel blijkt echter dat de dader is ontkomen. Direct na de schietpartij zijn twee personen, onder wie de vermoedelijke schutter, gevlucht in een grijze auto. Die wagen wordt later die avond verlaten teruggevonden in de Wilgenlaan in Groningen. De inzittenden zijn dan al spoorloos verdwenen.

Het slachtoffer stond bij de politie bekend als een kleine drugsdealer en zou verwikkeld zijn geweest in meerdere vetes. De recherche houdt er vanaf het begin rekening mee dat de moord verband houdt met een conflict in het drugsmilieu.

Vlucht en bekentenis

Na de moord verlaat de schutter Groningen en duikt onder bij kennissen in Amsterdam. Dagenlang tast de politie in het duister over zijn verblijfplaats. Op donderdagavond 17 september 1987 komt daar een einde aan wanneer R.R.H. zich vrijwillig meldt bij de politie in Amsterdam en bekent dat hij Harvey Mormón heeft doodgeschoten.

Nog diezelfde avond wordt hij overgebracht naar Groningen en ingesloten. Met zijn bekentenis komt een doorbraak in de zaak die de stad een week lang in zijn greep hield. Op zaterdag 19 september 1987 maakt De Telegraaf bekend dat de 32-jarige Groninger de moord heeft bekend. Over het exacte motief laat de politie zich op dat moment nog niet uit; het strafrechtelijk onderzoek wordt voortgezet.


Oktober 1987


6. Hayder Celen – 26 oktober 1987, Haarlemmerliede

Status: onopgelost

De 38-jarige Turkse drugdealer en caféhouder uit Schiedam Hayder Celen is geliquideerd gevonden in Haarlemmerliede. Het lijk ligt langs het Zijkanaal C ter hoogte van het pontveer Buitenhuizen. Hij blijkt doorzeefd te zijn met kogels.

Omdat Celen zijn papieren op naam nog op zak heeft kan de politie vrij snel zijn identiteit vaststellen. Het rechercheteam heeft nog geen enkel aanknopingspunt met betrekking tot de dader(s).


7. Jan Collard – 25 oktober 1987, Elsloo

Status: opgelost

Dwars door de voorruit van zijn huis in Elsloo is Collard (33), ‘de ongekroonde koning van de amfetaminehandel’, doodgeschoten. Hij is de betreffende zondagavond in zijn woning aan de Vinkenhof met een dubbelloops flobertgeweer volgepompt met hagel en lood. Hij overlijdt enkele minuten na de aanslag in zijn eigen tuin.

Collard heeft nog geprobeerd via zijn tuin te vluchten, maar bezweek aan zijn verwondingen voor hij de zelf gebouwde hoge omheining achter zijn huis had bereikt. Collard overleefde in januari 1986 in Sittard nog een aanslag overleefde. In juni 1986 in Stem hanteerde hij zelf een pistool tegen een rivaal. Motief: wraak op zijn poging tot horizontale aftocht van zijn rivaliserende drugsbendeleider Harry van Mulken bij ‘Thei de Bekker’ in Stèin, begin juni 1986.

Gefluisterd wordt dat Jan Collard een drugstransport van de concurrentie in het honderd heeft laten lopen. In november 1992 bekent de Heerlense fotograaf Ricardo de la B. (38) samen met twee plaatsgenoten en andere handlangers vier moorden te hebben gepleegd, waaronder die op Collard.


November 1987


8. Ben van der Wolf – 8 november 1987, Rotterdam

Status: opgelost

Op zondag 8 november 1987 eindigt een jarenlang conflict in de woning van Ben van der Wolf (46) boven café The Incrowd aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Van der Wolf, bij politie en justitie bekend als (soft)drugshandelaar, wordt daar met een pistoolschot dodelijk getroffen in de borst. Aanvankelijk houdt justitie rekening met een koelbloedige afrekening, een zogenoemde executie in de harddrugs­onderwereld.

De voorgeschiedenis

De wortels van het conflict reiken terug tot 1983 en 1984, wanneer Van der Wolf zaken doet met H., een in Amsterdam verblijvende West-Duitser die zelf handelt in drugs. In 1984 wordt H. in West-Duitsland veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens hasjhandel. Met een vals paspoort vlucht hij naar Nederland, wordt hier gearresteerd en belandt in het Huis van Bewaring in Utrecht. In afwachting van zijn uitwijzing weet hij te ontsnappen, waarna hij als vluchtgevaarlijk te boek staat.

Tijdens die periode neemt Van der Wolf volgens H. diens zaken waar. Na de ontsnapping regelt Van der Wolf een onderduikadres in Schiedam. De relatie verslechtert echter. H. stelt dat Van der Wolf hem 34.000 gulden heeft afhandig gemaakt na een drugsdeal in 1984 en dat hij eind 1986 ook nog 9.500 gulden verliest door een mislukte BMW-koop, waarbij Van der Wolf zou hebben gesjoemeld met het kentekenbewijs. De ruzies nemen toe; H. verhuist naar een vluchtwoning aan de Ouderzijds Voorburgwal en zegt later zonder vaste woon- of verblijfplaats te zijn.

De fatale ontmoeting

Na enkele telefonische contacten spreken H. en Van der Wolf af om de vermeende schuld te bespreken. Op zondag 8 november 1987 gaat H. naar de woning aan de Nieuwe Binnenweg, vergezeld door zijn 28-jarige Amsterdamse vrouw B.M.C. Beiden hebben vooraf drugs gebruikt; in de woning wordt onder de koffie opnieuw cocaïne gesnoven.

Wanneer H. zijn geld terugvraagt, ontstaat een felle woordenwisseling. Van der Wolf ontkent dat hij iets schuldig is en wil H. de woning uitzetten. Volgens H. staat Van der Wolf op om zijn jas te pakken, waarin hij doorgaans een klein pistool draagt. Uit angst trekt H. zijn 9 mm Browning. Van der Wolf pakt een glazen asbak, springt richting het balkon en verdwijnt kort over de balustrade, maar keert terug wanneer H. zegt niet te willen schieten.

Even later loopt Van der Wolf naar een wandkast en grijpt plotseling een 7.65-Walther, die hij doorlaadt en op het hoofd van H. richt. H. waarschuwt hem meerdere malen. Dan lost hij een schot. Van der Wolf zakt in elkaar en bloedt dood aan één kogelwond in de borst. Opmerkelijk detail: de fatale kogel blijkt afkomstig uit een set patronen die Van der Wolf het jaar ervoor zelf aan H. had geleend.

Arrestaties en rechtsgang

Een week later verricht de Rotterdamse recherche in Amsterdam arrestaties. Op 16 november 1987 wordt H. aangehouden. Enkele dagen daarna volgt de aanhouding van K.H. (33); later wordt ook B.M.C. (28) gearresteerd. Zij ontkennen betrokkenheid; B.M.C. wordt uiteindelijk niet vervolgd.

H. bekent de schietpartij, maar beroept zich op noodweer of, zoals zijn advocaat het noemt, noodweerexces. Volgens het Openbaar Ministerie gaat dat verweer niet op. De officier van justitie stelt dat H. zichzelf in de situatie heeft gebracht door gewapend naar het slachtoffer toe te gaan en dat hij meerdere kansen had om te vertrekken.


9. Turkse man – 14 november 1987, Amsterdam

Status: onopgelost

Op zaterdag 14 november 1987 wordt op een voetpad langs de Erasmusgracht het lichaam aangetroffen van een 34-jarige man van Turkse afkomst. Al snel blijkt dat hij door schotwonden om het leven is gekomen. Hulpdiensten kunnen niets meer voor het slachtoffer betekenen. De politie sluit het voetpad af en start een onderzoek naar de toedracht. Over mogelijke motieven wil de recherche in dit stadium geen uitspraken doen, maar een gewelddadige confrontatie wordt niet uitgesloten. Getuigen hebben geen bruikbare informatie geleverd en van de dader ontbreekt elk spoor.


10. Harry van Mulken – 17 november 1987, Geleen

Status: opgelost

De 37-jarige Steindenaar Harry van Mulken uit Stein is omstreeks 20.30 uur midden op straat in Geleen in koelen bloede doodgeschoten. Hij liep door Spaans Neerbeek ter hoogte van de Pastoor van Arskerk in de wijk Geleen-Zuid. Naar verluidt zou van Mulken zijn neergeschoten vanuit een blauwe auto. De daders zouden het slachtoffer in de auto hebben opgewacht. Toen hij de straat wilde oversteken werd het vuur op hem geopend.

Van Mulken zou het tweede slachtoffer zijn in de ‘bende-oorlog’ die momenteel in de westelijke mijnstreek woedt. Het gaat hoogstwaarschijnlijk om een wraakactie vanwege de moord op Jan Collard in Elsloo op 25 oktober 1987, drie maanden eerder.

Eerder bij schietpartijen betrokken

Van Mulken en Collard waren al enkele malen eerder bij schietpartijen betrokken en beiden kenden elkaar. In juni 1986 vorig was de Van Mulken ook slachtoffer van een schietpartij op het Wilhelminaplein in Stem. Hij overleefde het vuurgevecht.

Jan Collard bekende de schutter te zijn geweest, maar voor de rechtbank beriep hij zich op noodweer. Het tegendeel kon niet bewezen worden en hij werd daarom vrijgesproken. Collard en Van Mulken zouden beide aan het hoofd van elkaar beconcurrerende bendes staan, die zich bezighielden met drughandel, wapenhandel en afpersing.

Jan Collard werd ook wel de ‘ongekroonde koning van de amfetaminehandel’ genoemd, zonder dat daar overigens een bewijs voor werd geleverd. Gefluisterd wordt dat de problemen ontstonden toen Collard een drugtransport van de concurrenten in het honderd liet lopen. Daarmee waren de ‘erecodes’ in het milieu verbroken. De bendes namen het recht in eigen hand, hetgeen tot nu toe tot vier wilde schietpartijen leidde en twee doden.

In november 1992 bekent de Heerlense fotograaf Ricardo de la B. (38) samen met twee plaatsgenoten en andere handlangers vier moorden te hebben gepleegd, waaronder die op Mulken.


December 1987


11. Betalingskoerier, begin december 1987, Rotterdam

Begin december 1987 vindt een betalingskoerier in Rotterdam-West de dood.


12. Cock Touw – 7 december 1987, Rotterdam

Status: opgelost

Cock Touw is in zijn kantoorpand aan de Mathenesselaan doodgeschoten door zijn compagnon, de 39-jarige André van der M. uit Rotterdam. Hij is hiervoor tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld. Diep geroerd hield de Rotterdammer André van der M. een lijkrede bij het graf van zijn beste vriend Cock Touw, die enkele dagen eerder op 42-jarige leeftijd was overleden.

Wat André in zijn toespraak verzweeg, was dat hij zelf het schot had gelost dat Touw 7 december fataal werd. André van der M. heeft bekend Cock Touw te hebben doodgeschoten. Van der M. verklaarde tegenover de politie dat hij Touw heeft doodgeschoten tijdens een hooglopende ruzie in het kantoor van de Zuidhollandse Investeringsgroep aan de Mathenesserlaan in Rotterdam.

Drugstransactie

Touw en André van der M. hadden een afspraak in het kantoor van Touw een afspraak met de Colombiaan José, die wegens een drugstransactie nog geld van de Rotterdammer tegoed had. De vrienden besloten aanvankelijk de man op te lichten. Toen deze nattigheid voelde, stelde Touw voor José te doden. Dat ging André te ver, tot ongenoegen van zijn vriend. Terwijl José in het kantoor wachtte, vochten de twee zakenpartners beneden in de keuken hun ruzie uit.

Volgens André probeerde hij te vluchten toen Touw zijn pistool trok en schreeuwde ‘Ik maak je af’! Tijdens de worsteling zou André uit noodweer hebben geschoten. De president van de rechtbank, mr. R. Lensink, wilde weten of André van der M. niet de gelegenheid had gehad om het huis uit te vluchten. Verder heeft hij geprobeerd voor een alibi te zorgen door in een café rond te bazuinen dat hij naar de verjaardag van zijn moeder ging.


Alle liquidaties in Nederland in 1988

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Februari 1988


1. / 2. Twee Algerijnen – 20 februari 1988, Amsterdam

Twee Algerijnen worden op zaterdagochtend 20 februari 1988 doorzeefd met kogels als een onbekende man op het Rembrandtsplein een automatisch wapen op hen leegschiet. Van amper vijf meter afstand haalt de schutter vijftien maal de trekker over. De eerste kogels raken de twee mannen al dodelijk. Maar de schutter blijft schieten. Er mag geen twijfel over bestaan, de Algerijnen moesten dood.

De slachtoffers waren bekenden van de vreemdelingenpolitie. De politie neemt aan dat het om een afrekening gaat. Ook blijkt dat de Algerijnse slachtoffers alles te maken hebben met de drugshandel.


Maart 1988


J.E. Meijer – 3 maart 1988, Delft

Status: opgelost

Donderdagmiddag 3 maart 1988 wordt in een plantsoen onder een flatgebouw aan de Chirurgijnstraat in Delft het lichaam gevonden van de 38-jarige J.E. Meijer uit Rotterdam. Hij is door drie pistoolschoten om het leven gebracht. Hulpdiensten kunnen niets meer voor hem doen; Meijer is ter plaatse overleden.

Het slachtoffer woonde pas sinds ongeveer twee maanden in de flat waar het geweldsdelict heeft plaatsgevonden. Wat zich precies in de woning heeft afgespeeld, is op dat moment nog onduidelijk, maar vaststaat dat er kort voor de moord een ruzie gaande was.

Direct na de vondst van het lichaam houdt de politie de 36-jarige hoofdbewoner van de flat aan. Hij heeft zelf de politie gebeld met de melding dat er in zijn woning een conflict aan de gang was. Volgens zijn verklaring heeft tijdens die ruzie een man, die hij naar eigen zeggen niet goed kende, de fatale schoten gelost. Deze vermoedelijke schutter is na het incident gevlucht en is op dat moment nog voortvluchtig. Het gebruikte pistool wordt niet teruggevonden.

De Delftse politie laat weten dat de aangehouden hoofdbewoner bekendstaat als heroïneverslaafde en drugsdealer. Ook het slachtoffer zou banden hebben gehad met de drugswereld. Rechercheurs houden er daarom rekening mee dat het motief voor de moord in dat milieu moet worden gezocht.


Mei 1988


Roderick ‘Roddie’ Raep – 9 mei 1988, Rotterdam

Status: opgelost

Met een kogel in z’n hoofd en ettelijke schotwonden in z’n lichaam is gisterenochtend omstreeks elf uur een einde gekomen aan het leven van één van Rotterdams meest ‘notoire en kleurrijke’ onderwereldfiguren, de 37-jarige Roderick Raep. De dader, een 46-jarige Hagenaar, heeft volgens de Rotterdamse politie inmiddels bekend.

De dader bleef na de moord met z’n pistool boven het lijk van Raep zwaaien en riep alsmaar: ‘Roep de politie maar, roep de politie maar. Hier heb ik vijftien jaar op gewacht. Eindelijk is het gelukt’. Volgens getuigen kwam ‘Roddie’ Raep gistermorgen omstreeks elf uur in zijn blauwe Mercedes aanrijden in de Rotterdamse Borgesiusstraat nabij het Sophia-kinderziekenhuis toen hij de Hagenaar samen met diens vrouw en kind zag lopen.

Volgens getuigen is Raep gestopt, uitgestapt en afgelopen op de Hagenaar, die daarop onmiddellijk zijn pistool trok. Enkele jaren geleden werd een jongere broer van Raep in Den Haag op ongeveer dezelfde wijze doodgeschoten.


Luciano de Angelis en Antonino Greco – 2 mei 1988, Breukelen

Luciano de Angelis en Antonino Greco zijn in een auto op een parkeerplaats op een benzinestation bij Breukelen geliquideerd. De twee 25-jarigen zouden door de Cellini broers uit Italië zijn gestuurd om Klaas Bruinsma te vermoorden.
Die heeft een partij hasj van hen geript. Iemand licht Bruinsma in en hij laat de moordenaars onderscheppen.


Augustus 1988


John Bestebreurtje – 15 augustus 1988, Rotterdam

Status: opgelost

John Bestebreurtje staat met zijn auto op maandag 15 augustus 1988 voor het stoplicht op de Kleiweg in Rotterdam. Naast hem zit zijn vrouw. Op dat moment stopt naast zijn peperdure Mercedes Cartier een Kawasaki-motor met twee opzittenden. Zonder waarschuwing opent de duo-passagier het vuur. Zes schoten klinken, waarvan vier Bestebreurtje treffen. Hij overlijdt ter plaatse aan zijn verwondingen. De motor schiet er na de schietpartij vandoor. Zijn vrouw blijft ongedeerd achter.

Affaire-Bestebreurtje

De liquidatie staat niet op zichzelf. Een jaar eerder heeft Bestebreurtje een conflict gekregen met leden van de Haagse familie Scheffer, een beruchte kampersfamilie. De zaak escaleert in februari 1987 en wordt later bekend als de affaire-Bestebreurtje. Bij station Holland Spoor vindt een afspraak plaats tussen Bestebreurtje en de Haagse broers Cor en Willem Scheffer. Beide partijen verschijnen met zwaarbewapende aanhang. Wat een gesprek had moeten zijn, ontaardt al snel in een gewelddadige confrontatie.

Tijdens de schietpartij bij het station valt een dodelijk slachtoffer. Willem Scheffer blijft dood achter. Eén van de lijfwachten van Bestebreurtje heeft hem doodgeschoten. Cor Scheffer en John Bestebreurtje raken gewond. Bestebreurtje is er slecht aan toe. Hij is korte tijd klinisch dood en belandt, nadat hij ternauwernood herstelt, zelfs een maand in voorarrest. Al snel doen geruchten de ronde dat de familie Scheffer wraak heeft gezworen. Ook Henk van Reken, de beste vriend en zakelijke compagnon van Willem Scheffer, wordt genoemd als iemand die Bestebreurtje iets te verwijten heeft.

‘Hij wilde het uitpraten’

Volgens Willy Bestebreurtje, de echtgenote van John, lag de oorsprong van het conflict elders: ‘Hij wilde in Den Haag een bingozaak openen, maar kreeg geen vergunning. Omdat een Haagse familie later wél een vergunning kreeg, heeft hij laten merken dat hij dat geen stijl vond. Toen de bingozaak van de Haagse familie Scheffer ook moest sluiten, kreeg die familie een anoniem telefoontje dat John daarachter zou zitten.’ en ‘John heeft de zaak nooit verlinkt. Hij wilde het uitpraten en maakte een zakelijke afspraak met de Hagenaars. Van de politie kreeg hij het advies een paar mensen mee te nemen. Twee door hem aangenomen parkeerwachters gingen mee. Hij wist niet eens dat één van hen een wapen bij zich had.’

Na de dood van Willem Scheffer circuleren vrijwel onmiddellijk verhalen over wraakplannen. Bestebreurtje zou een doelwit zijn geworden. De liquidatie op de Kleiweg lijkt deze geruchten te bevestigen: professioneel uitgevoerd, midden op de dag en met een vluchtscenario dat tot in detail is voorbereid.

Arrestatie van Belgische schutter

De doorbraak in het onderzoek komt dankzij getuigenverklaringen. Meerdere mensen herkennen de 33-jarige Belg Rick / H.C. U. op politiefoto’s. Hij bekent later de moord op John Bestebreurtje te hebben gepleegd. Kort na de moord is H.C.U. samen met een medeplichtige gezien bij het volkstuinencomplex aan de Overschiese Kleiweg. In diezelfde omgeving wordt ook de motorfiets teruggevonden van waaraf de schoten zijn gelost. Het complex ligt op slechts enkele honderden meters van de plek waar Bestebreurtje werd doodgeschoten.

Tijdens een zitting bij de rechtbank in Rotterdam komt naar voren dat er nog een tweede verdachte in beeld is: de 26-jarige Hagenaar C.D.S.. Hij spant een kort geding aan tegen het Openbaar Ministerie, omdat ook zijn foto aan getuigen is getoond. In tegenstelling tot de Belg wordt C.D.S. echter door niemand herkend. Dat verschil blijkt cruciaal in het verdere verloop van de zaak.


November 1988


M. Akzcali – 18 november 1988, Amsterdam

Status: opgelost

De 38-jarige M. Akzcali is op 18 november 1988 neergeschoten in het westelijk havengebied van Amsterdam. Volgens het hof gaat het om een liquidatie tegen een geldelijke beloning. Een anonieme getuige verklaarde dat L. 16.000 gulden zou krijgen voor de huurmoord. Volgens procureur-generaal P. Brilman is Akzcali neergeschoten in opdracht van een heroïne-organisatie. Brilman eiste een gevangenisstraf van 15 jaar, de straf die hem door de rechtbank werd opgelegd.

Het gerechtshof in Amsterdam heeft de 26-jarige Amsterdammer C.L. veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf wegens moord op.


December 1988


Carlos Baltasar Roda-Vila – 22 december 1988, Beekbergen

Status: opgelost

Het lijk van de 37-jarige Carlos is gevonden in Beekbergen. Hij is gewurgd. Vingerafdrukken die van het slachtoffer zijn genomen, hebben uitgewezen dat het om de bij de Rotterdamse politie als crimineel te boek staande man gaat.

Hij zou onder meer bij een aantal drugstransacties betrokken zijn geweest. Kennelijk gaat het om een afrekening in de Rotterdamse onderwereld.

Donderdagmorgen ontdekte de politie het naakte lijk van de man op een diepte van vijftig centimeter. Vossen hadden een deel van het lichaam opgegraven.

Vijftien jaar cel voor liquidatie drugshandelaar

De rechtbank in Zutphen heeft in mei 1989 een 40-jarige en 37-jarige man veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. De rechtbank acht het bewezen dat de mannen in 1988 Carlos Baltasar Roda- Vila om het leven hebben gebracht. Het lichaam van het slachtoffer werd vorig jaar gevonden in de bossen bij Beekbergen op de Veluwe.

Omdat de vingers nog in een redelijke staat verkeerde, kon de identiteit van de man worden vastgesteld. Daders en slachtoffer hadden elkaar ontmoet in de gevangenis.

Toen ze vrijkwamen, besloten ze samen te gaan werken in de drugshandel maar tijdens een transport naar Spanje ontstonden problemen.


Alle liquidaties in Nederland in 1989

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Tunesiër Mahammed Shadi was drugshandelaar
Milan Milanowic gezocht wegens zwendel, oplichting en diefstal van gouden sieraden.
Ad van Laerhoven uit Zundert


Januari 1989


Mustafa Caairogou – 6 januari 1989, Leiden


Marlon Holband – 31 Januari 1989, Amsterdam

Status: opgelost

Marlon Holband (25) is in Amsterdam in zijn woning geliquideerd door zijn vriend en compagnon R.C. (Dan 24). Hij verdacht Holband ervan vijf kilo heroïne te hebben gestolen toen deze zei dat er bij hem ingebroken was.

Kort na zijn arrestatie in april 1989 legde C. een bekentenis af. Hij werd opgepakt op vliegveld Orly bij Parijs, terwijl hij op weg was naar Suriname. Gisteren verklaarde hij dat hij deze bekentenis had afgelegd om zo snel mogelijk naar Nederland terug te kunnen keren. “Mijn vader was ziek, mijn broertje was opgepakt, en mijn vriendin was ingestort, daarom,” aldus C.


Maart 1989


Hendrik en Jan Willem van Reken – 11 maart 1989, Rijsbergen

De 33 jarige Hendrik (of Henk) en zijn 21-jarige broer Jan Willem van Reken zijn in hun auto doodgeschoten. Henk van Reken is in de jaren tachtig een bekend figuur in de Haagse onderwereld.

Hij heeft er al een lange celstraf opzitten voor het doodschieten van zijn eigen vader. Henk van Reken schiet hem dood in zijn woonwagen op het kamp aan de Viaductweg.

Scheffer en Bestebreurtjes

Henk handelt voornamelijk in hasj. Hij doet zaken met Piet Schneider. ‘Daarnaast is hij getrouwd met Rika Scheffer en de bloedgabber van Willem Scheffer.

De familie Scheffer, met vader Frans aan kop, heeft in die jaren de overhand in de Haagse bingohallen. Jan, de broer van Henk van Reken, is ook bevriend met de familie Scheffer, maar niet betrokken in het criminele circuit zoals Henk dat is.

‘Tussen de familie Scheffer is een conflict gaande met een andere grote naam in de wereld van de bingohallen, John Bestebreurtjes uit Rotterdam. De familie Scheffer verdenkt John Bestebreurtje ervan de aankoop van een bingohal voor hun te hebben verhinderd wat uiteindelijk lijdt tot een bloederig conflict met meerdere doden.’

Bron en meer informatie: https://www.boevennieuws.pro/nieuws/dubbele-liquidatie-onopgelost-henk-van-reken-broer-jan/

Op het Kleuterhuislaantje in Rijsbergen vlakbij camping Fort Oranje vinden agenten een de auto met kapot geschoten ruiten. In de auto liggen de dode Henk en Jan van Reken. Ze zijn ieder met drie kogels doodgeschoten. Eén in de rug, één in de nek en één in het achterhoofd.


Twee Turken – 18 maart 1989, Amsterdam

In een auto op de Oude Haagseweg in Amsterdam West, vlak bij het Pullmanhotel, zijn zaterdag twee stoffelijke overschotten gevonden van Turken, die door van dichtbij afgevuurde schoten om het leven waren gebracht.

De nog voortvluchtige daders van de liquidatie moeten achterin de auto, eigendom van de 30-jarige A.S., hebben gezeten.
Het tweede slachtoffer is de illegaal in Nederland verblijvende S.T.(33), die aan de hand van vingerafdrukken werd geïdentificeerd. De man had valse papieren bij zich.


Maart 1989


Onbekende man – 6 juli 1989, Rotterdam

Status: opgelost

Op klaarlichte dag escaleert een conflict in de Bellevoysstraat in Rotterdam tot dodelijk geweld. De 25-jarige Rotterdammer O.A. raakt verwikkeld in een confrontatie met twee mannen en een vrouw. Wat begint als een woordenwisseling, loopt binnen enkele momenten volledig uit de hand. O.A. trekt een pistool en opent het vuur. Eén drugsdealer wordt dodelijk getroffen, een tweede man raakt zwaargewond. Omstanders slaan in paniek op de vlucht; de straat verandert in een plaats delict.

Oplichting en confrontatie

De schietpartij is het directe gevolg van een mislukte drugsdeal. O.A. heeft de slachtoffers 17.000 gulden laten vooruitbetalen door hen een grote partij heroïne in het vooruitzicht te stellen. Die heroïne levert hij nooit. Het is geen eenmalige actie: later verklaart O.A. tegenover de rechter-commissaris dat hij regelmatig drugsdealers oplicht, soms met succes, soms niet. Met het geld financiert hij zijn gokverslaving. Naar eigen zeggen heeft hij op deze manier in de loop der tijd ongeveer één miljoen gulden buitgemaakt.

Wanneer duidelijk wordt dat de beloofde drugs niet zullen komen, zoeken de benadeelden O.A. op. In de Bellevoysstraat spreken zij hem aan. Volgens getuigen probeert O.A. eerst weg te komen en slaat hij op de vlucht. De drie zijn ongewapend en willen hem tegenhouden. Op dat moment draait O.A. zich om en schiet.

Rechtszaak en hoger beroep

Voor de rechter stelt O.A. dat hij uit noodweer handelde. Hij zegt dat de drie hem wilden doden en dat hij geen andere uitweg zag. Het Openbaar Ministerie verwerpt die lezing. Volgens de procureur-generaal is van een directe levensbedreiging geen sprake. Getuigen verklaren dat juist O.A. degene is die het geweld initieert nadat hij wordt aangesproken.

De rechtbank acht doodslag en poging tot doodslag bewezen en veroordeelt O.A. tot acht jaar gevangenisstraf, minder dan de tien jaar die het Openbaar Ministerie eist. In hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag houdt O.A. vast aan zijn noodweerverweer, maar opnieuw oordeelt de rechter dat dit niet aannemelijk is.


Onbekende man – 8 juli 1989, Eindhoven

Status: opgelost

De rechtbank in Den Bosch heeft twee mannen uit Eindhoven veroordeeld tot elk zeven jaar gevangenisstraf voor de dood van een 42-jarige drugsdealer uit hun woonplaats. De man werd op 8 juli 1989 met maar liefst zesentwintig messteken om het leven gebracht. Aanleiding voor het geweld was een heroïneschuld van enkele honderden guldens.

Het slachtoffer was zowel gebruiker als dealer en had bij het tweetal een openstaande schuld. Wat begon als een conflict over geld en drugs, mondde uit in extreem geweld. Tijdens de rechtszaak werd duidelijk dat beide verdachten bij de fatale steekpartij aanwezig waren, maar zij wezen elkaar aan als degene die het dodelijke geweld had toegepast.

Het Openbaar Ministerie ging uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De Bossche officier van justitie had tegen de twee Eindhovenaren, destijds 33 en 36 jaar, een gevangenisstraf van tien jaar geëist wegens doodslag. Volgens het OM was sprake van een buitensporige en meedogenloze afrekening over een relatief geringe schuld.

De rechtbank achtte bewezen dat de mannen samen verantwoordelijk waren voor de dood van het slachtoffer, maar kwam tot een lagere straf dan geëist. Met de opgelegde straffen van zeven jaar cel benadrukte de rechtbank de ernst van het geweld en het fatale karakter van conflicten binnen het drugsmilieu, waarin kleine schulden kunnen leiden tot dodelijke escalaties.


September 1989


Louis Schneider – 1 september 1989, Heerlen

4 augustus 1961, Den Haag – 1 september 1989, Heerlen

Status: opgelost
De 28-jarige Heerlense videotheekhouder en drugsdealer Roelof Louis Schneider is door S. doorzeefd in zijn auto in opdracht van Ricardo de la B. Schneider’s passagier raakt zwaar gewond en is ook een bekende crimineel.

Schneider is het jaar ervoor al meerdere malen het doelwit van aanslagen geweest in verband met zijn aandeel in de wapen- en drugshandel. Hij heeft een vrij lijvig strafblad. In 1988 is ook een aanslag op hem gepleegd. Daders gooiden toen een granaat in zijn videotheek, Schneider raakt daardoor gewond.

In november 1992 bekent de Heerlense fotograaf De la B. (38) samen met twee plaatsgenoten en andere handlangers vier moorden te hebben gepleegd, waaronder die op Schneider.


Oktober 1989


Ferry Koch – 6 oktober 1989, Amsterdam

Koch is op 44-jarige leeftijd voor zijn huis in zijn auto in de Laplacestraat in Amsterdam Watergraafsmeer doodgeschoten.
Hij rijdt in een antracietkleurige Mercedes 300 en heeft vermoedelijk de aanslag proberen te ontkomen door vol gas achteruit te rijden.

Hij is echter door een aantal kogels, onder meer in de zij, getroffen. Na ruim 100 meter komt de auto in de Newtonstraat tot stilstand. Koch heeft rond acht uur zijn woning aan de Newtonstraat verlaten en is na ongeveer vijf kwartier weer teruggekomen.

Op het moment dat hij wil inparkeren, lost een ongeveer 25-jarige man, die een basebalpetje met stickers op had, een aantal schoten op de wagen.

Hij zou Klaas Bruinsma in een gesprek hebben geslagen en hem hebben geript van een flinke partij hasj. Niet bij toeval is Koch op Bruinsma’s 36-jarige verjaardag geliquideerd. Volgens Steve Brown heeft Martin Hoogland (zelf vermoord op 18 maart 2004) Koch uit het leven geschoten in opdracht van Klaas Bruinsma.

In 1987 probeert ‘men’ Ferry Koch alias ‘The Ripper’ ook al te vermoorden. Deze drugshandelaar loopt hierbij enkele schotwonden op.


J. Laros – 30 oktober 1989, Bergen op Zoom

Maandag 30 oktober 1989 wordt in Bergen op Zoom het lichaam gevonden van de 39-jarige drugsdealer J. Laros. De man blijkt onder gewelddadige omstandigheden om het leven te zijn gekomen. De politie start onmiddellijk een uitgebreid onderzoek, waarbij zowel een buurtonderzoek als technisch onderzoek in en rond de vindplaats wordt opgezet.

Arrestaties in Bergen op Zoom

Al snel richt het onderzoek zich op personen uit de directe omgeving van het slachtoffer. Dinsdagavond 31 oktober 1989 arresteert de politie van Bergen op Zoom een 28-jarige man en een 31-jarige vrouw, beiden afkomstig uit Bergen op Zoom. Zij worden verdacht van betrokkenheid bij de dood van Laros. Beiden leggen geen bekentenis af en worden in verzekerde bewaring gesteld.

Vanaf het begin houdt de politie rekening met het bestaan van een derde verdachte, die na de dood van Laros spoorloos is. Omdat werd gevreesd dat deze persoon naar het buitenland zou uitwijken, wordt Interpol ingeschakeld.

Derde verdachte opgepakt in Antwerpen

Die vrees blijkt terecht. Kort daarna, op woensdag 1 november 1989, wordt de voortvluchtige verdachte in Antwerpen aangehouden door de Belgische politie. Het gaat om de 23-jarige J.H. uit Bergen op Zoom. Zijn uitlevering aan Nederland moet nog langs formele procedures verlopen, zo laat de Antwerpse politie weten.

Terwijl de drie verdachten vastzitten of in afwachting zijn van uitlevering, zet de politie het buurtonderzoek en het technisch onderzoek voort. Over het motief achter de gewelddadige dood van J. Laros bestaat op dat moment nog altijd geen duidelijkheid. Justitie sluit verdere ontwikkelingen in het onderzoek niet uit.


Liquidaties in Nederland tot 2000


Alle liquidaties in Nederland in 1990

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Ali – (exacte datum niet bekend) 1990, Marbella

Klaas Bruinsma laat in Marbella de Marokkaan Ali door Colombiaanse sicarios vermoorden omdat hij een schuld niet betaalde.


Januari 1990


Imre Varga – 12 januari 1990, Loenen

De 42-jarige Varga is die vrijdag dood gevonden in een sloot in Loenen. Hij is door schoten in het hoofd om het leven te zijn gebracht. Het slachtoffer is een Hongaar en behoorde tot een groep Hongaren die zich in de jaren zeventig heeft schuldig gemaakt aan vermogensdelicten.

Hij stond bekend onder drie namen: Imre Bruckner, Imre Varga en Sandor Garamvolgyi. Dader en motief zijn nog onbekend.


Dave Zwartjes (42) – 18 januari 1990, Amsterdam

De 39 jarige L.P. heeft aan de politie bekend dat hij Zwartjes heeft doodgeschoten. Vanaf het balkon van een woning in de Eerste Atjehstraat in Amsterdam heeft P. zijn slachtoffer beschoten. Kort daarvoor hadden P. en Zwartjes ruzie gehad.


‘Twee Turken’ – 25 januari 1990, Amsterdam


Februari 1990


Selahittin Kuscu – 21 februari 1990, Amsterdam

De geliquideerde Turk Selahittin Kuscu wordt opgevist uit een gracht in Amsterdam. Hij was kort daarvoor samen met enkele bendeleden opgepakt. Hij kwam vrij, de anderen niet. Motief duidelijk.


Maart 1990


Vasco Pieraccini en Alessandro Rusconi – 8 maart 1990, Amsterdam

In Amsterdam worden de Italianen Vasco Pieraccini (23) en Alessandro Rusconi (38) geliquideerd na een mislukte deal.


April 1990


Sanol Er – 1 april 1990, Amsterdam

De Turk Sanol Er (25) is doodgeschoten in een koffiehuis aan de Kinkerstraat


Mohammed El Boudyadi – 11 april 1990, Den Haag


Mahmut Ercan Inangirray – 30 april 1990, Doorn

In Doorn wordt het lijk gevonden van Mahmut Ercan Inangirray, een Turkse drugs- en wapenhandelaar die lid is van de Grijze Wolven.


Mei 1990


Onbekende Turk – 15 mei 1990, Amsterdam

Een onbekende Turk is in Amsterdam vermoord.


Juni 1990


Halik – 6 juni 1990, Amsterdam

De Turk Halik is vermoord in pizzeria aan het Thorbeckeplain in Amsterdam, in opdracht van Lorenzo R.


Dursun Gogturk – 27 juni 1990, Stompetoren

De Turk Dursun Gogturk (22) is vermoord in Stompetoren.


Juli 1990


Onbekende Turk – 24 juli 1990, Amsterdam

Een onbekende Turk is in Amsterdam vermoord.


September 1990


Roy Adkins – 28 september 1990, Amsterdam

Adkins is handlanger van Klaas Bruinsma. Hij is omgebracht in het American Hotel in Amsterdam door Joegoslavische maffia. Of hij is door Bruinsma zelf omgebracht vanwege een ripdeal.

Adkins zou ook verantwoordelijk zijn voor het mislukken van het binnen brengen van de ‘Grote Berg’ van Bruinsma. Dit is een partij van 50 ton hasj die in beslag is genomen.


Augusutus 1990


G. Tuart – 15 augustus 1990, Rotterdam

Status: opgelost

In de nacht van dinsdag 14 op woensdag 15 augustus 1990 wordt de 27-jarige drugsdealer G. Tuart doodgeschoten op de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam. Rond middernacht verlaat Tuart een café wanneer Ricardo (Pinto) P. (24) hem van korte afstand benadert. Met een afgezaagd enkelloops hagelgeweer vuurt hij een schot af dat Tuart in het hoofd treft. Het slachtoffer valt op de rijbaan en wordt vrijwel direct daarna nog overreden door een passerende auto, die nooit wordt achterhaald. Sectie wijst later uit dat Tuart overlijdt aan verbrijzeling van schedel en hersenen door het hagelschot.

Aanloop naar de moord

Zowel Tuart als Pinto P. houdt zich bezig met straathandel in harddrugs. Pinto opereert aanvankelijk op de West-Kruiskade, maar besluit begin 1990 zijn werkterrein uit te breiden naar de Nieuwe Binnenweg, het gebied van Tuart. In de drugswereld liggen de territoria na sluitingstijd vast; conflicten zijn onvermijdelijk.

Begin augustus 1990 komt het meerdere keren tot aanvaringen. Tuart staat bekend als agressief. Tijdens een incident in een café wordt Pinto publiekelijk vernederd en geslagen — volgens hem met een stuk papier. Op 14 augustus 1990 escaleert de situatie definitief. Pinto besluit dat Tuart moet sterven.

Hij gaat naar het huis van zijn oudere broer Roy (Lyon) P. (30). Daar haalt hij een hagelgeweer en munitie op. De loop van het wapen wordt afgezaagd en bijgevijld, met hulp van Roy. Later die avond neemt Pinto een taxi naar de Nieuwe Binnenweg, het wapen verborgen onder zijn jas.

Wanneer iemand Tuart nog probeert te waarschuwen en hij een café uitrent, zet Pinto de achtervolging in en schiet van minder dan vijf meter afstand. Na het schot herlaadt hij zelfs nog, op zoek naar de man die Tuart waarschuwde, maar die is verdwenen.

De rechtszaak

Op dinsdag 19 februari 1991 staan de Antilliaanse broers P. terecht voor de Rotterdamse rechtbank. Officier van justitie mr. J.A.M. Stuyt eist tien tot twaalf jaar gevangenisstraf tegen Pinto wegens moord en acht jaar tegen Roy wegens medeplichtigheid. Pinto bekent dat hij heeft geschoten en blijft volhouden dat hij “direct moest handelen” na een zware belediging. Hij weigert psychiatrisch onderzoek. De verdediging zaait twijfel over de doodsoorzaak vanwege het overrijden, maar het Openbaar Ministerie stelt vast dat het hagelschot fataal is.

De zaak wordt breed uitgemeten in de pers op 20 februari 1991 (Amigoe, De Telegraaf). De officier spreekt van een kille afrekening binnen de drugswereld, waarbij territorium en eer doorslaggevend zijn.

Het vonnis

Op dinsdag 5 maart 1991 doet de rechtbank uitspraak. Pinto P. (24) wordt veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor moord op G. Tuart. Zijn broer Roy P. (30) krijgt vier jaar cel wegens medeplichtigheid, omdat hij het moordwapen heeft verschaft en bewerkt. De opgelegde straffen liggen lager dan geëist, maar de rechtbank acht bewezen dat de moord het gevolg is van een bewuste, voorbereide afrekening binnen de Rotterdamse drugswereld.


Oktober 1990


I.K. en M.Y. – 13 oktober 1990, Amsterdam

In Amsterdam worden de doodgestoken Turken I.K. (30) en M.Y. (42) uit een gracht gevist.


Ljubinko Becirovic – 27 oktober 1990, Amsterdam

Status: onopgelost
De Serviër Becirovic is in zijn huis aan de Apollolaan omgebracht. Het vermoeden is dat Klaas Bruinsma de opdrachtgever is. Het conflict draait om een partij cocaïne die het duo zou leveren aan de Joego’s. Becirovic is leider van de Servische maffia, waar ook Sreten ‘Jotsa’ Jocić deel van uitmaakt.

Ljubinko ‘Duja’ Becirovic is in zijn woning vanaf de straat neergeschoten. Hij overlijdt enkele dagen na de aanslag.

Het is onder de ingewijden bekend dat Duja, wanneer hij op twee- of drie-hoog thuis de telefoon opneemt, altijd zijn gesprekken voert voor het raam aan de straatzijde van de Hoofdweg in Amsterdam.

Op een middag krijgt Duja een telefoontje thuis. Zodra hij antwoordt en naar het raam loopt, is hij vanaf de straat meerdere keren beschoten. Twee of drie kogels treffen hem in zijn buik.


November 1990


Kenneth Hart – 28 november 1990, Amsterdam

Status: onopgelost

Kenneth Hart

Kenneth Hart

Kenneth HartDe Surinaamse ex-bokser Kenneth Hart (24) verdwijnt spoorloos na een gevecht in een café in Amsterdam.

Zijn broer, Franklyn, is door de politie in 2018 in Paramaribo doodgeschoten door de politie. Dit na een overval waarbij Franklyn eerst op de politie schiet.


December 1990


Dede Özkulluk – 30 december 1990, Utrecht

Status: onopgelost

De 36-jarige Dede Özkulluk uit Utrecht is zondagmiddag voor de videotheek op de Amsterdamsestraatweg met enkele schoten om het leven gebracht. Hij is vanuit een rijdende auto onder vuur genomen.

De schietpartij trekt weinig aandacht doordat aangenomen wordt dat de knallen veroorzaakt werden door het afsteken van vuurwerk. Er is alarm geslagen als de uit Turkije afkomstige man op straat blijft liggen. Voor hem komt hulp te laat.


Alle liquidaties in Nederland in 1991

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Maart 1991


Bertus Broek en Patricia van Blarcum – 16 maart 1991, Rotterdam

Status: opgelost

Bertus Broek en Patricia van Blarcum

Bertus Broek en Patricia van Blarcum

Na meer dan dertig jaar komt in 2022 de waarheid boven tafel over de brute moord op Bertus Broek en Patricia van Blarcum uit Rotterdam. De Telegraaf meldt dat de dader, de inmiddels overleden Arthur A., verantwoordelijk blijkt voor het geweldsdelict in 1991.

Op 16 maart van dat jaar vinden familieleden in een flat aan de André Gideplaats in Ommoord de levenloze lichamen van de 40-jarige drugscrimineel Bertus Broek en de 23-jarige Patricia van Blarcum. Beiden zijn doodgeschoten en daarna met een mes toegetakeld. Voor de recherche lijkt het motief aanvankelijk te liggen in het drugsmilieu waarin Broek actief is met xtc-handel. Ook een wraakactie van een ex-partner wordt niet uitgesloten. Maar het onderzoek loopt al snel vast en de dubbele moord belandt als cold case op de plank.

Jaren later blijkt dat een schuldconflict fataal is. Arthur A. heeft een lening bij Broek openstaan en de ruzie daarover loopt volledig uit de hand. Hij schiet Bertus dood en richt zijn wapen ook op Patricia, die toevallig op bezoek is. Zij laat een dochtertje van anderhalf achter.

Arthur A. vertrekt kort na de moorden naar Indonesië. Pas decennia later breekt iemand uit zijn omgeving haar stilzwijgen. Zij vertelt het coldcaseteam dat Arthur die bewuste avond met bebloede kleren thuiskwam en dat zij hielp het moordwapen weg te maken. Het pistool belandt vanaf de Van Brienenoordbrug in de Maas.

Een strafzaak komt er niet: Arthur A. overlijdt in december 2021. Voor de nabestaanden van Patricia betekent de doorbraak wel erkenning. Haar moeder reageert emotioneel in de Telegraaf: „Ik heb geschreeuwd en gehuild. Het coldcaseteam gaf nooit op. Wat ik altijd al wist, staat nu vast: Patricia was een volkomen onschuldig slachtoffer. Ze zat gewoon op de verkeerde plek, op het verkeerde moment.”


Juni 1991


Dick Willard – 6 juni 1991, Voorthuizen

Status: opgelost

Op zondag 6 juni 1999 wordt de doodgeschoten Hagenees Dick Willard (34), een Haagse jongenspooier, gevonden. Hij ligt met kogels in zijn hoofd langs een bospad langs de Apeldoornsestraatweg. Wandelaars vinden hem. Hij wordt vele jaren later in verband gebracht met de Affaire Demmink.

Willard is altijd een mysterie gebleven voor justitie en kinderbescherming. Hij werd ervan verdacht zijn blonde dochtertje als driejarig peutertje voor 20.000 gulden te hebben verkocht in Spanje. Hij hield aanvankelijk vast aan een verhaal dat het kind uit zijn auto was ontvoerd toen hij in een speelgoedwinkel was.

Later vertelde hij dat hij wel wist waar het meisje verbleef, maar hierover niks kon zeggen. Het meisje is nooit gevonden. De verslaafde moeder had Michelle op tweejarige leeftijd overgedragen aan haar ex-man.

Broer Philip is niet verrast

Phillip Willard: „Als je zoals Dickie in zwaar criminele sferen verkeert, moet je niet raar opkijken als je dat op een gegeven moment met je leven moet bekopen. Hij bedonderde mensen en dan behoor je de consequenties in die wereld te kennen. Drugs, prostitutie, geldleningen. Ik heb vaak in alle rust met hem gesproken over zijn handel en wandel, hem zo vaak gewaarschuwd, maar hij wilde niet luisteren. Tjonge, jonge waar ben je toch mee bezig, Dick? Hij zei dan dat het zijn leven was en dat hij zijn eigen verantwoordelijkheden kende. Die heeft hij blijkbaar niet echt goed ingeschat. Nu is het te laat.”

De daders

De 20-jarige Haagse Mourad O. (20) legt tegenover de politie een bekentenis af. Hij geeft toe het slachtoffer naar het bosperceel Boeschoten te hebben gelokt, waar Willard door zijn hoofd is geschoten.
De 30-jarige Hans L. (30) is ook betrokken bij de moord. Het tweetal wijst de plaats aan waar het moordwapen is verstopt.

Mourad zegt dat hij vijf jaar lang seksueel door Willard is misbruikt. Ook zou Willard hem hebben verteld dat hij zijn dochter heeft verkocht. Hans voelde zich de slaaf, de lijfeigene van de “de zoon van de duivel”, zoals Willard zichzelf noemde.

Ruzie met Dick

Het moordplan begint vorm te krijgen nadat beiden afzonderlijk ruzie met Dick hebben gehad. Ze zien geen andere uitweg dan hem te doden. Mourad heeft al twee keer ervaren dat Dick hem na vluchtpogingen weer liet opsporen. „Hij had huurmoordenaars,” vertelt Hans.

Ze stelen een ons coke uit Willards voorraad, ruilen dat voor een pistool en besluiten Willard te vermoorden tijdens een nachtelijke wandeling in de buurt van camping Het Gouden Hert. Nadat Willard is doodgeschoten gaan ze terug naar het lijk Willard.

Ze ontdoen hem van een oorknop en een gouden ketting. Met een mes worden toen ook beide ogen van Willard uitgestoken en het strottehoofd gekliefd. Volgens advocaat Van Streefkerk te verklaren uit naïeve angst voor „de zoon van de duivel”.

„Hij was een beest van wie je alles kon verwachten”, vertelt Hans L. „Ik zat letterlijk op mijn eigen dood te wachten. Ik had Dick tegen Mourad horen zeggen dat hij me in mijn slaap zou doodschieten.” En Mourad: „Het leven dat ik nu heb, in de gevangenis, is een hemel, vergeleken bij het leven dat ik had bij Willard.”


Lucien Wolff, 20 juni 1991, Amsterdam

In een woning aan het Bijlmerplein loopt op donderdag 20 juni 1991 een ogenschijnlijk zakelijke afspraak uit op dodelijk geweld. De 33-jarige harddrugsdealer Lucien Wolff laat twee jonge mannen binnen die hij vertrouwt. Minuten later ligt hij dood. Hij is het slachtoffer van een zogeheten ripdeal: een gewelddadige afrekening waarbij drugshandelaren elkaar hun waar proberen af te nemen.

De 22-jarige Amsterdammer S.B. is die dag samen met zijn vriend G. van E. (26) onder valse voorwendselen de woning binnengekomen. Het plan is vooraf opgezet. Terwijl Wolff denkt dat hij zaken gaat doen, slaat de situatie om. De ripdeal ontspoort en Wolff wordt met opzet van het leven beroofd. Een derde man, H.T. (33), heeft het opzetje geregeld maar blijft zelf thuis; hij wacht af terwijl anderen het vuile werk doen.

De nasleep en de rolverdeling

Na de dood van Wolff richt het politieonderzoek zich op de directe omgeving van het slachtoffer. Al snel komt het drietal in beeld. Volgens het Openbaar Ministerie is S.B. de centrale dader, Van E. zijn medeplichtige ter plaatse en H.T. de man die de ontmoeting heeft gearrangeerd. De officier van justitie kwalificeert de zaak als een diefstal met geweld die de dood tot gevolg heeft, voortgekomen uit het criminele drugsmilieu.

Eerder geweld: de roof in het Tropenmuseum

Tijdens het onderzoek komt nog een ander zwaar misdrijf boven tafel. Op 14 november 1990 pleegt S.B. in het Tropenmuseum in Amsterdam een brutale roof. Rond vier uur ’s middags loopt hij het museum binnen, kiest doelbewust een vitrine, forceert het slot en graait oude Javaanse sieraden weg ter waarde van 650.000 gulden. Het alarm gaat af, bewakers snellen toe, maar S.B. houdt hen op afstand met een vleesmes en vlucht te voet.

Later verklaart hij dat hij de buit “op straat” heeft verkocht voor slechts 15.000 gulden. Het gaat om unieke Javaanse sieraden uit de twaalfde tot en met veertiende eeuw. Een deel daarvan — ter waarde van 27.000 gulden — is eigendom van de Universiteit van Amsterdam en uitgeleend aan het museum. Alleen dat deel is verzekerd. De rest verdwijnt voorgoed. Volgens het Openbaar Ministerie is hiermee niet alleen het museum, maar ook het publiek erfgoed zwaar gedupeerd.

De eis

Voor de rechtbank in Amsterdam eist officier van justitie mr. J.F. Dekking tegen S.B. een gevangenisstraf van twaalf jaar: voor de doodslag op Lucien Wolff én voor de gewapende museumroof. Tegen G. van E. eist zij vijf jaar cel wegens diefstal met geweld met dodelijke afloop. H.T., de man achter de schermen, hoort tweeënhalf jaar tegen zich eisen.

De verdediging probeert het zwaartepunt te verleggen. Volgens S.B.’s advocaat zou de rechtbank de museumroof zwaarder moeten laten wegen dan de doodslag. Wolff bewoog zich immers bewust in het criminele drugscircuit en kende de risico’s, zo luidt het betoog. Bij de roof in het museum daarentegen zijn onschuldige burgers “de stuipen op het lijf gejaagd”.

De Amsterdamse rechtbank veroordeelt S. B. uit Amsterdam tot tien jaar celstraf met aftrek van voorarrest wegens diefstal en doodslag op Lucien Wolff. Wolff is het slachtoffer van een zogenoemde ripdeal, waarbij drugshandelaren elkaar met geweld hun waar afhandig maken. In dit geval ging het om 100 gram heroïne. B. stak het slachtoffer in diens woning dood met een broodmes. De rechtbank veroordeelt de 33-jarige H. T. tot een celstraf van een jaar wegens medeplichtigheid.


Klaas Bruinsma, 27 juni 1991, Amsterdam

Klaas Bruinsma

Klaas Bruinsma

Ex-politieman Martin Hoogland is in 1993 tot twintig jaar cel veroordeeld voor de moord op Bruinsma en Tony Hijzelendoorn. Lees hier → meer over Klaas Bruinsma.


Augustus 1991


Groninger – 11 augustus 1991, Groningen

Status: opgelost

Op zondagavond 11 augustus 1991 wordt in een woning aan de Kombuis in de Groningse wijk Lewenborg een 34-jarige Groninger doodgeschoten. De man wordt in zijn woonkamer getroffen door meerdere pistoolschoten in de borst. Hij overlijdt ter plaatse. De woning, gelegen op de derde verdieping van een galerijflat, staat bij de politie bekend als drugspand.

De ontdekking

Pas twee weken later, op maandag 26 augustus 1991, komt de moord aan het licht. Rond 18.45 uur treft de politie het lichaam van de man aan, zittend op de bank in zijn woning. Aan het bezoek van de hulpdiensten gaat een opmerkelijke melding vooraf: een onbekende vraagt op dat adres om een ambulance. Wanneer niemand de deur opent, schakelt het ambulancepersoneel de politie in. Agenten forceren de toegang en stuiten op het levenloze lichaam.

Uit getuigenverklaringen maakt de politie op dat er op de middag van 11 augustus waarschijnlijk ruzie is geweest in de woning. De bewoner is diezelfde dag om het leven gebracht.

De verdachte

Het onderzoek richt zich al snel op een buurtgenoot: de 40-jarige Groninger M.L., die eveneens aan de Kombuis woont. Op dinsdag 13 augustus 1991, twee dagen na de moord, wordt hij als hoofdverdachte aangehouden. Later bekent hij dat hij het slachtoffer op zondagavond 11 augustus met pistoolschoten heeft doodgeschoten.

Volgens de politie waren slachtoffer en verdachte redelijk goede vrienden. M.L. staat bekend als drugsdealer. Rechercheurs vermoeden dat hij harddrugs bewaarde in de woning van het slachtoffer. Die zou de woede van M.L. hebben gewekt door de drugs stiekem te versnijden (verdunnen) en het overgebleven deel zelf te verhandelen of te gebruiken. M.L. kreeg hierdoor problemen met klanten, die klaagden over de slechte kwaliteit van de drugs.

Een onenigheid over harddrugs lijkt daarmee de directe aanleiding voor de koelbloedige moord. Over de volledige toedracht legt M.L. geen sluitende verklaring af.

Achtergrond en tegenstrijdige verklaringen

Persofficier mr. M.H. Geerds bevestigt dat M.L. een lang crimineel verleden heeft dat teruggaat tot 1968 en dat hij te boek staat als vuurwapengevaarlijk. Hij is eerder veroordeeld voor meerdere geweldsdelicten, waaronder zware mishandeling. Zo krijgt hij een jaar eerder nog een celstraf van twaalf maanden, deels voorwaardelijk, nadat hij een vrouw had vastgebonden en mishandeld. In februari 1991 volgt opnieuw een veroordeling: vijf maanden gevangenisstraf wegens het mishandelen en terroriseren van zijn huurbaas. M.L. weigert herhaaldelijk mee te werken aan psychiatrisch onderzoek.

Opmerkelijk is dat politiewoordvoerder Arjan van de Leur aanvankelijk ontkent dat de verdachte een bekende van de politie is of een crimineel verleden heeft. Later nuanceert de politie dit en wil zij, vanwege het lopende onderzoek, geen nadere details geven over een mogelijk ander motief dan drugs.


December 1991


Martin van der Spek – 9 december 1991, Badhoevedorp

Martin Hillegers heeft 12 jaar celstraf uitgezeten voor de moord op Martin van der Spek op 9 december 1991. De moord is gepleegd in Haarlem op de Nieuwemeerdijk 350 waar waar ook zijn broer Remco is vermoord († 23 november 2012, Haarlem).


Alle liquidaties in Nederland in 1992

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1992


1. Davut Barmak, 1 januari 1992 Rotterdam

Rotterdam In een woning is de 20-jarige Davut Barmak doodgeschoten. Zijn lijk is in brand gestoken om herkenning te bemoeilijken. Volgens de politie, die twee mannen verdenkt van 26 en 32 jaar, maakt de moord deel uit van een wraakactie in het drugsmilieu die later nog meer slachtoffers eist.


2. Illegale Turk, 4 januari 1992 Rotterdam

In een woning is een 30-jarige illegale Turk doodgeschoten. Afrekening in het drugsmilieu.


3. Ton de Bruin – 10 januari 1992, Amsterdam

Status: onopgelost

De 41-jarige drugshandelaar Theunis de Bruin is voor zijn huis in de Onze Lieve Vrouwensteeg in het centrum van Amsterdam doodgeschoten.  De moord is waarschijnlijk gepleegd door Moppie Rasnabe of Jesse Remmers.  De afrekening is waarschijnlijk een opdracht van Henk Rommy.

De schutter wacht tot De Bruin thuiskomt en schiet hem van dichtbij neer met een pistoolmitrailleur. Het vuurwapen houdt hij verborgen in een plastic zak, die hij na de schietpartij samen met het wapen op de plaats delict achterlaat. Hij gaat er blijkbaar van uit dat er geen sporen worden gevonden die naar hem leiden.

Volgens Cornelis ‘Harrie’ W. (63 in 2011} is Jesse Remmers verantwoordelijk voor de moord op De Bruin. Remmers zou, verkleed in vrouwenkleding, bij De Bruin hebben aangebeld. Op weg naar de liquidatie zou hij nog in een Donald Duck hebben zitten lezen. Harrie W. baseert deze beweringen echter op wat hij van anderen heeft gehoord.


4. Naim Syla – 27 januari 1991, Amsterdam

De Albanees Naim Syla is doodgeschoten in café La Bordelaise in Amsterdam, door concurrerende Duitse Joego-bende.


Februari 1992


5. / 6. / 7. Drie Turkse mannen, 4 februari 1992, Amsterdam

Op 4 februari zijn in een woning aan de Hudsonstraat in de Amsterdamse Mercatorbuurt drie lijken van mannen gevonden. In de woning zijn de lijken aangetroffen van Turkse mannen die door messteken om het leven zijn gebracht.

Eén van de drie personen, een man van 23, was maandag door zijn vader en zus als vermist opgegeven. De andere twee slachtoffers zijn een 48-jarige man en zijn twintigjarige zoon.

Beide laatsten zijn afkomstig uit Den Haag. De politie kwam de slachtoffers op het spoor toen de auto van de 23-jarige vermiste man voor de woning werd aangetroffen.


Maart 1992


8. / 9. / 10. Eric Husseyin Feyzi, Akin Harun en Hurriyet Cemal Karracagun – 5 maart 1992, Rotterdam

In restaurant Sato zijn drie Turken doodgeschoten: de 28-jarige Eric Husseyin Feyzi, de 26-jarige Akin Harun, alias Harry en de 31-jarige Hurriyet Cemal Karracagun.

‘Harry’ beheerde een pizzeria annex kapperszaak aan de Manesserweg in Rotterdam. Het was in feite ‘meer dan een dekmantel voor criminele praktijken’.

Volgens bronnen onderhield Harry Akin er een bloeiende koeriersdienst op na tussen de Rotterdam en een drugskartel uit Groningen. Ook was er sprake van afpersing.

Ze zijn naar een Turks restaurant Sato in de Glashaven gelokt en daar doodgeschoten. De lijken van de drie lichamen aan het Brielse Meer waren onthoofd en de handen en voeten waren er afgehakt en bij het Brielse Meer in brand werden gestoken.

De volgende dag zijn de lijken gevonden door een medewerker van het recreatieschap het Brielse Meer, die in het riet een brandje ontdekte. Hij ontdekte de smeulende stoffelijke overschotten van drie mannen.

De slachtoffers hadden eerder zelf moorden gepleegd.

Zie ook de De Telegraaf van 5 september 1992


11. Giovanni Martha – 5 maart 1992, Rotterdam

Curaçao, 7 februari 1974 – Amstelveen, 22 mei 2014

De broer van beruchte crimineel Gwenette Martha is op het Rembrandtplein dood geschoten. De schietpartij is het gevolg van een ruzie in discotheek Escape, waar op dat moment een schoolfeest gaande is.  Het personeel van Escape zet de strijdende partijen buiten de deur. De ruzie zich op het plein voort.

Zijn broer Giovanni krijgt het in club Escape aan het Rembrandtplein aan de stok met een groepje Marokkanen uit West, van wie de dan twintigjarige Mohamed ‘Moummisch’ Chekhchar een vuurwapen trekt en schiet. Giovanni raakt dodelijk gewond en sterft voor de deur in Gwenettes armen.

Giovanni weet zich in ernstig gewonde toestand nog uit de voeten te maken. Hij overlijdt de volgende dag in het ziekenhuis. De moord geeft een push aan Gwentte Martha’s verdere criminele carrière.

Chekachar krijgt acht jaar voor de moord op Giovanni Martha

Chekhchar wordt anderhalve maand later gepakt in Diemen. Het Amsterdamse gerechtshof veroordeelt hem op 26 oktober 1992 tot acht jaar cel voor doodslag op Giovanni Martha, poging tot doodslag op diens vriend Vincent en voor wapenbezit, vanwege het pistool dat bij hem wordt gevonden tijdens de huiszoeking die op zijn arrestatie volgt.

Mohamed Chekhchar, inmiddels weer vrij, rookt op 14 oktober 2003 een joint in coffeeshop Ruthless aan de Hoofdweg. Rond een uur of negen schiet een man in donkere kleding zijn vuurwapen op Chekhchar leeg en vlucht op een gestolen zwarte scooter. Chekhchar overlijdt ter plekke. De opdrachtgever laat zich raden…


12. / 13. / 14. Drie Turkse mannen, 8 maart 1992, Rotterdam

In een woning in de Portugesestraat 378 in de Rotterdamse wijk Oud-Mathenesse vind de politie de lijken van drie mannen aangetroffen. De politie heeft bevestigd dat de drie door een misdrijf om het leven zijn gekomen.

Het gaat om de 36-jarige A.K. en 51- jarige D.E. uit Turkije. De identiteit van de derde dode is nog niet vastgesteld. De mannen zijn door messteken om het leven gebracht. Volgens een woordvoerder van de politie wordt rekening gehouden met een afrekening in het criminele milieu. De lichamen moeten al enige tijd in het pand hebben gelegen. De dode lichamen waren in zo’n vergaande staat van ontbinding, dat buren de politie hadden gebeld met klachten over stank.

Of er verband bestaat met de drievoudige moord die 5 maart 1992 is ontdekt in een rietkraag langs het Brielse Meer wordt nog onderzocht.


15. Tony Hijzelendoorn – 20 maart 1992, Wilnis

Tony Hijzelendoorn

De auto- en drugshandelaar Anton Hijzelendoorn is thuis met zestien kogels in zijn lijf gevonden. Zou ruzie hebben gehad met de mogelijke dader Martin Hoogland. Deze ex-politieman zou eerder Klaas Bruinsma hebben vermoord.

Hij heeft op dat moment ook een conflict over een ripdeal met drugshandelaar Steve Brown, witwasser Ronnie Ondunk en de Joego’s. Hijzelendoorn zou met politie praten. Martin Hoogland (zelf vermoord op 18 maart 2004) is ook voor deze moord veroordeeld.


April 1992


16. Onbekende man, april 1992, Alkmaar

In het voorjaar van 1992 mondt een ogenschijnlijk zakelijke drugsafspraak uit in dodelijk geweld. Een 46-jarige drugsdealer uit Den Helder reist naar Alkmaar in de veronderstelling dat hij een partij cocaïne zal afnemen. Wat hij niet weet, is dat hij in een val is gelokt. De ontmoeting blijkt het decor van een geplande overval binnen het drugsmilieu.

De groep die de afspraak heeft georganiseerd bestaat uit meerdere mannen, onder wie drie Antillianen en een Nederlandse tussenpersoon. Het plan is aanvankelijk om de dealer van geld en drugs te beroven. Tijdens de confrontatie escaleert de situatie. Er wordt geschoten en de dealer raakt dodelijk gewond. Korte tijd later overlijdt hij aan zijn verwondingen.

Het politieonderzoek brengt aan het licht dat de overval niet op zichzelf stond. Er is sprake van een vooraf opgezet plan, waarbij verschillende betrokkenen ieder een eigen rol vervulden. Niet iedereen blijkt te hebben geweten dat het tot dodelijk geweld zou komen, maar wel staat vast dat de ontmoeting bewust is opgezet als een criminele actie. De cocaïne waarover werd gesproken, zou bestemd zijn geweest voor doorvoer naar Zwitserland.

Op dinsdag 11 augustus 1992 doet de rechtbank uitspraak. De volgende dag bericht de Volkskrant over het vonnis. Drie Antilliaanse verdachten krijgen elk vier jaar gevangenisstraf voor hun aandeel in de overval die de dood van de dealer tot gevolg had. Een 24-jarige man uit Hoorn, die door de rechtbank als een van de centrale figuren wordt gezien, krijgt zeven jaar cel. Een 23-jarige man uit Den Helder, die met de groep was meegegaan maar een beperktere rol had gespeeld, wordt veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf. Een andere verdachte, die van de overval wist maar niet bij de schietpartij betrokken was, krijgt acht maanden cel. Ook de tussenpersoon in de drugsdeal wordt veroordeeld.


17. G.M. – 17 april 1992, Den Helder

Op 17 april 1992 schiet de 25-jarige Antilliaan M.C. uit Hoorn de drugsdealer G.M. uit Den Helder dood in de flat van diens vriendin. Ook hier gaat een drugsdeal vooraf aan het geweld. M.C. en twee mededaders verkopen eerst ongeveer een ons cocaïne aan de dealer, maar eisen de drugs vrijwel direct onder bedreiging van een vuurwapen terug. Wanneer G.M. weigert, schiet M.C. hem van korte afstand in de onderbuik. Het slachtoffer overlijdt aan een slagaderlijke bloeding in de liesstreek.

Voor de rechtbank probeert M.C. de schietpartij af te doen als een ongeluk en stelt hij dat het wapen per ongeluk is afgegaan. Zijn mededaders verklaren echter dat al in de auto onderweg naar het slachtoffer is gesproken over een verkoopoverval en dat M.C. na de bedreigingen bewust heeft geschoten. Ook verklaren zij dat na het fatale schot afspraken zijn gemaakt over wat zij eventueel tegen de politie zouden zeggen.

De rechtbank hecht meer waarde aan deze verklaringen dan aan het verweer van M.C. en rekent hem het gebruikte geweld zwaar aan. Hij wordt veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, aanzienlijk minder dan de negen jaar die het Openbaar Ministerie had geëist, maar wel met aftrek van voorarrest. Zijn twee mededaders zijn al eerder veroordeeld tot vier en twee jaar cel.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat M.C. nauwelijks is geïntegreerd in Nederland en zich vooral ophield binnen een Antilliaanse vriendenkring. Volgens zijn mededaders handelde hij actief in harddrugs door het hele land. Zelf verklaart hij twee jaar eerder naar Nederland te zijn gekomen na verhalen van vrienden die zeiden hier “het geluk te hebben gevonden”.

 


18. Edwin van Houten – 21 april 1992, Ermelo

Van Houten is doodgeschoten op de oprit van voormalig Klaas Bruinsma lijfwacht Geurt Roos. Doelwit zou Roos zelf zijn geweest.


19. Dirk de Kruif – 25 april 1992, Haarlem

Dirk Antonius de Kruif
18 mei 1948 – Haarlem, 25 april 1992

De 44-jarige drugsdealer Dirk de Kruif (44) is door het linnen dak van zijn Corvette cabriolet doodgeschoten.


Mei 1992


20. Smajo Karaman – 30 mei 1992, Spaarndammerdijk

De 37-jarige ‘Smiley’ Karaman Behoort tot groep van van Sreten ‘Jotsa’ Jocić. Hij is in cafe ’t Biggetje aan de Madelievenstraat 12 in de Jordaan in het hoofd geschoten. Waarschijnlijk een wraakactie voor de liquidatie van Klaas Bruinsma.


Juni 1992


21. John Nijsten – juni, Albertkanaal België

In de woning in Maastricht kijkt John Nijsten die avond televisie. Een belangrijke voetbalwedstrijd staat op, de sfeer lijkt ogenschijnlijk ontspannen. In zijn koffie zijn echter ongemerkt fijngemalen slaapmiddelen gedaan. Wanneer Nijsten suf wordt, gaat Bep V. naar boven. Roel O. blijft beneden achter.

Even later loopt Roel de kamer binnen. Hij schiet Nijsten van dichtbij door het hoofd. Vervolgens lost hij nog twee schoten, door een kussen heen. De 41-jarige souteneur en drugshandelaar is op slag dood. Samen slepen Roel en Bep het lichaam naar de badkamer.

Met een beugelzaag

Daar begint een nacht van extreme gruwel. Met een beugelzaag zaagt Roel het lichaam in stukken: het hoofd en de ledematen worden van de romp gescheiden. Bep helpt bij het verplaatsen en verpakken. Ledematen verdwijnen in grote bloembakken, verzwaard met cement. Nog diezelfde avond dumpt Roel het hoofd en enkele lichaamsdelen in het water. De romp, gewikkeld in een tapijt, blijft voorlopig achter.

De volgende avond ronselt Roel zijn vriend Janni T. (32). Die had eerder al het moordwapen voor hem bewaard. Uit angst en vanwege een schuld van drieduizend gulden helpt hij mee. Samen brengen zij de romp naar het Albertkanaal. Andere lichaamsdelen worden in de Maas gegooid. Onderbenen en een arm blijven spoorloos; vermoedelijk liggen ze nog altijd onder water, verzwaard met beton.

De zaak komt aan het rollen op 17 juni, wanneer in het Albertkanaal bij Maastricht een menselijke romp wordt gevonden. In juli duikt daar ook een arm op. Pas op 31 juli, op aanwijzing van Roel O., vinden duikers het hoofd van John Nijsten, ingemetseld in een grote bloempot. De rest van het lichaam wordt nooit teruggevonden.

Agressief, paranoïde en gewelddadig

Uit het onderzoek blijkt dat de moord het eindpunt was van een jarenlang ontspoord samenleven. Bep V. was zeven jaar ‘onder dwang’ met Nijsten getrouwd geweest en werkte als prostituee voor hem, onder meer in een club in Zwolle. Na een scheiding moest zij wekelijks geld bij hem in Maastricht afdragen. In 1990 trok zij opnieuw bij hem in. Via een andere route kwam rond Kerstmis ook Roel O. in huis wonen.

Wat begon als vriendschap veranderde toen Nijsten steeds meer zijn eigen drugs ging gebruiken. Hij werd agressief, paranoïde en gewelddadig. Volgens Roel hoorde hij stemmen en zocht hij muren af naar zendertjes; volgens Bep werd zij lichamelijk en seksueel mishandeld. Tussen Roel en Bep groeide intussen een liefdesrelatie, met daaraan gekoppeld de overtuiging dat voor Nijsten geen plaats meer was. Zijn dominante aanwezigheid stond hun geluk in de weg.

Bep verklaarde later dat Nijsten dreigde haar hoofd eraf te schieten en haar in stukken te snijden. „Ik geloofde het niet,” zei zij, „maar zo kwam Roel aan het idee.” Het plan kreeg vaste vorm. Eind april reed Roel met Nijsten als passagier het Albertkanaal in. Roel sprong eruit, Nijsten wist zwemmend te ontkomen. Roel ontkende later dat dit een poging tot moord was.

Het proces tegen de drie verdachten begon deze week bij de rechtbank in Maastricht. De zitting liep vertraging op doordat Bep V., hevig geëmotioneerd, meerdere keren onwel werd en uit de zaal moest worden gedragen. Bezoekers op de publieke tribune werden gefouilleerd vanwege geruchten over mogelijke wraakacties.

De klus geklaard

Officier van justitie mr. P. van Hilten sprak van een executie gevolgd door een onmenselijke lijkbezorging. „John Nijsten is op beestachtige wijze afgeslacht, in mootjes gezaagd en in het water gegooid,” zei hij. „Een liquidatie en lijkbezorging die zelfs in oorlogstijd zelden voorkomt.” Hij eiste 15 jaar gevangenisstraf tegen Roel O., die volgens psychiaters enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is, 12 jaar tegen de volledig toerekeningsvatbare Bep V., en één jaar tegen Janni T. Voor Bep eiste hij een veroordeling wegens medeplegen: hoewel zij tijdens het schieten boven was, had zij volgens de aanklager samen met Roel “de klus geklaard” en daarna systematisch alle sporen uitgewist.


Juli 1992


22. Chi Fung Kan – 5 juli 1992, Amsterdam

Op de hoek van de Geldersekade en de Koningsstraat is de 35-jarige Chinees Chi Fung Kan door landgenoten geliquideerd. Vermoedelijk een afrekening in het drugsmilieu.


23. / 24. Milo El Guebli en Mohammed El Bacha – 22 juli 1992, Amsterdam?

Milo El Guebli en Mohammed El Bacha

Milo El Guebli en Mohammed El Bacha

In juli 1992 verdwijnen kickboksers Milo El Guebli (30), oud-wereldkampioen, en zijn vriend Mohammed El Bacha (25) spoorloos nadat ze een familielid van Schiphol zouden ophalen. Hun auto wordt later teruggevonden bij station Sloterdijk, met een ingeslagen ruit en verdwenen geluidsinstallatie, maar zonder verder spoor van de mannen. Geruchten doen de ronde: van een vlucht met een miljoen gulden tot een liquidatie in het criminele milieu, waarbij Milo volgens sommigen zelfs informant zou zijn geweest. De families starten eigen zoekacties en bieden een beloning, maar zonder resultaat.

Lees hier →  het verhaal van de verdwijning van Milo El Guebli en zijn Mohammed El Bacha


September 1992


25. Irving Andres Leonora – 6 september 1992, Amsterdam

Curaçao, 4 februari 1961 – Amsterdam, 6 september 1992

Op 6 september 1992 vindt er een gewelddadig incident plaats in Amsterdam, waarbij Leonora is doodgeschoten. Er zijn ongeveer 150 mensen aanwezig op een Antilliaans feest toen dit gebeurde. De verdachte, genaamd S., is later gearresteerd. Het motief voor de moord lijkt te liggen in een langdurige ruzie tussen de twee mannen. Deze ruzie begint in 1986 toen Leonora beweert dat S. hem en zijn vrienden had verraden bij de politie, wat resulteert in gevangenisstraffen.

S. heeft dit altijd ontkend, maar de ruzie blijft voortduren. Daarnaast circuleert er ook een verhaal over onbetaalde drugs op Curaçao, waarvoor Leonora mogelijk bedreigd werd.

Leonora geen politie-informant

Tijdens het politieonderzoek werden geen aanwijzingen gevonden dat Leonora een informant was of dat hij een politie-semafoon bezat. Ook blijkt hij ongewapend te zijn tijdens de liquidatie. Er is gespeculeerd dat hij mogelijk bodyguards had, maar hun identiteit is onbekend. De verdachte, S., staat bekend als gewelddadig en gevaarlijk met vuurwapens. Ondanks het onderzoek zijn getuigen bang om te spreken vanwege bedreigingen.


November 1992


26. Loo Vink – 6 november 1992

In november vorig jaar wordt de 37-jarige Hagenaar Laurens (‘Loo’) Vink vermoord. Na zijn dood wordt zijn lichaam in stukken gesneden en verspreid over verschillende locaties in Nederland. Van zijn hoofd en romp ontbreekt tot op heden ieder spoor. De zaak komt pas maanden later aan het licht. Op 23 januari 1993 vindt een wandelaar in een bosperceel bij Apeldoorn, tussen Nieuw Milligen en Apeldoorn, een arm. In de dagen daarna treft de politie in de directe omgeving nog een arm en twee benen aan, onder meer in een vers gedolven graf. De lijkdelen zijn zwaar verminkt. Ondanks het ontbreken van hoofd en romp slaagt de politie erin het slachtoffer te identificeren als Laurens (‘Loo’) Vink, afkomstig uit Den Haag.

Bij de identificatie maakt de politie gebruik van geavanceerde technische middelen, waaronder het vingerafdrukkenbestand van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Vink stond daarin geregistreerd vanwege een veroordeling van ruim twintig jaar eerder. De identificatie wordt bevestigd door de politie in Apeldoorn. Uit het onderzoek blijkt dat Vink op 6 november voor het laatst levend is gezien. Hij was toen samen met zijn vriend, de 36-jarige Hans Heeneman, onderweg in een BMW. Kort daarna verdwijnen beide mannen. Begin februari wordt de BMW teruggevonden aan de Nassaukade in Den Haag, niet ver van de woning van Heeneman. Heeneman zelf is sinds oudejaarsnacht spoorloos. De politie vreest dat ook hij het slachtoffer is geworden van een misdrijf.

En Hans Heeneman

Volgens justitie houdt de moord op Vink verband met het drugsmilieu. Vink zou zijn omgebracht om zijn positie in de drugshandel over te nemen. Als dader wordt de 36-jarige H.H. aangemerkt. Ook twee Britten, de 56-jarige G.R. en diens 54-jarige echtgenote J.T., worden verdacht van betrokkenheid bij de moord. Zij zouden respectievelijk hebben meegewerkt aan en aangezet tot de liquidatie.

De hoofdofficier van justitie in Den Haag looft in het onderzoek een beloning van 25.000 gulden uit voor informatie die leidt tot opheldering van de moord op Vink en tot duidelijkheid over het lot van Hans Heeneman. Gisteren doet de rechtbank in Den Haag uitspraak. H.H. wordt veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens moord. G.R. krijgt eveneens twaalf jaar cel voor medeplegen, terwijl J.T. wordt veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens uitlokking van de moord.


27. Han Piao Liu – 28 november 1992, Rotterdam

Bij een afrekening in het drugscircuit wordt de 36-jarige Chinees Han Piao Liu doodgeschoten. Twee andere Chinezen raken ernstig gewond.


Alle liquidaties in Nederland in 1993

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1993


1. Piet Hendriks – 19 januari 1993, Amsterdam

Status: onopgelost

De Amsterdamse etherpiraat van Radio Einstein en drugshandelaar Pietje A. Hendriks (34) is in Café Duivens aan de Spaarndammerdijk drie keer door zijn hoofd geschoten. Hendriks zit op dinsdag 19 januari aan de bar in het café een pilsje te drinken als er een onbekende binnenkomt. Als de barkeeper vraagt of de man wat wild drinken schiet hij zonder een woord te zeggen Hendriks een kogel door zijn hoofd. Hendriks is op slag dood.

Pietje Hendriks is een echte onderwereldfiguur, bekend van knokploegontruimingen met Harry Gouwswaard op Singel 114 en Brouwersgracht 53 (eind 1978/ begin 1979). Einstein TV verdient veel geld met commerciele porno-tv programma’s. Volgens rechercheurs van de moordbrigade raakt Hendriks na die periode bij de radio verzeild in de xtc-handel. Na een actie van de Britse douane waarbij een grote partij uit Amsterdam afkomstige xtc is onderschept, raakt Hendriks een ernstig conflict met een concurrerende drugdealer. Waarschijnlijk is Hendriks neergeschoten door een Joegoslaaf uit de groep van van Sreten ‘Jotsa’ Jocić.


2. M. Bouhot – Amsterdam, 31 januari 1993

Status: opgelost

In de nacht van 30 op 31 januari wordt de 34-jarige Amsterdamse drugsdealer M. Bouhout doodgeschoten in een pand aan de Van der Pekstraat in Amsterdam-Noord. Het slachtoffer wordt eerst in beide benen geraakt en vervolgens met een dodelijk schot in het hart om het leven gebracht. Kort daarna wordt ook een 42-jarige man uit Nieuw-Zeeland beschoten. Hij wordt in zijn buik getroffen, maar overleeft de aanslag.

De schutter blijkt de 27-jarige I. D. te zijn. Na de moord slaat hij via het trappenhuis op de vlucht. Twee verdiepingen lager vuurt hij meerdere schoten af op de Nieuw-Zeelander, die ternauwernood ontkomt aan de dood. De schietpartij vindt plaats in een pand dat bekendstaat als een plek waar drugs worden gebruikt.

D. is die nacht samen met zijn 25-jarige broer en een 29-jarige drugsverslaafde naar het pand gegaan om verhaal te halen bij Bouhout, die bij hem een drugsschuld had. De drie mannen waren onder invloed van alcohol. Boven in het pand escaleert de confrontatie. Bouhout wordt eerst in beide benen geschoten en daarna geëxecuteerd met een gericht schot door het hart.

Een goed georganiseerde liquidatie

De officier van justitie spreekt tijdens de rechtszaak van een goed georganiseerde liquidatie en stelt dat sprake was van een vooraf besproken plan. De rechtbank volgt die lezing. Volgens de rechters is Bouhout doelbewust om het leven gebracht en is de schietpartij geen uit de hand gelopen ruzie geweest.

De rechtbank in Amsterdam heeft I. D. conform de eis veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens moord op Bouhout. De straf geldt tevens voor de poging tot doodslag op de 42-jarige man uit Nieuw-Zeeland. Tegen de medeverdachten, de broer van D. en de 29-jarige verslaafde, zijn lagere straffen geëist. Zij worden door het Openbaar Ministerie verantwoordelijk gehouden voor hun rol bij de confrontatie die eindigde in de dodelijke schietpartij. (ANP)


Februari 1993


3. P. Rietbergen – Terneuzen, 28 februari 1993

Status: opgelost

In de late avond van 28 februari 1993 wordt in de binnenstad van Terneuzen een 24-jarige man neergeschoten. P. Rietbergen, afkomstig uit het Zeeuws-Vlaamse Hoek, krijgt een kogel in het hoofd wanneer hij de deur opent van een coffeeshop. Hij raakt zwaargewond en overlijdt enkele dagen later aan zijn verwondingen. Wat aanvankelijk lijkt op een uit de hand gelopen overval, blijkt al snel het gevolg van geldnood, drugsgebrek en een mislukte poging om schuld en verantwoordelijkheid te verhullen.

De schietpartij

Die avond besluiten drie broers K. en een vriend, M.S., tot een overval op een andere coffeeshop in de Terneuzense binnenstad. In hun eigen zaak is het geld op en er is een tekort aan softdrugs. De oudste broer, K.K. (29), trekt een bivakmuts aan en neemt een pistool mee. Samen met M.S. begeeft hij zich naar de coffeeshop waar Rietbergen de deur opent.

Direct na het openen ontstaat een worsteling tussen K.K. en het slachtoffer. Tijdens die schermutseling gaat het pistool af. In het pand raakt K.K. vervolgens ook verwikkeld in een gevecht met een andere aanwezige man. Daarbij lost hij nog een schot. Eén van de kogels treft Rietbergen in het hoofd. De daders slaan daarna op de vlucht.

Het vuurwapen wordt begraven in een volkstuintje van de familie K., in een poging alle sporen uit te wissen.

Een valse bekentenis

Na de schietpartij ontstaat verwarring over wie verantwoordelijk is. De 19-jarige N.K., de jongste broer, besluit de schuld op zich te nemen. Hij verspreidt bewust het gerucht dat hij de schutter is geweest. Zijn motief is bescherming: zijn oudere broers zijn Turks en vrezen zowel een zware straf als mogelijke uitzetting. Ook hun vriend M.S. verblijft illegaal in Nederland. Bovendien denkt N.K. als jongste en als Nederlander op een lagere straf te kunnen rekenen.

Om het verhaal kracht bij te zetten verkoopt N.K. het wapen aan een drugsdealer. Bij een huiszoeking wordt het pistool echter op 12 maart 1993 teruggevonden. Wanneer N.K. wordt aangehouden, bekent hij onmiddellijk. Zijn verklaring blijkt echter niet te stroken met de technische bevindingen en getuigenverklaringen.

De doorbraak

Omdat het verhaal van de jongste broer niet klopt, richt het onderzoek zich opnieuw op de overige verdachten. De verdenking valt al snel op K.K., de oudste broer. Enkele dagen later legt hij een bekentenis af. Daarmee komt vast te staan dat hij degene is die tijdens de overval het vuurwapen hanteerde en de fatale schoten loste.

Volgens de Middelburgse persofficier van justitie mr. S. Tempel, die dit op vrijdag 19 maart 1993 bekendmaakt, ligt de oorzaak van het drama in een combinatie van geldnood en een gebrek aan softdrugs in de coffeeshop van de broers. Wat bedoeld was als een snelle overval om de financiële problemen op te lossen, eindigt in een dodelijke schietpartij.


Maart 1993


4. Jaap Talsma – 30 maart 1993, Amsterdam

11 mei 1942 – Amsterdam, 30 maart 1993
Status: onopgelost

De 46-jarige Talsma zit in zijn auto op de A2, net over de Utrechtsebrug in Amsterdam, wanneer zijn wagen wordt doorzeefd met kogels. Hij wordt hoogstwaarschijnlijk vermoord in opdracht van Sreten ‘Jotsa’ Jocić. Via zijn autohandel wast hij geld wit van criminelen. De beruchte Belgradogroep, een Joegoslavisch syndicaat onder leiding van Jocić, least ook auto’s van een van Talsma’s bv’s. Talsma is eigenaar van diverse autogarages, witwasser en vriend van Ron Ondunk, die op 15 juni 1998 eveneens wordt geliquideerd.

Jaap Talsma staat al jaren aan het hoofd van een conglomeraat van bedrijven met ruim 100 personeelsleden, waarvan de basis door zijn grootvader is gelegd in 1929. De laatste jaren gaat het bedrijf minder voor de wind, maar Talsma Holding BV keert toch een bedrag van zeven miljoen gulden dividend uit. In november 1992 verhuist Talsma van Loosdrecht naar de kapitale bungalow die hij in het Gooi heeft laten bouwen.

Talsma is ook directeur van de VAB-garage en Ford-dealer aan de Amsterdamse Joan Muyskenweg. Dit bedrijf wordt op 18 maart getroffen door een zware brand, die vrijwel zeker is aangestoken.

Een man in een net pak genietend van het leven

“Hij dwingt gezag af door zijn aanwezigheid,” zegt een bekende van Talsma die anoniem wil blijven. “Altijd keurig in het pak, chique Amerikaanse auto, beetje geaffecteerde stem.” Volgens een zakenrelatie geniet Talsma van het leven en bezoekt hij graag een casino, maar van grootschalig gokken is volgens hem nooit sprake. Jaap Talsma is een enthousiast pleziervaarder, die vlak voor zijn verhuizing uit Loosdrecht nog zijn vaarexamen doet voor een zware motorboot.

Zo wordt even daarvoor, op de A2 net over de Utrechtsebrug in Amsterdam, Jaap Talsma omgelegd, midden op de snelweg. Talsma, eigenaar van een aantal autogarages en vriend van Ron Ondunk – een tulpenverkoper die vooral in witwassen uitblinkt – wordt al rijdend door zijn hoofd geschoten wanneer een auto naast hem komt rijden, het raampje naar beneden gaat en het vuur wordt geopend. Zijn auto slaat over de kop en belandt in de vangrail. Chaos op de snelweg, terwijl de daders hun weg vervolgen.


April 1993


5. / 6. Salim Hadziselimovic en Djordje Ilic – 1 april 1993, Ouderkerk aan de Amstel

De 22-jarige Hadziselimovic en de 19-jarige Ilic zijn doodgeschoten op een parkeerplaats aan de Ouderkerkerplas in Ouderkerk aan de Amstel.  De lichamen en hun auto, een Opel Kadett,  zijn daarna in brand gestoken. Opdrachtgever zou Henk Rommy zijn. Later gaan deze moorden de boeken in als de Barbecuemoorden. De daders volgens justitie zijn Jesse Remmers, Mohammed Rasnabe, Pinny S. en Nan Paul de B.


Jaap 7. van der Heiden – 10 april 1993, Alkmaar

Jacobus Adrianus van der Heiden
11 maart 1946, Amsterdam – 10 april 1993, Alkmaar

Van der Heiden overlijdt in het ziekenhuis. Dit nadat hij gewond is geraakt als een geïmproviseerd explosief ontploft aan zijn voordeur in Luttik Oudorp te Alkmaar.

Wanneer zijn vrouw genoeg krijgt van zijn steeds duister wordende praktijken en hem in 1985 verlaat, maakt Van der Heiden’s carrière in de onderwereld een enorme sprong.

Hij wordt de ‘chef laden en lossen’ voor prominente criminelen zoals Henk Rommy, ook bekend als De Zwarte Cobra en Sam Klepper en John Mieremet († 2 november 2005), die ook wel bekend staan als Spic & Span en met de ‘Deltagroepering’ rond Etienne Urka.

Hij werkt ook nauw samen met bekende figuren zoals de pornokoning ‘Dikke Charles’ Geerts, Jan ‘De Snor’ Femer, en Mink Kok. Jaap van der Heiden is verdacht politie-informant te zijn door de groep van Mink Kok, Stanley Hillis, Jan Femer en Jules Jie. Ook heeft hij een conflict met drugshandelaar Henk Rommy en George Plieger.

Van der Heiden: man met twee gezichten

Jaap van der Heiden is actief in de textielhandel in Den Helder en Alkmaar. Samen met zijn vrouw, een voormalige schoonheidskoningin, runt hij een strandtent en financiert hij zijn extravagante levensstijl door betrokken te zijn bij de smokkel van hasjiesj.

Van der Heiden was iemand met twee gezichten: aan de ene kant een joviale man die gemakkelijk vrienden maakte, altijd klaarstond voor anderen en die een aangename warme sfeer uitstraalde. Aan de andere kant stond hij bekend als ripper: het stelen van partijen drugs.

Zie hier: ‘De bom aan de voordeur’ een uitgebreid verhaal over Jaap van der Heiden.


8. Joegoslaaf – 17 april 1993, Amsterdam

De identiteit is vast komen te staan van de man die zaterdag 17 april 1993 verpakt in een doek en omwikkeld met touwen uit het water van de Amstel langs de Ouderkerkerdijk in Amsterdam is opgevist. Het gaat om een 30-jarige Joegoslaaf die als sinds december vorig jaar werd vermist.

Hoofdinspecteur Johan van Kastel: ‘Een echte afrekening, gezien het schot door zijn hoofd. Wij kenden de man van diverse gewelddadige misdrijven die eerder hebben plaatsgevonden. Zijn moordenaars zitten zeer waarschijnlijk al weer hoog en breed in het buitenland. Want zo gaat dat in dat soort zaken.”


9. Tonny van Maurik – 19 april 1993, Amsterdam

Tonny van Maurik

Tonny van Maurik

Deze Amsterdamse sportschoolhouder is op 37-jarige leeftijd in zijn auto voor het Altea Hotel in Amsterdam-Zuid doodgeschoten. De opdracht is volgens de rechtbank gegeven door Pinney S., de toenmalige minnares van het slachtoffer. Zij kreeg hiervoor 12 jaar gevangenisstraf. Nan Paul B. en Jesse Remmers zouden in opdracht van zijn minnares Tonny door zijn hoofd hebben geschoten. Van Maurik was met zijn broer eigenaar van een sportschool op de Oudezijds Voorburgwal.


Onbekende man – 20 april 1993, Amsterdam

In Amsterdam-Zuidoost is in de middag opnieuw een man geliquideerd terwijl hij met zijn auto op de snelweg rijdt. De identiteit van het slachtoffer is onbekend. Hij is op een oprit van de rondweg AlO onder vuur genomen en was op slag dood.

Het is nog onduidelijk of uit een andere auto op het slachtoffer is geschoten. Mogelijk hebben de daders de man in de berm staan opwachten. Eerst werd de rechter-achterband van de Fiat lek geschoten om de man tot stoppen te dwingen. Vervolgens zijn door het raam van het linkerportier ongeveer acht kogels op de bestuurder afgevuurd.


Mei 1993


Heni Shamel en Anne de Witte – 8 mei 1993, Antwerpen

Status: onopgelost

Heni Shamel en Anne de Witte

Heni Shamel en Anne de Witte

Heni Shamel en Anne de WitteDe Griekse diamantair en drugshandelaar Henie Shamel en zijn vriendin Anne de Witte zijn in Antwerpen op 9 mei 1993 kort na middernacht in een geparkeerde auto onder vuur genomen door twee mannen. Ze overlijden enkele dagen later aan hun verwondingen.

Volgens de rechtbank hebben Jesse Remmers en Mohamed Rasnabe in opdracht van Henk Rommy de organisatie van de afrekening van Heny Shamel op zich genomen. Medeverdachte Siegfried Saez daadwerkelijk geschoten.

Volgens het OM gaf Rommy opdracht Shamel uit de weg te ruimen om een miljoenenschuld, ontstaan na de onderschepping van een partij drugs. Rommy ontkent en wordt vrijgesproken. Volgens hem had hij helemaal geen schuld bij Shamel, laat staan een motief voor de moord.


Danny Leclère – 20 mei 1993, Amsterdam

Danny Jos Jean Ghyslen Leclere
Hasselt, 14 mei 1959 – Amsterdam, 20 mei 1993
Status: onopgelost

Danny Leclère

Danny Leclère

‘Dokter XTC’ is op de A-10 bij Amsterdam doodgeschoten. In mei 1993 is de Belgische Leclère (34) officieel voortvluchtig in Nederland. Zijn compagnons Jan Femer en Mink Kok hebben er alle belang bij hem uit handen van de politie te houden. Leclère speelt een voorname rol in de eerste echt grote XTC-zaak in Nederland. Na een veroordeling tot zes jaar cel nam hij de benen tijdens een verlof.

Ze brengen hem onder op verschillende schuiladressen in Amsterdam en omgeving. Ook hebben ze twee bodyguards, Jules Jie en Rudy van Efferen, voor hem geregeld. Zij moeten hem als het even kan 24 uur per dag in het oog moeten houden. Leclere is gedetineerd in de Bijlmerbajes en hij kreeg verlof om een begrafenis in België bij te wonen. Leclère heeft de nacht doorgebracht bij zijn vriendin in de Daniël Defoelaan in de Venserpolder in Amsterdam. Hij neemt om zes uur de oprit S113 naar de ring van Amsterdam.

Dan wordt hij vanuit een achteropkomende auto onder vuur genomen. De schutter schiet eerst een band aan flarden en mikt dan op het raam aan de bestuurderskant. De auto begint te slingeren, Leclère kan geen kant meer uit. Hij zit nog achter het stuur als de moordenaar met een automatisch geweer een kogelregen op hem afvuurt. Hij is op slag dood.

De moord op Danny Leclère is nooit opgelost. Tijdens het Holleeder-proces zegt Peter R. de Vries daar als getuige dat hij eens had gehoord dat Willem Endstra achter de moord op Leclère zit. Endstra zou niet blij zijn geweest als hij hoort dat Leclère werk wil maken van zijn droom over het duikresort in Indonesië en zijn belegde geld terug wil. De onderzoekende rechercheurs vermoeden dat een concurrerende criminele groepering achter de liquidatie heeft gezeten.


Charlie Cecil Wong – 23 mei 1993, Amsterdam

 Amsterdam, 2 november 1951 – Amsterdam, 23 mei 1993

Charly Cecil Wong

Charlie Cecil Wong

Deze Amsterdamse drugscrimineel doet zaken met onder meer Steve Brown en Klaas Bruinsma. Het gerucht gaat dat hij met de politie zou praten. Wong is eerst neergestoken en daarna in de polder gedumpt. Zijn lijk is pas begin 1994 gevonden.

Lees hier → meer over Charley Wong en zijn liquidatie.


November 1993


Michael Vane – 3 november 1993, Haarlemmerliede

Vane is zwaar verminkt teruggevonden in een uitgebrande Volkswagen Golf in het Spaarnwoudegebied. Waarschijnlijke opdrachtgevers zijn Sam Klepper en John Mieremet († 2 november 2005). De moord op Vane is overigens nooit opgelost. Vane is actief in het drugsmilieu en verkeerde in kringen rond de beruchte Amsterdamse drugshandelaar Klaas Bruinsma. Hij zou miljoenen guldens aan drugswinsten hebben ‘weggezet’ op bankrekeningen in Zwitserland. Na zijn dood is dat geld belegd in vastgoed in Amsterdam-Noord.

Bij deze witwaspraktijken waren volgens Elsevier advocaat Evert Hingst, bouwondernemer Cees Houtman en ene Marco P. betrokken. Mieremet, Hingst, Marco P. en Houtman zouden bij hun activiteiten in vastgoed in conflict zijn geraakt met Heineken-ontvoerder Willem Holleeder. Elsevier schrijft dat P. Holleeder diverse keren heeft gemaand weg te blijven uit Amsterdam-Noord.

Michael Vane laat na zijn dood daarmee een fortuin na, geparkeerd op rekeningen in België en Luxemburg. Zijn moeder is de enige erfgenaam. Op haar verzoek achterhaalt advocaat Arthur Toenbreker het geld. Beiden, moeder Vane en Toenbreker, maken zich volgens de rechtbank schuldig aan heling en witwassen van bijna 2 miljoen euro. Vane’s moeder krijgt vier maanden cel en een boete van 65.000 euro opgelegd.


December 1993


Helio Stewart – 6 december 1993, Schiedam

Helio Stewart

Helio Stewart

Stewart (34 jaar) rijdt met een vriend van Rotterdam naar Schiedam. Hij rijdt in een Honda Civic met kenteken FR-SG-10. Het is maandagavond 6 december 1993. Rond 21.00 uur zet hij de vriend af op de hoek van de Stephensonstraat en de Professor Kamerlingh Onneslaan in Schiedam.

De vriend loopt naar de Kamerlingh Onneslaan. Hij hoort een aantal schoten vanuit de richting waar Helio de auto geparkeerd heeft. De vriend van Helio ziet een man in een auto stappen en zonder verlichting wegrijden. Later blijkt dat Helio Stewart is neergeschoten.

Stewart, de lijfwacht van Kobus Lorsé (Kobus de Zigeuner), sloot in september van 1993 een overeenkomst met justitie om verklaringen over de betrokkenheid tegen onder andere Kobus Lorsé over grootschalige cocaïnehandel af te leggen. Deze kroongetuige haalt de rechtszaak daarmee niet…


Ronny Spa – 6 december 1993, Echten

Op 29 januari wordt in het Tjeukemeer, ter hoogte van Echten, het lichaam gevonden van de 33-jarige Amsterdammer R.W. Spa. Uit onderzoek blijkt dat hij door geweld om het leven is gekomen. Spa stond bij politie en justitie bekend als drugsdealer.

De man was sinds 6 december 1993 vermist. Op die dag werd hij voor het laatst gezien in Amsterdam. Daarna ontbreekt ieder spoor van hem, totdat zijn lichaam bijna twee maanden later in Friesland wordt aangetroffen.

Tot op heden heeft het politieonderzoek niet geleid tot aanhoudingen. De zaak wordt onderzocht door een recherchebijstandsteam in Lemmer. In een poging het onderzoek vlot te trekken heeft de hoofdofficier van justitie in Leeuwarden een beloning van 25.000 gulden uitgeloofd voor informatie die leidt tot de aanhouding van de dader of daders van de moord.


Inwoner van Utrecht – 12 december 1993, Groningen

Een 38-jarige inwoner van Utrecht is in Groningen achter het stuur van zijn auto onder vuur genomen en korte tijd later aan zijn verwondingen bezweken. Hulp mocht niet meer baten, de man overleed binnen een kwartier na aankomst in het ziekenhuis.

De schietpartij had zondag 12 december 1993 tegen middernacht plaats op de Noordzeeweg. Dat is een uitvalsweg van Groningen naar Winsum, waar maximaal 80 km/u gereden mag worden. Het slachtoffer rijdt in een Opel-personenauto en heeft twee passagiers aan boord. Op een gegeven moment is de chauffeur beschoten en raakt daardoor aan het lichaam gewond. De Utrechter is naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen gebracht.

Aan de hand van de verklaringen van de twee passagiers probeert men de exacte plaats op de Noordzeeweg vast te stellen, waar de Utrechter is beschoten.

Broer en neef schuldig?

De broer en de neef brachten hun familielid naar het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Deze passagiers zijn aanvankelijk als getuigen gehoord. Op grond van hun verklaringen werd aangenomen dat de chauffeur ergens op de Noordzeeweg van buitenaf onder vuur was genomen. Maar technisch onderzoek toont aan dat de Utrechter waarschijnlijk binnen in de auto is beschoten.


Erwin Tra – 20 december 1993, Amsterdam

Amsterdamse drugscrimineel is in de Amsterdamse Rivierenbuurt door het hoofd geschoten. Volgens de broer van Tra is het slachtoffer bezig met een softdrugstransactie met ‘Joego’ Milos ‘Bato’ Petrovic. Mladen V. zit ten tijde van de moord naast Tra. V. is een goed contact van zowel Petrovic als Maruf ‘Paja’ Mrzic. Justitie vermoedt dat Petrovic de liquidatie heeft uitgevoerd.


Alle liquidaties in Nederland in 1994

Geliquideerde, datum liquidatie en plaats


Januari 1994


Mohammed Tahtah, xx januari 1994, Leeuwarder

In januari van dit jaar wordt de 43-jarige Leeuwarder drugsdealer Mohammed Tahtah doodgeschoten in zijn woning aan de Boksdoornstraat in Leeuwarden. Hij wordt van dichtbij met een pistool in het hoofd geraakt en overlijdt ter plaatse.

Als schutter wordt een 23-jarige inwoner van Holwerd aangemerkt. Volgens het Openbaar Ministerie is hij samen met een 24-jarige plaatsgenoot naar het huis van Tahtah gereden met het plan de drugsdealer te beroven. Tijdens een eerste bezoek koopt de 24-jarige medeverdachte drugs. Bij een tweede bezoek keert het duo terug en schiet de 23-jarige Holwerder Tahtah neer.

De officier van justitie, Henk van Voorst, stelt dat sprake is van moord met voorbedachten rade. Volgens hem stond het van meet af aan vast dat de verdachte de drugsdealer zou doodschieten. Alcoholgebruik zou daarbij geen doorslaggevende rol hebben gespeeld. „Hij wist wat hij deed,” aldus Van Voorst, die de verdachte typeert als iemand die bezig was een criminele carrière op te bouwen en zich wilde bewijzen binnen het criminele milieu.

Gisteren eiste de officier van justitie voor de Leeuwarder rechtbank zes jaar gevangenisstraf tegen de verdachte. De verdediging, gevoerd door advocaat Evert Kuiters, betoogt dat geen sprake is van moord maar van doodslag. Volgens Kuiters is het incident het gevolg van een beroving die volledig uit de hand is gelopen.

De rechtszaak werd in augustus aangehouden in afwachting van een psychiatrisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum. In het rapport adviseren deskundigen TBS met dwangverpleging op te leggen, uit vrees voor herhaling van geweldsmisdrijven. Zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging achten een TBS-maatregel echter niet noodzakelijk en pleiten voor een gevangenisstraf.

De 24-jarige Holwerder die bij de overval betrokken was, is in september vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord.


Geral Anthony Tynes – 31 januari 1994, Amsterdam

12 oktober 1961 – Amsterdam, 31 januari 1994, Amsterdam

De Antilliaanse drugshandelaar, werkte voor de ‘erven Bruinsma’ en overlijdt op 31 januari 1994 aan de gevolgen van een ongeval. Op die dag om 04.39 uur is Tynes met zijn auto op de A2 uit een flauwe bocht gevlogen en tegen een lantaarnpaal gereden. De auto is een groot aantal malen over de kop geslagen en is total loss. Tynes is met zwaar letsel op de achterbank van zijn auto aangetroffen. Hij overlijdt een paar uur later in het ziekenhuis.

In de loop van de ochtend van diezelfde dag verschijnt zijn broer aan het politiebureau en zrgt, dat hij een misdrijf niet uitsluit in verband met het verleden van zijn broer die te maken had gehad met de crimineel Klaas Bruinsma. In opdracht van de Officier van Justitie Gonzales wordt het onderzoek overgenomen door de recherche. Op 1 februari 1994 wordt er sectie verricht, waarbij veel inwendig letsel werd geconstateerd.

Een huidperforatie als een inschotverwonding

Aan de linkerzijde van het hoofd word bij zijn het linkeroor, volgens het voorlopig sectierapport, ‘een huidperforatie als een inschotverwonding’ aangetroffen. Op de gemaakte röntgenfoto’s is geen kogel te zien en vervolgens wordt met wattenstaafjes de verwonding afgenomen. Hierop worden geen kruitsporen aangetroffen.

Door de Technische Recherche is de auto in het algemeen en de linker voorband, die volledig aan flarden was, in het bijzonder op kogelsporen nagekeken. Hierbij zijn geen schotsporen aangetroffen. De auto is voor zover kon worden nagegaan, niet op technische gebreken nagekeken. Bij de sectie wordt een hoog alcoholgehalte in de diverse delen van het lichaam aangetroffen. De recherche heeft het onderzoek afgesloten met de conclusie dat van een misdrijf niet is gebleken.

Tynes stond bij de RCID Amsterdam-Amstelland niet als informant bekend. Ook komt hij niet voor in het informantenregister van de RCID Kennemerland. Hij is december 1992 als verdachte gehoord in een zaak van het IRT.

Peter R. de Vries

Ook bij het IRT is hij geen informant gebleken. Half oktober 1995 is bovenstaand ongeval gereconstrueerd in het televisie programma van Peter R. de Vries. Ook hierbij is de suggestie gewekt, dat de politie een rol zou hebben gespeeld bij het overlijden van Tynes.

De reden hiervoor zou zijn de rol die Tynes in de zogenaamde ‘30.000 kilo-zaak’ uit 1992 van het IRT gespeeld zou hebben. Naar aanleiding van deze uitzending heeft de regiopolitie Amsterdam-Amstelland nogmaals het ongeval en het bijbehorende proces-verbaal onderzocht. Hierbij zijn geen nieuwe aanwijzingen gevonden, die zouden duiden op een andere conclusie dan dat het hier een ongeval betrof.


Februari 1994


Ricardo Haak – 4 februari 1994, Den Haag

Status: onopgelost

Op vrijdag 4 februari 1994 wordt de 35-jarige Ricardo Haak doodgeschoten in een drugspand in de omgeving van de Paul Krugerlaan. Hoewel Haaks dood niet direct aan de familievete wordt gelinkt, speelt ook deze moord zich af binnen de gevaarlijke onderwereld waarin de clans opereren.

Haak staat in het milieu bekend als een ‘ripper’, iemand die andere dealers bedriegt of berooft. Een reputatie die hem duur komt te staan. Hij is al eerder bedreigd, en op een dag wordt hij fataal getroffen. Getuigen zien kort na de schoten vier donkere mannen in een grijze Mercedes wegrijden. De politie houdt rekening met een afrekening. Volgens geruchten is een lokale Surinaamse dealer verantwoordelijk en zelfs veroordeeld, maar officiële bevestiging blijft uit.


Maart 1994


Yun Li Liu – 12 / 13 maart 1994, Wijdewormer

Status: opgelost

Wijdewormer Langs de a7 ligt het lijk van de 32-jarige Yun Li Liu uit Hongkong. Hij is doodgeschoten door een 31-jarige Chinees. De man verbleef sinds een halfjaar in Nederland en had schulden bij een Chinese drugsbende. Uit onderzoek blijkt dat hij op 12 maart in een auto in Amsterdam-Oost is geliquideerd.


April 1994


Antonio Brizzi – 26 april 1994, Moergestel

Status: onopgelost

Antonio Brizzi

Antonio Brizzi

Brizzi een leidend figuur in de Brabantse onderwereld en is vermoord in zijn woning op landgoed Dennehoef. Lees hier → meer over Brizzi en zijn verhaal op deze website.


Mei 1994


Cornelis Pruijsen – 15 mei 1994, Rotterdam

Status: opgelost

Buurtbewoners vinden op straat het lijk van de 28-jarige Cornelis Pruijsen uit Nieuwerkerk aan den IJssel. Zijn lichaam is gewikkeld in een kleed. Hij is geliquideerd door de 32-jarige P.B. en de 42-jarige Henk E. De laatste krijgt levenslang. Pruijsen werd al sinds 22 mei 1994 vermist. Hij verliet destijds zijn woning om in Zevenhuizen familie te bezoeken, maar kwam daar nooit aan.

Een ander verhaal…

De politie heeft in de week 18 januari 1995 het lichaam van de vorig jaar verdwenen C. Pruijsen uit Nieuwerkerk aan den IJssel gisteren gevonden bij een loods aan de Stadionweg in Rotterdam. Even daarvoor was in twee woningen aan de Stadionweg huiszoeking verricht.

Een nog een iets ander verhaal…

De vrachtwagenchauffeur Cees Pruijsen uit Nieuwerkerk aan den IJssel verdwijnt op 22 februari 1994 en zijn lichaam wordt 11 maanden later teruggevonden onder een laag beton op het industrieterrein aan de Stadionkade in Rotterdam-Zuid. De bekende Schiedamse crimineel Henk E. uit Schiedam word gelinkt aan de liquidatie van Cees Pruijsen. Pruijsen, die werkt voor beruchte crimineel Henk E., zou mogelijk de politie van informatie hebben voorzien. Het levert E. een gevangenisstraf van achttien jaar op.


A. Celik – 7 mei 1994, Rotterdam

Status: opgelost

Wegens de moord op de Rotterdamse drugsdealer A. Celik in een café op 7 mei 1994 en een poging tot zware mishandeling van een cafébezoeker veroordeelt de rechtbank in Rotterdam de 30-jarige Amsterdammer W.T. tot tien jaar gevangenisstraf. T. heeft bij de drugsdealer een schuld van 1.800 gulden. Na de schietpartij vlucht hij naar Suriname. De opsporing wordt bemoeilijkt doordat de verdachte een groot aantal schuilnamen gebruikt.


Juni 1994


Alvara Garcia-Herrera – 14 juni 1994, Amsterdam

De Colombiaan Alvara Garcia-Herrera (31) wordt op straat doodgeschoten.


Augustus 1994


M.T. – 6 augustus 1994, Rotterdam

Status: opgelost?

Op zaterdagavond 6 augustus 1994 is de 36-jarige Cambodjaanse vluchteling M.T., wonend in een voorstad van Parijs, doodgeschoten in het Chinees restaurant King’s Garden te Rotterdam. Drie mannen stappen rond acht uur het restaurant binnen en voeren een korte, heftige woordenwisseling met het slachtoffer.

Daarop volgt een vechtpartij, waarbij één van de drie onder het oog van een tiental bezoekers een wapen afvuurt. Het slachtoffer overlijdt ter plaatse en de daders, eveneens Aziatisch ogende mannen, maken zich uit de voeten. Volgens ingewijden in de Chinese wereld betreft het onmiskenbaar een afrekening, vermoedelijk tussen leden van uit Amsterdam en Antwerpen concurrerende misdaadorganisaties.

Rotterdam, neutraal terrein voor Chinezen

Rotterdam, eens een belangrijke plaats in de Chinese onderwereld, heet in die kringen tegenwoordig neutraal terrein te zijn nadat de laatste Chinese godfather zijn biezen pakte. Veel Chinese criminelen zijn van Rotterdam naar België uitgeweken vanwege de intensieve recherche-activiteiten die volgen op de moord op een Chinees echtpaar en hun drie kinderen, enkele jaren geleden.

Voor die moord zijn wel daders veroordeeld en opgesloten, maar in de Chinese wereld gaat het hardnekkig gerucht dat zij zich bewust hebben laten oppakken en de straf uitzitten om de ware daders ‘uit de wind te houden’. Voor die moeite zouden zij vorstelijk beloond zijn.


September 1994


Hakan Sarigol –  16 september 1994, Gilze-Rijen

Status: opgelost

Op 22 september 1994 vinden spotters het lijk van de 29-jarige Hakan Sarigol uit Breda in een sloot vlak bij de vliegbasis. Hij is in de nacht van 15 op 16 september doodgeschoten door de 33-jarige Sedat T. uit Breda. Een 36-jarige Antilliaan is medeplichtig. Motief: geldruzie in het drugsmilieu.

Pijn in de buik

„We waren die avond op weg naar Antwerpen. We zouden daar wat gaan drinken om zaken uit te praten,” vertelde Sedat. Onderweg werd menig blikje bier aangesproken, en er werd ook cocaïne gebruikt. „Ik voelde me beroerd, mijn buik was opgezet. Het was alsof mijn hele lichaam brandde,” vertelt Sedat. Daarom besloot men uiteindelijk toch maar terug te gaan.

„Hakan wilde nog even langs een vriend rijden voordat hij mij thuisbracht,” vervolgde Sedat. „Ik lag beroerd achterover in mijn stoel. Hakan stopte. Hij zei dat hij moest plassen.” Buiten de auto moet Hakan toen hebben gezegd in de trant van: „Ik heb iets in je bier gedaan. Je hebt niet lang meer. Als je nog iets wilt zeggen voor je kinderen, moet je het nu doen.”

„Om mezelf te verdedigen heb ik mijn pistool gepakt. Ik wilde dat Hakan uit de auto ging, zodat ik snel weg kon om medische hulp te zoeken. Maar hij sprong direct op me af. Toen heb ik gericht geschoten,” verklaarde Sedat.


Oktober 1994


Farid Queslati – 7 oktober 1994, Rotterdam

Amsterdam, 2 september 1970 – Rotterdam, 7 oktober 1994

Status: opgelost

Op straat schiet de 30-jarige Mike R. (30) uit Spijkenisse de 24-jarige Marokkaan Farid Queslati alias Fred, uit Amsterdam dood. Achtergrond van de liquidatie was een concurrentiestrijd tussen beide seksclubeigenaren. Mike R. schiet op 7 oktober op klaarlichte dag Oueslati, dood op de hoek van de Witte de Withstraat en de Eendrachtsstraat in Rotterdam. De vete tussen de twee Rotterdamse seksbazen, waarbij Farid zijn vakkennis via een prostituee laat afkijken door Mike, mondt uit in deze dodelijke confrontatie.

De officier van justitie, mr. E. Lameijer, eist gisteren in de rechtbank acht jaar gevangenisstraf voor de doodslag. Een kelner van café De Schouw, gelegen in het hart van de stad, verklaart dat Mike na het eerste schot in Farids borst nogmaals schiet. “Het leek op een genadeschot, dwars door het hoofd,” zegt de kelner.

Mike R. zegt dat hij nooit de dood van Fred, eigenaar van seksclub The Lords, heeft gewild. “Toen hij me daar bijna voor de deur van zijn zaak aanviel, stond ik te trillen als een riet,” vertelt hij. “Ik zei dat hij moest oprotten. Op het moment dat hij voor de tweede keer met zijn hand in zijn binnenzak wilde grijpen, heb ik uit noodweer geschoten. Ik dacht dat Fred meende wat hij zei en dat hij me zou vermoorden.”

Een escalerende vete in de seksbranche

Het conflict begint bij Mariëlle, een prostituee en de vriendin van Fred, eigenaar van seksclub The Lords. Mariëlle werkt twee maanden voor Mike R. en keert daarna terug naar Fred. Mike beschuldigt haar van spionage: “Ze bespioneert me in die tijd. Advertenties die Fred voor haar plaatst, zijn vrijwel identiek aan mijn succesvolle advertenties,” legt Mike uit. Volgens zijn advocaat, mr. D. Moszkowicz, gebruikt Fred de opgedane kennis van Mariëlle om een concurrerende zaak op te zetten. “In de seksbranche is het niet gebruikelijk om conflicten via de rechter op te lossen,” verklaart Moszkowicz. “Partijen beginnen elkaar uit te schelden en te bedreigen.”

Fred gaat prat op zijn criminele achtergrond. Zijn moeder wordt vermoord als hij 13 jaar is, en volgens Mariëlle geeft zijn vader, een illegale gokbaas, de opdracht voor de moord. De bedreigingen van Fred zijn niet mals: “Ik schiet je door je knieën, ik gooi een handgranaat naar binnen en ik vermoord je.” Moszkowicz benadrukt dat Mike deze dreigementen uiterst serieus neemt en daarom een vuurwapen aanschaft, vooral nadat Fred en drie vrienden zijn seksclub hebben overvallen.

De fatale ontmoeting

Op de bewuste dag staat Mike op de Witte de Withstraat, waar hij een seksadvertentie wil opgeven bij de Dagbladunie. Fred klopt plotseling op het raam van Mike’s geparkeerde Mercedes. Mike doet het portier open en Fred geeft hem meteen een vuistslag. Officier van justitie Lameijer stelt dat Mike op dat moment had moeten wegrijden. “In plaats daarvan kiest hij voor de confrontatie. Twee schoten lossen omdat iemand naar zijn borstzak grijpt, is volledig disproportioneel,” betoogt ze. Volgens haar voelt Mike zich gekrenkt door Fred en bevestigt hij zijn mannelijk ego door te schieten.

Psychiater dr. A. van Leeuwen schetst Mike echter als een man die worstelt met onverwerkte trauma’s uit zijn jeugd en een sterke behoefte heeft om zelfverzekerd over te komen. De bodybuilder, die anabole steroïden slikt, wordt als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beoordeeld.

Moszkowicz verdedigt Mike door te stellen dat hij geen andere keuze ziet. “Mijn cliënt denkt dat Fred hem wil vermoorden. Hij weet niet dat Fred slechts twee busjes traangas in zijn zak heeft. Hij probeert zichzelf te redden.” De advocaat vraagt de rechtbank om ontslag van rechtsvervolging. Mike zelf blijft bij zijn standpunt: “Als ik Fred had willen doden, had ik meteen geschoten. Ik denk dat ik dood zou gaan, niks anders. En daarvoor word ik genadeloos gestraft.”


December 1994

Thietanandpersad Lachmansingh – 17 december 1994, Nieuwegein

T.P. Lachmansingh
Status: opgelost

Een voorbijganger ontdekt zaterdagavond 17 december 1994 aan Penningburg, een straat in de bebouwde kom van Nieuwegein, een geparkeerde auto met daarin de doodgeschoten Thietanandpersad Lachmansingh (41 of 42)) uit Utrecht.

Op die parkeerplaats is de Surinamer Lachmansingh doodgeschoten. De ruit van de auto, een grijze Audi, was aan de kant van de bestuurder door een kogel verbrijzeld. Hij handelde in cocaïne en was het slachtoffer van een ripdeal door drie Antillianen.


1975 tot 1995: alle liquidaties in Nederland
1995 tot 2010: alle liquidaties in Nederland
2010 tot 2015: alle liquidaties in Nederland
2015 tot 2020: alle liquidaties in Nederland
Sinds 2020: alle liquidaties in Nederland


 

2 antwoorden
  1. Hans Versteeg
    Hans Versteeg zegt:

    Op de foto van Karim Fourkour en Fouad Bendella – 11 mei 2006, Venray staan de namen verkeerd. De linkse jongeman is Fouad en de rechtse Karim

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *